Gepost door: pharailde | april 12, 2019

Huugske, Vake, Grootva, Grootvader

26.10.1935 – 30.3.2019

Sinds een kleine twee weken is mijn vader verworden tot twee data. Geboorte- en overlijdensdatum.

Hij was al vele jaren ziek, leed aan verschillende soorten kankers, onderging verschillende operaties en behandelingen, en kwam er telkens weer bovenop. Maar toch eiste een en ander zijn tol, en geleidelijk aan ging het bergaf. Door een onverklaarbare pijn in zijn keel kon hij moeilijk slikken, waardoor hij steeds minder at en dronk, bijgevolg steeds zwakker werd en een sterk verminderde weerstand had. Uiteindelijk kwam hij ook in een vicieuze cirkel terecht: ze konden het ene niet uitvoeren omwille van een ander probleem, dat niet aangepakt kon worden omwille van nog iets anders, enz.

Half december kwam hij met een infectie op intensieve terecht. Daar kwam hij weer bovenop en verhuisde naar een gewone kamer. Tegen het eerste weekend van januari ging het plots heel erg bergaf en volgens de dokters ging hij het einde van het weekend zelfs niet halen. Groot was mijn verbazing dan ook om hem op maandagavond rechtop zittend in zijn bed aan te treffen, kijkend naar Flikken, met de gelezen krant naast zich, en een lege soepkom. Beetje bij beetje sterkte hij weer aan, in zoverre dat hij tegen eind januari weer naar huis kon, met een ziekenhuisbed in de living, en met de hulp van thuisverpleging. En mijn moeder nam hem af en toe weer mee in zijn rolstoel.

De opflakkering was, zoals te verwachten viel, slechts van korte duur, en geleidelijk aan verzwakte hij weer. Op donderdag 28 maart was een ziekenhuisopname weer noodzakelijk en bleek hij een longontsteking te hebben. Toen was ik er niet gerust in. Op vrijdagochtend moest ikzelf onverwacht op consultatie bij een specialist in het ziekenhuis, en ik profiteerde ervan om toch eens op zijn afdeling naar hem te informeren. Alle omstandigheden in acht genomen was hij redelijk ok, en stabiel, en de verpleegster zei onmiddellijk dat ik er gerust eens bij mocht (er was immers nog lang geen bezoekuur). Wat ben ik nu blij dat ik langsgegaan ben, en ik hem nog gezien heb, al was het niet lang, daarvoor was hij ook te zwak.

Zaterdag, rond de middag, kreeg ik telefoon van mijn moeder dat zij opgebeld was door het ziekenhuis en dat het heel snel bergaf gegaan was, en dat we ons moesten haasten. We zijn dan onmiddellijk in de auto gesprongen voor een rit van amper een drietal kilometer, die echter eindeloos leek te duren (alle rode lichten, auto’s voor ons die de ring niet durfden over te steken, enz.), en we toch een paar minuten te laat kwamen. De man met de zeis had de race gewonnen.

Ons weekend en de volgende dagen zagen er plots helemaal anders uit (misschien vertel ik daar later nog wel meer over).

(Links een tekening die ooit op Place du Tertre (Parijs) van hem werd gemaakt – rechts een tekening van dochter E. voor op de kist)

Vorige maandag was de uitvaart in Westlede, een heel mooie dienst, zo vonden we zelf maar hoorden we ook van uiteenlopende kanten.
Hieronder de tekst die dochter M. en ik hebben voorgelezen, met een schets van zijn leven en wie hij is geweest.

[Ik]

Ik heb het mezelf weer eens onmogelijk gemaakt: een levensverhaal van meer dan 83 jaar samenvatten in enkele minuten. Wie al eens schrijfsels van mij ontvangt of gelezen heeft, weet dat korte teksten en ik niet goed samengaan. Maar we zullen ons best doen.

Lees Verder…

Advertenties
Gepost door: pharailde | maart 16, 2019

Hoe je blij kan zijn dat iets vervelends gebeurd is

Denk je de volgende situatie in:

Een gewone werkdag, rond half negen, negen uur. De avondroutine is afgehandeld, er is gekookt, gegeten en opgeruimd, en alles is rustig in huis. De kinderen zitten op hun kamer, de katten slapen, de wederhelft speelt piano, en ik nestel mij met Facebook in de zetel. Het lastigste dat nog moet gebeuren, is nadenken naar wat we nog gaan kijken.

Ik zit nauwelijks neer of ik zie vanuit mijn ooghoek Tornado van zijn kussen springen. Ik denk dat hij op weg is naar de keuken om nog wat eten te schooien, maar zie hem toch niet. Helaas hoor ik hem wel: meneer is aan het overgeven. Heel diepe zucht, tot zover de rust dus.
Eerste werk: de plaats delict opsporen. En neen, niet gewoon ergens in het midden van de vloer, maar in een hoek, tussen de luidspreker en de kast waarop een grote plant staat.

Dus moest de plant wat worden verschoven. Maar blijkbaar was ik twee dagen ervoor wat te gul geweest met water, want de plantenschaal was overgelopen en alles er rond was kleddernat. Dan maar de wederhelft van zijn piano-oefeningen gehaald om te helpen alles vrij te maken – ik kon die plant onmogelijk alleen op de grond zetten – zodat het hout kon drogen en de schade beperkt bleef (er waren hier en daar toch al blijvende plekken).

Uiteindelijk moest ik Tornado dus dankbaar zijn.

Gepost door: pharailde | maart 12, 2019

Oud en een beetje versleten

Onzen Tornado wordt binnenkort zestien.
In het voorjaar van 2003 hebben de kinderen hem gevonden in de kelders van ons huidige huis (toen nog een complete bouwwerf), samen met zijn broer. Een paar weken ervoor hadden we daar trouwens al een piepklein kattenjong gevonden (daarover kan je hier lezen). Na het nodige gezaag en overleg hielden we ook Tornado, en vond zijn broer bij mijn ouders een nieuwe thuis.


Tornado links, Kiara rechts

Hij werd een lieveling van alle kinderen (en inmiddels ook van de schoonkinderen). Zijn naam kreeg hij van zoon S.W. omdat er behoorlijk wat leven in zat.
Actief is hij inmiddels niet meer. Van zijn slaapplek naar zijn eetbak naar een andere slaapplek naar zijn eetbak naar nog een andere slaapplek naar zijn eetbak, enz. en tussendoor al jankend naar boven om te kijken of daar niemand te vinden is die hem wat aandacht kan geven.
Omdat hij almaar meer om eten kwam vragen (we mochten/mogen ons niet in de keuken of eetkamer vertonen of hij komt om eten vragen, zelfs al was het slechts een half uur geleden), en tegelijk almaar magerder werd, ging ik vorige zomer toch te rade bij de dierenarts. Bleek hij een probleem met zijn schildklier te hebben, een frequent voorkomend euvel bij oude katten, en op te lossen met medicijnen.
Sindsdien zaten we toch af en toe bij de dierenarts, want er scheelde toch regelmatig wat. Zo had hij eind vorig jaar een ontsteking op de enige tand die hij nog had, waardoor hij moeite had om te eten (en dus weer vermagerde). Sindsdien gaat hij volledig tandenloos door het leven. Hij had ook een probleem aan zijn linkeroog (het derde ooglid bleef constant zichtbaar, en zijn pupil keek niet recht vooruit), maar dat is vanzelf weer goed gekomen. Inmiddels krijgt meneer ook medicijnen op dementie tegen te houden. De dag begint en eindigt dus met medicijnen geven aan de katten (ook Nabucco moet medicijnen nemen).

Aangezien de laatste tijd zijn eetlust weer sterk was toegenomen, en hij weer vermagerde (momenteel 2,7 kg wat weinig is voor een volwassen kater), ging ik nog eens op controle. Zijn schildklier was – tegen mijn verwachtingen in – ok maar hij bleek wat uitgedroogd te zijn, wat al te zien was aan de waarden van zijn nieren. Nu moeten we hem dus zelf om drie, vier dagen aan een infuus leggen om hem vocht toe te dienen, opdat zijn nieren niet zouden blokkeren.


(foto: zoon S.W.)

Na het grootbrengen van vier kinderen en het verzorgen van een rist katten, kan ik nog aan een carrièreswitch als ervaringsdeskundige verpleegkundige beginnen. ’t Is te zeggen, als dat avontuur met dat infuus goed afloopt.

Gepost door: pharailde | maart 9, 2019

Douche soap

En neen, het gaat hier niet douchezeep.
Wel over Murphy die zich te pletter amuseert.

Even terug in de tijd: in de zomer van 2014 kwam de “plakker” langs om alle ruimten die nog niet gepleisterd waren, van een laag pleister te voorzien. In de praktijk dus drie verdiepingen, en de traphal ertussen. Daarna werd de ene na de andere ruimte verder leefbaar gemaakt (vnl. door plankenvloeren te plaatsen, terwijl de kamers leeg stonden). Als laatste kwamen onze slaapkamer en badkamer aan de beurt, en deze zelfs tot en met de (professionele) schilderwerken toe.

Al die tijd sliepen we op de logeerkamer, en in april 2018 namen we onze mooi afgewerkte bad- en slaapkamer eindelijk in gebruik. Ik had gevreesd dat we algauw opnieuw dingen zouden moeten aanpassen, want ik vermoedde dat Murphy ervoor ging zorgen dat de droogkast (toen ca. 27 jaar oud) het ging begeven. Maar ik had me vergist, het was de wasmachine (bijna 18 jaar) die we eind augustus moesten vervangen. Ergens in de herfst waren dan de doucheslang en de sproeier (ruim 14 jaar) aan de beurt. Het is immers niet handig en zeker niet ecologisch als er meer water achteraan de douchekop wegstroomt dan uit de sproeier. Maar de daaropvolgende weken vond ik elke ochtend de douchekop ergens onderaan de douchestang in plaats van bovenaan, tot het een paar weken geleden helemaal naar de vaantjes was. Er was een minuscuul plastic onderdeeltje van de douchehouder afgebroken, en ik kon enkel nog douchen met de sproeier in de hand. Niet echt praktisch dus.

Wederhelft E. dus naar de winkel om te proberen een nieuwe houder te kopen.
“Ah neen, meneer dat zal niet gaan. U hebt een ovalen douchestang en nu zijn dat allemaal ronde. Dus een nieuwe houder alleen zal daar niet op passen. Je moet ook een nieuwe stang kopen.”
“Ok dan. Maar je zegt dat die stangen die je beschikbaar hebt, 67 cm lang zijn. De huidige stang is wel 90 cm en ik zou liever geen nieuwe gaten boren. De tegels zijn nog geen jaar oud, en ik heb geen zin om ze nu al te ontsieren met oude boorgaten.”
“Dan kan ik u de stangen aanbevelen die speciaal bedoeld zijn voor renovaties, die kunnen in de lengte aangepast worden. Maar die moeten we wel bestellen, en dat zal zo’n twee weken duren.”

Een week geleden kon wederhelft E. dan de nieuwe douchestang met houder afhalen. Na heel wat gepuzzel hoe alles nu precies in elkaar zat, was alles goed bevestigd (waarbij toch nog twee oude boorgaten zichtbaar bleven, omdat je voor de oude stang onderaan en bovenaan twee schroeven naast elkaar moest plaatsen, en nu slechts één). Toen we dan de douchekop in de houder wilden steken, bleek die houder toch wel te smal te zijn!

Terug naar de winkel dus, mét de douchekop en -slang mee: “Goedemiddag, ik kwam daarstraks een nieuwe douchestang halen, maar deze sproeier past er niet in.”
“Dat kan niet meneer, dat zijn universele maten, kijk maar.” Ze probeerden die sproeier in een gelijkaardige houder te steken, en die paste inderdaad.”
“Aha”, wist wederhelft E., “ik heb de diameter thuis gemeten en ik kwam aan 17 mm. Hoeveel diameter hebben jullie hier?”
Bleek het 23 mm te zijn.
Grote consternatie, want zij vielen compleet uit de lucht en wisten dus helemaal niet dat daarvan twee maten bestonden. Catalogi werden doorploegd, maar veel wijzer werden ze niet. Ze gingen de maandag erop dus de fabrikant contacteren om meer uitleg te vragen, en ons dan iets laten weten.

Wordt dus vervolgd. Hopen we, want reactie kregen we nog niet (en ondertussen blijft het toch wat behelpen in die douche).

(En dan wordt de consument als grootste verantwoordelijke beschouwd voor onze afvalmaatschappij. Zucht)

Gepost door: pharailde | maart 4, 2019

Mons

’t Was weer die tijd van het jaar. Veertien dagen geleden was wederhelft E. jarig en hij wilde als verjaardagsuitstap naar de tentoonstelling van Giorgio de Chirico in Mons. Klein probleem, jarig zijn op een maandag is niet zo handig want dan zijn de meeste musea gesloten, dat snel was opgelost: we maakten er weer een tweedaagse uitstap van. Dus begaven we ons die maandag onder een stralende lentezon met de trein, via een overstap in Brussel-Zuid, naar Mons (een verbinding Gent-Mons bestaat helaas niet – dit zou nogal wat tijd schelen, denk ik, want nu was het een half uur naar Brussel, een half uur wachten, drie kwartier naar Mons).

Hoewel het een kleine stad is (nog geen 100.000 inwoners), blijkt Mons toch het werk van een aantal bekende architecten te herbergen. Zo begonnen we ons bezoek bij het Congrescentrum MCIX van Daniel Libeskind dat vlak aan het station gelegen is. Een heel indrukwekkend gebouw, waarbij ik me wel afvroeg waarom er bij nieuwe (openbare) gebouwen precies altijd een opbod moet zijn van zoveel mogelijk lijnen, vormen en materialen.


Het MICX is het gebouw links (lukte niet om het gehele gebouw te fotograferen)

Ook het station zelf moet een architecturale parel worden, ontworpen door de wereldberoemde Spaanse architect Santiago Calatrava (ontwerper van o.m. het station Luik-Guillemins), d.w.z. als het ooit eens afgewerkt geraakt. Eind 2015, bij mijn eerste bezoek aan Mons, was het één grote bouwwerf, nu was het één bouwwerf, en ik vrees dat het nog lang een bouwwerf zal blijven. Ook dit project ziet er nochtans indrukwekkend uit.

Inmiddels konden we inchecken in Hotel Terminus. Jawel, aan het station gelegen. Het deed me sterk denken aan Franse hotels, in een oud pand, zonder lift (gelukkig was de kamer op de eerste verdieping). De kamer was aangenaam, maar de badkamer vertoonde wel wat mankementen (alleen een handdouche in het bad, maar zonder gordijn, de verlichting aan de spiegel deed het niet, zodat make-up aanbrengen niet echt evident was), maar dat was allemaal niet onoverkomelijk.


(met onze kamer op de eerste verdieping, de twee ramen rechts)

Ondertussen begon de honger te knagen en trokken we naar het dichtst bijzijnde plekje groen, waar we in de heerlijke lentezon ons broodje aten met zicht op de Sint-Waltrudiskerk (“La collégiale Sainte-Waudru”) en het Belfort, met achter ons de Artothèque. Daarna was het hoog tijd om in de Bergense straten te verdwalen en de sfeer van het stadje op te snuiven. We liepen langs de kerk richting Belfort (dat gesloten was, evenals het erachter liggende park van het Gravenkasteel – alweer het nadeel van een stadsbezoek op maandag), via omzwervingen naar de Grote Markt en het stadhuis – mét bronzen aapje (als je over zijn kopje wrijft, brengt dat geluk), de Rue de Nimy met de mikado van Arne Quinze (waren we niet zo enthousiast over), het Mundaneum (helaas ook gesloten), concertzaal Arsonic (met mooie architectuur), de hoek om langs een ander geslaagd architectuurproject voor een complex van sociale woningen, het Theatre Le Manège (ook moderne architectuur maar ons ding niet), en zo terug naar de Grote Markt, waar het stilaan tijd werd voor een aperitief, maar jammer genoeg te laat voor een terrasje in de zon. Dus werd het de Copenhagen Tavern.

In Mons houden ze blijkbaar hun erfgoed stevig in het gareel

 

Via het winkelcentrum gingen we terug naar het hotel om wat uit te rusten op de kamer. We bleken meer moe te zijn dan we dachten en hadden niet echt zin meer om nog veel rond te lopen – we waren ook die verdomde kasseien een beetje beu (ik blijf me afvragen waarom in historische stadscentra zo hardnekkig vastgehouden wordt aan die oncomfortabele kasseien, grrr). Uiteindelijk hebben we gegeten in het Italiaanse restaurant op het gelijkvloers dat verbonden was aan het hotel, want we hadden niet veel fut meer om ver te lopen, én we hadden al gemerkt dat veel restaurants gesloten waren (en de patron had ons ’s ochtends ook beloofd dat hij ging trakteren op een aperitief voor de wederhelft zijn verjaardag als we bij hem kwamen eten – ik had het niet verwacht 🙂 maar hij heeft woord gehouden, ook al werd het een digestief).

’s Anderendaags trokken we dus eerst en vooral richting BAM (Beaux-Arts Mons) voor de prachtige tentoonstelling Giorgio de Chirico. Aux origines du surréalisme belge : Magritte, Delvaux, Graverol. Niet heel groot (gelukkig maar), maar mooi opgesteld, en we hebben alweer een pak bijgeleerd. Al een geluk dat we niets mochten meenemen, want we konden echt niet kiezen 🙂
Ook jammer: we wilden postkaartjes kopen met werk van de Chirico, maar die bleken nog niet geleverd (vertraging omwille van nog een kwestie rond auteursrechten). Zo geraakten we aan de praat met een dame aan de balie die zeer goed Nederlands sprak, en bleek ze zich het bezoek van de Gentse archivarissen (eind 2015) nog goed te herinneren – ze had ons toen de uitleg over de historiek van de Artothèque gegeven. Ze bezorgde ons ook nog wat tips voor interessante plaatsen in Mons.
Zo trokken we, na het versterken van de inwendige mens, nog naar het provinciegebouw van Henegouwen (1939-1953) in de Rue Verte, met een prachtige inkomhal (iets meer informatie vind je in deze brochure op de voorlaatste pagina).

We eindigden ons bezoek aan Mons in het park achter het Belfort, dat aangelegd is op de restanten van het oude Gravenkasteel en waar je een mooi uitzicht hebt op de stad en de wijde omgeving.

Inmiddels was het hoog tijd geworden om ons terug naar het station en dus de realiteit te begeven.

Gepost door: pharailde | januari 31, 2019

Stockholm/Zweden (9)

De volgende dagen deden we, zoals gepland en gewenst, nagenoeg niets. We hadden allebei behoefte aan rust en brachten de dagen vooral buiten al lezend en babbelend door. We kwamen hooguit in beweging om wat boodschappen te doen, uit eten te gaan, of voor een wandeling in het bos of langs het meer.

We verbleven in het Lindeborgs Eco Retreat, een oude boerderij, waarvan een deel van de grote schuur volledig werd gerestaureerd met gebruik van natuurlijke materialen. Het hele domein is gericht op duurzaamheid en is zo veel mogelijk zelfvoorzienend, onder meer met een eigen waterzuivering. Voor vakantiegangers werden in de schuur twee studio’s (telkens voor vier personen) en een tweepersoonskamer (die wij geboekt hadden) ingericht, naast een sauna en een yogazaaltje. Nadeel was wel dat onze kamer – in tegenstelling tot de studio’s – geen kookfaciliteit had, waardoor we telkens uit eten moesten gaan. Dan zit je in the middle of nowhere ecologisch te wezen, moet je telkens kilometers rijden om uit eten te gaan.

 

Maar soit, het was wel een aangename kamer, en we hebben genoten van de buitenlucht en van de stilte. Hoewel, bij momenten … Zo was ik verbaasd hoeveel lawaai ruisende bomen maken als het een beetje waait. Een autosnelweg is er niets bij. En grind, gebruikt als halfverharding rond het verblijf: als je ’s ochtends uit je slaap gewekt wordt omdat de kinderen van de buren al in dat grind aan het spelen zijn, dan duik je toch kreunend onder je dekbed. Gelukkig dat kinderen dingen snel weer beu zijn 🙂

Nog enkele foto’s:

Uitzicht bij het buiten zitten aan onze kamer (waar we meestal ook zaten om te eten)

Boswandeling (het bos maakte deel uit van het terrein waar we verbleven)

Meerwandeling
Het retreat kijkt uit op een stukje van het meer Hallbosjön, niet echt een kleine plas, met een oppervlakte van ca. 11,2 km² en een ‘kustlijn’ van 36,4 km. Jammer genoeg kan je vanuit het retreat niet tot aan de oever, maar rij je best een vijftal minuutjes verder. Op die plek is er ook zwemaccommodatie aangelegd, maar we hadden op dat moment geen zin in zwemmen, wel in wandelen.

Het kerkje Nykyrka Kyrka (gelegen tussen de grote weg en het retreat)

Gepost door: pharailde | januari 3, 2019

Stockholm/Zweden (8)

Vrijdag 3 augustus. Laatste ochtend ontwaken in Stockholm. Na het douchen en ontbijten, was het tijd om in te pakken en uit te checken. Wederhelft E. ging op pad om de huurauto op te halen die we op woensdag gereserveerd hadden. Ik wachtte met de bagage op een bank aan de ingang van het hotel, en blikte even terug op de voorbije week.

  • Stockholm heeft ons hart gestolen: de openheid, het water, de musea, de mensen, de sfeer, de stad, … Ik wil met veel plezier terugkomen want we hebben nog lang niet alles gezien. Ik zou het zelfs zien zitten om er te wonen (het was wel zomer, geen idee hoe dat voelt bij winterse kou, sneeuw en donkerte).
  • Dat ik van de Zweedse taal hou, wist ik al door de vele Zweedse crimiseries. Geleidelijk aan herken en begrijp je ook meer en meer woorden als je ze geschreven ziet staan. Ze juist uitspreken, is soms een ander paar mouwen.
  • We hadden pech dat het een uitzonderlijk warme/hete zomer was, ook in Scandinavië. Zolang we buiten liepen, viel het allemaal nog mee (door het vele water konden we meestal genieten van een aangename bries), maar de warmte zat op veel plaatsen binnen, zoals in het koninklijk paleis. Aangezien het voor Zweden heel uitzonderlijke temperaturen waren, zijn veel gebouwen, o.m. het hotel, niet uitgerust met bv airco. Zodra je het hotel binnenkwam, viel de warmte gewoon op jou en barstte het zweet je uit, ook al kwam je net uit de koele avondlucht. Ook op de kamer was er geen mogelijkheid tot afkoelen, aangezien er slechts een tuimelraam was, dat slechts een tiental cm open kon (zaten op de vijfde verdieping), veel te weinig dus om ’s nachts voor verkoeling te zorgen. Gelukkig had wederhelft E. een kleine ventilator in de kast gevonden, dit hielp toch een heel klein beetje. Soms zette ik die zelfs naast mijn bed als ik niet kon inslapen door de warmte (iets waar ik thuis zelden last van heb), kwestie van toch wat nachtrust te verkrijgen.
  • Nog betreffende de warmte: Na een paar dagen merkten we druppels water op tussen de kamerdeur en de badkamer. Toen bleek dat die van een ventilatierooster drupten. We signaleerden het euvel, zowel aan de receptie als aan het onderhoudspersoneel, en als oplossing legden ze gewoon een badhanddoek op de grond om de druppels op te vangen.
  • De laatste dagen had ik behoorlijk last van mijn rug, waardoor ik ’s nachts niet alleen wakker werd van de warmte, maar ook van de pijn. Gelukkig is er Ibuprofen, en verbeterde een en ander gewoon door rond te lopen.

Maar genoeg geklaagd, we hebben vooral genoten. En afscheid van Stockholm was nog geen afscheid van de vakantie, want we vertrokken voor een kleine week naar Vrena, zo’n 120 km ten zuidwesten van Stockholm, op het platteland – volgens de kaart toch wel wat in the middle of nowhere.

De reis verliep vlot, zeker nadat we het drukke Stockholmse autoverkeer achter ons konden laten. Bij Nyköping – een goeie 20 km van onze bestemming – verlieten we de snelweg, en vonden een kalm plekje om te picknicken. De rust deed ons meer deugd dan we dachten.

 

 

In de supermarkt in het volgende dorp kochten we drank en ontbijtspullen (ik wist dat er geen ontbijtgelegenheid was) en reden we naar onze bestemming. De allerlaatste kilometer bleek evenwel niet zo evident: we volgden de weg zoals aangeduid op Google maps, maar we strandden aan de rand van een akker. Geen weg meer te zien. Terug dan maar, want we hadden wel geen terreinwagen gehuurd. Gelukkig passeerde er een local die ons de juiste weg toonde. De weg naar ons vakantieverblijf was verplaatst maar dat was nog niet aangepast op de kaart. We waren ook zodanig gefocust op die kaart, dat we stomweg de wegwijzer naar het verblijf niet gezien hadden.

Soit, we zijn er geraakt, kregen uitleg over de organisatie van het domein en installeerden ons op onze kamer. De rest van de dag brachten we buiten al lezend door, genietend van de rust en de stilte – en een van de katten des huizes die zich gezellig op de schoot van wederhelft E. kwam nestelen.

 

 

’s Avonds reden we terug naar Nyköping om uit eten te gaan. De hoofdstraat telde verschillende restaurants, dat zou dus geen probleem zijn. Dachten we. Het bleek dat weekend de jaarlijkse kermis te zijn, met veel kraampjes, optredens, heel veel volk en nog meer lawaai. We vonden buiten het gewoel een Indisch restaurant en aangezien we het niet erg vonden om binnen te zitten, was er ook voldoende plaats. Ondanks het beperkte aanbod (door de kermis), heeft het ons heerlijk gesmaakt.

Gepost door: pharailde | november 26, 2018

Tijdelijke gezinsuitbreiding

Sinds zaterdag wonen we hier weer met zes.
Dochter M. is, samen met vriend M., weer tijdelijk onder het ouderlijke dak ingetrokken.

Wat voorafging (poging tot een zo beknopt mogelijke samenvatting):
Zes en een half jaar geleden vonden ze een appartement en gingen ze samenwonen. In de daaropvolgende jaren zochten, vonden en kochten ze een huisje in de Gentse buitenrand.
Niet instapklaar evenwel, integendeel, er moest nog heel wat gerenoveerd en uitgebreid worden. Er werd gedroomd en overlegd, er werden plannen getekend en contracten met aannemers ondertekend.
Door persoonlijke problemen startten de verbouwingswerken op een laag pitje, maar uiteindelijk konden ze er op volle kracht vooruit tegenaan gaan. Maar. Grote maar. Mr. Murphy heeft zich gekloond en vond hun huisje blijkbaar een bijzonder aangename plek om zich te nestelen. Ik ken er te weinig van om in detail te gaan, maar nagenoeg alles wat kon misgaan of tegenzitten, ging ook mis. Met continue vertragingen tot gevolg, waardoor een mogelijke verhuisdatum telkens weer werd opgeschoven. Deze zomer leek het de goede kant uit te gaan, want er werd gepleisterd, en er werd een concrete planning voor de rest van de werken opgemaakt. Dus zegden ze de huur van appartement op, en ze prikten een verhuisdatum op 24 november. Nu was er geen weg terug. Alleen lukte het niet om ongevraagde huurder Murphy buiten te krijgen, want die had de tijd van z’n leven.

Nu kan een mens creatief zijn als je keuken nog niet geïnstalleerd is, je kan creatief zijn als je badkamer nog niet geïnstalleerd is, je kan creatief zijn als er nog geen verwarming en warm water is (hoewel dat creatief zijn vlotter gaat tijdens de zomer), je kan creatief zijn als de helft van de kamers nog moet gevloerd worden, maar als je niets van dit alles hebt, is het toch niet echt leefbaar.
Dus verhuisden we zaterdag wel al hun spullen en meubels, maar werden die her en der gestouwd in ruimtes waar de komende weken niet gewerkt moet worden. Zijzelf hebben voor de komende weken van onze logeerkamer een beetje hun thuis gemaakt, en zitten ze weer een beetje onder moeders vleugels. Het was zeer zeker niet wat ze gedroomd hadden, maar we laten het niet aan ons hart komen en maken het gezellig. En stiekem is het wel leuk om mijn oudste dochter (die vorige week zowaar dertig is geworden, pfff) weer even heel dichtbij te hebben.

Gepost door: pharailde | november 5, 2018

Stockholm 2018 (7)

Op onze laatste volledige Stockholmdag, richtten we onze schreden naar Moderna Museet op het eiland Skeppsholmen, aangezien we beiden toch wel fan zijn van heel wat kunststromingen in de 19de en 20ste eeuw. Het museum herbergt werken van tal van grote namen onder wie Pablo Picasso, Constantin Brancusi, Robert Mapplethorpe, Louise Bourgeois, Amedeo Modigliani, Alberto Giacometti, Andy Warhol, Robert Rauschenberg, Niki de Saint Phalle, Jean Tinguely en vele andere, ook ons onbekende, kunstenaars. Meer dan genoeg om ons een paar uur bezig te houden.

We maakten zo kennis met heel wat fascinerende kunstwerken, zoals dit werk van Hans Haacke (en sorry, de technische kant van de zaak zal je zelf moeten opzoeken, daarvoor ken ik er te weinig van):

Ik heb doorgaans niet de gewoonte om in kunstmusea foto’s te nemen (meestal stoort het mij zelfs als anderen alles lopen te fotograferen, en bovendien is het resultaat veel minder bevredigend dan je op reproducties ziet), maar dit beeldje van Matissse (La Serpentine) bekoorde mij zo, dat ik toch een souvenir wou (ook al was het vreselijk moeilijk te fotograferen door al dat zwart). Het zou niet misstaan op onze kast, me dunkt.

Dit vonden we ook leuk, maar vraag me niet meer wat of van wie het is 🙂

Halverwege de namiddag stelden we vast dat iets eetbaars toch wel deugd zou doen. We deden dan maar van “Fika” met een “Chokladbollar” (niet te vergelijken met onze chocoladebollen bij de bakker), een croissant en een warme chocolademelk. Een middagmaal moet niet altijd gezond zijn (dit deed ons trouwens denken aan ons bezoek aan het Museum MAXXI in Rome (september 2016), waar onze lunch ook bestond uit een stuk taart – iets anders hadden ze niet in het museumcafé).

Na de vaste collectie bezochten we nog de zaal die gewijd was aan de tentoonstelling She – A Cathedral in het Moderna Museet (4 juni – 4 september 1966), een samenwerking tussen de kunstenaars Niki de Saint Phalle, Jean Tinguely en Per Olof Ultvedt, en de toenmalige museumdirecteur Pontus Hultèn.

Ook buiten het museum konden we ons hart ophalen aan beelden van Niki de Saint Phalle en Jean Tinguely.

Om al die kunst wat te laten bezinken, maakten we nog een wandeling rond het eiland – blijvend verliefd op dat water – en rond het buureilandje Kastellholmen, om te eindigen op de Östra Brobänken en de Norra Brobänken, een kaai met op het eerste gezicht oude militaire gebouwen, waar we nog getrakteerd werden op een mooi zicht op het Vasamuseet aan de overkant. Langs de kaai stond een oude kraan (geen idee of het een historische kraan is, of een reconstructie) en lag een hele collectie historische schepen aangemeerd.
Voor ons laatste Stockholms avondmaal streken we neer op het terras van het restaurant Torpedverkstan, een nogal hippe bedoening, maar wel lekker.

Gepost door: pharailde | oktober 18, 2018

Stockholm 2018 (6)

De eerste dag van de achtste maand (inmiddels onze zesde dag) werd een dag van interbellumarchitectuur. We begonnen bij de stadsbibliotheek, ontworpen door Gunnar Asplund en geopend in 1928.
“Het was de apotheose van de moderne bibliotheek met open rekken en plaats voor 200.000 boeken. De architectuur is neoklassiek maar ook grotendeels geïnspireerd op de Romeinse oudheid. Deze stijl wordt meestal omschreven als 1920’s classicisme en is alleen in Zweden te vinden. De bibliotheek van Stockholm is het belangrijkste voorbeeld. (…)
Na het bestijgen van een aantal trappen (zowel op straat als binnen), betreed je de rotonde, een ronde ‘boekenhal’ met een plafondhoogte van 24 m en een diameter van ca. 26 m. Klassieke literatuur en Noordse fictie liggen op de planken, in totaal ca. 40.000 boeken op drie verdiepingen. De witte wanden boven de planken zijn dik stucwerk en geven het gevoel van een bewolkte lucht. Het licht van de hoge ramen verhoogt het hemelse gevoel. De vloer is linoleum en het patroon is geïnspireerd op het Pantheon in Rome. De meubels zijn origineel en gemaakt van leer, zwarte linoleum en mahoniehout. (…)
Vanuit de rotonde kan je naar vijf “subject-rooms”.”
(vrij vertaald van een foldertje dat we daar meekregen, de enige informatie over het gebouw die beschikbaar was).

Het was zeer verleidelijk om er een boek van de plank te nemen (er stonden voldoende Engelstalige boeken) en te verdwijnen in een verhaal, maar het was er mij veel te warm. We waren nog geen vijf minuten binnen, als het zweet mij al afregende. In een van de “subject-rooms” installeerden we ons wel aan een tafel om de kaartjes naar het thuisfront te schrijven.

Om 15 u. waren we paraat voor een rondleiding in het stadhuis. We hadden het op de eerste avond reeds uitgebreid de buitenkant bewonderd, en dus ook nieuwsgierig hoe het er binnenin zou uitzien. Bovendien heeft het toch ook een glamourgehalte aangezien de feestelijkheden na de uitreiking van de Nobelprijzen hier doorgaan. De Blauwe Zaal (waar het banket plaatsvindt), de Gouden Zaal (het decor van het bal), de trap tussen beide, we wilden het wel eens met eigen ogen aanschouwen. Aangezien een particulier bezoek jammer genoeg niet toegestaan is, tekenden we maar in voor een rondleiding. Sprak de gids in Gamla Stan (vorige zaterdag) heel mooi en vloeiend Engels, dan was onze stadhuisgids – van Aziatische afkomst – heel wat moeilijker te verstaan. Maar we kwamen toch te weten dat de Blauwe Zaal … eigenlijk baksteenrood is. Volgens de plannen moest die wel blauw geschilderd worden, maar toen architect Ragnar Östberg de werf bezocht, vond hij het effect en de kleur van de ruwe bakstenen zo mooi, dat hij besliste om het zo te laten. Maar inmiddels was er al veel ruchtbaarheid gegeven aan de plannen en de zalen, waardoor men hardnekkig bleef spreken over de “Blauwe Zaal”. De grote trap in de zaal leidt direct naar de Gouden Zaal, maar onze gids leidde ons via de gaanderij eerst naar de andere delen van het stadhuis, onder meer naar de gemeenteraadzaal waar het dak geïnspireerd was op de oude Vikinggebouwen, om te eindigen in die fameuze Gouden Zaal. En het is er inderdaad goud alom, je hebt bijna je zonnebril nodig. Naar het schijnt werden er zo’n 19 miljoen vergulde mozaïeksteentjes verwerkt.

Na het bezoek aan deze architecturale parels, zochten we de waterkant op. Dat blijft een deel van de aantrekkingskracht van Stockholm, je bent op veel plaatsen vlak bij het water. Gewoon rondwandelen, af en toe op een bank zitten en genieten van de avondzon en de omgeving.

Older Posts »

Categorieën