Gepost door: pharailde | januari 3, 2016

Van een eind en een nieuw begin

Eerst en vooral wil ik de – wellicht schaarse – lezers die hier passeren een heel gelukkig nieuwjaar wensen en vooral dat de dingen lopen zoals je ze graag zou willen.

Ik sta er vooral versteld van hoe snel de kerstvakantie weer is omgevlogen. De eerste drie dagen heb ik nog in de voormiddag gewerkt, maar daarna dacht ik een zee van tijd te hebben om van alles te doen (boeken lezen, brei afwerken, puzzelen, e.d.m.). Wel, ahum, niets daarvan. Het breien zelf is weliswaar gedaan, maar de rest is er niet van gekomen. Ja, ik geef toe, ik blijf dikwijls te lang op facebook en blogs hangen, maar ik heb ook niet echt stilgezeten: boodschappen doen, cadeautjes kopen en inpakken, opruimen, de nieuwe poetshulp wegwijs maken (juij, eindelijk is het huis voldoende afgewerkt om weer een poetsvrouw in dienst te nemen), administratie in orde brengen (onder meer betreffende de dienstencheques, want helemaal van een leien dakje ging dat toch niet), heel, heel veel in de keuken gestaan (zowel om dingen klaar te maken als om op te ruimen), en andere dingen die bij feestdagen komen kijken. Want die waren wel druk. Op kerstavond hielden we het rustig met drie van de vier kinderen (fondue), op kerstdagavond kwam mijn familie op bezoek (en deden we van lang uitgerekte aperitief(hapjes) gevolgd door dessert), oudejaarsavond vierden we thuis met onze vrienden uit de Kempen (gourmet), en op nieuwjaarsdag kwam de schoonfamilie langs (vol-au-vent met frietjes). Qua eten absoluut geen ingewikkelde dingen (ik ben daar geen fan van), maar ik onderschat telkens toch hoeveel tijd dat in beslag neemt.
Maar, maar, maar, alle feestmomenten waren heel gezellig, en dat is het allerbelangrijkste.

Gelukkig hielden we ook de agenda in het oog en bezochten we vorige woensdag op de valreep de dubbeltentoonstelling over Gentse filmtheaters en Amerikaanse verlaten filmpaleizen in het Caermersklooster. Wat de Gentse zalen betreft, was het echt een trip down to memory lane, want in de meeste zalen ben ik als kind of tiener toch wel naar de film geweest (en neen, niet in het ‘Leopolleke’). Altijd boeiend om dingen te leren over een tijd die je nog zelf meegemaakt hebt, maar waarover je eigenlijk niets weet omdat je te jong was om de context te kennen.
En gisteravond brachten we nog een bezoek aan het Gravensteen. Het is de laatste week dat je als Gentenaar gratis binnen kan (voortaan is het dus ook voor Gentenaars te betalen, behalve op zondagvoormiddag). Best jammer, vind ik. Niet dat ik daar de deur platliep, maar het idee dat je gewoon eens kan binnenlopen en rondkijken vond ik fijn. En dus wou ik er nog eens van profiteren. In het buitenland zou je kilometers omrijden om een dergelijk kasteel te bezoeken, en hier hebben we dat gewoon in het centrum van de stad en passeren we daar bij manier van spreken dagelijks. Bovendien werd ook deze winter het kasteel omgetoverd tot een winterwonderkasteel met feeërieke kerstdecors en sprookjestaferelen. Ik stond daar wat sceptisch tegenover maar wou het wel eens met eigen ogen zien, en ik moet zeggen dat het me heel goed beviel. Het geeft toch een andere, gezelliger, dimensie aan de lege zalen.
Ook leuk: op zaterdag was het Gravensteen langer open, en dat was te merken: wij waren er tot half zeven en er kwamen nog steeds bezoekers toe, zowel toeristen als Vlamingen. Eigenlijk zou dat wel een fijn idee zijn overal: monumenten en musea die toch één of twee dagen per week een pak langer open zijn.

Gepost door: pharailde | december 29, 2015

Nu begint het pas …

Een kleine twee weken geleden waren we uitgenodigd voor een diplomaceremonie. Geen haar op ons hoofd dat eraan dacht om niet te gaan: zoon J. had immers zijn bachelor behaald in de audioproductie (vraag me wel niet wat dat nu precies inhoudt). Vorig jaar was hij afgestudeerd aan het SAE Brussel als audio-engineer, waarna hij er nog een bachelorjaar bijgedaan heeft. En geslaagd is. Met grote onderscheiding zowaar, zo bleek achteraf.
Wij dus die donderdagavond met de trein naar Brussel, naar een of ander duister, hip (die indruk gaf het toch) cafeetje vlak bij de Grote Markt.

IMG_0647

IMG_0649

Na het bekijken van een aantal filmbeelden en het luisteren naar de obligate toespraken – in het Nederlands, in het Frans, in vlot Engels, in minder vlot Engels met duidelijk Franse inslag, maar gelukkig allemaal kort – werden de namen van de afgestudeerden afgeroepen, waarna ze allemaal een rolletje papier in ontvangst namen. Het was ons al opgevallen dat er bij het overhandigen nooit naar een naam gezocht werd, wat de indruk gaf dat iedereen gewoon hetzelfde kreeg. Nu wisten we wel dat hij het eigenlijke diploma nog niet kon ontvangen, want dat moet nog een hele administratieve weg afleggen via de Middlesex University London (waarvan SAE afhangt) en wordt pas tegen de zomer uitgereikt (benieuwd of we een trip naar Londen moeten voorzien). Zoonlief was dus zeer nieuwsgierig wat hij dan wel in handen gekregen had en tot ieders verbazing ontrolde zich dit:

DSC_1936

Gevoel voor humor hebben ze daar wel. En de magische krachten van de Force want je moet het toch maar doen: afstuderen als bachelor en naar huis gaan met een masterdiploma.

En zo begint voor een lichting afgestudeerden een compleet nieuw hoofdstuk: zich een weg banen in het leven en onder meer een job vinden waarin ze zich kunnen uitleven.

IMG_0651

(sorry voor de kwaliteit van de foto’s, genomen met de foon in bijzonder slechte lichtomstandigheden)

En voor de eventueel geïnteresseerden, hierna nog het thesisonderwerp:

Thesis SAE

Gepost door: pharailde | oktober 19, 2015

Lissabon

Onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo, die al jaren te gast zijn op het International Puppetbuskersfestival, en onze Gentse Feesten nog meer kleur geven, hadden al meermaals gevraagd wanneer wij nu eens naar Portugal kwamen. Om allerlei redenen was dat er nog niet van gekomen (excuses, excuses, …) maar dit jaar hebben we eerst en vooral een datum vastgelegd, waardoor je ons tussen 30 september en 8 oktober in Lissabon kon terugvinden. Zij konden zich pas vrijmaken vanaf 5 oktober, waardoor we eerst de toerist konden uithangen en op ons gemak de stad verkennen.

Dat het deugd deed om nog eens van zomerweer terecht te komen: stralende zon en aangenaam warme (geen hete) temperaturen – ook al waren enkele dagen later ook wolken en regen ons deel – gelukkig was de zon de laatste dagen weer van de partij

Dat het even duurde vooraleer we het enthousiasme van veel vrienden en kennissen over Lissabon konden delen, we moesten de stad echt wat leren kennen. Tijdens onze eerste wandeling (buurt van de kathedraal) vond ik de stad allesbehalve charmant: slechte voetpaden, heel druk, veel lawaai (met voortdurend aan-en-af-gerij van trams en toeristenbussen en massa’s tuktuks) en veel vergane glorie. Maar gaandeweg werd stad vertrouwd, vonden we er onze weg en wil ik er met veel plezier terugkeren.

Dat ik nog altijd niet goed snap waarom mensen zo in de ban zijn van zichzelf en niet gelukkig zijn als ze niet overal een selfie kunnen nemen.

Dat het vermoeiend is om op elke toeristische plek voortdurend aan te geven dat je geen selfiestick, geen drugs, geen blingbling, geen sjaaltjes en wat nog meer allemaal, nodig hebt. Idem dito voor de “lokkers” in sommige wijken om je in “hun” restaurant binnen te loodsen, soms zelfs al op tientallen meters van het restaurant. Ook al hadden we behoorlijk honger, we vertikten het om een dergelijk restaurant binnen te gaan (ik wil eerst op mijn gemak de kaart bekijken).

Over restaurants gesproken, onze eerste maaltijd was niet bepaald een culinair succes: gebakken kabeljauw (maar die vis moest je heel ver zoeken: ondergedompeld in een soort beignetdeeg en dan gefrituurd) met een kwak rijst, zwemmend in tomatensaus met witte bonen. Gelukkig hebben we later doorgaans lekker gegeten, ook al kan je de Portugese keuken moeilijk verfijnd noemen (met veel zout en vet en weinig groenten). Ook vreemd: wanneer we ‘s middags ergens neerstreken om een broodje te eten, werd dat regelmatig geserveerd met een portie chips of dorito’s.

Dat we ons in Gent bij tijden (dikwijls) ergeren aan alle kasseien, maar dat ze er in Lissabon ook wat van kennen: straten, pleinen, voetpaden, alles is geplaveid met kasseien, weliswaar van een veel kleiner formaat. Maar als het regent, moet je behoorlijk opletten om geen uitschuiver te maken in die soms behoorlijk steile straten, want glad is het dan wel. Gelukkig voor hen is de kans op ijzel in de winter nagenoeg onbestaande. En dan zijn er ook nog de vele tramsporen en bovenleidingen …

Dat ik het nog altijd jammer vind dat Gent veel te klein is om een metronet uit te bouwen, want dat ik dat een ongelooflijk gemakkelijk vervoermiddel vind. En je blijft er fit van, want je loopt nogal wat af in al die gangen en op de trappen (niet alles is bereikbaar met roltrappen). Fascinerend was een van de uitgangen van het metrostation Baixa-Chiado: je geraakt pas weer buiten na vier opeenvolgende roltrappen en een stel trappen (kwestie om aan te tonen hoe steil het daar op sommige plaatsen is).

Dat de immense aardbeving van 1755 een behoorlijke stempel heeft gedrukt op het uitzicht van de stad.

Dat volgens onze Portugese vrienden het toerisme in Lissabon de laatste twee, drie jaar enorm toegenomen is, net zoals de vele bouwwerven voor restauratie- en nieuwbouwwerken.

Dat de vele azulejo’s waarmee heel wat gevels bekleed zijn, de indruk wekken dat de gebouwen aan de buitenkant behangen zijn.

Dat je in Lissabon struikelt over de kerken. Dat we er in zeven even binnen geweest zijn, maar dat dat slechts een fractie is van het totaal.

Dat we geleidelijk aan geschreven Portugese woorden begonnen te herkennen (of konden afleiden), maar dat we van het gesproken Portugees nog steeds geen half woord begrijpen of zelfs maar herkennen.

Dat we op de scène van Teatro de Trindade gestaan hebben. Onze vrienden wilden ons heel graag het theater laten zien waar zij in juni het 25-jarig bestaan van hun gezelschap gevierd hebben, en ineens stonden we gewoon op scène, te midden van een decor dat daar stond opgesteld. Wel grappig, en iets dat we zeker niet verwachtten toen we in Lissabon toekwamen :) Een prachtige zaal trouwens.

Dat weer maar eens gebleken is dat we voor citytrips op dezelfde golflengte zitten: grosso modo een idee hebben van wat we wel of niet willen zien, en dan rondlopen, rondkijken, sfeer opsnuiven, en dan wel zien waar onze voeten ons brengen. En hebben we niet alles gezien wat in de gids stond, tant pis. Dat is dan voor een volgende keer. Of niet. Ook de zoektocht naar de meest trendy bars, restaurants of winkels kan ons eigenlijk gestolen worden.

Dat het een heerlijke week was, dat het een plezier was in het gezelschap van de vrienden te vertoeven, en dat het heel fijn was om nog eens een week onder ons tweetjes weg te zijn. Dat alles voor herhaling vatbaar is.

Hieronder een – ik weet het, nogal uitgebreide – fotografische impressie van Lissabon.

Gepost door: pharailde | juli 31, 2015

Tot volgend jaar alweer …

Jawel, ze zijn alweer een aantal dagen gedaan, die feesten, dus hoogtijd om de annalen aan te vullen, vooraleer mijn geheugen het laat afweten.

Op woensdag (22 juli alweer) gingen we ‘s ochtends middeleeuws ontbijten in het MIAT, samen met M en S, wier dochter daar aan het werk was. We namen het er wel goed van en kozen voor het rijke middeleeuwse ontbijt en het Lieven Bauwens ontbijt. Tijdens de feesten moet een mens er kloek opstaan, nietwaar. Super gezellig, ondanks de drukte (het blijft een publiekstrekker). We combineerden het ontbijt uiteraard met een bezoek aan de tentoonstelling Piano & Co., op dezelfde verdieping, een tentoonstelling over de geschiedenis van de Belgische piano-industrie, met ook aandacht voor de techniek van de piano. Geen al te grote tentoonstelling maar wel heel boeiend, en met een aantal historische exemplaren uit de collectie van Piano’s Maene, die wel weer aantonen dat rijkdom en gevoel voor esthetiek niet altijd hand in hand gaan (naar onze smaak dan toch). Blijkbaar was Gent in de negentiende eeuw het tweede belangrijkste centrum in de pianobouw in België, alweer iets bijgeleerd dus. Heel erg aan te raden dus, en nog te bezichtigen tot 25 oktober.

Vervolgens ging het richting opticien voor een oogmeting, want ik kreeg de indruk dat het zicht er toch wel op achteruitging. En jawel, een nieuwe bril dringt zich op, met multifocale lenzen zelfs, ik ben heel benieuwd. Aangezien de wederhelft verplichtingen had voor het Puppetbuskersfestival, heb ik de keuze voor de nieuwe bril maar uitgesteld, want dat is iets dat ik echt niet alleen wil kiezen (en hij moet erop kijken). Vervolgens weer richting puppetbuskers, genoten van de voorstelling van Federico Galván, en vooral heel erg verheugd om het weerzien met onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo. De rest van de namiddag werd besteed aan uitgebreid bijkletsen met dochter M. Dat is het nadeel van kinderen die niet meer thuis wonen, je moet soms al echt afspreken om wat bij te praten.
Na het avondmaal thuis vertrokken we weer richting stad, voor de voorstelling van The Duck Variations (David Mamet), met Daan Hugaert en Marc Stroobants. Zeer goed gespeeld, maar was het het late uur (22 u.), de donkere zaal, het feit dat het een zeer filosofisch stuk was zonder echt verhaal, ik weet het niet, maar feit was dat ik de hele voorstelling vooral gevochten heb tegen het in slaap vallen. Zonde, ik weet het, maar het was niet anders.

Op donderdagochtend wou ik op de koop toe wat vroeger opstaan, kwestie van tegen 11 u. in het Augustijnerklooster te zijn voor de lezing van Het Firmament over erfgoed en figurentheater. Bleek die toch wel afgelast te zijn! Enfin, niet getreurd, ik kon nog genieten van de mooie tentoonstelling Poppen op de rode loper. ‘s Namiddags heb ik mezelf getrakteerd op nieuwe oorbellen, twee paar zowaar aangezien ik niet kon kiezen, genoten we van de voorstelling van Marimbondo en vertoefden we de rest van de avond in hun aangename gezelschap (terrasje doen, Bretoense pannenkoek eten, opnieuw terrasje doen).
Vrijdag zag er gelijkaardig uit: namiddag voorstelling van Marimbondo (en vooral zorgen dat we een babbelke kunnen doen met de meestal aanwezige vrienden en bekenden in het publiek), en ‘s avonds de leuke voorstelling over het verhaal van piraat Barbe Noir door cie NiClouNiVis in Hotel d’Hane Steenhuyse. ‘s Avonds trokken we dan met de Portugese vrienden, en een vriend van hen (die bij ons bleef logeren) huiswaarts voor een afsluitend drankje.
Zaterdag toonde een gelijkaardig scenario: ondanks het herfstweer (met wind én regen) toch naar de green voor de puppetbuskersvoorstellingen, samen met gentblogtvrienden, de namiddag afgesloten met een warme chocomelk (jawel, een beetje opwarming konden we gebruiken, ook al was de zon inmiddels doorgebroken) met de vrienden, vervolgens naar het Augustijnenklooster alwaar we de Portugese vrienden terugvonden, nog een drankje in hartje Patershol en de avond allemaal samen gezellig afgesloten met een slaapmutsje in de keuken van S en M.

De zondag begon zonnig, maar tegen dat we klaarstonden op de Kalandenberg voor de laatste puppetbuskersvoorstellingen was die verdomde regen alweer van de partij. Gelukkig bestaan er wel regenjassen en paraplu’s en genoten we samen met de gentblogtvrienden van En attendant Margot. De rest van de namiddag brachten we gezellig kletsend (en neen, we zijn nog lang niet uitverteld) door met warme drankjes onder een grote parasol (nu dienstdoend als paraplu) aan het Stadscafé, om dit puppetbuskersfestival af te sluiten met de verrassende voorstelling Hühnchens neue Welt, over een kip die er niet in slaagt om een ei te leggen, terwijl het slagersmes dreigt.
Ter afsluiting van de feesten gingen we nog gezellig met z’n tweetjes uit eten om met enkele EFTC-vrienden te eindigen op een terrasje bij het Beverhoutplein, waar het ondanks de kou en de vochtigheid maar dankzij een paar fleecedekentjes, nog een heel gezellige avond werd.

Sinds vorig jaar stoppen de Gentse Feesten op zondag, maar wij hielden toch nog vast aan de traditie van de Dag van de Lege Portemonnees op maandag, na het aanvullen van de mondvoorraad en de aanschaf van een nieuwe bril (met vooral de nodige glazen). Ook het Gentse Feestengevoel hebben we nog wat gerekt door een afscheidskoffie met de Portugese vrienden. Hopelijk is het afscheid nu niet voor lang, want als alles naar wens verloopt, gaan we in het najaar bij hen op bezoek.
‘s Avonds was het dan tijd om in de zetel te ploffen, te bekomen van de “Ghent-over”, en om ons stilaan voor te bereiden op een meer normaal leven en op de vakantie naar Bretagne volgende week.

Gepost door: pharailde | juli 21, 2015

Halfweg

De Gentse Feesten zijn halfweg, en in het eerste weekend hebben we/ik al meer optredens gezien dan de voorbije jaren.
Vrijdag was een rare dag: het was de laatste werkdag, waarna we, naar wekelijkse gewoonte, op jacht en visvangst gingen in de plaatselijke colruyt. Daarna was het van koken en eten. Een vrijdag zoals alle andere, maar ‘s avonds begonnen de Gentse Feesten wel, en het duurde toch even voor we in die andere modus geraakten. Gelukkig was er om kwart voor elf nog het optreden van Johan Verminnen op de Korenmarkt, dat ik eigenlijk wel wou zien (ge weet nooit dat zangers plots doodvallen zonder ooit een optreden te hebben bijgewoond) en ons dus toch nog uit ons kot lokte, richting feestgedruis, ondanks de plotse regen. Het bleef gelukkig grotendeels droog tijdens het concert, dat best wel goed was.

Op zaterdag ging het in de namiddag richting International Puppetbuskersfestival, op het Braunplein, waar de wederhelft van geluidstechnische dienst was. Daar vrienden tegen het lijf gelopen, genoten van twee leuke voorstellingen, na afloop uit eten geweest, richting Hotel d’Hane Steenhuyse getrokken voor een compleet geschifte, bloederige maar fantastische versie van Hamlet (ook in het kader van puppetbuskers – wel niet geschikt voor gevoelige kijkers – lees ook hier) en de avond afgesloten met een schitterend concert van Rick De Leeuw op het François Laurentplein. Ik kende de man zijn muziek niet, was nieuwsgierig (indien niet goed, konden we altijd weer weggaan) en het smaakt dus naar nog. Ik had eigenlijk een kwartier voor einde moeten vertrekken om de laatste bus te halen, maar vond dat zo’n zonde, dat we dan maar te voet naar huis zijn gegaan.

De zondagnamiddag was ik opnieuw op post op het Laurentplein voor een portie nostalgie bij het fijne optreden van Miek en Roel (die dit jaar 50 jaar op de planken staan), muziek waarmee ik opgegroeid ben. Op weg naar het Braunplein en de wederhelft, nog een voorstelling van puppetbuskers op de Kalandenberg gezien, nog even gebabbeld met vrienden (veel te weinig tijd daarvoor omwille van veel te drukke programma’s, ja zelfs op de Gentse Feesten), ‘s avonds uit eten met de broer van de wederhelft om gezellig bij te kletsen, een poging gedaan om een stukje van het optreden van Willem Vermandere bij Sint-Jacobs te zien, maar dat bleek eerder frustrerend dan aangenaam omwille van slechte geluidskwaliteit (en te stil), te veel babbelende mensen en ook zich voortbewegende medemensen, en te veel storend omgevingsgeluid (denk aan een brassband dichtbij in de Belfortstraat die het optreden gewoon overstemde). We besloten dan maar onmiddellijk door te stappen richting vuurwerk, om op ons gemak een geschikte plek uit te zoeken, en jawel, daar kwamen we alweer andere vrienden tegen, en samen met ook dochter M. en vriend M. werd het een gezellige bende. Het vuurwerk zelf was prachtig, de speciaal ervoor gecomponeerde muziek was niet echt mijn ding, maar viel toch mee, maar helaas, driewerf helaas, die muziek stond veels en veels te luid. En ik kan je verzekeren, ik ken comfortabeler zaken dan vuurwerk bekijken terwijl je constant je vingers in je oren moet houden (en neen, oordoppen hadden we jammer genoeg niet mee). Aangezien de vermoeidheid zich toch al wat liet gevoelen, besloten we maar wijselijk, maar met veel spijt, om niet meer mee te gaan om nog ergens een cocktail te gaan drinken (die feesten duren immers nog een week).

Maandagmiddag was ik met enkele Gentbloggers afgesproken voor de voorstelling van Studio Orka, een gezelschap waarover ik al veel lof had gehoord, waarvoor je snel moet zijn om kaartjes te kopen, maar die ikzelf nog niet had gezien. En jawel, die lof is meer dan verdiend: een schitterende voorstelling over eenzaamheid, maar toch met een grote dosis humor gebracht. Chapeau. Op het avondprogramma stond niet echt iets dat ons kon bekoren, dus werd het een rustig avondje thuis.

Op dinsdagmorgen hadden we kaartjes voor een andere voorstelling van Miramiro, zich afspelend op het Eiland Malem, vlak bij ons deur dus. Dat was een heel bizarre ervaring, we hadden vooral niet het gevoel dat het met theater te maken had, maar eerder met een project voor studenten stedenbouw of architectuur, waarbij “het Laboratorium voor de Ontwikkeling van het nieuwe Wonen (LOW) aan de stad van morgen bouwt … Ze ontwikkelen innovatieve woonmodellen op maat van de toekomstige stad.” Enzovoort. Eerlijk gezegd nogal zweverig bij momenten, heel bizar maar het zet wel aan tot iets verder denken. Dus da’s altijd meegenomen.
In de namiddag genoten van het mooie weer en op het Braunplein nog wat voorstellingen van puppetbuskers bekeken (niet dat ik sommige niet al gezien had, maar ze blijven wel goed), om de dag alweer af te sluiten met een rustige avond thuis. De week is immers nog niet om, en er staat nog een en ander op het programma.

Gepost door: pharailde | juli 9, 2015

Uitgedroogd

Het heeft gistermiddag dan toch nog eens geregend, hier in het Gentse. Toch wel een half uur. Of misschien zelfs wel een uur. Met tussenpozen. En gisteravond werden er ook nog wat druppels uit de wolken geperst. Met moeite. In totaal misschien wel voldoende om het planten water geven toch eens een avond over te slaan. En heel misschien is er wel een millimetertje water in de regenwaterput terechtgekomen. Die regenwaterput, dat is hier de laatste tijd een behoorlijke zorg geworden.
Wij hadden vroeger een waterput in de kelder, waarop de toiletten waren aangesloten, maar dat water bleek te veel ijzer te bevatten, met alle miserie van dien (rode aanslag, verstopte aanvoerleidingen, verstopte mechaniek in de vergaarbak, enz.). En dan telkens gezeul met emmers om de toiletten door te spoelen, tot het probleem weer eens opgelost was (en ja, uiteraard liever aanvoerproblemen dan afvoerproblemen, maar toch).

Dus lieten we enkele jaren geleden dan toch een regenwaterput (7.500 l) steken: milieuvriendelijk, minder stadswatergebruik, opvang en gebruik van het hemelwater dat toch in (meer dan) voldoende hoeveelheid gratis ende voor niets naar beneden komt, u kent het wel. Maar door allerlei te voorziene en onvoorziene omstandigheden (zo gaat dat hier thuis) duurde het pas tot eind vorig jaar vooraleer de drie toiletten omgeschakeld waren naar regenwater. Eindelijk het toilethoofdstuk genormaliseerd. Tot een goeie drie, vier maanden later. Toilet doorspoelen? Vergeet het maar. In geen enkele van de drie raakte de waterbak gevuld. Wat was er nu aan de hand? Leiding ergens verstopt? Pomp kapot? Nog iets anders? Niets van dat alles dus, gewoon, een lege put. Alle water was op, en de pomp was drooggevallen. Dus weer gezeul en gesleur met emmers (en na een rugoperatie is dat bovendien niet echt aan te raden). En aangezien er geen systeem voorzien is om automatisch bij te vullen, moest de wederhelft op zoek naar een andere oplossing, via het aansluitingskraantje van de wasmachine op de badkamer en een lange tuinslang op het dak van de eetkamer. Zo konden we wel even voort tot de volgende regenbui. Dachten we. Want sindsdien moeten we nagenoeg elk weekend een stuk bijvullen (en zorgen dat de pomp niet droog komt te staan). En hopen dat de daaropvolgende week de hemelsluizen dan toch eens opengaan (en neen, dat moet niet per se overdag, ‘s nachts is meer dan goed genoeg, met overdag een lekker zonnetje).

Maar niet dus. Het is dus al weken en weken dat we bij elk weerbericht waarbij ze wisselvallig weer voorspellen, of kans op een bui, of onweer, of een regenzone die over ons land trekt, … moeten vaststellen dat Gent blijkbaar in een droogtegebied ligt. Neem nu de voorbije warmteperiode, waarbij onweer voorspeld werd. Ja, we zijn een paar keer met meubels en al naar binnen gevlucht omdat het begon te druppelen. Om dan vast te stellen dat, toen alles binnen stond, ook het druppelen was gestopt. Dus wordt hier al eens de vraag gesteld of het eigenlijk zo’n goed idee is om iedereen te doen investeren in regenwaterputten?

En voor alle duidelijkheid, ik blijf duimen voor aangenaam zomerweer, en liefst wat stabieler dan we de afgelopen weken gehad hebben, dat zou het vakantiegevoel thuis behoorlijk aanwakkeren, maar zo heel regelmatig een fikse regenbui ‘s nachts blijft meer dan welkom, ook voor de planten trouwens. Voor de rest zijn we absoluut niet moeilijk, toch?

Gepost door: pharailde | april 28, 2015

Eén rechts, één …

Jawel, ik ben dus gezwicht. Heeft het te maken met de sinds een paar jaar almaar uitdijende interesse voor handwerk, ik weet het niet, maar feit is dat ik aan een breiwerk begonnen ben. Een kleine 20 jaar nadat ik nog eens de combinatie van breinaalden en wol in mijn handen gehad heb. Toen heb ik een truitje afgewerkt waaraan ik begonnen ben toen dochter M. nog een baby was. Het is toen om een of andere reden niet afgeraakt (tijdgebrek misschien?), ook al had ik nog slechts twee halve mouwtjes te gaan. Acht jaar heeft het dan ergens in een kast gelegen, en toen wou ik toch per se dat dochter E. (de jongste) het tenminste nog kon dragen. Dat is zowaar gelukt. Ze heeft het zelfs een keer of twee, drie aangehad! Tot het om een of andere reden te warm gewassen geweest is. Doodjammer, want ik vond het een leuk truitje, met een poes op. Bij gelegenheid post ik hier wel eens een foto (maar ben nu te lui om in het fotoalbum te gaan zoeken, en dan de scanner uit te halen en te verbinden, en te scannen, enz.).

Terug naar het heden nu. Het is trouwens de schuld van tante Hilde, dat ik gezwicht ben. Hierdoor. Ik zag dat passeren en toonde dat in een opwelling aan dochter E. die onmiddellijk enthousiast was. De beschrijving zag er op het eerste gezicht ook redelijk eenvoudig uit. De kans is wel klein dat de trui een oversized model zal zijn.
Wij dus naar de winkel om wol (naalden had ik nog) en ook al was ik er niet helemaal gerust in dat het zou lukken – het was tenslotte toch twintig jaar geleden – verleer je sommige dingen duidelijk niet helemaal: steken opzetten en het breien gingen vanzelf (tja, een gewone jerseysteek is nu ook niet de moeilijkste). En bij zaken waarover ik twijfelde, is er tegenwoordig google en youtube.

Inmiddels is, na het rugpand, het voorpand bijna klaar (ook hiervan volgen foto’s later), maar stuit ik nu toch op enkele onduidelijkheden. Ik zal dus mijn breiende kennissenkring eens moeten lastigvallen. Zet je dus maar al schrap :)

Gepost door: pharailde | februari 24, 2015

Carolus

Enkele jaren geleden beslisten wij om elkaar op onze verjaardag geen cadeau meer te geven. Althans geen materiële cadeau. We beslisten om elkaar een veel kostbaarder iets te geven, namelijk tijd om iets leuks te doen. Dus gaan wij die dagen op daguitstap. Op mijn verjaardag in september is dat niet doorgegaan wegens de rugperikelen, maar deze week, voor de verjaardag van wederhelft E., vond ik dat ik al voldoende hersteld was om iets te doen.
Het eerste plan was om een bezoekje te brengen aan Mons, een van de huidige culturele hoofdsteden, maar dat hebben we uitgesteld. We zaten zonder auto (in de garage), en ik had geen courage om uit te zoeken hoe de verbindingen met het openbaar vervoer waren. Bovendien kende ik onszelf: naar een stad gaan die we niet kennen, leidt tot veel en lang rondlopen en kleine hoekjes verkennen, en dat wilde ik nog niet riskeren. Stel dat dat rondlopen nog niet goed lukte, dan zou het zonde zijn om vroeger te moeten terugkeren.
Plan B was Antwerpen. Wederhelft E. (en ik ook) wilde al heel lang een bezoekje brengen aan de Carolus Borromeuskerk, maar elke keer dat we in Antwerpen waren, kwam er iets tussen. Ofwel hadden we onvoldoende tijd vóór een afspraak (door fileleed), ofwel was de kerk gesloten toen we in de buurt waren.

Wij dus vorige woensdag met de trein naar het Centraal Station en dan via de Meir richting Carolus Borromeus. Het was zonnig maar wel koud weer. Onderweg namen we een kijkje in de Stadsfeestzaal op de Meir, een gebouw waarvan ik het bestaan zelfs niet kende. Wel indrukwekkend, maar toch niet echt ons ding, het deed ons eerder denken aan Amerikaanse bombastische kitsch. Maar een mooie parketvloer, dat wel. Ondertussen was het al ruimschoots middag en om de honger te stillen belandden we in de Mockamore, blijkbaar een koffiebar, maar we konden er ook iets eten. Ik koos voor een bagel met creamcheese, avocado, sla, zongedroogde tomaatjes en allerlei kruiden. Heerlijk, en dan vooral het beleg. Wel blij dat ik nu eens een bagel geproefd heb, maar echt bijzonder vond ik dat toch niet.

Rond twee uur (moment dat de kerk weer openging) stonden we de gevel van Carolus Borromeus te bewonderen en wilden we naar binnen gaan. Tot we de (zij)deur openden: een massa volk waar we niet echt meer bij konden. Dan maar de andere zijdeur geopend: hetzelfde beeld. Die kerk zat bomvol. Ik had buiten wel een briefje zien hangen over een schilderijwissel rond twee uur, en blijkbaar was dat een populair evenement. Meer uitleg en beeld daarover (van vorige jaren) vindt u hier en hier. Onbegonnen werk dus om de kerk nu te bezoeken, en het voelde echt alsof het ons niet gegund was. Maar we gingen later terugkomen (we vermoedden dat dat daar ook geen ganse namiddag ging duren). Inmiddels gingen we een – kort – kijkje nemen in de kathedraal (we hadden geen zin om ervoor te betalen) en steunden we de plaatselijke horeca. Wederhelft E. bestelde een Antwerpse tripel, maar werd onmiddellijk teruggefloten door de ober: het ging wel om een Triple d’Anvers hé, die dan ook met veel gesten werd uitgeschonken.

Na drieën togen wij op hoop van zegen opnieuw naar Carolus, en jawel, het wonder geschiedde, we konden de kerk betreden en aanschouwden voor het eerst het interieur van de kerk. Rijkelijk versierd, uiteraard, want het is een barokkerk. En zoals bij veel weelderige versieringen, moet ik denken aan de ambachtslui die uren en uren en uren en … uren bezig geweest moeten zijn met kappen, snijden, schuren om een rijkelijk bewerkt eindproduct af te leveren. Ik kwam ook andermaal tot de vaststelling dat je mij absoluut geen plezier kan doen met gekleurde marmer. Witte marmer vind ik mooi (zeker als ik denk aan al die klassieke beeldhouwwerken) alsook zwarte marmer, maar alles wat daartussen ligt (gelig, rozig, groenig, bruinig, …) kan mij absoluut niet bekoren. Een marmeren inkomhal of een marmeren badkamer is dus niet aan mij besteed. Ik had ook een binnenpretje bij het bekijken van de preekstoel. Iedereen weet hoe de Kerk tegenover vrouwen in de Kerk staat, en dan sta je bij een beeld over de triomf van de Katholieke Kerk over de Reformatie, waarbij de Kerk doodleuk wordt uitgebeeld als een … vrouw.
Het is ook fascinerend om vast te stellen dat je nog altijd dingen leert over elkaar. Zo wist ik niet dat wederhelft E. zich het meest aangetrokken voelt tot kerken uit de barok, terwijl romaanse kerken bij mij favoriet zijn. Barokke kerken vind ik wel ok, maar dan vooral de gevels, het interieur vind ik al snel te overladen.

Op de terugweg naar het station liepen we ook eens binnen in het Koninklijk Paleis op de Meir, een gebouw waarvan ik wel al vaag gehoord had, maar eigenlijk niet wist zijn en dus ook niet kende. Daar bevindt zich nu een filiaal van Dominique Persoone. Het gebouw lijkt vanop straat heel wat groter dan het in werkelijkheid is, aangezien het volledig rond een binnenplaats gebouwd is. In het deel van de chocoladewinkel zie je nog de pracht van enkele oude salons (in het deel met horeca zijn we niet geweest). De plattegrond die er hing, toont de situatie van de latere verbouwingen, maar ik was toch veel meer nieuwsgierig naar het oorspronkelijke grondplan en de indeling van de woning van de oorspronkelijke bouwheer. Helaas dus. En wat betreft die chocolade, ik zal niet direct geneigd zijn om pralines van Persoone te kopen: € 66 voor een kilo vind ik toch veel geld, zeker omdat ik niet echt een fijnproever ben.

‘s Avonds sloten we deze fijne dag af met een etentje onder ons tweeën in Gent (de Himalaya).

Gepost door: pharailde | januari 29, 2015

Vertelsels uit het ziekenhuis (2)

Vertelde ik in de vorige post het verhaal redelijk chronologisch, dan krijgen jullie nu eerder een overzicht van losse herinneringen.

Op dag 2 kreeg ik nog een extraatje. Bij een van die vele prikken bleek dat de bloedwaarden niet zo goed waren, en bijgevolg kreeg ik in de loop van de dag een litertje bloed toegediend (de vampieren die hier heel toevallig zouden meelezen, zullen stikjaloers zijn). En zowaar, tegen de avond voelde ik mij al een heel stuk meer opgeknapt (zonder in de loop van de dag door te hebben dat het eigenlijk wel beter kon). Ik leerde ook bij dat je koortsig kan zijn als je bloed toegediend krijgt.
En betreffende die blauwe plekken van de prikken: ik heb blijkbaar in de loop der jaren moeilijke aders gekregen (vroeger veel minder last van), maar het lag ook aan de deskundigheid van diegene die prikte, want bij de ene werd het blauw, en bij andere zag je er helemaal niets van.

Ik vertelde de vorige keer dat het niet evident is om te eten als je moet liggen, ook drinken is een onderneming, zeker de eerste dagen. Zoals reeds gezegd, je moet blijven liggen en iets opheffen is zeker uit den boze. In het ziekenhuis heb je de luxe dat je continu water ter beschikking krijgt. In glazen flessen. Van een liter. Al eens geprobeerd om vanuit ruglig een glas water in te schenken vanuit een glazen literfles? Zonder dat je het voelt trekken in je rug. Om dan in een volgende fase dat water op te drinken zonder morsen. Ik vroeg al snel om een rietje en gelukkig heb ik altijd een schaar bij mij, waardoor we die rietjes konden halveren in lengte, zodat het niet altijd uit dat – laag – glas viel. En wederhelft E. liet ik al gauw halveliterflesjes meebrengen van thuis. Veel praktischer.

Ochtendverzorging dag 3. Ik werd losgekoppeld van alle mogelijke draden en infusen (op één na, die van het wondvocht), mocht voor het eerst even mijn bed uit voor een bezoekje aan het sanitair, en na een frisse wasbeurt en het aantrekken van mijn eigen, splinternieuwe pyjama (doorgaans draag ik geen pyjama’s maar in het ziekenhuis is dat niet echt een optie, dus ging ik op voorhand toch even shoppen) voelde ik me weer een beetje meer mens. Om vlotter het bed te kunnen opmaken (ik kan me voorstellen dat dat gemakkelijker gaat als de patiënt er niet inligt) mocht ik even in de zetel naast het bed gaan zitten. En plots waren de verpleegsters verdwenen. Ik veronderstelde dat ze onmiddellijk gingen terugkomen om me weer in bed te helpen, maar dat was blijkbaar niet het plan. Hoewel het aanvankelijk deugd deed om weer even rechtop te kunnen zitten, was het ondertussen al welletjes geweest. Ik werd moe, en bovendien zat die zetel niet comfortabel voor mijn rug (en mocht ik strikt genomen eigenlijk nog steeds niet rechtop zitten).
Op dat moment kwam de “cateringmadam” binnen om de flessen water aan te vullen, dus vroeg ik haar of ze een verpleegster – die ik op de gang bezig hoorde – wilde vragen om mij weer in bed te helpen. Ze kweet zich vriendelijk van haar taak, maar tot mijn verbazing kreeg ze als – nors – antwoord dat ik toch nog maar wat moest wachten want dat ze nog geen tijd had. Ik heb het dan maar zelf geriskeerd en heb nooit geweten of ze dan toch nog komen kijken is, aangezien ze mij enige tijd later plots kwamen halen voor de radiografie. En neen, ik ben niet assertief genoeg om dat mens er ‘s anderendaags op aan te spreken.

In hetzelfde hoofdstuk communicatie. Op de avond van dag 2 kwam meneer doktoor op zijn ronde langs en vond het stilaan hoog tijd dat ik mijn bed uitkwam (maar gaf zelf toe dat dat niet evident was met al die infusen, en dat extra bloed). Maar ‘s anderendaags ging de kinesist komen en moest ik de gang op. Dag 3 de hele dag uitgekeken naar de kinesist, maar niemand gezien. Ja, toch wel: dochter M. die ‘s avonds op bezoek kwam en mij dan toch maar meegenomen heeft op ganguitstap. Deugd dat dat deed.
Op dag 4 meldde ik toch tegen de verpleging dat ik niemand gezien had. Rond half tien dan toch een kinesist op bezoek, die wist te zeggen dat ik niet op de lijst stond, en dat alles in het honderd liep omdat de normale kine van de afdeling in verlof was, en zij nu dus meerdere afdelingen onder hun hoede moesten nemen, maar hij ging straks komen.
Na de middag kon ik de dokter-stagiaire die haar ronde deed alweer melden dat ik nog niemand gezien had. Alweer navraag. Goed halfuur later kwam hij de kamer binnengestormd dat hij mij vergeten was. Zucht. Een ganguitstap was er niet meer bij, maar wel wat oefeningen op de trap. ‘s Avonds heb ik mijn horizon dan maar verruimd door, samen met de wederhelft, eens tot aan het winkeltje beneden te stappen. En op dag 5 moest ik niets vragen: de dienstdoende kine stond plots voor mijn neus voor nog wat uitleg wat wel en niet mocht, en voor nog wat oefening op de trappen.

Toen een verpleegster op gegeven moment het verband kwam verversen, vroeg ik langs mijn neus weg hoe lang de naad eigenlijk was, denkend aan vorige operaties waarbij de naad zo’n drie à vier cm is. “Goh, een centimeter of vijftien”, antwoordde ze, “met 28 nietjes”. Blijkbaar zat ik met een heuse rits in mijn rug :) Ze gaan daar wel mee met hun tijd want prompt vroeg ze of ze een foto moest nemen, en aangezien ik toch wel nieuwsgierig was om te zien wat ze daar uitgespookt hadden (misschien wel minder geschikt voor gevoelige zielen):

Img_0549

Inmiddels is al dat ijzerwerk er uiteraard al lang uit, is alles heel mooi genezen en heb ik geen last meer van die vreselijke jeuk tijdens de eerste weken.

En oh ja, dan is er nog de buurvrouw. Mijn eerste buurvrouw bleek een Turkse vrouw te zijn, die geen gebenedijd woord Nederlands sprak of verstond. En aangezien mijn Turks van dezelfde kwaliteit was, bevorderde dat niet echt de communicatie. Hoewel ze echt haar best deed: ik kreeg heelder uiteenzettingen te horen, waar ik dus geen jota van begreep. En aangezien ikzelf nog behoorlijk groggy was (was dag 2), deed ik eerlijk gezegd ook niet echt veel moeite om haar tegemoet te komen. Wat ze precies mankeerde, weet ik niet – iets met haar buik – maar ze was ook slecht te been en haar schoeisel maakte haar niet echt stabieler. Ze schuifelde rond op te grote slippers (met een sleehak van enkele centimeters), waarbij haar tenen volledig uit haar slippers staken, denk daarbij ook nog een paar kousen, en je begrijpt hoe stabiel ze was. Om toch wat steun te hebben, gebruikte ze zo’n metalen standaard op wieltjes om infusen aan te hangen. Ze was in het ziekenhuis blijkbaar al gevallen, waardoor haar rechterarm in een mitella zat. Ondanks het gebod om in haar bed te blijven – er werd regelmatig een beroep gedaan op een Turkse verpleegster om te tolken – bleef ze rondschuifelen. Ik heb die dag tweemaal gebeld voor de verpleging omdat ze kopjes in scherven had laten vallen, en omdat ze zelf gevallen was. Ik had best wel medelijden met haar, maar kon dus zelf niet veel doen.
‘s Anderendaags was het best wel grappig. Ze had vernomen dat ze naar huis mocht en had nog een aantal vragen voor de verpleging. En ze behoorde duidelijk tot het soort mensen dat geen geduld heeft, en dus wou ze een direct antwoord. Dat de verpleegsters op dat moment bezig waren met mij te wassen, en dat ik bijgevolg half ontbloot in mijn bed lag, dat speelde geen rol. Ze kwam zonder verpinken aan mijn bed staan om haar vragen te stellen (die niemand helaas verstond), en of de verpleegsters haar met gebaren wegstuurden of niet, dat maakte allemaal niet uit. Gelukkig kan ik daar allemaal best tegen, en ik betwijfel zelfs of ze zich bewust was van de situatie, maar anderzijds kan je je afvragen hoe ze zou gereageerd hebben indien ik zo aan haar bed zou komen te staan. Het is wel niet mooi van mij, maar ik vond het rustiger toen ze naar huis mocht.
Met de twee volgende buurvrouwen (de eerste voor een operatie aan haar voet, en de tweede voor een epilepsie-aanval) verliep het contact veel vlotter.

Mijn laatste nacht in het ziekenhuis bleek een bewogen nacht te zijn: laat gaan slapen wegens crimi kijken op Canvas; niet onmiddellijk ingeslapen; rond kwart voor vier gewekt door een nieuwe opname op de kamer (de aankomst van buurvrouw 3); niet onmiddellijk ingeslapen, ook omdat ik gehoord had dat de nachtverpleging nog moest komen voor haar, dus wou ik daarop wachten alvorens verder te slapen; toch licht ingeslapen; nachtverpleger kwam uiteindelijk pas tegen vijven; wakker gelegen en nog wat gelezen (leve Kindles met verlicht scherm); ingeslapen; wakker geschrokken door een bons: patiënt van de kamer aan de overkant was uit zijn bed gedonderd (al de tweede nacht op rij); ingeslapen; gewekt om zes uur voor de pijnstiller; ingeslapen; gewekt rond half zeven door getetter van de ochtendploeg; toch weer ingeslapen; zeven uur: bloeddruk en koorts opmeten; gedoezeld; kwart voor acht: ontbijt. Ik was ontzettend blij met het vooruitzicht om de volgende nacht in mijn eigen bed te kunnen doorbrengen.

Voor jullie de indruk krijgen dat ik die ziekenhuisopname een aaneenschakeling van ellende vond, niets was minder waar. Wat ik hier vertel, zijn momentopnamen, dingen die effectief gebeurd zijn (en soms voor verbetering vatbaar – zoals op heel veel plaatsen is vooral communicatie een werkpunt) en die ik wou noteren om later nog eens glimlachend na te lezen. Tenslotte zijn het allemaal mensen waarmee je in contact komt, en mensen hebben hun goede dagen en hun slechte, en de ene ligt je al beter dan de andere, en de ene is al positiever ingesteld dan de andere, en iedereen kan al eens iets over het hoofd zien, en ja, door samenloop van omstandigheden kunnen dingen ook al eens mis gaan. De werkomstandigheden zijn blijkbaar ook niet evident, dat kon ik genoeg opmaken uit hun onderlinge gesprekken.
Maar de operatie is zonder complicaties geslaagd, ik werd er goed verzorgd, en nagenoeg iedereen was vriendelijk.

Hoe het nu gaat? Redelijk goed, maar nog zeker niet zoals vroeger. De eigenlijke rugpijn ten gevolge van de operatie is al behoorlijk verminderd, waardoor ik ook al heel wat minder pijnstillers neem. Maar de klachten die er voor de operatie waren – het gevoel van de helft van de keren door mijn benen te schieten, en dat verdoofd gevoel in mijn tenen – zijn zeker nog niet verdwenen. Wandelen lukt wel al beter dan ervoor, dat is toch ook al iets. En als ik rustig in de zetel blijf zitten, voldoende gesteund door kussens, dan voel ik mij geweldig. Als ik niet in slaap val tijdens het lezen (wat nog steeds dikwijls gebeurt).

Gepost door: pharailde | januari 21, 2015

Buiten

In de late namiddag ben ik nog eens tot aan de Bourgoyen gestapt, aangezien ik toch regelmatig moet wandelen en het een ongelooflijke luxe is om een natuurreservaat op nog geen tien minuten stappen te hebben. Het was nu de derde keer, en ik ben alweer wat verder geraakt, tot aan een volgend bankje. Het probleem met dergelijke uitstapjes is inschatten hoever je kan gaan, én terug te kunnen keren. Dus rust ik, alvorens terug naar huis te gaan, even uit op een bankje. Ook vandaag was het koud (er lag zelfs een vliesje ijs op het water) maar stralend weer, en ik genoot van het landschap, van de rust, van de buitenlucht, van een enkele wandelaar, van mensen die hun hond uitlieten, van een eenzame jogger, van fietsers op weg naar huis na een werk/schooldag, en van een mooie zonsondergang.

Img_0569

Img_0570

Img_0572

Om goed te zijn, zou ik dat eigenlijk elke dag moeten doen.

Older Posts »

Categorieën

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.