Gepost door: pharailde | april 7, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 4

31. Welk boek heb je het laatst gelezen?

32. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Het huidige kapsel (kort bob kapsel) heb ik sinds eind 2015. Daarvoor was het schouderlang, in laagjes geknipt om toch ietwat volume te krijgen. Ik heb dus ultrafijn haar, dat in de loop der jaren ook nog eens behoorlijk uitgedund is geworden. Het stak me tegen dat het er onderaan altijd zo trieperig uitzag, dat ik er de schaar heb laten inzetten. Het heeft nu wat meer karakter, vind ik.

33. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Neen. Ik gebruik de pc/telefoon zeer veel, dat geef ik toe, maar ik kan gerust uren met andere dingen bezig zijn, of op uitstap, of op bezoek, zonder dat ik op mijn foon kijk, tenzij om iets op te zoeken (achteraf wil ik wel facebook inhalen, dat wel 🙂 ). Hij staat wel altijd aan, en ’s nachts ligt hij naast mijn bed (daar gebruik ik hem ook zeer zelden), gewoon om bereikbaar te zijn.

34. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

No comment.

35. In welke winkel kom je graag?

In boekenwinkels.
Bij L’Occitane – wel duur, maar ze hebben enkele producten waar ik zeer tevreden over ben (wel jammer dat hun winkel in Gent nu weg is).
Bij Bonami – even schaamteloos reclame maken voor een goede vriendin van ons. Ik hou enorm van de sfeer van haar winkel, en, toegegeven ook van de koopwaar, dus kom ik daar toch niet al te vaak.
In teken/knutselwinkels. Ik vind het zalig om al die materialen (allerhande soorten papier, potloden, verf, stiften, enz.) in alle kleuren te zien. Dan vind ik het echt jammer dat ik niet creatiever ben om daar ook iets mee aan te vangen.

36. Welk drankje bestel je in een café?

Een glas rosé of een glas cava.
Afhankelijk van het moment of het gezelschap kan dat ook een warme chocomelk of een glas tonic zijn.

37. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Dat is een ingewikkelde om uit te leggen.
Ik heb altijd moeite om te vertrekken, dit wil zeggen, mij losmaken van de ene omgeving waar ik het goed heb om naar een andere omgeving te gaan. Dit houdt dus in dat ik moeite heb om thuis te vertrekken, ik wil dan nog van alles doen, of heb gewoon geen zin om schoenen en jas aan te doen – er is ook geen verband met waar we naartoe gaan, of ik er zin in heb of niet). Maar als we dan ter plaatse zijn, is de kans groot dat we bij de laatste blijvers zijn.

38. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Ik zou het niet weten. Ik ben eerder een uitvoerder dan een ondernemer. Ook op het werk behoor ik niet tot diegenen die nieuwe, verfrissende ideeën op tafel leggen.

39. Wil jij altijd winnen?

Tuurlijk. Winnen is leuk en goed voor je zelfvertrouwen. Maar het is niet het belangrijkste. Ik zal niet agressief of depressief worden omdat ik niet gewonnen heb. Het belangrijkste is dat ik plezier aan het spel beleefd heb (al zal ik wel hard vloeken op mezelf als ik bv. een fout (of geen) antwoord gaf op dingen die ik had moeten weten) en dat de medespelers een zelfde ingesteldheid hebben (en vooral kunnen lachen).

40. Ga je naar de kerk?

Vroeger wel, al lang niet meer (en sht, je moet dan weten dat ik ooit vormselcatechese gegeven heb, en een regentaatsdiploma heb waarbij ik o.m. godsdienst mag geven). Zoals veel mensen alleen nog voor een huwelijk of een begrafenis, maar de communie sla ik ook al lang over.
Indien ik mocht herbeginnen, zou ik ook een aantal dingen anders doen – geen kerkelijk huwelijk, geen dopen, geen communies meer. We hebben daar toen wel voor geopteerd omdat we het element “plechtigheid” wel belangrijk vonden, even stilstaan bij cruciale levensmomenten, maar zonder het geloofsaspect. Aangezien we beiden niet vertrouwd waren met andere opties (er was ook nog geen internet), hielden we het bij wat we kenden, ook al was bij ons allebei van geloof geen sprake meer. Gelukkig hadden we wel een pastoor die daar begrip voor had en ermee rekening hield.

Gepost door: pharailde | maart 25, 2020

Ziekenboeg (2)

Vervolg van dit.

Maandag 16 maart
Vrijdag werd op het werk beslist dat, naast de reeds geannuleerde publieksactiviteiten en externe vergaderingen, ook de leeszaal werd gesloten en dat alle interne overlegmomenten opgeschort werden. We kregen ook de keuze om naar kantoor te komen of – al dan niet gedeeltelijk – thuis te werken. Ik besloot om, zolang zoon S.W. in het ziekenhuis lag, gewoon naar kantoor te gaan, en te profiteren van het feit dat het zeer rustig ging zijn: weinig verkeer, weinig volk op de bussen, geen studenten in de buurt, afgelaste kermis, geen vrijwilligers en minder collega’s. Zalig gewoon.

Na het werk nam ik de tram naar het ziekenhuis om nog wat propere kleren en andere spullen die hij gevraagd had, af te geven. Aan de hoofdingang was een kleine bezoekersruimte afgebakend, zodat je het ziekenhuis niet kon binnenglippen. Ik gaf de tas aan de verpleegster (gelukkig had ik er op voorhand aan gedacht om er zijn naam en kamernummer op te schrijven) en ging naar huis. Ik maakte mij de bedenking dat je met het openbaar vervoer toch veel tijd moet hebben: ik was tussen werk en thuis ruim anderhalf uur onderweg om slechts enkele minuten in het ziekenhuis te zijn.

In de loop van de dag hadden ze, tot zijn grote vreugde, wel al die drain verwijderd, omdat er nog amper vocht uitliep. Op de foto’s was helemaal onderaan in zijn long wel nog een restant te zien, waardoor ze ’s anderendaags gingen bekijken of er al dan niet nog een kijkoperatie nodig was. Indien dit niet nodig was, en indien zijn CRP-waarden significant genoeg gedaald waren, werd er al stilaan over eventueel op woensdag naar huis gaan gesproken. Afwachten was andermaal de boodschap.

Dinsdag 17 maart
Laatste werkdag op kantoor: het archief werd helemaal gesloten en iedereen moest thuiswerken, behalve één collega die zich aanbod om in te staan voor de permanentie. Dit hield dus ook in dat ik moest bekijken welk werk ik thuis ging doen (ik was bezig met de inventarisatie van een archief en in dat stadium was het niet opportuun om alles te vervoeren) en wat ik daarvoor moest meenemen. Dan maar ook het thuisfront opgebeld om vervoer te regelen, want met die dozen op de bus ging niet goed lukken (het vertrek ’s avonds verliep trouwens ook in een heel vreemde atmosfeer: het leek een beetje op de sfeer voor de jaarlijkse collectieve sluiting in juli, maar toch ook niet, want het was geen vakantie, we hadden werk mee, en we wisten/weten ook niet hoelang dit allemaal zou/zal duren).

Nadat dit allemaal geregeld was, kreeg ik zowaar een bericht van zoonlief dat die “als-en” ok waren (er was geen kijkoperatie nodig, zijn CRP-waarden waren voldoende gedaald en de behandeling kon overgeschakeld worden van infuus naar pillen en dus thuis voortgezet worden) en dat hij dus naar huis mocht.
Ik contacteerde dan maar opnieuw het thuisfront om verder af te spreken: nadat wederhelft E. mij op het werk oppikte, reden we door naar het ziekenhuis om zoon S.W. op te halen (ik gokte er – gelukkig correct – op dat dit vlot zou verlopen, aangezien het heel kalm was op de weg; in normale omstandigheden zou dat een langdurige rit geweest zijn). Wederhelft E. moest ’s avonds dan nog naar een klant.

Zoon S.W. was dan wel heel erg blij om die ziekenhuismuren achter zich te laten, maar was toch even blij toen hij na het eten zijn – eigen – bed kon opzoeken, ondanks de talloze trappen naar zijn kamer – hij moet toch drie verdiepingen naar omhoog
[Daar had ik wel wat schrik voor, dat al die trappen te veel zouden zijn, maar uiteindelijk bleek dat mee te vallen, als hij het op zijn gemak deed/doet. Volgens de kinesist in het ziekenhuis was dat zelfs niet slecht, die trappen, omdat hij op die manier toch wat in beweging blijft zonder buiten te moeten].

Woensdag 18 maart
Een rare dag: ook al werkte ik af en toe eens een dag thuis, was het nu toch moeilijk om mijn draai te vinden.
De toestand van zoon S.W. was relatief goed, ook al was hij nog heel snel moe. Voor de rest viel er niet veel te melden.

Donderdag 19 maart
In de loop van de namiddag kreeg ik een bericht van dochter M. dat ze met hun kater naar de dierenarts moesten omdat zijn voorpoot helemaal opgezwollen stond, en ze het niet betrouwde. Poes Luna was wel snel hersteld na haar antibioticaspuit van vorige week, maar ze had sinds vorige donderdag plots regelmatig niesbuien. Dus heb ik aan dochter M. gevraagd om te informeren of het nodig was dat ik met Luna nog eens langskwam, want met die chaotische week en coronatoestanden was het er nog niet van gekomen om zelf te bellen. Ik mocht om half acht langsgaan voor nog een antibioticaspuit, want de dierenarts betrouwde het toch niet helemaal.

*****

Ondertussen zijn we een kleine week verder en gaat het leven zijn verdere gang. Zoon S.W. herstelt rustig verder en lijkt elke dag een klein beetje beter. Vrijdag moet hij op controle en ik ben wel benieuwd. Ook Luna lijkt genezen.
We blijven braafjes binnen, behalve om boodschappen te doen of een frisse neus te halen, ontvangen geen bezoek en doen ons werk gewoon voort van thuis. Normaal gezien zijn de lockdownmaatregelen nu tot en met 5 april, maar ik ben benieuwd. We hadden begin april een weekendje Bonn geboekt om een tentoonstelling over van Beethoven te bekijken, maar dat valt helaas in het water. Gelukkig had ik nog geen treintickets gekocht. Vandaag kregen we wel bericht van het hotel dat het hotel sowieso gesloten is tot half april, en dat ze ons een voucher zullen bezorgen. Later op het jaar kunnen we alsnog Bonn verkennen, weliswaar zonder Beethovententoonstelling, maar dan is er nog altijd zijn geboortehuis.
Wat me wel opvalt in deze coronatijden: we worden op sociale en andere media overladen met tips om onze dagen te vullen (online voorstellingen, online films, online museum/monumentenbezoeken, challenges, en noem maar op) met telkens de boodschap “nu jullie toch tijd hebben”. Maar we hebben helemaal geen extra tijd: we werken nog steeds fulltime, we worden overspoeld met massa’s informatie die we een beetje willen volgen, en dat huishouden loopt ook niet vanzelf, integendeel zelfs, aangezien de poetsvrouw niet meer komt, komt het schoonmaken er ook nog bij.
Voor de rest gaat het leven hier zijn gewone gangetje, ook al hadden we vorige week beiden het gevoel dat de hele situatie heel bevreemdend, heel surrealistisch aandoet. Ik vind het ook niet heel erg dat het een na het andere afgelast werd, dat geeft even een ademruimte in de agenda. En het feit dat het overal zo rustig is (behalve op onze wandeling in de Bourgoyen gisteren), bevalt me ook ten zeerste.

Om af te sluiten nog een fotootje van Luna (een foto van de (zieke) zoon heb ik niet, en zou niet in goede aarde vallen, vrees ik). Wat zouden we doen zonder poezenfoto’s in deze surrealistische tijden 🙂

Gepost door: pharailde | maart 22, 2020

Ziekenboeg (1)

Even proberen om de gebeurtenissen van de voorbije twee weken op een rijtje te zetten.

Donderdagavond 5 maart.
Zoon S.W. vertrok voor een paar dagen naar een vriendin in De Pinte.

Weekend 7-8 maart.
Als hij in De Pinte is, komt hij soms overdag naar huis, als zij gaan werken is.
In de loop van de zaterdagvoormiddag belde hij me op om te zeggen dat hij toch niet naar huis kwam omdat hij vrijdag opgestaan was met veel rugpijn. De huisarts daar had wat medicijnen voorgeschreven voor en als het maandag niet beter was, moest hij terugkomen. Zondag ergens had hij de indruk dat het toch iets beter ging.

Maandag 9 maart – thuiswerkdag.
Toen ik beneden kwam, viel het me op dat poes Luna op de zetel bleef liggen. Normaal loopt ze te miauwen tot ze eten krijgt, maar niets van dat alles. Ik dacht eerst dat ze gewoon nog wat slaperig was, maar ze bleef de hele dag op haar kussen liggen slapen, en kwam niet eten of drinken. In de loop van de namiddag toch maar de dierenarts gebeld om raad, want ik wou geen risico nemen: madam is bijna 16 en twee overleden poezen vorig jaar (in augustus en december) is meer dan genoeg. Ik kon onmiddellijk terecht en ze bleek 40°C koorts te hebben, waarvoor ze prompt een inspuiting met antibiotica en koortswerend middel kreeg. De volgende dagen moest ik haar zelf nog koortswerend middel geven. Blijkbaar was dit een soort mirakelspuit, want eenmaal thuis was ze weer actief en hongerig. Een portie tonijn (dikwijls een goede remedie als poezen weinig eetlust hebben) ging er vlot in. Ook de volgende dagen gaf ze niet de indruk van nog ziek te zijn.

Inmiddels had ik van zoonlief bericht gekregen dat de rugpijn weer veel erger was, en dat de dokter ging komen. Die had bloedstalen genomen en een afspraak gemaakt voor een röntgenfoto op dinsdagochtend.
Rond kwart voor elf ’s avonds had ik hem aan de lijn, wat weinig goeds betekende. Inderdaad, blijkbaar had het labo ’s avonds nog de huisarts gecontacteerd, die zoonlief contacteerde of hij onmiddellijk langs kon gaan: zijn infectie(CRP)-waarden bleken veel te hoog en de dokter vermoedde een longontsteking. Hij kreeg onmiddellijk een inspuiting met antibiotica en moest diezelfde avond en ’s ochtends nog een antibioticapil innemen.

Dinsdag 10 maart
De RX-foto toonde duidelijk een long- en longvliesontsteking van de linkerlong aan, waardoor de dokter een ziekenhuisopname veiliger achtte: zo kon hij beter opgevolgd worden en kon de antibiotica intraveneus toegediend worden en dus sneller werken.
Inmiddels was ons land stilaan in de greep van het coronavirus en werd hij in Maria Middelares onmiddellijk in afzondering geplaatst om voor alle zekerheid getest te worden. Zo bracht hij, na enkele onderzoeken en bloedafnames, een paar uur door op de spoedafdeling zelf, op zo’n ongemakkelijk liggende onderzoekstafel, zonder iemand te zien. Gelukkig kreeg hij wel zijn voorgeschreven medicijnen. In de late namiddag werd hij dan naar een voorlopige kamer gebracht, weliswaar volledig in quarantaine, maar toch al in een deftig bed. En telkens iemand bij hem moest zijn (om eten te brengen/af te ruimen, een infuus vervangen, e.d.m.) moesten die zich volledig in beschermende kledij hullen.

Woensdag 11 maart
Na de middag kwam eindelijk het verlossende bericht dat hij niet besmet was met het coronavirus. Een grote oef! Want ook al was de kans heel miniem, het bleef op de achtergrond toch door mijn hoofd spoken: “Wat als …?”
Maar nu mocht hij verhuizen naar een gewone kamer, en kon ik na het werk eindelijk op bezoek gaan. Hij had veel pijn (bij elke beweging, bij hoesten, bij niezen, bij lachen, bij wat dieper in te ademen), had het lastig om te praten, elke inspanning – zoals van zijn bed naar het toilet gaan en terug – was er één te veel, en zijn koorts schommelde (gelukkig geen al te hoge koorts meer, maar toch nog steeds koorts).

Na dit ziekenhuisbezoek ging ik terug naar het werk voor een lezing ’s avonds over de wederzijdse invloed van Britse en Belgische kunstenaars in de 19de eeuw (prof. dr. Marysa Demoor). Het bleek voorlopig de laatste activiteit te zijn, want onze directeur schortte alle externe activiteiten in onze gebouwen voor enkele weken op.

Voor mij waren dit rare, onwezenlijke dagen. Aan de ene kant was ik gefocust op de berichten en de gang van zaken in het ziekenhuis, aan de andere kant was er de stroom nieuwsberichten en aankomende maatregelen over het coronavirus, en eigenlijk werd ik verondersteld om mij te focussen op mijn werk.

Donderdag 12 maart
In de voormiddag thuisgewerkt, in de namiddag verlof genomen om op bezoek te gaan.
Ondertussen werd hij goed opgevolgd, met regelmatige controle van koorts en zuurstof, foto’s en bloedafnames.

Ik moet toegeven dat ik het niet erg vond dat de lezing (over Jan Van Eyck) waar we die avond naartoe gingen (en achteraf uit eten – toen mocht dat nog net) afgelast werd, en we gewoon ‘in ons kot’ konden blijven.

Vrijdag 13 maart
Als ik me goed herinner werd er op donderdag geopperd dat, als alle waarden goed genoeg waren, hij misschien in het weekend naar huis mocht. Op vrijdag was daar geen sprake meer van: op de foto’s was duidelijk te veel vocht in zijn long te zien en wellicht ook etter, en zijn CRP-waarden stegen alleen maar i.p.v. te dalen, ondanks de hoeveelheden antibiotica die hij reeds gekregen had. Dat vocht zat blijkbaar te veel in de weg. Na controle via een CT-scan werd beslist om een buisje (een “drain’ in het schoon Vlaams) te steken om dat vocht af te voeren. Een bijzonder pijnlijke ingreep, onder plaatselijke verdoving, waar hij serieus moest van bekomen.
’s Ochtends was bovendien het bericht gekomen dat er per patiënt max. 2 vaste, geregistreerde bezoekers mochten komen, opdat ze in het ziekenhuis een beter zicht zouden hebben op wie er binnen en buiten liep. Omdat hij zoveel last had van die ingreep, vond hij het zelfs te lastig dat ik op bezoek kwam.

We waren eigenlijk afgesproken dat ik pas op zaterdag langs ging gaan omdat we op vrijdag, na de werkdag, nog naar de Colruyt moesten. Ik hield mijn hart vast na alle verhalen over drukte, lange rijen aan de kassa’s en plunderaars (allez, hamsteraars), maar tot mijn verbazing viel dit allemaal zeer goed mee: veel parkeerplaatsen, voldoende karren, weinig volk, amper moeten wachten aan de kassa, maar dus ook veel lege rekken en lege diepvriezers. Tot mijn allergrootste verbazing waren ook alle courante groenten op: geen wortels, geen bloemkolen, geen champignons, geen tomaten, geen komkommers, enz. Wel nog ramenassen en zo, blijkbaar vielen die minder in de smaak.

Zaterdag-zondag 14-15 maart
De coronamaatregelen werden andermaal verstrengd en vanaf zaterdag werd in alle ziekenhuizen bezoek verboden. Tot zover onze planning. Gelukkig leven we dan weer in deze moderne tijden en zijn er voldoende andere communicatiemiddelen om op de hoogte te blijven.
Door de afvoer van dat vocht kon hij weer vrijer ademen, en voelde hij zich al een pak beter. Ook zijn CRP-waarden gingen eindelijk in dalende lijn. De antibiotica deden nu toch hun werk. Inmiddels waren ze in het labo naarstig op zoek om te achterhalen welk beestje precies hem zo parten speelde, kwestie van een meer gericht antibioticum te kunnen geven (spoiler alert: ze hebben het nog steeds niet gevonden).

… (wordt hier vervolgd)

Gepost door: pharailde | maart 8, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 3

21. Maakt het veel uit wat anderen van je zeggen?

Zeer zeker. Maar zoals bij zoveel, is enige nuance ook hier op z’n plaats.
Zoals voor de meeste mensen is het gewoon leuk om een compliment te krijgen. Maar een positieve opmerking krijgen voor iets wat ik gedaan heb (of het nu om een gerecht in de keuken gaat, of een vergaderverslag op het werk) heeft nog een extra impact: het geeft mij voor even het gevoel van toch iets te kunnen (cf. de eeuwige twijfel aan mezelf en het gevoel dat anderen het veel beter kunnen). Gelukkig hoor ik zeer zelden negatieve opmerkingen, want daar zou ik toch langere tijd niet goed van zijn.

Anderzijds leven we ons leven zoals wij dat willen, en kan het me geen moer schelen wat anderen daarvan vinden – of we nu naar hier op vakantie gaan ipv naar daar, of we graag naar dit restaurant gaan ipv naar dat meer hippe ergens anders, of ons interieur er nu zo uitziet ipv volgens de heersende modetrend, of me nu met deze auto rijden ipv met die chique bak, … het zal me allemaal worst wezen. Als ik/wij er me/ons niet goed bij voelen, dan doen we het niet. Er zijn al verplichtingen genoeg.

22. Wat is je favoriete dagdeel?

Mijn eerste reactie was: “ik heb geen favoriet dagdeel”, maar bij nader inzien heb ik dat eigenlijk wel: de hele late avond. Ik spreek dus wel van elf uur, half twaalf, en zeker als ik dan alleen ben (als wederhelft E. naar bad is of al gaan slapen bv.). Alles is dan stilgevallen, je hoort veel minder verkeer, er zijn doorgaans geen mails, chats of telefoons meer, geen tv meer, muziek uit. Zalig om dan wat bij te lezen of zo. Groot nadeel: dikwijls ben ik dan gewoon te moe, en dikwijls is het ook kiezen tussen genieten van die rust of genieten van wat meer slaap. Jaren geleden was dat ook het moment van de dag dat ik erin slaagde om dingen voor gentblogt te doen.

Terwijl we dan toch bezig zijn, mijn minst favoriete moment van de dag: de periode dat het donker wordt, zeker op stralend mooie dagen. Ik weet niet waarom, maar dat moment maakt me wat depri, wat melancholisch. Dat gaat dus gelukkig onmiddellijk weg als het volledig donker is.

23. Kun je goed koken?

Ik heb nooit het gevoel dat ik kan koken – dan moet je naar mijn idee alles volgens de regels der kunst doen (en die regels ook kennen), en het jargon (en de bijhorende handelingen) onder de knie hebben.
Ik kan wel eten klaarmaken en grosso modo een recept volgen (als het niet te ingewikkeld is, anders begin ik er gewoon niet aan). Over het algemeen heb ik wel de indruk dat het lekker is wat ik klaarmaak, ik heb toch nog niet echt klachten gehoord. En ook bezoek zegt geregeld dat het lekker was. Het kan natuurlijk wel zijn dat we altijd beleefde mensen over de vloer krijgen.

Eigenlijk moet je die vraag dus aan de mensen rondom mij voorleggen.

24. Op welk seizoen lijk je het meest?

Pff, daar kan ik weinig zinnigs op antwoorden.
Ik heb ook niet echt een favoriet seizoen (hoewel toch een lichte voorkeur voor mooie dagen waarop we buiten kunnen). Ik vind het vooral fijn als het weerbeeld overeenkomt met het seizoen (de laatste jaren is dat helaas een beetje zoek).

25. Wanneer heb je voor laatst een dag helemaal niets gedaan?

Ik doe nooit helemaal niets (wie wel eigenlijk?).
Zelfs op een vakantiedag of in het weekend moeten er altijd wat huishoudelijke taken gebeuren, al is het maar tafel dekken en afruimen, koken, e.d.
En op vakantie lopen we toch ook altijd wel ergens rond.
Akkoord, ik ben nogal lui van aard, en kan redelijk gemakkelijk luieren, maar dan ben ik toch wel altijd iets aan het doen: lezen, schrijven, computeren, puzzelen, …

26. Was je een gelukkig kind?

Dat weet ik niet zo goed meer. We hadden een warme thuis, maar ik had niet echt vriendjes of vriendinnetjes. We woonden aan een drukke straat, dus buitenspelen met kinderen uit de buurt was uitgesloten, en op school kreeg ik regelmatig tijdens de speeltijd te horen: “jij mag niet meespelen”. Ik ging tijdens de middagpauze dan maar de juf van de derde kleuterklas helpen, ik vond dat leuk.
Maar ik kan me mezelf zeker niet herinneren als een heel ongelukkig kind, maar ook niet echt heel gelukkig. Het zal geweest zijn zoals het leven, denk ik, met goede en minder goede momenten.

27. Koop je vaak bloemen?

Toch wel regelmatig. Ik vind het heel fijn om bloemen in huis te hebben. Wederhelft E. weet dat, maar koopt er nooit (ook niet voor verjaardag of zo, alleen toen de kinderen geboren zijn). Ik heb afgeleerd om daarover ongelukkig te zijn, en ik koop ze gewoon zelf.
En van bezoek krijg ik ook geregeld prachtige ruikers, dan is het extra genieten.

28. Wat is je droom?

Dat ons huis ooit eens afgewerkt geraakt. 🙂
We zijn al ver, maar er resteren nog een aantal pijnpunten die verschrikkelijk op mijn zenuwen kunnen werken.

Voor de rest heb ik geen grote dromen. Ik ben ook op een leeftijd gekomen dat ik daar geen energie meer wil insteken. Dit klinkt misschien wat fatalistisch maar is het zeker niet. Ik ben gelukkig met ons leven nu, en hoop vooral dat we dit nog heel lang verder kunnen invullen.

29. In hoeveel huizen heb je gewoond?

Het is nu het vijfde huis waarin ik woon, en – wellicht toch uitzonderlijk – steeds in dezelfde straat. Ik schrijf daar nog wel eens uitgebreider over.

30. Wat is jouw guilty pleasure?

Ik snoep te graag om goed te zijn.
Er zijn er ongetwijfeld nog, maar zoals dat gaat, zal ik er pas opkomen als dit hier al lang en breed online staat.

Gepost door: pharailde | februari 27, 2020

Zo gelezen

Enkele maanden geleden kreeg ik de vraag of ik zin had om op onderstaand vragenlijstje te antwoorden voor publicatie in Meta, het vaktijdschrift voor archivarissen en bibliothecarissen.

Aangezien we hier nu toch bezig zijn met vragenlijstjes, kan ik mijn antwoorden ook hier bewaren, voor wat het waard is. Inmiddels ben ik natuurlijk wel al aan andere boeken bezig 🙂

Welk(e) boek(en) lig(gen) er nu op je nachtkastje? Wat zijn je eerste indrukken?
Op het nachtkastje liggen momenteel de thriller De behandeling van Mo Hayder, en Wat zoudt gij zonder ’t vrouwvolk zijn? van Monika Triest. In mijn handtas zit mijn e-reader, met daarop nu A new lease of death (Ruth Rendell), en in de living ligt Drang naar het oosten (Frank Seberechts).

Welk(e) boek(en) zou je aan iedereen willen aanraden, en waarom?
Ik heb altijd graag en veel gelezen (ik was lang geleden een van de weinigen in de klas die de verplichte schoollectuur absoluut niet erg vond, integendeel), maar ik vind het moeilijk om boeken aan te bevelen aan anderen, omdat dit zo persoonlijk is.
Is een lijstje met de boeken die me bijgebleven zijn, ook ok?
Waterschapsheuvel (Richard Adams), De engel zweeg (Heinrich Böll), Jane Eyre (Charlotte Brönte), Wilde Zwanen (Jung Chang), Eline Vere (Louis Couperus), Duizend schitterende zonnen (Khaled Hosseini), Rosalie Niemand (Elisabeth Marain), Sophies Choice (William Styron), De schaduw van de wind (Carlos Ruiz Zafón), One Day (David Nicholls), Woesten (Kris Van Steenberge), My brilliant friend, dl. 1 en 2 (Elena Ferrante), …

Wat vertelt jouw boekenkast over jou?
Dat boeken een belangrijke plaats innemen in ons leven (van mij en de echtgenoot), ook gezien de kast een volledige livingwand beslaat en nog te klein is, en dat we niet kunnen laten om boeken te kopen, vooral non-fictie. Het is ook een afspiegeling van onze interesses: romans, literatuur, kunst (kunstgeschiedenis, beeldende kunst, architectuur, fotografie, muziek, …), geschiedenis, Gent, reizen, natuur, …

(Boekenrek in 2012. Inmiddels is de living wel gepleisterd en zijn de boeken
al enkele keren herschikt wegens plaatsgebrek.
Een deel is zelfs verhuisd naar andere kamers in huis)

Lees je alle boeken uit of stop je als je een boek niet goed vindt? Zijn er boeken die je weigerde uit te lezen?
Doorgaans lees ik boeken uit, zeker romans. Ook al zijn ze soms minder, ik ben nieuwsgierig om te weten hoe het afloopt. Ik herinner me slechts één boek dat ik na enkele hoofdstukken weggelegd (en weggegeven) heb: De Celestijnse belofte (James Redfield), dat was mij te zweverig.

Is het boek altijd beter dan de film? Welk boek zou je graag eens verfilmd willen zien?
Niet altijd. Zo vond ik de verfilmingen van de boeken van Dan Brown veel beter dan de boeken: de verhalen waren veel meer gebald. Idem met de Millennium Trilogie van Stieg Larsson.
En boeken die ik echt graag gelezen heb, wil ik doorgaans niet verfilmd zien. Zo ben ik nooit gaan kijken naar One Day.

Met welk boekenpersonage zou je goed bevriend kunnen zijn?
Ik kan me niet zo direct een personage voor de geest halen.
Als een boek uit is, ervaar ik soms wel een gemis: het verhaal is gestopt en je moet definitief afscheid nemen van een personage zonder ooit te weten hoe het hem/haar verder vergaat (wat geen pleidooi is om voor veel boeken een vervolg te schrijven, zoals bij Gone with the wind).

Wat zijn je leesgewoontes? Lees je ook digitaal? Hoe en waar lees je?
Ik lees eigenlijk overal. Vast moment is in bed, vlak voor het slapengaan. Hoe moe ik ook ben, ik moet eerst wat gelezen hebben (ook al is het maar een halve bladzijde en moet ik die ’s anderendaags opnieuw lezen), anders val ik moeilijker in slaap. Ook als ik alleen onderweg ben, met bus of trein, of in wachtzalen, zal ik altijd lezen. En daarvoor is een e-book een godsgeschenk: neemt niet veel plaats in, je hebt een hele bib mee (handig voor als je boek bijna uit is)
Genieten als het mooi weer is om te lezen in de schaduw op het terras – kan een artikel zijn, de krant, een boek

Gepost door: pharailde | februari 22, 2020

Verjaardagsuitstap 6.0

Die 6.0 in de titel heeft dus niets met vergevorderde ICT te maken, maar is gewoon een flauwe woordspeling op het feit dat wederhelft E. vorige dinsdag 60 geworden is. Jawel. En ’s avonds stelden we tot onze grote verbazing vast dat ook Dirk Brossé dinsdag 60 werd. Altijd bijzonder als je mensen tegenkomt – al dan niet virtueel – die op dezelfde dag geboren zijn. Maar dit terzijde.

Traditiegetrouw gingen wij dus op uitstap. Zowaar zelfs heel dicht bij de deur: we hadden tickets voor Van Eyck. Een optische revolutie, de grote Van Eyck tentoonstelling in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Die wilden we zeker zien, dus toen de ticketverkoop in het voorjaar van 2019 van start ging (met vroegboekkorting), hebben we onmiddellijk gereserveerd als verjaardagsuitstap. Ondertussen is het in de hele stad en op alle media al Van Eyck wat de klok slaat, waardoor ik wat huiverachtig begon te worden: “ging dit nog de moeite zijn?” Volmondig ja dus.


Madonna bij de fontein, KMSKA, te zien op de tentoonstelling (bron: Wikipedia)

Ook al waren er enkele minpuntjes. Zo werd je een beetje behandeld als “toeristenvee”: aanschuiven en wachten bij het binnenkomen, aanschuiven en wachten voor de – verplichte – vestiaire, aanschuiven en wachten voor de audioguide. Want het was zeer druk, ondanks de tijdsloten. En dat belemmerde toch een vlot bezoek. Het maakte het gewoon al moeilijk om je door de ruimte te bewegen, want overal stonden mensen stil om naar de werken te kijken, de audioguide te beluisteren of de zaalteksten te lezen (die op de koop die zeer hoog waren aangebracht: bovenaan de muur, tegen het plafond). En om de – soms heel kleine – werken dan eindelijk te kunnen bekijken, moest je het nodige geduld oefenen tot er een plekje vrij kwam om de hand van de meester zelf te kunnen aanschouwen.
Daarnaast waren er ook te veel ‘secundaire’ werken: werken van tijdgenoten, kopieën, werken “naar” Van Eyck. Het was natuurlijk de bedoeling om de betekenis van Van Eyck te contextualiseren en naast zijn tijdgenoten te plaatsen, maar dat mocht wat minder. Zo moest je verschillende zalen doorlopen vooraleer aan de eerste Van Eyck te komen. En tegen het einde van de tentoonstelling waren we zodanig verzadigd met informatie dat we alleen nog interesse hadden voor de schilderijen van Van Eyck zelf.

Maar, maar, maar: het loont wel degelijk allemaal de moeite. We hebben daar dan ook meer dan drie uur rondgelopen (mede door de drukte) Alles wat we tot nu toe gehoord en gelezen hadden, bevestigt alleen maar wat we met onze eigen ogen konden zien: een meesterlijk schilder. Ik had dat eigenlijk nooit beseft.


Mijn lievelingsschilderij: Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, National Gallery
Londen, helaas niet op de tentoonstelling (bron: Wikipedia)

Inmiddels was het na twee uur, en we besloten om de bus te nemen naar het station, daar een broodje te kopen, dat op te eten op de trein naar Oostende en daar dan een (strand)wandeling te maken. Tot zover het plan. De busrit verliep zonder noemenswaardige problemen (behalve dat we de vorige net gemist hadden) en dat broodje kochten we ook snel (de lunchpauze was al ruimschoots voorbij). Toen bleek dat de trein naar Oostende op dat moment aan het perron (perron 12) stond, wat we onmogelijk konden halen, aangezien we ook nog tickets moesten kopen. Dit betekende een half uur wachten. We aten dan maar op het perron (temperatuur en wind waren gelukkig net te doen) en veranderden dan van bestemming: de trein naar Knokke was tien minuten vroeger. We stapten af in Duinbergen, vonden de weg naar de zee, wandelden op ons gemak via het strand naar Knokke, aten een pannenkoek in de Royale en stapten door de Lippenslaan (niet zo’n toffe straat eigenlijk) naar het station. Onderweg passeerden we trouwens nog architectuurerfgoed: het “Zwart Huis” (woning van dokter De Beir) van Huib Hoste.

Inmiddels was het donker geworden en begon het te regenen. Tegen acht uur waren we in Gent, reden we met de bus naar de Vlaanderenstraat, wilden we eigenlijk Thais gaan eten, maar dinsdag was sluitingsdag, en eindigden we deze gezellige dag bij de Griek.
Zo’n dagje echt vakantie tussendoor doet deugd.

Gepost door: pharailde | februari 17, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 2

11. Tot welke leeftijd geloofde je in Sinterklaas?
Dat weet ik eigenlijk niet meer. Ik vermoed dat ik een jaar of zeven, acht zal geweest zijn maar ik kan me het moment dat mijn moeder mij de ware toedracht vertelde niet meer herinneren (hierbij ga ik ervan uit dat mijn moeder mij dat verteld heeft, mijn vader kennende, liet hij dergelijke zaken aan mijn moeder over – hij ging wel volledig mee in de rituelen rond het Sinterklaas- en Paasgebeuren, rituelen die we later bij onze eigen kinderen lieten voortleven).
Wat ik wel nog goed herinner hoe leuk ik het vond dat ik het geheim wel al kende maar mijn broer (2,5 jaar jonger) en zus (7 jaar jonger) nog niet. Dat samenzweerderige met mijn ouders was fijn. In mijn prille tienerjaren mocht ik de Sint zelfs helpen om het speelgoed voor de anderen klaar te zetten.

12. Wat wil je nog graag kopen?
Een nieuwe vloer voor de gang, een nieuwe trap, verlichting voor living en eetkamer, … Enfin, vooral zaken om dit huis toch eens – grosso modo – afgewerkt te krijgen.
Voor de rest heb ik niet echt een verlanglijstje van dingen die ik nog graag wil kopen. Als we zaken kopen, is dit doorgaans ter vervanging van dingen die aan vernieuwing toe zijn.

13. Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?
Meer doorzettingsvermogen, beter kunnen focussen op wat ik aan het doen ben, vooral als ik moet/wil schrijven. Ik ben veel te snel afgeleid, het is alsof mijn hersenen mij veel te snel in de steek laten als ik een zin wil vormen of een goede formulering wil zoeken, waardoor ik eens moet rondlopen, even op facebook en co moet passeren, enz. Bij meer routinematige of huishoudelijke klussen geeft dit veel minder problemen.
Van dezelfde orde heb ik een probleem met beginnen aan een taak (hier dus ook bij bv. huishoudelijke klussen). Beetje last van procrastinatie dus. Dit kan ook te maken hebben met moeite om van ‘toestand’ te veranderen: zo heb ik heel dikwijls moeite om te vertrekken.
Enfin, rare kronkels, en nogal moeilijk om in een paar woorden/zinnen uit te leggen. In ieder geval, goed dat er soms deadlines zijn.

14. Wat is je favoriete tv-programma?
Wij kijken nooit naar televisie zelf (hebben al jaren geen kabelaansluiting meer), maar vinden nog voldoende kijkvoer via VRTnu en Netflix, zijnde series, films en documentaires.
Zelfs via VRTnu bekijken we heel weinig televisieprogramma’s, die kunnen ons maar zelden bekoren. Hier en daar zijn er toch uitzonderingen, zoals Winteruur en Alleen Elvis blijft bestaan.

15. Wanneer ben je voor het laatst in een pretpark geweest?
Ik schat zo’n 40 jaar geleden, in Phantasialand (Duitsland). Ik hou niet van pretparken (en bij uitbreiding kermissen). En gelukkig wederhelft E. ook niet. De kinderen hadden dus brute pech want wij weigerden met hen naar pretparken te gaan: we vonden dat dom om zoveel geld uit te geven voor iets waar we zelf geen plezier aan hadden. Ze mochten gerust mee met school, grootouders en vriendjes. Ik vond bovendien dat je dat beter bezoekt als je wat ouder bent, met vriend(inn)en of je lief.
Naar de kermis gingen we wel, dat nam geen hele dag in beslag en zo hadden we geen drie weken gezaag 🙂 (ze wisten zeer goed wanneer de kermis er stond, want ze passeerden daar als ze met school gingen zwemmen).

16. Hoe oud hoop je te worden?
Tja, dat is een beetje moeilijk om daar een leeftijd op te plakken nietwaar.
Laat het ons houden bij het cliché-antwoord: “zo oud mogelijk zolang het menswaardig blijft en er nog voldoende levensvreugde is.”

17. Aan welke vakantie denk je met weemoed terug?
Ik kan me geen enkele vakantie voor de geest halen waar ik speciaal met weemoed aan terugdenk. Elke vakantie roept haar eigen specifieke herinneringen op.
En dan toch misschien, als ik er nog eens goed over nadenk, de vakanties in Oostende toen de kinderen klein waren. Niet dat het toen altijd rozengeur en maneschijn was, want ook daar maakten ze ruzie, moesten we opruimen en voor eten zorgen, moesten we bij regenweer activiteiten bedenken, enz. Maar het was ook dikwijls gewoon leuk en gezellig, en roept een zweem van weemoed op als ik eraan terugdenk.

18. Hoe voelt liefdesverdriet voor jou?
Hartverscheurend, pijnlijk, een knauw voor het zelfbeeld.
Het laatste liefdesverdriet ligt gelukkig al 34 jaar achter mij, en is inmiddels reeds heel lang verwerkt en vergeten. Dat mag daar blijven, in dat ver verleden.

19. Had je liever anders willen heten?
Vroeger was dat gevoel sterker, om een andere naam te hebben, maar ik heb nooit een alternatief gevonden, in de zin van “zo zou ik nu echt graag willen heten.” Nu heb ik eerder iets van: “ok, dat is mijn naam, iedereen kent mij zo, voor hen is dat gewoon en zij staan daar niet bij stil of dit nu een lelijke naam is of niet (allez, denk ik toch), dus ga ik daar verder niet bij stilstaan en energie in steken”

20. Waarin heb je aan jezelf getwijfeld?
Euh, story of my life. Ik twijfel gewoon in alles (allez, toch heel veel) aan mezelf. Niet dat ik constant het gevoel heb dat ik niets kan, wel dat anderen alles veel en veel beter kunnen: anderen zijn slimmer, maken minder fouten, kunnen beter koken, zijn betere moeders, kunnen spitanter schrijven, kunnen het werk beter, zijn socialer, zijn aantrekkelijker, en zo kan ik nog even doorgaan.

Gepost door: pharailde | februari 10, 2020

Februari

Ik kom tot de vaststelling dat ik eigenlijk niet hou van de maand februari. Dan worden er veel te veel zaken georganiseerd waar ik geen/weinig voeling mee heb, of zelfs ronduit een hekel.

Dat begint al eind januari met Gedichtendag. Ik heb zelf niet zoveel affiniteit met poëzie en ik zal zelden spontaan een gedichtenbundel ter hand nemen, al zijn er zeker gedichten die me wel kunnen bekoren (die ik dus begrijp). En een gedicht ergens tussendoor valt ook wel eens in de smaak. Maar op Gedichtendag is dat zo’n overaanbod in alle media en willen alle vrienden een gedicht op Facebook delen, dat ik blij ben als die dag gepasseerd is. Alhoewel. De laatste jaren is Gedichtendag het begin van een hele Poëzieweek.

Intussen zien alle etalages en reclame alweer weken bloedrood en vol hartjes: Valentijn dus. Ook geen fan van, en geen behoefte om dat te vieren (trouwens, moeder- en vaderdag later op het jaar gaan evengoed aan ons voorbij). Cadeautjes kopen we niet (we hebben met kerst al geen inspiratie, en verjaardagscadeaus voor elkaar hebben we omgezet in een daguitstap), op bloemen moet ik nooit rekenen, en uit eten gaan lijkt mij ook niet leuk (tussen allemaal ‘vierende’ koppels verplicht romantisch doen en allemaal hetzelfde menu op je bord krijgen, neen dank u). Een extra Valentijnkus volstaat voor ons. Ook het jaarlijkse literair programma Saint-Amour kan me niet bekoren: literatuur wil ik lezen, niet beluisteren (en bovendien, met alle respect, er zijn auteurs die ik heel graag lees, maar absoluut niet graag hoor spreken/voorlezen).

Later op de maand volgt dan de grootste horror: carnaval. Gelukkig heb ik daar nu niet zoveel last meer mee, ik laat berichtgeving daarover gewoon passeren, maar toen de kinderen verkleed op school verwacht werden, was dat toch altijd een beetje stressen (misschien had ik toch beter toegegeven aan de commercie en ze gewoon wat verkleedpakjes gekocht – sorry kroost).

De laatste jaren is daar dan nog een nieuw fenomeen bijgekomen: de dagen zonder dit en de dagen zonder dat. Dus ook geen voeling mee. Voor alle duidelijkheid: ik vind het zeer goed dat die problematieken onder de aandacht komen, maar ik heb wat moeite met die georkestreerde alles-of-niets-toestanden (en toegegeven, ook een beetje met de kuddementaliteit die daaruit voortvloeit).

Maar om niet helemaal verzuurd over te komen, ik geef het toe: februari heeft ook leuke kanten.
Zo probeer ik wel om op O.L.Vrouw Lichtmis pannenkoeken te bakken. Om toch even tegendraads te zijn, volg ik hier wel de ‘kudde’, vooral omdat de huisgenoten blij zijn als ik pannenkoeken bak, en die dag dan gewoon een goede kapstok is.

Dan is er binnenkort ook de verjaardag van wederhelft E. (60 reeds al dit jaar, slik), altijd om naar uit te kijken. Omdat we dan een dag voor onszelf nemen en op uitstap gaan. Dit jaar houden we het zowaar zelfs heel dicht bij huis en gaan we naar Van Eyck.

En ook om altijd naar uit te kijken: de dagen worden langer. Joepie!

Gepost door: pharailde | februari 9, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 1

Ik wil al een tijdje deze plek nieuwe leven inblazen, maar het komt er maar niet van (1001 excuses). Ik zag wel al een tijdje deze reeks bij saturnein, en nu ook bij Lentebloem en ik dacht: “laten we dat ook eens proberen, misschien helpt dit wel om hier regelmatiger te passeren en ook weer andere dingen online te zetten”. Het zal wel een uitdaging worden om een deftig antwoord te vinden op sommige vragen:, heb ik reeds gezien 🙂

1. Met wie kun je het beste opschieten?
Oef, de eerste vraag kan al vlot beantwoord worden 🙂
Dat is al bijna 33 jaar mijn liefde, mijn vriend, mijn steun en toeverlaat, wederhelft E. We verstaan elkaar met een half woord, hebben tal van gespreksonderwerpen, maar – niet onbelangrijk – we kunnen evenzeer goed zwijgen bij elkaar, zonder dat het ongemakkelijk voelt.
Volgende in rij zijn de kinderen. Met elk van hen heb ik een zeer goede band (enfin, ik denk dat toch) en kan ik goed opschieten.

2. Waar besteed je te veel tijd aan?
Facebook – vooral door het doorklikken (en lezen) naar diverse artikels die vrienden linken, en via de erfgoed- en mediapagina’s die ik volg. Al een geluk dat ik daar geen spelletjes en dergelijke speel, en Twitter en Instagram niet volg.

Het volgende zal wellicht niet volgens de geest van de vraag zijn, maar wel een behoorlijke bron van frustratie: ik heb ook veel te veel tijd nodig om iets te schrijven. Ik zou willen dat de teksten gewoon uit mijn (virtuele) pen vloeien, maar dit lukt niet: het kost veel tijd om de zaken die in mijn hoofd malen om te zetten in deftig leesbare zinnen – of dit nu gaat om artikels voor het werk, of indertijd voor Gentblogt, of hier. Vooral beginnen met schrijven is een regelrechte ramp: als ik geen begin vind, dan geraakt de rest ook nergens. Ik zou willen dat dit sneller kon. Deadlines helpen soms wel.

3. Om welke grappen kun je heel hard lachen?
Ik ben fan van droge humor, woordspelingen, ironie en sarcasme (als het niet kwetsend of op de man/vrouw gespeeld wordt), absurde humor.
Absoluut geen fan dus van ‘onderbroekenhumor’ en grappen die de vulgaire kant op gaan.

4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?
Ik zou het echt niet weten: het moet dus al lang geleden zijn dat ik nog iets voor het eerst heb gedaan (en zo niet, zal het niet van dien aard zijn dat het indruk nagelaten heeft).
Ik heb ook geen bucketlist van dingen die ik absoluut nog eens wil doen.

5. Huil je makkelijk in het bijzijn van anderen?
Dat is allemaal afhankelijk waarom je huilt, en wie er in de buurt is. Huilen bij wederhelft E. gaat gemakkelijker dan bij collega’s, of wildvreemden.
Ik stel wel vast dat ik vroeger meer huilde (dikwijls uit frustratie) dan tegenwoordig. Tegenwoordig zit er diep in mij wel constant een brok verdriet (om verschillende redenen) die niet weggeraakt. Dus laat ik die maar gewoon zitten.
Anderzijds ben ik wel een emotionele kip, en komen de tranen gemakkelijk als ik emoties bij anderen zie, zoals bij begrafenissen (ook al ken ik de overledene niet), bij films, e.d.

6. Waar bestaat je ontbijt uit?
Muesli met een scheutje melk (absoluut niet met yoghurt, dat vind ik niet lekker – wel yoghurt, niet die combinatie) en fruit, doorgaans banaan, blauwe bessen, aardbeien, druiven en een beetje cocktailfruit uit blik.
Op vakantie, in het hotelbuffet, zal ik al eens iets anders nemen (dan is er ook zo veel verleidelijke keuze), maar ik kom al gauw weer uit bij het gewoonlijke ontbijt.

7. Wie heb je voor het laatst een kus gegeven?
Wederhelft E. enkele uren geleden, toen hij vertrok naar een stuk grond dat we hebben om samen met zoon J. zijn kerstboom te gaan planten. Jawel, op een dag dat heel het land in rep en roer en paniek staat omwille van de voorspelde storm. Ze kunnen nogal koppig zijn, die gezinsleden van mij.

8. Waarin lijk je op je moeder?
In heel veel zaken, wat niet verwonderlijk is natuurlijk, door genetica en opvoeding, maar ik kan hier niet zo direct een concreet voorbeeld geven. Soms zie ik, als ik in de spiegel kijk, ook een glimp van haar.
Er zijn ook veel dingen waarin ik niet op haar gelijk – en ik ben daar niet rouwig om – maar daarover ga ik hier niet uitweiden.

9. Wat doe je als je ’s ochtends wakker wordt?
Euh, mijn ogen open doen? En op de klok kijken.
Vervolgens gaat het richting badkamer voor ochtendplas, douche (met al dan niet haar wassen), insmeerwerk, aankleden en alles wat daarbij hoort, om dan aan de dag te beginnen. Het verdere ochtendritueel bestaat dan uit het wekken van wederhelft E., de kat voederen, de vaatwasmachine legen en samen ontbijten.
Ik ben geen type om beneden in kamerjas op het gemak wakker te worden bij “koffie/ontbijt en krant”.

10. Ben je een goede voorlezer?
Dat moet je aan de kinderen vragen. Het is ondertussen al een eeuwigheid geleden dat ik nog voorgelezen heb (de jongste is inmiddels al bijna 24), maar toen de kinderen klein waren, was dat steevast onderdeel van het avondritueel. Maar of dat goed gedaan was, dat weet ik dus niet.
Ik heb in ieder geval een hekel aan mijn eigen stem, ik vind die zo vreselijk saai, dus denk ik niet dat ik zo’n goede voorlezer ben.

Gepost door: pharailde | augustus 1, 2019

Wenen (1)

Alleluja, wat een dag.
Half twaalf ’s avonds en we zijn in het hotel geraakt. Vanmorgen om 8.20 u. thuis vertrokken. Naar Wenen.
We hadden het idee opgevat om met de trein te gaan: we wilden dat eens uitproberen, en dat het ecologisch is, is mooi meegenomen. Want met het vliegtuig, dat is eigenlijk nogal een gedoe.

Om met de trein te reizen, moet je voor jezelf wel uitmaken of je lang stil kan blijven zitten, want bv. naar Wenen zit je wel behoorlijk lang op de trein: van Gent naar Brussel Noord (ruim 40 minuten), van Brussel Noord naar Frankfurt (3 uur) en van Frankfurt naar Wenen (6,5 uur). Ik kan daar zeer goed tegen (het reizen zelf heb ik altijd leuk gevonden), de wederhelft had het wat lastiger. En het is uiteraard geen geschikte formule als je maar een (lang) weekendje weg bent.
De rit naar Frankfurt bleek wel minder ontspannen dan verwacht: de trein doet een aantal stations aan waardoor er continu beweging is van af- en opstappende mensen, soms met veel bagage. De trein zat behoorlijk vol en er is eigenlijk veel te weinig plaats om al die bagage/valiezen te plaatsen. Daarnaast heb je een mengeling van mensen die een plaats gereserveerd hebben en zij die dat niet gedaan hebben, waardoor je soms mensen moet ‘wegjagen’ als je op gereserveerde stoel wil plaatsnemen. Het staat bovendien slecht of niet aangeduid dat een plaats gereserveerd is.

De treinreis zelf verliep voor de rest eigenlijk vlot, zonder vertragingen. Alleen was er een probleem toen we Frankfurt naderden: er bleek ergens een defecte trein in de weg te staan, waardoor onze trein niet stopte in Frankfurt Hauptbahnhof maar in Frankfurt Airport. Daar ging dan een trein klaar staan om ons naar Hauptbahnhof te brengen, al moesten we ons nogal reppen, want veel tijd was er niet. Gelukkig hadden we wat speling (normaal gezien hadden we 50 minuten overstaptijd). Er was alleen wat stress omdat dochter E. ons in Frankfurt gedag kwam zeggen. Zij verblijft momenteel bij een vriend aldaar en komt pas zaterdag naar huis, dus was het leuk om elkaar daar een knuffel te kunnen geven. Dat is dus net gelukt.

De rit naar Wenen verliep rustiger. Zo was er minder volk, ook al stopte de trein op veel meer plaatsen. We waren wel blij toen we – stipt op tijd – arriveerden, want de reis had nu wel lang genoeg geduurd. Gelukkig kan je op een trein al gemakkelijker eens rondlopen, of gewoon rechtstaan om eens de benen te strekken. We hadden ook meer (been)ruimte dan in een vliegtuig. En je kan gemakkelijker naar buiten kijken.
Er restte ons enkel nog een metrorit naar het hotel (met één overstap). We moesten wel nog uitzoeken welke van de bestaande formules het voordeligst was, maar vonden nergens een gedegen uitleg, integendeel, we werden eerder van het kastje naar de muur gestuurd (en zelfs niet altijd hartelijk). Uiteindelijk hebben we gewoon een enkel ticket gekocht, we zoeken dat dan later wel uit. We vonden vlot de weg naar de metrosporen, de metrotrein was er nagenoeg onmiddellijk, maar helaas, bij de overstap ging het mis. We vonden de juiste metrolijn niet, en bij navraag bleek dat een deel van de groene lijn (uiteraard het deel dat we nodig hadden richting hotel) onderbroken is door werken. We kregen wel een uitleg hoe we er konden geraken, maar jammer genoeg begrepen we zijn uitleg in het Engels niet zo goed. We bestudeerden de metrokaart eens goed, en zagen dat we via een omweg toch ter plekke konden geraken. Maar die omweg werd een heel stuk groter toen ergens onderweg bleek dat een – voor ons belangrijk – metrostation niet bediend werd. Uiteindelijk hebben we zo’n uur en drie kwartier in de bloedhete metro doorgebracht (dus al veel door Wenen gereden maar nog niets gezien). Maar inmiddels zijn we dan toch in het hotel beland.

Older Posts »

Categorieën