Gepost door: pharailde | november 26, 2018

Tijdelijke gezinsuitbreiding

Sinds zaterdag wonen we hier weer met zes.
Dochter M. is, samen met vriend M., weer tijdelijk onder het ouderlijke dak ingetrokken.

Wat voorafging (poging tot een zo beknopt mogelijke samenvatting):
Zes en een half jaar geleden vonden ze een appartement en gingen ze samenwonen. In de daaropvolgende jaren zochten, vonden en kochten ze een huisje in de Gentse buitenrand.
Niet instapklaar evenwel, integendeel, er moest nog heel wat gerenoveerd en uitgebreid worden. Er werd gedroomd en overlegd, er werden plannen getekend en contracten met aannemers ondertekend.
Door persoonlijke problemen startten de verbouwingswerken op een laag pitje, maar uiteindelijk konden ze er op volle kracht vooruit tegenaan gaan. Maar. Grote maar. Mr. Murphy heeft zich gekloond en vond hun huisje blijkbaar een bijzonder aangename plek om zich te nestelen. Ik ken er te weinig van om in detail te gaan, maar nagenoeg alles wat kon misgaan of tegenzitten, ging ook mis. Met continue vertragingen tot gevolg, waardoor een mogelijke verhuisdatum telkens weer werd opgeschoven. Deze zomer leek het de goede kant uit te gaan, want er werd gepleisterd, en er werd een concrete planning voor de rest van de werken opgemaakt. Dus zegden ze de huur van appartement op, en ze prikten een verhuisdatum op 24 november. Nu was er geen weg terug. Alleen lukte het niet om ongevraagde huurder Murphy buiten te krijgen, want die had de tijd van z’n leven.

Nu kan een mens creatief zijn als je keuken nog niet geïnstalleerd is, je kan creatief zijn als je badkamer nog niet geïnstalleerd is, je kan creatief zijn als er nog geen verwarming en warm water is (hoewel dat creatief zijn vlotter gaat tijdens de zomer), je kan creatief zijn als de helft van de kamers nog moet gevloerd worden, maar als je niets van dit alles hebt, is het toch niet echt leefbaar.
Dus verhuisden we zaterdag wel al hun spullen en meubels, maar werden die her en der gestouwd in ruimtes waar de komende weken niet gewerkt moet worden. Zijzelf hebben voor de komende weken van onze logeerkamer een beetje hun thuis gemaakt, en zitten ze weer een beetje onder moeders vleugels. Het was zeer zeker niet wat ze gedroomd hadden, maar we laten het niet aan ons hart komen en maken het gezellig. En stiekem is het wel leuk om mijn oudste dochter (die vorige week zowaar dertig is geworden, pfff) weer even heel dichtbij te hebben.

Advertenties
Gepost door: pharailde | november 5, 2018

Stockholm 2018 (7)

Op onze laatste volledige Stockholmdag, richtten we onze schreden naar Moderna Museet op het eiland Skeppsholmen, aangezien we beiden toch wel fan zijn van heel wat kunststromingen in de 19de en 20ste eeuw. Het museum herbergt werken van tal van grote namen onder wie Pablo Picasso, Constantin Brancusi, Robert Mapplethorpe, Louise Bourgeois, Amedeo Modigliani, Alberto Giacometti, Andy Warhol, Robert Rauschenberg, Niki de Saint Phalle, Jean Tinguely en vele andere, ook ons onbekende, kunstenaars. Meer dan genoeg om ons een paar uur bezig te houden.

We maakten zo kennis met heel wat fascinerende kunstwerken, zoals dit werk van Hans Haacke (en sorry, de technische kant van de zaak zal je zelf moeten opzoeken, daarvoor ken ik er te weinig van):

Ik heb doorgaans niet de gewoonte om in kunstmusea foto’s te nemen (meestal stoort het mij zelfs als anderen alles lopen te fotograferen, en bovendien is het resultaat veel minder bevredigend dan je op reproducties ziet), maar dit beeldje van Matissse (La Serpentine) bekoorde mij zo, dat ik toch een souvenir wou (ook al was het vreselijk moeilijk te fotograferen door al dat zwart). Het zou niet misstaan op onze kast, me dunkt.

Dit vonden we ook leuk, maar vraag me niet meer wat of van wie het is 🙂

Halverwege de namiddag stelden we vast dat iets eetbaars toch wel deugd zou doen. We deden dan maar van “Fika” met een “Chokladbollar” (niet te vergelijken met onze chocoladebollen bij de bakker), een croissant en een warme chocolademelk. Een middagmaal moet niet altijd gezond zijn (dit deed ons trouwens denken aan ons bezoek aan het Museum MAXXI in Rome (september 2016), waar onze lunch ook bestond uit een stuk taart – iets anders hadden ze niet in het museumcafé).

Na de vaste collectie bezochten we nog de zaal die gewijd was aan de tentoonstelling She – A Cathedral in het Moderna Museet (4 juni – 4 september 1966), een samenwerking tussen de kunstenaars Niki de Saint Phalle, Jean Tinguely en Per Olof Ultvedt, en de toenmalige museumdirecteur Pontus Hultèn.

Ook buiten het museum konden we ons hart ophalen aan beelden van Niki de Saint Phalle en Jean Tinguely.

Om al die kunst wat te laten bezinken, maakten we nog een wandeling rond het eiland – blijvend verliefd op dat water – en rond het buureilandje Kastellholmen, om te eindigen op de Östra Brobänken en de Norra Brobänken, een kaai met op het eerste gezicht oude militaire gebouwen, waar we nog getrakteerd werden op een mooi zicht op het Vasamuseet aan de overkant. Langs de kaai stond een oude kraan (geen idee of het een historische kraan is, of een reconstructie) en lag een hele collectie historische schepen aangemeerd.
Voor ons laatste Stockholms avondmaal streken we neer op het terras van het restaurant Torpedverkstan, een nogal hippe bedoening, maar wel lekker.

Gepost door: pharailde | oktober 18, 2018

Stockholm 2018 (6)

De eerste dag van de achtste maand (inmiddels onze zesde dag) werd een dag van interbellumarchitectuur. We begonnen bij de stadsbibliotheek, ontworpen door Gunnar Asplund en geopend in 1928.
“Het was de apotheose van de moderne bibliotheek met open rekken en plaats voor 200.000 boeken. De architectuur is neoklassiek maar ook grotendeels geïnspireerd op de Romeinse oudheid. Deze stijl wordt meestal omschreven als 1920’s classicisme en is alleen in Zweden te vinden. De bibliotheek van Stockholm is het belangrijkste voorbeeld. (…)
Na het bestijgen van een aantal trappen (zowel op straat als binnen), betreed je de rotonde, een ronde ‘boekenhal’ met een plafondhoogte van 24 m en een diameter van ca. 26 m. Klassieke literatuur en Noordse fictie liggen op de planken, in totaal ca. 40.000 boeken op drie verdiepingen. De witte wanden boven de planken zijn dik stucwerk en geven het gevoel van een bewolkte lucht. Het licht van de hoge ramen verhoogt het hemelse gevoel. De vloer is linoleum en het patroon is geïnspireerd op het Pantheon in Rome. De meubels zijn origineel en gemaakt van leer, zwarte linoleum en mahoniehout. (…)
Vanuit de rotonde kan je naar vijf “subject-rooms”.”
(vrij vertaald van een foldertje dat we daar meekregen, de enige informatie over het gebouw die beschikbaar was).

Het was zeer verleidelijk om er een boek van de plank te nemen (er stonden voldoende Engelstalige boeken) en te verdwijnen in een verhaal, maar het was er mij veel te warm. We waren nog geen vijf minuten binnen, als het zweet mij al afregende. In een van de “subject-rooms” installeerden we ons wel aan een tafel om de kaartjes naar het thuisfront te schrijven.

Om 15 u. waren we paraat voor een rondleiding in het stadhuis. We hadden het op de eerste avond reeds uitgebreid de buitenkant bewonderd, en dus ook nieuwsgierig hoe het er binnenin zou uitzien. Bovendien heeft het toch ook een glamourgehalte aangezien de feestelijkheden na de uitreiking van de Nobelprijzen hier doorgaan. De Blauwe Zaal (waar het banket plaatsvindt), de Gouden Zaal (het decor van het bal), de trap tussen beide, we wilden het wel eens met eigen ogen aanschouwen. Aangezien een particulier bezoek jammer genoeg niet toegestaan is, tekenden we maar in voor een rondleiding. Sprak de gids in Gamla Stan (vorige zaterdag) heel mooi en vloeiend Engels, dan was onze stadhuisgids – van Aziatische afkomst – heel wat moeilijker te verstaan. Maar we kwamen toch te weten dat de Blauwe Zaal … eigenlijk baksteenrood is. Volgens de plannen moest die wel blauw geschilderd worden, maar toen architect Ragnar Östberg de werf bezocht, vond hij het effect en de kleur van de ruwe bakstenen zo mooi, dat hij besliste om het zo te laten. Maar inmiddels was er al veel ruchtbaarheid gegeven aan de plannen en de zalen, waardoor men hardnekkig bleef spreken over de “Blauwe Zaal”. De grote trap in de zaal leidt direct naar de Gouden Zaal, maar onze gids leidde ons via de gaanderij eerst naar de andere delen van het stadhuis, onder meer naar de gemeenteraadzaal waar het dak geïnspireerd was op de oude Vikinggebouwen, om te eindigen in die fameuze Gouden Zaal. En het is er inderdaad goud alom, je hebt bijna je zonnebril nodig. Naar het schijnt werden er zo’n 19 miljoen vergulde mozaïeksteentjes verwerkt.

Na het bezoek aan deze architecturale parels, zochten we de waterkant op. Dat blijft een deel van de aantrekkingskracht van Stockholm, je bent op veel plaatsen vlak bij het water. Gewoon rondwandelen, af en toe op een bank zitten en genieten van de avondzon en de omgeving.

Gepost door: pharailde | september 30, 2018

Stockholm 2018 (5)

Onze eerste stop op dinsdag was de Riksbank. Toen we onze eerste betaling in cash wilden doen (ik vermoed de lunch op de eerste dag), bleek dat we betaalden met oude biljetten. Die had ik nog liggen van een vorige trip naar Stockholm (inmiddels 6 jaar geleden), en bleken inmiddels vervangen te zijn door nieuwe biljetten, en waren dus niet meer geldig. Omdat je voor de omwisseling van oude biljetten in België
steeds terechtkan in de Nationale Bank, gingen we ons licht dus opsteken bij de Riksbank. Omwisseling was inderdaad mogelijk: we kregen een formulier mee dat we ingevuld, samen met de biljetten, een kleine 1.600 SEK (ca. € 160), moesten opsturen naar de bank. Zoals steeds gold dat niet voor de munten. Ik had er ook te laat aan gedacht om te vermelden dat we in België eigenlijk geen geld mogen opsturen met de post, we gingen dus wel zien.
(Update na de reis: enige tijd na thuiskomst formulier en geld opgestuurd, drie weken later een mail ontvangen dat het geld toegekomen was, en inmiddels werd het geld gestort (wel met aftrek van zo’n € 10 administratiekosten)).

Omdat ik voor dochter M deel 3 van Harry Potter (De gevangene van Azkaban) in het Zweeds wou kopen, zochten – en vonden – we een boekhandel (en het boek), waarbij we meteen een beeld kregen van – een deel van – het winkelcentrum.

Langs het imposante parlementsgebouw ging het weer richting Gamla Stan.

Aangezien het personeel gisteren zo vriendelijk was om ons ticket een dag te verlengen, wilden we toch zeker een bezoek brengen aan het Tre Kronor museum (‘Tre Kronor’ of ‘Drie kronen’ is sinds de middeleeuwen het embleem van het Zweedse koninkrijk). De schatkamer en het antiquiteitenmuseum van Gustav III droegen niet echt onze belangstelling weg.
Er waren wel nog wat hindernissen vooraleer we eindelijk het museum binnen geraakten. En neen, het had niets met het ticket te maken, want dit werd zonder problemen aanvaard. Ik wou eerst nog een sanitaire stop, en ging ervan uit dat er in het museum toiletten waren. Maar ik werd verwezen naar het – afzonderlijk gelegen – ticketgebouw. Daar bleek dat een toiletbezoek alleen mogelijk was door het scannen van je ticket. En automatisering en een handgeschreven verlenging, dat gaat niet echt samen. Gelukkig was daar die vriendelijke man die mij had zien vloeken, en mij aanmaande om snel na hem door het poortje te glippen.
Om dan weer bij de ingang van het museum te komen, waar wederhelft E. stond te wachten, moest ik over het halfronde binnenplein. Bleek daar toch niet net de “changing of the guard” door te gaan. Dat zijn ceremonies die mij maar matig interesseren, maar ik moest noodgedwongen blijven kijken, want om aan de andere kant te geraken, moest je door het ceremonieel gedeelte, en ze stelden dat niet op prijs.

Het museum zelf is een aanrader. Het vertelt de geschiedenis van het koninklijk paleis, van de eerste fundamenten in de 13de eeuw, tot aan de brand in 1697. Toen zag het er naar ons gevoel veel mooier uit. Na de brand werd het volledig heropgebouwd zoals het er nu uitziet. Foto’s hebben we daar niet genomen, maar de afbeeldingen op deze pagina geven een mooi beeld.

Het was inmiddels al na 15 u. en vonden we iets te eten in een zomercafé op de binnenplaats van het koninklijk paleis. Even zitten en een hapje eten deden echt deugd.

Onze volgende halte was de aanlegsteiger van de bootverbinding naar Djurgården. Met al dat water in de stad wilden we hoe dan ook eens bootje varen, en die verbinding was inbegrepen in het metroticket. Ook een wandeling in het groen was aanlokkelijk. Bij aankomst was het wel kwestie van zo snel mogelijk van die plek weg te geraken, want we waren vlak bij de ingang van het pretpark Gröna Lund. En pretparken (en kermissen) zijn niet echt ons ding: veel te veel lawaai en volk, kraampjes met ogenschijnlijk onappetijtelijke eetwaren, en attracties waarvan ik al hoogtevrees krijg door ernaar te kijken alleen. We vonden een mooie wandelroute die ons tot aan de voordeur van Rosendals Slott bracht, een landhuis dat Jean-Baptiste Bernadotte ofte koning Karl XIV Johan had laten bouwen. Jammer genoeg konden we binnen geen kijkje nemen, want de paar foto’s die we van het interieur gezien hadden, maakten ons nieuwsgierig.
Een fijne gewoonte aldaar trouwens: bij sommige monumenten vind je een soort brievenbus met foldertjes in verschillende talen over het betreffende monument, die je er kan uithalen en gewoon meenemen. Zeer praktisch.

Het was er zalig toeven en heel begrijpelijk dat Jean-Baptiste daar een optrekje wilde. En beneden aan het water ontdekten we nog een prachtig kunstwerk van Jaume Plensa:

’s Avonds gingen we uit eten in een Italiaans restaurant (eigenlijk ga je in Zweden niet op restaurant maar op “restaurang”) vlakbij het hotel, in het gezelschap van “Spike” de meeuw. We hadden die al zien rondlopen, midden op straat, niet wijkend voor passanten of auto’s. Volgens het personeel komt die daar dus al verschillende jaren, op zoek naar etensresten, en laat hij/zij zich effectief door niets of niemand wegjagen. Ondertussen hebben ze hem/haar “Spike” gedoopt.

Gepost door: pharailde | september 27, 2018

Namur

Dinsdag was ik jarig, en naar inmiddels goed ingeburgerde gewoonte, nemen we die dag vrij en gaan we op verkenning naar een stad, een museum, een tentoonstelling, … of waar de jarige graag heen wil. En dan liefst met de trein, dat geeft toch een groter vakantiegevoel (en geen parkeerproblemen in een stad). Er is in ons land (of vlak over de grens) hoe dan ook genoeg te beleven. Ik vrees zelfs dat we niet genoeg verjaardagen meer zullen meemaken om alles te zien wat nog op ons virtuele lijstje staat. Maar laten we daar maar niet aan denken.
Dit jaar wou in naar Namen: ik was daar nog nooit geweest, en ik wou dat Musée Félicien Rops wel eens zien. Omdat de reistijd van thuis uit toch wel minstens 2.5 uur bedraagt, en ik absoluut geen zin had om op mijn verjaardag ontiegelijk vroeg op te staan, boekten we een overnachting en vertrokken reeds op maandag, kort na de middag, om rond 16 u. in Namen te arriveren. Het hotel was slechts een kwartiertje stappen (uiteindelijk bleek het hele centrum veel kleiner te zijn dan ik dacht, dus alles ligt op wandelafstand), en na het inchecken trokken we al snel op verkenning. Ik dacht aanvankelijk dat het hotel tegenover de gevangenis lag (de bouwstijl deed er zeer sterk aan denken), maar het bleek het Afrikamuseum te zijn. Oeps.

Langs de oever van de Maas, en vervolgens over de Samber, ging het richting citadel. Shame on me, maar ik was dus glad vergeten dat Samber en Maas in Namen samenvloeien. Lagereschoolleerstof dus, ahum. ‘k Zal het maar op de leeftijd steken zeker 🙂

Onze route werd gehinderd door wegenwerken, dus gingen we maar een blokje om. Ook de voet van de citadel bleek getransformeerd in een werfzone, maar we vonden zonder problemen de trappen en de paardentrap naar de top. Onderweg genoten we van de mooie uitzichten (altijd een goed excuus als je eigenlijk gewoon even wil uitblazen).

Bovenaan bleek ook de Esplanade een werfzone annex archeologische site, en het gebouw dat op Google Maps stond aangeduid als Indisch restaurant was gesloten, leeg en … een bouwwerf.

Geen Indisch dus die avond – onderweg waren we al een Indisch restaurant gepasseerd, maar hun sluitingsdag is … op maandag. Uiteindelijk zijn we bij Bistro Phil beland, en hebben daar heerlijk gegeten (dorade met caponata en pestopasta).

Ik moet toegeven, sinds Facebook vind ik verjaren leuker geworden: het is wel fijn om zo even in de belangstelling te staan en al die verjaardagswensen te ontvangen.

Wij begonnen onze dag met een bezoek aan het Musée Félicien Rops. Dit stond reeds lang op mijn lijstje en was een aangename verrassing. Rops staat vooral bekend om zijn erotische en pikante tekeningen, maar ik vond er ook heel wat andere sterke werken, zoals “Enterrement en pays wallon” of “Absinthe Drinker” (absint moet toch behoorlijk wat sporen hebben nagelaten in de 19de eeuw, het is op een gegeven moment dan ook verboden geworden). Ook als karikaturist heeft hij zeker zijn sporen verdiend.
Er was amper volk in het museum, dus hadden we de gelegenheid om alles heel op het gemak te bekijken en te lezen.

Na de middag struinden we door het stadscentrum, onder meer op zoek naar enkele verborgen (en minder verborgen) hoekjes, waarover we gelezen hadden in het boekje “Hidden Belgium”, zoals een relict van de vroegere kabelbaan tussen het stadscentrum en de citadel.

Als laatste gingen we op zoek naar een muurschildering met verwijzingen naar bekende Walen, terug te vinden in de tuin achter het nieuwe stadhuis. We vonden het stadhuis, we vonden de tuin (in beslag genomen door het jonge volkje, want de scholen waren net uit), en met enige moeite vonden we de muurschildering, want … de hele muur stond in de steigers. Ze zijn daar naarstig aan het werk, in Namen.

Inmiddels begon de realiteit zich weer te roeren, en werd het tijd om van de diensten van de NMBS gebruik te maken.
Er zijn weer een pak herinneringen bij gekomen, herinneringen aan een fijne verjaardag, in heerlijk gezelschap, met stralend weer, en alweer een hoop nieuwe dingen gezien en geleerd (en nu onthouden dat Samber en Maas in Namen samenvloeien).

Gepost door: pharailde | september 19, 2018

Stockholm 2018 (4)

Toen we op zaterdag in Gamla Stan rondliepen, wisten we al zeker dat we nog eens wilden terugkeren om een aantal zaken te bezoeken en/of van naderbij te bekijken. Zo gezegd, zo gedaan en op maandag trokken we andermaal die richting uit.

We begonnen met een bezoek aan de kathedraal, de Storkyrkan. Die werd reeds vermeld in de 13de eeuw, en werd in de loop van de eeuwen uitgebreid en verbouwd tot haar huidige staat. De kerk bevat enkele bezienswaardigheden, zoals:
– het zilveren altaar, ca. 1650
– het beeld van Sint-Joris en de draak – Berndt Notke, 1489 (waarvan een bronzen replica uit 1912 te zien is op een pleintje in Gamla Stan)
– de rijkelijk versierde preekstoel, ca. 1700
– de even rijkelijk versierde koninklijke kerkbanken, ca. 1684
– kopie van het schilderij van Urban Målare (16de eeuw) dat het Stockholm uit die periode afbeeldt (kopie uit 1630) – zie ook Stockholm 2018 (2)

En wie de Storkyrkan in zijn volle glorie wil bewonderen, moet maar eens op YouTube zoeken naar beelden van het huwelijk van kroonprinses Victoria die in 2010 in deze kerk getrouwd is (en blijkbaar heeft het koningspaar toen toch niet plaatsgenomen in hun kerkbanken 🙂 ).

Na de lunch, op een terrasje in de schaduw van de kathedraal, reconstrueerden we de wandeling van zaterdagnamiddag, om een aantal foto’s te nemen. Die vind je ook terug in Stockholm 2018 (2)

Rond drie uur zakten we dan af naar het koninklijk paleis om te informeren of het qua tijd nog haalbaar was om dit te bezoeken, zeker omdat je met dit ticket het paleis kon bezoeken, het Tre Kronor Museum, het Gustav III:s Antikmuseum en de Skattkameren. Dat moest zeker lukken, volgens de info, we moesten daarvoor rekenen op een kleine twee uur.
Ik weet niet hoe ze berekenen hoelang een bezoek duurt, maar ons lukte dat duidelijk weer niet binnen de vooropgestelde tijd. Het liep reeds tegen vijf uur toen we ons bezoek aan het paleis afrondden, en dan hadden we nog niet eens de koninklijke kapel bezocht, laat staan de andere musea. En we zijn ook niet, een beetje tegen onze gewoonte in, in elke ruimte bij alles blijven stilstaan. Alleen iets meer bij de portretten, op zoek naar het portret van Désirée (Desideria), de vrouw van de Franse grootmaarschalk Jean-Baptiste Bernadotte, die begin 19de eeuw tot koning Karl XIV Johan van Zweden werd gekroond, omdat ik nu wel eens wou weten hoe ze eruit zag (altijd een boontje gehad voor Désirée, het eerste liefje van Napoleon en later getrouwd met Bernadotte, sinds ik als tiener een boek over haar heb gelezen). Het was snikheet in het paleis (de enkele ventilatoren die her en der stonden opgesteld voor de zaalwachters, waren zeer gegeerde rustpunten) en de gangen waren lang, en aldus hebben we geen foto’s genomen, behalve deze van de troon (niet direct onze stijl 🙂 ):

dig

Het koninklijk paleis is niet lelijk, maar ook niet memorabel. Grote delen zijn wel redelijk somber, en dan was het nog volop zomer. Hoe dan ook, ben ik wel blij dat we het gezien hebben.
Bij het buitengaan vroeg ik nog langs mijn neus weg of ons ticket de volgende dag ook nog geldig was, om de andere musea te kunnen bekijken, wat dus niet het geval was. Maar tot onze verbazing schreef ze op ons ticket dat het ’s anderendaags ook nog geldig was.

Gepost door: pharailde | september 9, 2018

Stockholm 2018 (3)

Onze bestemmingen tijdens de eerste twee dagen in Stockholm lagen allemaal binnen wandelafstand van het hotel. Op zondag planden we een bezoek aan een van de grootste publiekstrekkers, het Vasa Museet, dat wat minder op wandelafstand lag. Tijd dus om een studie van het openbaar vervoer te maken, wat me nog helemaal in de war bracht. We hadden een metrokaartje, maar ik vond op Google Maps nergens het metrostation in de buurt van het hotel: nergens de M van metro op de kaart te bespeuren. Tot we achterhaalden dat we naar de T moesten kijken, T van Tunnelbana dus. En nog een stommiteit van mij: pas die avond (dus na drie dagen) ontdekten we dat er vlak onder het hotel een metrotoegang is. We hadden die al opgemerkt, maar ik dacht dat het om een parkeergarage ging (er hangt ook een grote P voor een parkeergarage iets verder in de zijstraat). Er was opnieuw dat misverstand waarbij ik de T niet associeerde met metro. Ondertussen wel 🙂

Enfin, via metro en tram begaven we ons naar het Vasa Museet op het eiland Djurgården. En dat het een publiekstrekker was, bleek onmiddellijk uit de rij wachtenden om binnen te gaan.

Gelukkig ging het snel, ondanks de vergeefse pogingen van een stel Russische dames (het klonk toch zo) om voor te steken. Gelukkig waren de mede-wachtenden even alert.

Het hele museum is gewijd aan één enkel galjoen, de Vasa. Koning Gustav II Adolf hield van een partijtje zeeslag op tijd en stond, en had in 1625 de opdracht gegeven voor de bouw van vier oorlogsschepen. Drie jaar later werd hij ongeduldig om het eerste schip, de Vasa, in te zetten in zijn strijd tegen Polen, en dan voor het “seizoen” voorbij was. Op 10 augustus 1628 was het dan zover: de Vasa voer vanuit de scheepswerf naar het koninklijk paleis, waar ze vertrok voor haar maidentrip, om dan nauwelijks 1.300 m verder – ter hoogte van het eiland Beckholmen – door een windvlaag slagzij te maken, water te maken door de openstaande kanonpoorten (er werd na vertrek nog een eresaluut afgeschoten) en te zinken. Alleen de masttoppen bleven boven water, waardoor diegenen die niet konden zwemmen, een houvast hadden tot omliggende boten hen oppikten. De dodentol bleef al bij al relatief beperkt: ca. 30 van de 150 opvarenden, overleefden de ramp niet. Het aantal opvarenden was ook nog beperkt, want alleen de bemanning was reeds aan boord, de soldaten moesten onderweg inschepen.

De Vasa lag zo’n drie eeuwen, grotendeels intact, op de zeebodem (de masten waren al vrij snel afgezaagd), tot ze op 24 april 1961 geborgen werd en na 333 jaar weer boven water kwam. De daaropvolgende jaren werd ze geconserveerd en gerestaureerd, en sinds 1990 rust ze in een speciaal voor haar ontworpen museum.

Ik had mij duidelijk wel mispakt aan dit museum: gewoon dat schip eens bekijken, plus wat uitleg over de restauratie, dus gingen we wel snel weer buiten staan. Niet dus. We hebben er zo’n vier uur rondgelopen, tot sluitingstijd. Je kon het schip vanop verschillende verdiepingen bekijken, en overal werd uitleg gegeven: over zeevaart in de zeventiende eeuw, over het leven aan boord, over wat ze aten en dronken, over de onderdelen en de indeling van het schip zelf, over de ramp, over de berging, over de restauratie en conservatie, over mensen die de ramp niet overleefden (zo mocht de bemanning tijdens het eerste stuk van de reis familieleden meenemen aan boord, zodat er ook vrouwen onder de slachtoffers waren), over de niet te onderschatten rol van enkele vrouwen die bij de bouw van het schip betrokken waren, enz. Het was allemaal bijzonder interessant. Bijkomend voordeel was de airco in het museum, waardoor we geen last hadden van de warmte buiten.

Terug buiten, zochten we een bank aan het water om onze voeten wat te laten rusten, om te genieten van de rust en het uitzicht, en om de vele indrukken wat te laten bezinken. We wierpen nog een blik op de kruiden- en plantentuin van het museum, met planten die in de 17de eeuw voor allerlei doeleinden werden gebruikt en namen de tram terug naar de stad.

Na een heerlijke maaltijd op het terras van een Thais restaurant, was het wat zoeken naar het dichtst bijzijnde metrostation, voor de metro terug naar het hotel.

Gepost door: pharailde | augustus 26, 2018

Stockholm 2018 (2)

Toen we op zaterdagochtend uit het hotel vertrokken, passeerden we langs een parkje, met daarin de Ulrica Eleonora Church (of de Kungsholms Kyrka), gebouwd tussen 1673 en 1688. Koning Karl XI noemde de kerk naar zijn vrouw Ulrica Eleonora. Aangezien de deur openstond, besloten we onze nieuwsgierigheid tevreden te stellen en namen we een kijkje.

Via via hadden wij een bon voor een gratis rondleiding in Stockholm (dwz.: een vriendin van ons (Mamamayapost) had die bon via een give-away gewonnen bij Takemetosweden, maar kon die dit jaar niet gebruiken. Dochter M., die plannen had om naar Oslo te gaan (waar de bon ook geldig was), was geïnteresseerd, maar toen de reisplannen concreet werden, gingen wij Stockholm en zij naar Kroatië en kwam de bon bij ons terecht. Waarvoor heel veel dank aan alle betrokkenen. We hebben er echt van genoten.
Dus om een lang verhaal samen te vatten: wij kozen voor een rondleiding op zaterdag 28 juli om 14 u. in Gamla Stan, het eiland waarop Stockholm is ontstaan (tijdens de middeleeuwen was Stockholm niet groter dan dit eiland, dat toen trouwens kleiner was dan nu – ook de koning had er zijn residentie) en dus de oudste wijk.


(Deel van een schilderij van Urban Målare (16de eeuw) dat het Stockholm uit die periode afbeeldt (Storkyrkan (kathedraal), kopie uit 1630).

Het afspraak punt voor de wandeling was aan het Nobelmuseum, gelegen aan het Stortorget. We waren er ruim op tijd en vonden zowaar nog een vrije plek op een bankje (de komende uren zouden lastig genoeg worden). De voorspelde regen bleef gelukkig beperkt tot enkele druppels (alles en iedereen snakte wel naar water, maar een geleid bezoek in de gietende regen zagen we toch minder zitten. We genoten van de sfeer van dit plein, dat mij eerder Italiaans dan Scandinavisch aandeed. De buurt was ook duidelijk een toeristische trekpleister.

De wandeling viel ons heel goed mee. Mona was een heel aangename gids die zeer goed Engels sprak, en onze kleine groep bestond uit twee dames uit Den Haag, twee dames uit Frankrijk (een ervan eigenlijk uit Monte Carlo) en wij. We leerden van alles bij over de geschiedenis van Gamla Stan (en dus over de vroege geschiedenis van Stockholm), over leven en wonen aldaar, over illustere bewoners (een van de ABBA-koppels heeft er jaren gewoond), over kunstwerken en standbeelden (onder meer over Järnpojke of the little boy who looks at the moon), over ultrasmalle steegjes, over oude publiciteit, over runestenen en nog zoveel meer (heb het helaas niet allemaal onthouden). We voelden er onmiddellijk thuis, want de kasseistenen lagen er soms even slecht bij als hier in Gent.

Onderstaande foto’s zijn twee dagen later genomen, toen we de wandeling nog eens gedaan hebben om op het gemak foto’s te nemen (want aandachtig luisteren en tegelijk foto’s nemen, dat gaat niet altijd samen).

De wandeling eindigde op Riddarholmen, een klein eilandje ten westen van Gamla Stan, waar sinds de 17de eeuw heel wat adellijke paleizen gebouwd werden. Nu zijn er vooral overheidsdiensten gevestigd. In de middeleeuwen hadden de franciscanen er een klooster gebouwd, dat na de reformatie werd afgebroken. Alleen de kerk werd behouden, de Riddarholmskyrkan, waar sinds eeuwen (tot 1950) tal van leden van de Zweedse koninklijke dynastieën werden begraven. Erediensten worden er al sinds lang niet meer gehouden. Je krijgt er echt het gevoel van in een kerkhof rond te lopen: de vloer is een aaneengesloten geheel van grafplaten (een aantal zelfs in reliëf of met ringen aan de zijkant, zodat je goed moet uitkijken of je struikelt er gewoon over), en er zijn tal van crypten en zijkapellen met tombes en kisten.
Kleine anekdote: we waren nog in de kerk tegen sluitingstijd, en een personeelslid kwam een van de nissen – vol opeengestapelde kisten van een adellijke familie (helaas veel te donker om er een foto van te nemen) – afsluiten en blijkbaar is het traditie om bij het afsluiten “goedenacht” te zeggen, en bij het openen ’s ochtends “goedemorgen”.

En dan was er nog dit. In de kerk hangen ook de wapenborden van de overleden leden van de koninklijke Orde van de Serafijnen. Op een van de panelen met meer uitleg over o.m. die wapenborden, zagen we plots dit:

Iedereen die een beetje met Gent vertrouwd is, weet dat dit gebouw niet de Sint-Baafskathedraal maar het Belfort is. Het was evenwel niet geschikte moment om daarover iets te zeggen, maar ik kon het niet laten om toch iets op Facebook over te posten. Prompt nam dochter M. het initiatief om een mailtje te sturen, zonder verwachtingen om daarover nog iets te horen. Maar onlangs kreeg ze zowaar een antwoord, dat er duidelijk iets misgegaan was bij de opmaak van die panelen (ze hadden een slechte foto gebruikt, die moest vervangen worden, maar bij het nakijken van de drukproef niet meer gecontroleerd, en zo is een verkeerde foto gepubliceerd geraakt – vergissen is menselijk), en dat ze het gaan rechtzetten.

Na al dat wandelen en bekijken, passeerden we, op zoek naar een rustig terrasje, weer langs het Nobelmuseum, waar een fanfare het repertoire van … jawel, ABBA, zat te spelen. Voor zover we konden zien, zonder veel enthousiasme.
Een eind verder konden we dan eindelijk onze dorst lessen en onze voeten wat laten rusten, en hielden we ons bezig met “mensen kijken”. Er passeerde een feestelijk gekleed gezelschap (we vermoeden voor een huwelijk), en een van die jongedames had twee ruikers mooie witte rozen vast. Ze wou die duidelijk kwijt, en dumpte ze dan maar in een vuilnisbak. De terrasgangers bekeken elkaar vol ongeloof, iedereen had iets van “hebben we dat nu echt zien gebeuren?”. Maar de rozen werden nog gered, toen een dame aan de overkant besloot om de bloemen weer uit de vuilnisbak te halen. Ik hoop dat ze er toch nog wat geniet van gehad heeft.

Toen we later op de avond in een restaurant in de buurt van de kathedraal onze bestelling hadden gekregen, werden we nogmaals getrakteerd op … ABBA. Trop is toch wel te veel. Gelukkig zaten we buiten, en klonk de muziek wat gedempter. En gelukkig hebben we daarna nergens meer ABBA gehoord.

Gepost door: pharailde | augustus 19, 2018

Stockholm 2018 (1)

Na een lange (veel langer dan voorzien onderweg geweest) en korte (slechts enkele uurtjes slaap in een bloedhete hotelkamer) nacht tegelijk, deden we het die eerste dag heel rustig aan. Wat rondlopen in de buurt van het hotel, naar de supermarkt om wat drank voor op de kamer, heerlijk lunchen op het terras van – zo bleek – een van de oudste cafés van Stockholm (Café Fix) en vooral ontspannen op een bank in de schaduw in het Kronobergspark (waar op een hoek blijkbaar ook een Joods kerkhof was), want het was een hete dag en na de voorbije drukke weken, hadden we het nodig om wat te acclimatiseren en tot ons te laten doordringen dat het vakantie was.

Die bezienswaardigheden gingen niet weglopen en konden nog wat wachten.
Hoewel.
’s Avonds wilden we het traject richting Gamla Stan (waar we op zaterdagnamiddag een rondleiding geboekt hadden) toch even verkennen, kwestie van ’s anderendaags niet voor verrassingen te staan. Dit bracht ons naar de noorderoever van het Mälarmeer, waar we in de avondzon genoten van het uitzicht.

Wat verderop kwamen we langs het stadhuis, het Stadhuset (1923, architect Ragnar Östberg), waar we veel langer bleven rondhangen dan gedacht. Op foto’s, en vanuit de verte lijkt dit een heel massief gebouw – het is dan ook opgetrokken uit ca. 8 miljoen bakstenen, als we de gidsen mogen geloven – maar het bevat zoveel verrassende details, dat je blijft kijken en ontdekken. Een paar dagen later gingen we nog eens terug om dit prachtige gebouw ook binnenin te bewonderen, maar daarover later meer.

We beëindigden onze eerste avond uiteindelijk in Gamla Stan, in een restaurant waar ze de Zweedse keuken (had ik meteen de – wel heel lekkere – ‘köttbullar’ met o.m. ‘lingon’ gegeten, en voor wederhelft E. een zalmgerecht) serveerden, en waar we ook de hele avond op ABBA “getrakteerd” werden.

Op weg naar het hotel probeerden we de maan te spotten, maar die was nergens te zien, ook al was het goed aan het schemeren. We werden al de hele week om de oren geslagen met berichten over een bloedmaan en een maan die langer verduisterd ging zijn dan normaal, dus wou ik toch een glimp van het fenomeen bekijken. Op de brug in de buurt van het stadhuis stonden enkele mensen met camera’s en statieven te kijken, dus hoopten we op die plek toch een verduisterde maan te kunnen zien, maar helaas. Een brede wolkenband bleek de maan helemaal te verbergen. Achteraf lazen we dat ook op het thuisfront de wolken een domper op de feestvreugde zetten.

Gepost door: pharailde | augustus 8, 2018

We vertrokken op reis en Murphy ging (even) mee

De donderdag na de Gentse Feesten vertrokken we naar Zweden, eerst een week Stockholm, daarna een weekje op het platteland. Door tal van beslommeringen waren we er echt aan toe. Maar op de dag van vertrek zag ik er wel ongelooflijk tegen op: er moest nog van alles gebeuren (wassen, inpakken, instructies nalaten voor de thuisblijvers, oma een bezoekje brengen, enz.) en dit allemaal bij tropische temperaturen, waar ik niet zo goed tegen kan. Ook het weerbericht voor Stockholm voorspelde niet veel goeds: ook daar was het warm (en dan boek je een vakantie naar het noorden ipv het zuiden, net met het vooruitzicht op normale temperaturen).
Maar bon, alles geraakte rond, en tegen vier uur zette zoon S.W. ons af aan het station (de bus hadden we al gemist). De vlucht was om half acht, dus tijd genoeg, een avondmaal op de luchthaven was ingecalculeerd. Inchecken en security gingen vlot, het eten was een beetje nipt. Maar ondertussen achterhaalden we dat de vlucht vertraagd was naar tien uur. We installeerden ons toch maar al aan de gate, kwestie van een en ander van nabij te kunnen volgen. Ook andere vluchten hadden vertraging, en er werd nogal van gate veranderd.
We hielden ons bezig met lezen, facebooken en naar opstijgende en landende vliegtuigen kijken.

dav

Rond half tien, het moment dat we op Bromma moesten landen, zagen we dat het vertrekuur al verlaat was naar half elf. En jawel, ondertussen mochten ook wij naar een andere gate verhuizen. Tussendoor had ik wel het hotel gemaild dat we een pak later gingen zijn.
Rond kwart over tien was het vliegtuig eindelijk gearriveerd, dus dat vertrek om half elf leek me niet echt realistisch meer (eerst iedereen van het vliegtuig, vliegtuig kuisen en wat ze nog allemaal moeten klaarzetten voor vertrek, tanken, bagage uit- en inladen, de nieuwe lading passagiers op het vliegtuig, enz.). En het werd almaar leuker, want we kregen ook te horen dat de luchthaven van Bromma om tien uur sloot, en dat we dus op Arlanda (een heel pak verder van Stockholm) gingen landen.

dig

Inmiddels was het boarden begonnen, en dan plots weer gestopt. Was ik blij dat we nog blijven zitten zijn, want iedereen die al door de controle was, moest staan wachten tot de deuren richting vliegtuig opengingen. We moesten wachten tot er getankt wordt, maar wederhelft E. kon zien dat ze daar absoluut nog niet mee begonnen waren (achteraf bleek dat het desbetreffend personeel al naar huis was, en opnieuw opgetrommeld moest worden – of zoiets). Ze verontschuldigden zich voor het ongemak, en boden ondertussen aan iedereen wat water aan. Alleen zaten wij aan gate 52 en kon het water opgehaald worden aan gate 40 (wie de luchthaven wat kent, weet dat je behoorlijke afstanden kan afleggen tussen de gates). Wederhelft E. ging een kijkje nemen (er was toch niets anders te doen), vond daar niemand die water uitdeelde, maar wel een pak kleine flesjes. Hij heeft dan maar het hele pak meegebracht en dit uitgedeeld aan onze gate.

Enfin, uiteindelijk konden we ergens tussen half twaalf en twaalf het vliegtuig op (voor zover ik begrepen heb, lag de vertraging aan zware onweders en blikseminslagen op verschillende luchthavens), en stegen we zowaar op. Na een probleemloze vlucht landden we dan rond twee uur in Arlanda, en was het de vraag hoe we in het holst van de nacht naar ons hotel in het centrum van Stockholm gingen geraken. In het vliegtuig werd nog omgeroepen dat er een infopunt voorzien was, maar tegen dat we in de aankomsthal kwamen (ook de bagage liet nog enige tijd op zich wachten) was er niets of niemand van info te bespeuren. We hadden inmiddels achterhaald dat er ook ’s nachts nog luchthavenvervoer per bus naar Stockholm rijdt, en zo stonden we tegen tien voor vier aan het Centraal Station. Inmiddels was het zelfs al volledig licht geworden. Van daaruit was het nog een kleine twintig minuten stappen naar het hotel (wel vreselijk gênant om in die stille straten met je valiezen over hobbelige voetpaden te denderen, maar ze dragen was ook geen optie want de straat ging bergop).

De nachtploeg van het hotel was niet echt empathisch, ook niet onvriendelijk, maar ze konden ons nog niet onmiddellijk inchecken, aangezien de computer om een of andere reden aan het resetten was. Dus nog een kwartier wachten. De zon scheen al volop toen we rond half vijf eindelijk naar de kamer konden, en ons konden klaarmaken voor een korte nacht. Gelukkig kon je ontbijten tot elf uur.

Older Posts »

Categorieën