Gepost door: pharailde | augustus 15, 2017

Zomervakantie editie 2017 – Gentse Feesten

De – lekker lange – vakantie loopt op z’n einde (morgen start the real life opnieuw), en ik heb nu al moeite om me te herinneren wat we allemaal gedaan hebben, dus toch maar de annalen aanvullen. Foto’s van de Gentse Feesten heb ik niet, daarvoor verwijs ik graag naar de blogs van vrienden Max en Mamamaya.

De laatste werkdag viel ook dit jaar samen met de eerste dag van de Gentse Feesten, en het bleek weer dat ik het vervroegen van de Gentse Feesten van zaterdag naar vrijdag eigenlijk geen leuke evolutie vind. Toen ik alles afsloot, zat ik met mijn hoofd nog volop in de werksfeer, maar op de bus naar huis doorkruiste ik reeds een stadscentrum in feestenmodus (hoewel op veel plaatsen nog volop opgebouwd werd). ’s Avonds wilden we dan naar Willem Vermandere en Johan Verminnen (François Laurentplein) gaan, dus moest er snel gekookt en gegeten worden om op tijd de bus te nemen, kwestie van nog een zitplaats te bemachtigen. IJdele hoop helaas. Blijven rechtstaan was evenwel geen optie en we vonden gelukkig nog een zitplekje op de rand van de plankenvloer van de tent, met mooi zicht op het podium. Ik moet wel toegeven dat ik minder van het optreden van Willem Vermandere genoot dan verwacht, maar dat lag vooral aan mij: ik kan moeilijk genieten als mensen continu heen en weer lopen en vooral voortdurend zitten te tetteren (waarom gaan die dan eigenlijk naar een concert?), en mijn rug deed pijn. En om eerlijk te zijn, vond ik het concert ook wat minder: liedjes waar ik niet dol op ben, liedjes die ik niet ken, liedjes die ik wel ken en graag hoor maar die hij niet zong maar voordroeg. Bovendien klonk hij niet altijd toonvast, vooral bij de hogere noten.
Een en ander had tot gevolg dat we na afloop huiswaarts gingen en Johan Verminnen aan ons voorbij lieten gaan. Daardoor zagen we dan wel weer de vuurlantaarns in de straten, en de brandende palen op het Braunplein, het officiële openingsmoment van de feesten. Het was geen echt spektakel – zoals her en der aangekondigd – maar gaf wel een gezellige sfeer.

Uiteraard werd een deel van de Feestentijd opnieuw gespendeerd op het International Puppetbuskersfestival (IPBF). Wederhelft E. stond, net als de voorbije jaren, in voor de geluidsversterking van de voorstellingen op het Emile Braunplein (“The Green” zoals in de programmatie vernoemd) op de zaterdagen, zondagen en 21 juli. Meestal was ik daar ook, omdat er doorgaans heel wat vrienden en bekenden passeren. Heel soms maakte ik een uitstapje naar de Kalandeberg voor een voorstelling aldaar, meestal na een aanbeveling van vrienden. Op maandagnamiddag waren we te vinden bij de voorstellingen in het UZ: sinds 25 jaar brengt het IPBF een namiddag Gentse Feesten naar de kinderkankerpatiëntjes in het UZ, met voorstellingen en wafels in het zaaltje, en korte stukjes op de kamers voor de kinderen die te ziek zijn. Het is een schitterend initiatief maar toch wel bevreemdend om dit bij te wonen.

Maar op de Feesten valt nog veel meer te beleven, ook al deden we maar een fractie ervan.

Op zondag gingen we na de IPBF-voorstellingen op de Green samen gezellig op restaurant, kuierden we wat door de stad, passeerden we langs het Baudelopark op bezoek bij zoon J. die daar tien dagen (en nachten) geluidsversterking deed in de tent – maar pech, zoonlief was net op dat moment gaan eten – en vertrokken toen richting Voorhoutkaai voor het vuurwerk. Het is inmiddels een leuke traditie geworden om daar, samen met een aantal vrienden, ruim op voorhand te zijn en het wachten op te vrolijken met wijn en knabbels en babbels (voor de volwassenen) en frisdrank en knabbels en spelletjes (voor de kinderen) om dan allemaal samen te genieten van het vuurwerk (minpuntje: de bassen stonden veel te luid, en ik had veel te dikwijls het gevoel dat mijn hart uit mijn lijf ging springen). Hartjes voor Sandra die dit al vele jaren organiseert.

Maandag- en dinsdagavond waren gereserveerd voor wat klassieke muziek. Op maandagavond genoten we van drie vioolsonates van Johannes Brahms in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) – uitgevoerd door pianist Timur Sergeyenia en de violisten Farchod Yudashev (sonate 1), Valeryia Hrabliuk (sonate 2) en Maria-Magdolna Boross (sonate 3) – en op dinsdagavond speelde de pianiste Helena Weiser muziek van Fiser, Janácek en Chopin, in de mooie Miry Concertzaal van het conservatorium. Die avond werd afgesloten met een gezellige babbel met enkele vrienden op de binnenplaats van de Achtersikkel (tijdelijk ingericht als café).

Woensdagavond stond het concert “Graceland” van Frederik Sioen op het Groot Podium (Walter De Buckplein) op het programma, maar toen kregen we de uitnodiging om bij vrienden chili con carne te gaan eten. Twijfel alom dus. Maar de muziek kunnen we altijd beluisteren op cd (en ja, uiteraard is een live-uitvoering niet hetzelfde), dus kozen we voor het sociaal contact en hadden een fijne avond, die gezamenlijk afgesloten werd op de Kouter voor het optreden van Arno met Tjèns Matic. Een goed concert, maar ook hier had ik alweer te veel last van mensen die continu moesten passeren, waardoor ik ook elke keer mijn goed zicht op het podium kwijt was en ik maar half kon genieten (het ligt aan mij, ik ben me daar heel goed van bewust). Bovendien had ik ook hier last van de harde bassen, en was er toch iets niet goed geregeld van het geluid, want de teksten waren zeer moeilijk te verstaan.

Vorig jaar hadden we gehoord dat tijdens de speciale boottochtjes op de binnenwateren richting Eiland Malem de architect(uur) van ons huis specifiek vermeld werd, dus moesten we dat toch wel eens horen. Dus stonden we donderdagochtend met heel het gezin plus aanhang, samen met een aantal vrienden, in de gietende regen (gelukkig alleen tijdens het wachten) paraat voor het boottochtje van een uur en drie kwartier, incl. ijsje. En jawel, ons huis werd zowaar met naam en toenaam vermeld (het doet toch wel raar).

Omdat na afloop niemand al echt zin had om naar huis te gaan, gingen we nog een pannenkoek eten bij Gwenola in de Donkersteeg, waarna we nog genoten van een IPBF-voorstelling op de Kalandeberg.

Donderdagavond en vrijdag hielden we het rustig thuis (wederhelft E. moest in de namiddag wel werken op de Green). Zaterdagochtend startten we in het MIAT met het middeleeuws ontbijt, met aansluitend een bezoek aan de tentoonstelling over kinderarbeid aldaar, gevolgd door een terrasje op de Vrijdagmarkt. Wederhelft E. trok naar de Green en ik naar de Kalandeberg voor een hilarische voorstelling van de drie biggetjes, waar ik andermaal een deel van de vriendenkring tegenkwam. Ik vergezelde hen achteraf voor een drankje in Caffè Rosario, waarbij we blij waren dat we binnen zaten, aangezien er ondertussen een hevige stortbui losbarstte (achteraf hoorde ik van wederhelft E. dat een van de luidsprekers slachtoffer van de regen was geworden). En blijkbaar worden we toch een dagje ouder, want in plaats van ons in het feestengewoel onder te dompelen, brachten we ook deze zaterdagavond thuis door.
De Gentse Feesten sloten we na de laatste voorstellingen op de Green supergezellig af met een etentje met vrienden in een Italiaans restaurant in de Drabstraat en een laatste drankje in de Irish Pub op de Sint-Michielshelling.
We kunnen alweer aftellen naar volgend jaar 🙂

Gepost door: pharailde | maart 1, 2017

Verjaardagsweekend bis

Wat voorafging. In juni gingen we met een groepje archivarissen op een boeiende uitstap naar Den Haag voor een bezoek aan een tentoonstelling over Willem I in het Nationaal Archief aldaar, en in de namiddag een exclusief bezoek aan het Koninklijk Huisarchief (archief en bibliotheek van de Nederlandse koninklijke familie) bij Paleis Noordeinde. En wie wou, kon de dag afsluiten in het Mauritshuis. Dat laatste programmaonderdeel heb ik toen aan mij voorbij laten gaan (twee bezoeken was al voldoende voor één dag), maar wel vast van plan om samen met wederhelft E. terug te keren. Bovendien leek Den Haag wel een fijne stad om eens op het gemak te verkennen, én konden we dat gemakkelijk combineren met een bezoekje aan onze vrienden die in Leiden wonen.

Aanvankelijk hadden we het idee om dit plan vorig weekend uit te voeren, n.a.v. de verjaardag van wederhelft E. (een weekenduitstap i.v.p. een daguitstap – op mijn verjaardag waren we wel in Rome, maar het is er nog niet van gekomen om daarover te schrijven, shame on me). Helaas was onze Leidse vriendin vorig weekend zelf op stap, dus stelden we een en ander gewoon een weekje uit.

We vertrokken op vrijdagmiddag, checkten in in ons hotel, pal in een winkelstraat in het centrum, gingen een broodje eten (was inmiddels vier uur en we hadden toch een beetje honger) en trokken de stad in volgens ons eigen recept: gewoon onze neus volgen, met een beetje leidraad van het stadsplan. Zo liepen we via de Grote Markt en de Grote of Sint-Jacobskerk richting paleis Noordeinde, wandelden we een stuk in de paleistuin, vonden we uit dat het gebouw er vlakbij de Koninklijke Stallen zijn (leve de slimme telefoon, internetverbinding en Google), bevonden we ons ineens aan de voorzijde van het paleis en het standbeeld van Willem van Oranje, passeerden we langs “L’Église wallonne” en genoten bij valavond van de Binnenhof en de Hofvijver. We vonden een gezellig restaurantje, Floc, met een heel beperkte kaart – dat was gemakkelijk, weinig keuzestress -, aten lekker (en neen, wij zijn niet van die mensen die foto’s nemen van hun maaltijden) en genoten nog van een rustige leesavond op de kamer.

Zaterdagochtend, na wat voorraad ingeslagen te hebben in de Albert Heijn niet ver van het hotel, volgden we weer onze neus, bezichtigden/bewonderden de Nieuwe Kerk (waar we onverwachts op het grafmonument van Baruch Spinoza botsten), het nieuwe Stadhuis (van de Amerikaanse architect Richard Meier), dat een gigantisch atrium heeft, en de Bibliotheek van Den Haag, die deel uitmaakt van hetzelfde complex. De spierwitte gebouwen – met de bijnaam “IJspaleis” – zijn nu bekleed met een aantal Piet-Mondriaanpanelen, in het kader van 100 jaar De Stijl, waarvan Mondriaan een van de oprichters was. Het resultaat mag gezien worden, en mag, wat ons betreft, zeker zo blijven. De hele stad is trouwens opgesmukt met Mondriaanvormen. In het gigantische atrium van het stadhuis (het grootste atrium van Nederland, lazen we achteraf), waren we op ons gemak wat aan het rondkijken (gezellig warm binnen tegenover het miezerweer buiten), toen we benaderd werden door enkele filmmakers, die vroegen of we een bijdrage aan de film konden leveren door onze – liefst humoristische – mening over bv. de belastingen konden verkondigen, n.a.v. de nakende verkiezingen. We legden dan toch maar uit dat we wel onze mening over belastingen konden geven, maar dan vooral over de Belgische, maar dat paste niet zo goed in hun concept.

Na een wandeling door de 19de-eeuwse winkelgalerij De Passage en verder langs de Lange Voorhout, een brede laan met bomen – waar we hoopten dat de krokussen al zouden bloeien maar dat was wat voorbarig, ze kwamen nog maar net uit de grond piepen – en statige huizen, kwamen we bij het spiksplinternieuwe monument voor Johan Thorbecke (1798-1872), politicus en onder meer ontwerper van de Nederlandse grondwet. Het stond er nog maar veertien dagen en blonk nog helemaal naar nieuw.

Om 14 u. hadden we een date met onze Leidse vrienden bij het Mauritshuis om samen de schilderijenverzameling te bekijken, want zij hadden die nog nooit gezien. Zo gaat dat met bezienswaardigheden in je eigen – ruime – buurt. En zo bewonderden we eindelijk het Meisje met de parel van Johannes Vermeer, en de De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt. We zagen meerdere werken van beide schilders, maar ook van andere illustere bekenden zoals Pieter Paul Rubens, Anton Van Dyck, Adriaan Brouwer, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Jan Steen, en heel wat illustere onbekenden. Het is geen al te groot museum, maar zeer zeker de moeite. We sloten de namiddag af in het museumcafé, waarna we naar Leiden reden en de hele avond gezellig bijkletsten.

Op zondag trokken we tussen het kletsen door, ondanks het eerder gure weer, richting binnenstad voor een bezoek aan enkele Leidse hofjes, zoals de Zwartehandspoort, het Sint-Anna Aalmoeshuis, het Bethlehemshofje of de Gekroonde Liefdepoort, waar Jan Steen woonde.

Ook al waren we nog lang niet uitgebabbeld, tegen vijf uur was het toch tijd om te vertrekken, want we hadden nog een hele rit naar huis voor de boeg. Maar we konden wel alweer terugkijken op een geslaagd weekend.

Gepost door: pharailde | februari 20, 2017

Verjaardagsweekend

Enkele maanden geleden hadden we reeds kaarten geboekt voor de nieuwe voorstelling van Wouter Deprez, Bloemen, bijen en borstbollen. Alle kinderen wilden graag mee. Aangezien het niet meer zo evident is (en ook duur) om met de auto naar het stadscentrum te gaan, gingen er een paar met de fiets, en wij met de bus naar de Vooruit. Na enkele minuten op de bus, drong het ineens tot mij door: “we zijn de tickets vergeten!!” Help. Maar moderne mensen als wij zijn, onmiddellijk getelefoneerd naar zoon S.W. Die nam zijn gsm niet op. Ook niet na een tweede, derde, vierde maal proberen. Dan maar de huistelefoon geprobeerd. Een tweede maal. En een derde maal. Geen gehoor. Tja, niets aan te doen, hij zal al weg geweest zijn. Dan maar dochter M. gebeld. Tenslotte woont zij niet zo ver van bij ons, en kan ze eerst eens langs ons huis passeren. Geen gehoor. Ook niet na een tweede, derde, vierde maal. Kort erna belde ze terug, maar ze bleek al in stad te zijn: inwendig gevloek, en groeiende stress. Inmiddels waren we aan de Vooruit en hoopten we maar dat ze ons in het ticketbureau konden helpen. En inderdaad, onze naam zat in de computer, en zonder enig probleem werden onze tickets geprint. Grote oef.

Over de voorstelling zelf, niets dan lof (behalve misschien hier en daar een scène die een ietsiepietsie te lang was, maar een kniesoor die daarover valt). Wouter Deprez bleek andermaal een rasartiest: hoe hij een zwaar beladen thema (de ziekte van zijn vrouw) behandelt zonder sentimenteel te worden, en hoe hij met een soms kurkdroge opmerking de atmosfeer ontlaadt en een portie nuchterheid en relativeringsvermogen tentoonspreidt. En chapeau, twee uur aan een stuk alleen op een podium staan (op de muzikant na) en de voorstelling volledig dragen, het is niet iedereen gegeven. Veel meer ga ik er niet over zeggen, Peter Decroubele doet dat in bovenstaande link heel wat beter.

Na de voorstelling gingen we met de hele bende (kinderen en wat aanhang) Thais eten in de Vlaanderenstraat, en klonken we reeds op de verjaardag van wederhelft E. op zaterdag. Het was een meer dan geslaagde en gezellige avond. Zelfs het openbaar vervoer werkte mee, want dat is wel een nadeel van bus- of tramgebruik: je moet goed het uur in de gaten houden en op tijd vertrekken, of het nu gezellig is of niet, of er je loopt het risico van drie kwartier op de volgende bus te moeten wachten. Zeker in de winter is dat geen leuk vooruitzicht. Maar gelukkig waren we, mits een beetje rapper door te stappen, nog op tijd aan de halte.

Op zaterdagochtend deden we op het gemak alvorens bus en trein richting Brugge te vertrekken voor onze traditionele verjaardagsuitstap (op onze verjaardagen geven we elkaar geen cadeau, maar trekken we er een dag met ons tweetjes op uit). Ik was wel al een aantal keren in Brugge geweest, maar meestal met een specifiek doel: een tentoonstelling, een studiedag, een lezing, e.d., maar had de stad nog nooit als stad bezocht, en de wederhelft ook niet. Dus deden we nog eens expliciet van toerist in eigen land (al moet ik mij dringend eens in de geschiedenis van de stad Brugge verdiepen).
Ook wie Brugge absoluut niet kent en geen kaart bij zich heeft, vindt moeiteloos zijn weg van het station naar het centrum: volg de stroom. Ik zou echt niet graag in de straten tussen station en Grote Markt wonen, de hele dag lang een eindeloze stroom mensen langs je deur zien passeren, in beide richtingen, er zijn leuker dingen, denk ik. En jawel, wij wilden ook richting Grote Markt, maar niet noodzakelijk langs de kortste weg. We volgden zoals gewoonlijk onze neus, en sloegen straatjes in die ons interessant leken. We dwaalden via de Sint-Salvatorskathedraal (gesloten op het middaguur), het Sint-Jans-Hospitaal en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, langs de Bonifaciusbrug en het Arentshof richting binnenstad. Inmiddels was het al twee uur, en kregen we toch wat honger. We deden hip en gingen lunchen in de Pain Quotidien. Intussen werd het al wat laat voor ons eerste plan: op bezoek bij de Vlaamse primitieven in het Groeningemuseum. Dus trokken we richting Burg en kochten een combiticket voor een bezoekje aan het stadhuis en het ernaast gelegen Brugse Vrije (waar het Stadsarchief gehuisvest is). In beide gebouwen zijn er niet zo veel ruimtes die je kan bezoeken, maar wat je te zien krijgt, is wel de moeite: de Gotische Zaal in het stadhuis (samen met de ernaast gelegen ruimte met historische documenten en voorwerpen), en de Renaissancezaal met de monumentale Keizer-Karel-schouw in het Landhuis van het Brugse Vrije. Inmiddels werd het stilaan tijd om naar het station af te zakken, want de stad maakte zich klaar voor de Urban Trail later op de avond. En die drukte wilden we wel ontvluchten. Langs een aangename wandeling langs het water (Groenerei, Coupure (waar we ook het nieuwe Rijksarchief passeerden) en de vesten) kwamen we weer aan het station om naar ons eigen Gent terug te keren.
Het was een heel fijne dag, maar het viel wel op hoeveel toeristen daar rond liepen, en hoeveel talen we hoorden (ik hoor bij manier van spreken op een doordeweekse dag meer West-Vlaams in Gent spreken dan ik in Brugge hoorde 🙂 ). En dat op een frisse, weliswaar zonnige, dag midden februari. Ik durf er niet aan te denken wat dit in volle zomer moet zijn.

Gepost door: pharailde | oktober 25, 2016

Ra Ra Raspoetin

dsc_0555

dsc_1338

img_0631

Ze zal nooit meer op de krant komen liggen als je die wil lezen.
Ze zal ons nooit meer volgen van de keuken naar de living naar de badkamer en terug (maar altijd één tot anderhalve meter afstand van je blijven zitten).
Ze zal nooit meer om aandacht komen schooien als ik me in het tuinzeteltje zet te lezen.
Ze zal nooit meer het voeteneinde van mijn bed inpalmen (waardoor ik veel minder plaats heb om mijn benen te bewegen).
Ze zal nooit meer rechtopstaand tegen de ruit trommelen om binnengelaten te worden.
Ze zal altijd zeven jaar blijven.

Vanochtend zijn we ten langen leste toch moeten zwichten voor moeder natuur en heeft de dierenarts Raspoetin vanochtend laten inslapen.

De problemen begonnen in het voorjaar: jaarlijkse controle bij de dierenarts die oorontsteking vaststelde. Ze genas, maar was kort nadien weer ziek: luchtwegeninfectie. Ze kwam er weer bovenop, waarna we vaststelden dat ze niet meer dronk of at (als je vier poezen hebt, duurt dat even vooraleer je dat in de gaten hebt, want ik hou geen schema bij van wie wat wanneer komt eten of drinken). Opnieuw naar de dierenarts: bloedonderzoek + verblijf bij de dierenarts voor infuus (ze was immers aan het uitdrogen). Bloedonderzoek bracht een nierontsteking (of iets dergelijks, weet het niet goed meer) aan het licht. In ieder geval functioneerden haar nieren niet meer zoals het hoorde. Ze is daar een week gebleven, maar zelf eten deed ze niet, en veel fut zat er niet in. Beslist om haar weer naar huis te brengen, in de hoop dat de vertrouwde omgeving haar zou triggeren. Ondertussen speelde ik Florence Nightingale: elke ochtend injectie met antibiotica geven en driemaal daags voederen met een spuitje. Zelf eten wou ze nog steeds niet. Omdat er geen verbetering merkbaar was, dan toch van ons hart een steen gemaakt en een afspraak gemaakt om haar te laten inslapen. Wellicht was er elders nog iets mis, dat we niet opmerkten. Anderzijds reageerde ze niet echt ziek meer, wat de beslissing nog moeilijker maakte. Inmiddels besloten we om even te stoppen met dwangvoederen. En zowaar, alsof ze het wist wat haar te wachten stond, begon ze weer te eten. Wij dolblij natuurlijk (ook de dierenarts kon het bijna niet geloven).

Zo konden we nog een hele, lange zomer van haar genieten.

De laatste weken was het ons wel opgevallen dat ze alsmaar magerder werd. Maar door onze drukke agenda’s was het er, tot vorige zaterdag, nog niet van gekomen om een check-up te laten doen. Ze bleef immers levendig en gedroeg zich niet als een zieke poes. Er werd nog eens bloed genomen, en maandagavond mocht ik bellen. Ook bleek dat haar ene nier verschrompelde, en dat haar andere nier vergroot was.
Is er een verband? Is het puur toeval? Maar in de loop van zaterdag begon ze weer te verslechteren: niet meer eten, weinig drinken (om het nadien weer over te geven), weinig fut. Aangezien we maandagavond naar een boekvoorstelling in Mechelen moesten, lukte het niet meer om de dierenarts te bellen. Ik had per mail wel een kopie de bloeduitslagen gekregen en, ook al heb ik er weinig verstand van, kon toch duidelijk zien dat er heel wat mis was. Dinsdagmorgen werd mijn vermoeden bevestigd door de dierenarts: haar nieren functioneerden niet echt meer, ze moest eigenlijk een bloedtransfusie krijgen, maar die was eigenlijk zinloos aangezien haar beenmerg ook al niet meer normaal functioneerde. De beslissing was snel genomen, zeker omdat ik net een zielig hoopje poes vanonder de zetel had gehaald. We hebben dan maar geopteerd voor de korte pijn, en ben onmiddellijk naar de dierenarts geweest. Zeven jaar, het is geen leeftijd voor een poes.

(En zo raar: in de periode dat we in het voorjaar met haar sukkelde, had ik enorm last van tandpijn, meer dan vier weken aan een stuk en ondanks herhaalde tandartsbezoeken. Ik telde elke keer de uren af tot wanneer ik opnieuw een pijnstiller mocht nemen, en ja, er werd soms een half uur tot een uur gezeurd. Uiteindelijk had de tandarts de boosdoener gevonden (was niet simpel omdat het probleem zich onder een brug bevond, en om goed te zijn moest ze die brug eraf kunnen halen, maar dat lukte langs geen kanten. Dus moest ze de boosdoener ontzenuwen langs een andere weg.
En nu was Raspoetin weer ziek en is er weer een probleem met die verdomde tand (gelukkig zonder pijn ditmaal)).

Gepost door: pharailde | september 5, 2016

Wij gingen een weekje weg …

De dagen na de Gentse Feesten stonden in het teken van huis opruimen, (beetje) kuisen, wassen, voorraden aanvullen en inpakken. Op woensdagochtend (27 augustus) rond kwart voor negen stonden wij – wederhelft E., dochter E. en ik – gepakt en gezakt klaar voor ons weekje Cardiff, hoofdstad van Wales. Dochter E. heeft daar een internetvriendin die ze nog eens een bezoekje wou brengen, maar ze zag enorm op tegen de reis in haar eentje. Aangezien ze daar 2 jaar geleden al geweest is, en ons toen al wist te zeggen dat we die stad leuk gingen vinden, boden we haar aan om de reis samen te maken. Ter plekke konden we dan grotendeels opsplitsen.

De reis op zich is wel een onderneming: met de bus naar het station (10 min), daar de trein naar Brussel-Zuid (31 min) om dan over te stappen op de Eurostar naar Londen (ca. 2 u.). In Londen dan de metro van St Pancras Station naar Paddington Station – en serieus geschrokken van de prijs: bijna 5 pond pp voor een enkel ticket – (een kwartiertje, maar wel eindeloos stappen in de stations) om dan daar de trein naar Cardiff te nemen (ca. 2 uur). Gelukkig lag het hotel ongeveer vlakbij het station en konden we daar ergens tussen vier en halfvijf inchecken. Ik had wel overal voldoende tijdsmarge voorzien om eventuele vertragingen op te vangen, voor de security aan de Eurostar, en voor het middagmaal in St Pancras.

Cardiff is een stad van ca. 350.000 inwoners, met een groot voetgangersgebied in het centrum, een kasteel, een universiteit en een haven (in Cardiff Bay). Rond 1800 telde Cardiff slechts een tweeduizendtal inwoners. Ergens in de loop van de 19de eeuw werd de Schotse familie Bute door huwelijk eigenaar van het kasteel (dat reeds door de Romeinen werd gebouwd) en, als ik het goed onthouden heb, ook van enkele steenkoolmijnen. Die Bute was een rasechte ondernemer en bouwde in Cardiff een haven uit voor het vervoer van al die steenkool. Zijn hoofdkantoor in Cardiff Bay (“Pierhead”) is nog steeds te bezichtigen, wat we ook uitgebreid gedaan hebben. Hij vergaarde een gigantisch fortuin, wat zijn erfgenaam besteedde aan verbouwingen en verfraaiingen van het kasteel (ca. laatste kwart 19de eeuw). Niet altijd mijn smaak, maar wel rijkelijk en overweldigend, zeker als je hoort dat de familie er eigenlijk maar een zestal weken per jaar verbleef (ook hun andere domeinen, o.m. in Schotland, moesten in de loop van het jaar toch eens bewoond worden). We opteerden voor ons bezoek voor de geleide rondleiding, die ons ook in andere ruimtes bracht dan bij een gewoon individueel bezoek. Enkele foto’s ervan vind je op de website van het kasteel, want het was een beetje te moeilijk om tegelijk te luisteren foto’s te nemen. En foto’s geven ook maar een beperkt beeld van de weelderige aankleding van de vertrekken.

Betreffende het kasteel, nog twee zaken. Pal erachter ligt het gigantische Bute Park, een echte groene long in het hart van de stad (je moet maar eens kijken op Google Maps), waar het zeer goed toeven is. En aan Castle Street is het park afgescheiden door de“animal wall”, een muur met prachtige gebeeldhouwde dieren. Deze muur werd eind 19de eeuw gebouwd als afscheiding tussen het kasteel en de straat, en begin jaren 1920 verplaatst naar de huidige locatie. Toen werd hij ook verlengd en werden er bijkomende dieren gebeeldhouwd.

Voor de rest bezochten we de stad zoals we steden graag bezoeken: gewoon rondlopen in (een deel van) de stad (soms het enige wat we op voorhand vastleggen: bepalen welke wijk we op dat moment zullen aandoen), en zien waar onze voeten of ogen ons brengen, blijven staan bij een gevel die ons opvalt (zowel mooi of lelijk), mensen kijken, commentaar geven (doen we graag), een halfuurtje (of langer) op een bankje in een park zitten, enz.

Op die manier kwamen we ook aan de wijk met onder meer het stadhuis (met een pracht van een draak op het dak) en het ernaast gelegen National Museum, dat gratis te bezoeken was (typisch Brits dus: het ene museum is gratis, andere (meestal beheerd door de National Heritage) zijn zeer duur) en bekeken er de zalen met o.m. (Franse) impressionisten. Daarnaast waren we blij met de tijdelijke tentoonstelling van het schitterend werk van Quentin Blake, de illustrator van o.m. de boeken van Roald Dahl (die trouwens in Cardiff geboren is). De tekeningen katapulteerden ons onmiddellijk terug naar de kindertijd. Die van onze kinderen welteverstaan.

Later deed ik trouwens behoorlijk zot: bij ons bezoek aan de Waterstones (altijd een must als je met dochter E. op schok bent, en vanop afstand werden we ook die richting uit gedirigeerd door dochter M.) kocht ik al het daar beschikbare werk van Roald Dahl. Vast van plan om dit eindelijk eens in de oorspronkelijke taal te lezen. Onze bagage was bij de terugkeer ineens zoveel zwaarder 🙂

DSC_0469

In Cardiff is behoorlijk veel beeldhouwkunst te zien op straat, naast de gewone standbeelden/herdenkingsmonumenten. Voor ons is het een gewoon gezicht om duiven te zien zitten op die standbeelden, in Cardiff waren het altijd meeuwen.

Het was grappig om in een brochure in het hotel te lezen dat de stad meer uren zonneschijn heeft dan Milaan. Dat strookte niet helemaal met onze ervaringen (tenzij Milaan natuurlijk veel bewolking of regen kent). Op weergebied hebben we immers van alles gehad: ’s ochtends regen die gelukkig stopte op het moment dat we onze neus buiten staken, bewolkt, afwisselend zon en wolken maar gelukkig droog en aangenaam warm (op onze uitstap naar Cardiff Bay op zaterdag), volop zon (zelfs een zeer zonnige zondag, toen we de hele namiddag in Bute Park gespendeerd hebben – daar viel het ons dan weer wel op dat er palmbomen in het park groeien), onophoudelijk gietende regen (op maandag, onder meer tijdens ons kasteelbezoek, mét doorweekte schoenen en jassen), onophoudelijk miezirige regen (op dinsdag, tijdens het shoppen – gelukkig heeft Cardiff heel wat mogelijkheden om droog te shoppen: zowel 19de-eeuwse overdekte winkelstraatjes, als moderne winkelcomplexen). Onze laatste dag gaf een cocktail van veel wolken, veel wind, af en toe een druppel regen, soms een streep zon maar gelukkig aangename temperaturen.

Hierbij ook enkele foto’s van onze uitstap naar Cardiff Bay. Daar genoten we van het water en het mooie weer, aten een ijsje en bezochten Pier Head, de National Assembly of Wales (inclusief metaaldetectie, gewoon om de grote hal te bekijken), waar ze blijkbaar last hebben van waterinsijpeling, getuige de emmers op het glazen binnendak – kan al eens gebeuren met heel speciale architectuur, en het Wales Millennium Centre, een recent centrum voor podiumkunsten.

Het leuke van een bezoek aan een grotere stad, is de grotere keuze aan restaurants en keukens: zo aten we Italiaans (Jamie Oliver!), Indisch, Japans, Chinees, ‘Amerikaans’ (steakhouse) en zowaar toch ook Brits.

We hadden een zalige hotelkamer, lekker ruim, met een raam tot op de grond (dat evenwel niet open kon – op de achtste verdieping lijkt mij dat hoe dan ook geen veilig idee), en een weids uitzicht op de sporen en het station.

Op de derde avond evenwel, net toen we op het punt stonden om uit eten te gaan, konden we de kamerdeur met geen mogelijkheid meer sluiten. Het was ons al opgevallen dat we ze zelden gewoon konden dichtdoen, maar echt in het slot moesten laten vallen. Nu lukte zelfs dat niet meer. De wederhelft dus naar de receptie getrokken om het probleem uit te leggen (een hotelkamer verlaten met de deur op een kier leek ons niet zo’n goed idee, hoeveel honger we ook hadden), mevrouw kwam mee naar boven, probeerde ook van alles maar zonder resultaat, de deur bleef open. Er moest een technicus bijgehaald worden, wat op vrijdagavond geen optie was. De enige oplossing was dus een andere kamer. Aangezien dochter E. in de kamer naast ons lag, hoopten we wel op een kamer in dezelfde gang, wat gelukkig nog kon. Die was jammer genoeg een stuk kleiner, en ook het uitzicht was heel wat minder: we keken recht op een appartementsgebouw. Maar soit, we lieten het niet aan ons hart komen, uiteindelijk ben je nooit lang op de kamer, en het bed was even goed 🙂

Gepost door: pharailde | juli 26, 2016

Gentse Feesten editie 2016

Zoals elk jaar duurde het heel lang vooraleer ik besefte dat de Gentse Feesten dichterbij kwamen, en bleef het een ver-van-mijn-bed-gevoel. Gelukkig waren er de vrienden van Gentblogt met wie we op woensdagavond (13 juli) bij ons thuis gezellig samen zaten, de verschillende planningen naast elkaar legden, en afspraken maakten, kwestie van toch zoveel mogelijk activiteiten samen te beleven. Met vrienden is altijd leuker dan alleen. Toen kwamen de feesten ineens heel dichtbij en inmiddels zijn ze zelfs alweer achter de rug.

Vrijdag stond vanzelfsprekend de première van het toneelstuk Tot de dood, aangezien dochter M meespeelde. Een heerlijke avond met een leuk toneelstuk dat alweer op een originele manier werd verteld, en genoten van een zingende en dansende dochter. Ze mogen dat nog doen, dergelijke voorstellingen in elkaar steken. Daarna hebben we samen gezellig thuis de avond afgesloten. Het stadscentrum hebben we die avond niet gezien.

Zaterdag was het de eerste dag van het International Puppetbuskersfestival, en stonden enkele voorstellingen op de Kalandenberg en op de Green (alwaar wederhelft E. van techniek deed) op het programma. Er zat evenwel nog niet veel bij dat me echt kon bekoren. Avondmalen deden we aan de Graslei in aangenaam gezelschap van dochter E. en dochter M. en vriend. Als laatste stond een voorstelling van Puppetbuskers in Hotel D’Hane-Steenhuyse op het programma, een poëtische dansvoorstelling, die me dan weer wel kon bekoren.

Op zondagnamiddag hield ik wederhelft E. gezelschap op de Green, en ’s avonds waren we afgesproken met een aantal vrienden op de Voorhoutkaai voor het jaarlijkse vuurwerk. We maakten het ons heel gezellig (ondanks terreurdreiging, gepantserde politiewagens, en het irritante geluid van de helikopter) en genoten van een schitterend vuurwerk (die laserstralen mochten ze voor mijn part wel achterwege laten).

Maandagnamiddag troffen we de vrienden voor enkele voorstellingen van Puppetbuskers, waarna we mee afzakten naar Batahlan en terechtkwamen in een ludieke bewustmaking van de vluchtelingenproblematiek. Op dinsdag laste ik een rustdag in, rust die al snel teniet werd gedaan door toestanden met het alarm op het werk. ’s Avonds zakten we toch nog eens af naar het Laurentplein (omgedoopt tot Luisterplein) voor het optreden van Lieven Tavernier. Dat luisteren bleek wat moeilijker dan verhoopt, door de minder goede techniek (was niet altijd evident om de teksten te horen) en door een groep kakelende lady’s, die vlak naast onze tafel stonden en elkaar dringend hun belevenissen van de afgelopen tijd moesten vertellen, liefst met luide stem, en veel gelach. Waarom spreken die dan niet af op een of ander caféterras, als het concert hen toch geen moer interesseert? Op woensdag had ik wat last van de warmte en bleven we de hele dag gewoon thuis, en werd het vooral een leesdag in de schaduw op het terras.

Donderdag was opnieuw Puppetbuskersdag, met nieuwe voorstellingen op de Kalandenberg, op de Green en ’s avonds in Hotel D’Hane Steenhuyse (voor mij de mooiste en de sterkste voorstelling van het hele festival). De avond sloten we af met EFTC-vrienden op het pop-upcafé aan de Achtersikkel.

Vrijdagnamiddag was het tijd voor een aantal minder courante boodschappen: we moesten nog Britse ponden kopen, en we bestelden onze vliegtuigtickets voor een reis naar Rome in september (voor ons zilveren huwelijksjubileum dit jaar mag het wel iets speciaals zijn). Ondertussen hoorden we de massa op het Sint-Baafsplein meezingen met K3, en we vroegen ons af of de mensen van het concert konden genieten door dat constante gebrom van de politiehelikopter. We sloten de namiddag af met een terrasje aan de Mageleinstraat.

Zaterdag werd een volledige Gentse-Feestendag. ’s Ochtends deden we van Middeleeuws Ontbijt (MIAT) met de vrienden, we gingen naar een voorstelling van Puppetbuskers op het Luisterplein, ik genoot een tweede keer van de voorstellingen op de Green, we gingen met de ene vrienden mee kijken naar de Gentse Pierkes (die deelgenomen hadden aan het Carnaval in Venetië) die bootje voeren in het centrum, gingen met andere vrienden uit eten, waarna we bleven plakken op het Sint-Baafsplein voor een schitterend optreden van Jo Lemaire en van Johan Verminnen.

Zondag was het alweer de laatste dag, en kletste ik met verschillende vrienden die langsliepen op de Green, ik ging uit eten met wederhelft E. en sloten de feesten in schoonheid af in de Spiegeltent met mijn lievelingscomponist: de vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven, in een transcriptie voor viool en piano, gespeeld door Ann Vancoillie en Pieter Dhoore, gevolgd door de “Zomer” van Vivaldi, een tango van Devreese en de Czardas van Monti (ondanks een reclamerende boreling, een blaffende hond, het flitslicht van fotografen, en een deel van het publiek dat het alweer nodig vond om elkaar ondertussen heelder verhalen te vertellen).

Het zijn zeer gezellige feesten geworden, onder meer door het schitterende weer (zonder regen) en doordat er minder volk was, waardoor het gezelliger was, en je gemakkelijker van de ene plaats naar de andere kon stappen.

Inmiddels zijn de valiezen gepakt en vertrekken we morgen (straks) voor een weekje naar Cardiff (Wales).

Gepost door: pharailde | april 20, 2016

Nog op uitstap in april

Het weekend van 8 tot 10 april vertoefden we dan weer in Duitsland. We hadden van dochter M. een Bongobon gekregen voor een kasteelhotel, waarvan we met veel plezier gebruik maakten. We hadden hem vorig jaar al moeten verlengen omwille van de rugperikelen, maar vorig weekend trokken we met veel plezier naar Kronenburg, naar het Schlosshotel Burghaus. We boekten nog een extra nacht, en weg waren we, van vrijdag tot en met zondag.

Na een langere rit dan voorzien – er waren veel meer files dan ons lief was, zo midden op de dag – arriveerden we rond vier uur. We werden heel vriendelijk onthaald door, naar ik meende de receptionist, maar later bleek dat het de hoteleigenaar zelf was. We kregen een kamer op de tweede verdieping, een duplex-kamer zelfs: we kwamen binnen in een zitruimte, en een trap leidde naar het slaapgedeelte. De sleutel was geen kaart, zoals in alle moderne hotels tegenwoordig, maar een ouderwetse sleutel, bevestigd aan een knoert van een metalen sleutelhanger. We bleken ook over twee badkamers te beschikken: wie ruzie heeft, kan elk apart in een bad gaan afkoelen (het was de bedoeling om zowel boven als beneden een slaapkamer in te richten, maar beneden bleek het daarvoor toch net te kleine en werd het dan omgevormd tot zitruimte. Aangezien de badkamer al ingericht was, werd die gewoon behouden). Douchen kon dan weer niet (in geen van beide badkamers), behalve al zittend in het bad, want rechtstaan was onmogelijk. Dat krijg je als je het bad onder het schuine dak installeert. Het was ook een promotie voor het zittend plassen bij de heren, want ook aan het toilet kon je niet rechtstaan (en wederhelft E. moest zelfs al zittend goed opletten dat hij zijn hoofd niet stootte – ik ben gelukkig een stuk kleiner).

IMG_0710

(onze kamer bevond zich dus in het dak van het hoofdgebouw, aan de linkerkant, dus het bovenste kleine raampje links (staat open), het linkerraam van de drie ramen eronder, en het raam aan de zijkant)

Bij het boeken had ik vluchtig wat opgezocht over Kronenburg, had iets gezien over een stadje met ruïnes van een burcht, wat oude huizen en een meer. Bleek dat het eigenlijk niet veel meer was dan een dorpje met nog geen 500 inwoners (wel met ruïnes, twee straatjes met oude huizen en een meer), gelegen tegen een heuvel. Het hotel lag ongeveer bovenop die heuvel. Wij dus op verkenning, ondertussen uitkijkend naar iets waar we konden eten. Onze wandeling bracht ons naar de rand van het dorp, langs een grote boerderij met o.a. paarden, geiten en schapen, tot aan het kerkhof en de kapel, waar we een wijd uitzicht hadden over het landschap. Maar geen restaurant (we waren wel enkele zaken gepasseerd waar je ook iets kon eten, maar die sloten om zes uur de deuren). We daalden zelfs af naar het volgende dorp, Baasem, maar ook daar geen restaurant. Terug de heuvel op dan maar. We wisten wel dat er aan het hotel ook een restaurant verbonden was, maar dat zag er nogal chic uit, en prijzig (lees, duurder dan wij gewoon zijn). Desondanks besloten we om toch maar te kijken of er toevallig nog plaats was – ja dus – en We hadden er een gezellige en rustige avond met lekker eten. We dineerden zowaar in het gezelschap van ‘Lumière’ (Disneykenners zullen weten waarover ik het heb 🙂 ). Alleen zaten er geen gewone kaarsjes in, maar theelichtjes.

IMG_0689

Zaterdag ontwaakten we met een stralende zon onder een staalblauwe hemel (het weerbericht van enkele dagen ervoor sprak over regen). Na het ontbijtbuffet in de orangerie (klinkt chiquer dan het was) was het tijd om die burchtruïne wat dichterbij te bekijken. Jammer genoeg ziet de burcht er niet echt meer uit zoals ze ooit geweest is.

IMG_0709
(Voor wie geïnteresseerd is in de historiek, én een mondje Duits kan).

In de loop van de 18de eeuw was de burcht in veel te slechte staat, waardoor de graaf besloot om een nieuw slot te bouwen. In dat slot is dus het hotel gevestigd. En blijkbaar kreeg dit slot in de loop der geschiedenis illustere figuren over de vloer, onder anderen Napoleon, Konrad Adenauer en Caroline van Monaco, zo stond in de infobrochure op de kamer te lezen.

Voor het middagmaal trokken we naar een buur van het hotel, voor een hartige pannenkoek, om vervolgens op ons gemak de heuvel af te dalen voor een wandeling rond het stuwmeer (gebouwd om het smelt- en regenwater vast te houden).

IMG_0713

Halverwege de wandeling stuitten we op een bord met uitleg over de Westwall, de Duitse antitankverdedigingslinie. We vroegen ons nog af hoever het stappen zou zijn om die resten te zien, en besloten het maar zo te laten. Tot we ons wat omdraaiden, en dit zagen 🙂 Heel fascinerend en bevreemdend.

Avondmalen deden we in een restaurant (stijl vakantiepark) langs het meer, een groot contrast qua atmosfeer met de dag ervoor maar het eten was er niet minder lekker om. Nooit verwacht om op een dergelijke plek Aziatisch te eten, maar als de uitbater getrouwd blijkt te zijn met een Aziatische, dan krijg je dit soort gemengde keukens. Wat wij alleen maar toejuichen.

Na het uitchecken op zondag hadden we nog geen zin om onmiddellijk huiswaarts te trekken. Dus trokken we het bos in. Het weer was perfect: bewolkt met af en toe zon, en niet te warm (maar ook niet koud). En zo zalig dat dat is om een paar uur te wandelen zonder iemand tegen te komen.

“The Larch”

IMG_0742

En dit is toch al voor serieus gebouwde elfen:

IMG_0747

We oriënteerden ons gedeeltelijk volgens Google Maps, maar blijkbaar komen die wegen niet altijd overeen met de realiteit: dit was dus volgens Google Maps een bospad:

IMG_0750

Veel bos dus en weinig pad, maar het was toch het kortste traject om de auto te bereiken en de terugweg aan te vatten. En thuiskomen is dan welbeschouwd de start van de herinnering en het nagenieten.

Gepost door: pharailde | april 11, 2016

Op uitstap in april

Dat dat deugd kan doen, uitstappen maken, al is het maar voor één dag, of voor een weekend. Het geeft een instant vakantiegevoel, het werkt ontspannend, en je houdt er even aangename herinneringen aan over als aan een langere vakantie. We zouden dat meer moeten doen. Hoewel, deze maand waren we zeker niet slecht bedeeld.

Vorige week zaterdag (2 april) trokken we naar het Kröller-Müllermuseum in Otterlo (NL), midden in de Hoge Veluwe. In de loop van de week daarvoor kwamen we tot de vaststelling dat de tentoonstelling over Barbara Hepworth daar nog slechts tot 17 april liep. En die wilden we (in de eerste plaats wederhelft E. want ik kende haar niet) toch wel zien. Maar wat belette ons eigenlijk om ons op zaterdag (er was toch niets gepland dat weekend) op te pakken en naar Nederland te rijden? Niets dus. Het weerbericht beloofde bovendien een zonnige lentedag.
We waren er vroeger geweest met de kinderen, maar dat was toch al enige tijd geleden: zoon J. was toen een goed jaar (en kon nog net niet lopen) en van dochter E. was nog geen sprake. Zoon S.W. (toen 3 jaar) vond sommige kunstwerken meer dan boeiend en kon de verleiding tot fysiek contact moeilijk weerstaan. Dat bracht een zaalbewaker sloffend in beweging met de mededeling “Nou, jongeman, daar mag je niet aankomen hoor!” We zijn toen maar snel naar de beeldentuin gegaan.

Terug naar 2016.
We arriveerden rond de middag, maar konden het park nog niet in: eerst een ticket kopen. Er stond een behoorlijke rij aan de kassa, maar het schoot vooral niet op. Enfin, een goed half uur later was de auto geparkeerd en konden we het museum binnen, met als eerste stop het museumrestaurant, want een tentoonstelling bezoeken met een lege maag is minder comfortabel. Helaas ook daar een lange wachtrij die maar traag opschoof (toen we daar drie kwartier later, en dan nog eens twee uur later, opnieuw langsliepen, bleek die rij telkens even lang). We installeerden ons op het terras – onze eerste maaltijd buiten dit jaar – maar de temperatuur was toch maar kantje boord: van de beloofde stralende zon was niet echt veel te merken, ze deed erg haar best en brak regelmatig een paar seconden door (wat op die momenten bijzonder deugd deed), maar het wolkendek bleek te hardnekkig.
Barbara Hepworth was meer dan de moeite en ik heb weer een en ander over de moderne/abstracte kunstgeschiedenis bijgeleerd (nu trachten dit te onthouden). Er was wel bijzonder veel volk wat het minder comfortabel maakt om op je gemak naar de kunstwerken te kijken. Bijkomend is ook dat er veel mensen de werken willen fotograferen, waardoor je nog langer moet wachten om iets van dichterbij te bewonderen. Aansluitend bezochten we ook het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin, waar sinds 1965 een aantal van haar werken een permanente plaats kregen.

Kröller-Müller (2016.04.02)

Veel tijd restte er nadien niet meer, want het museum sloot reeds om vijf uur de deuren (en de beeldentuin reeds om half vijf) – veel te vroeg naar onze mening. Dus beperkten we ons tot de werken van Vincent Van Gogh (ik kwam te weten dat het museum de tweede grootste collectie van zijn werken bezit). Ook daar werden we geconfronteerd met de fotograferende medemens: een groep Aziaten was moest en zou – elk afzonderlijk – elk schilderij fotograferen, en dan ook nog elkaar naast een Van Gogh. Ergerlijk.

Na sluitingstijd verkenden we het naburige stadje Ede (lag op de weg naar huis), waar niet echt veel te beleven viel en dat ook niet veel historisch of charmants te bieden had (tenzij we in de verkeerde buurt liepen natuurlijk). Anderzijds heeft dat ook zijn charmes, op ontdekking gaan in een doodgewoon stadje. Alvorens de lange rit naar huis aan te vatten, aten we in een gezellig Grieks restaurant – waar we ons afvroegen of er ergens een geheim agentschap bestaat dat iedereen die een Grieks restaurant wil beginnen, verplicht om dit in te richten met dezelfde clichés 🙂

Gepost door: pharailde | januari 3, 2016

Van een eind en een nieuw begin

Eerst en vooral wil ik de – wellicht schaarse – lezers die hier passeren een heel gelukkig nieuwjaar wensen en vooral dat de dingen lopen zoals je ze graag zou willen.

Ik sta er vooral versteld van hoe snel de kerstvakantie weer is omgevlogen. De eerste drie dagen heb ik nog in de voormiddag gewerkt, maar daarna dacht ik een zee van tijd te hebben om van alles te doen (boeken lezen, brei afwerken, puzzelen, e.d.m.). Wel, ahum, niets daarvan. Het breien zelf is weliswaar gedaan, maar de rest is er niet van gekomen. Ja, ik geef toe, ik blijf dikwijls te lang op facebook en blogs hangen, maar ik heb ook niet echt stilgezeten: boodschappen doen, cadeautjes kopen en inpakken, opruimen, de nieuwe poetshulp wegwijs maken (juij, eindelijk is het huis voldoende afgewerkt om weer een poetsvrouw in dienst te nemen), administratie in orde brengen (onder meer betreffende de dienstencheques, want helemaal van een leien dakje ging dat toch niet), heel, heel veel in de keuken gestaan (zowel om dingen klaar te maken als om op te ruimen), en andere dingen die bij feestdagen komen kijken. Want die waren wel druk. Op kerstavond hielden we het rustig met drie van de vier kinderen (fondue), op kerstdagavond kwam mijn familie op bezoek (en deden we van lang uitgerekte aperitief(hapjes) gevolgd door dessert), oudejaarsavond vierden we thuis met onze vrienden uit de Kempen (gourmet), en op nieuwjaarsdag kwam de schoonfamilie langs (vol-au-vent met frietjes). Qua eten absoluut geen ingewikkelde dingen (ik ben daar geen fan van), maar ik onderschat telkens toch hoeveel tijd dat in beslag neemt.
Maar, maar, maar, alle feestmomenten waren heel gezellig, en dat is het allerbelangrijkste.

Gelukkig hielden we ook de agenda in het oog en bezochten we vorige woensdag op de valreep de dubbeltentoonstelling over Gentse filmtheaters en Amerikaanse verlaten filmpaleizen in het Caermersklooster. Wat de Gentse zalen betreft, was het echt een trip down to memory lane, want in de meeste zalen ben ik als kind of tiener toch wel naar de film geweest (en neen, niet in het ‘Leopolleke’). Altijd boeiend om dingen te leren over een tijd die je nog zelf meegemaakt hebt, maar waarover je eigenlijk niets weet omdat je te jong was om de context te kennen.
En gisteravond brachten we nog een bezoek aan het Gravensteen. Het is de laatste week dat je als Gentenaar gratis binnen kan (voortaan is het dus ook voor Gentenaars te betalen, behalve op zondagvoormiddag). Best jammer, vind ik. Niet dat ik daar de deur platliep, maar het idee dat je gewoon eens kan binnenlopen en rondkijken vond ik fijn. En dus wou ik er nog eens van profiteren. In het buitenland zou je kilometers omrijden om een dergelijk kasteel te bezoeken, en hier hebben we dat gewoon in het centrum van de stad en passeren we daar bij manier van spreken dagelijks. Bovendien werd ook deze winter het kasteel omgetoverd tot een winterwonderkasteel met feeërieke kerstdecors en sprookjestaferelen. Ik stond daar wat sceptisch tegenover maar wou het wel eens met eigen ogen zien, en ik moet zeggen dat het me heel goed beviel. Het geeft toch een andere, gezelliger, dimensie aan de lege zalen.
Ook leuk: op zaterdag was het Gravensteen langer open, en dat was te merken: wij waren er tot half zeven en er kwamen nog steeds bezoekers toe, zowel toeristen als Vlamingen. Eigenlijk zou dat wel een fijn idee zijn overal: monumenten en musea die toch één of twee dagen per week een pak langer open zijn.

Gepost door: pharailde | december 29, 2015

Nu begint het pas …

Een kleine twee weken geleden waren we uitgenodigd voor een diplomaceremonie. Geen haar op ons hoofd dat eraan dacht om niet te gaan: zoon J. had immers zijn bachelor behaald in de audioproductie (vraag me wel niet wat dat nu precies inhoudt). Vorig jaar was hij afgestudeerd aan het SAE Brussel als audio-engineer, waarna hij er nog een bachelorjaar bijgedaan heeft. En geslaagd is. Met grote onderscheiding zowaar, zo bleek achteraf.
Wij dus die donderdagavond met de trein naar Brussel, naar een of ander duister, hip (die indruk gaf het toch) cafeetje vlak bij de Grote Markt.

IMG_0647

IMG_0649

Na het bekijken van een aantal filmbeelden en het luisteren naar de obligate toespraken – in het Nederlands, in het Frans, in vlot Engels, in minder vlot Engels met duidelijk Franse inslag, maar gelukkig allemaal kort – werden de namen van de afgestudeerden afgeroepen, waarna ze allemaal een rolletje papier in ontvangst namen. Het was ons al opgevallen dat er bij het overhandigen nooit naar een naam gezocht werd, wat de indruk gaf dat iedereen gewoon hetzelfde kreeg. Nu wisten we wel dat hij het eigenlijke diploma nog niet kon ontvangen, want dat moet nog een hele administratieve weg afleggen via de Middlesex University London (waarvan SAE afhangt) en wordt pas tegen de zomer uitgereikt (benieuwd of we een trip naar Londen moeten voorzien). Zoonlief was dus zeer nieuwsgierig wat hij dan wel in handen gekregen had en tot ieders verbazing ontrolde zich dit:

DSC_1936

Gevoel voor humor hebben ze daar wel. En de magische krachten van de Force want je moet het toch maar doen: afstuderen als bachelor en naar huis gaan met een masterdiploma.

En zo begint voor een lichting afgestudeerden een compleet nieuw hoofdstuk: zich een weg banen in het leven en onder meer een job vinden waarin ze zich kunnen uitleven.

IMG_0651

(sorry voor de kwaliteit van de foto’s, genomen met de foon in bijzonder slechte lichtomstandigheden)

En voor de eventueel geïnteresseerden, hierna nog het thesisonderwerp:

Thesis SAE

Older Posts »

Categorieën