Gepost door: pharailde | februari 24, 2015

Carolus

Enkele jaren geleden beslisten wij om elkaar op onze verjaardag geen cadeau meer te geven. Althans geen materiële cadeau. We beslisten om elkaar een veel kostbaarder iets te geven, namelijk tijd om iets leuks te doen. Dus gaan wij die dagen op daguitstap. Op mijn verjaardag in september is dat niet doorgegaan wegens de rugperikelen, maar deze week, voor de verjaardag van wederhelft E., vond ik dat ik al voldoende hersteld was om iets te doen.
Het eerste plan was om een bezoekje te brengen aan Mons, een van de huidige culturele hoofdsteden, maar dat hebben we uitgesteld. We zaten zonder auto (in de garage), en ik had geen courage om uit te zoeken hoe de verbindingen met het openbaar vervoer waren. Bovendien kende ik onszelf: naar een stad gaan die we niet kennen, leidt tot veel en lang rondlopen en kleine hoekjes verkennen, en dat wilde ik nog niet riskeren. Stel dat dat rondlopen nog niet goed lukte, dan zou het zonde zijn om vroeger te moeten terugkeren.
Plan B was Antwerpen. Wederhelft E. (en ik ook) wilde al heel lang een bezoekje brengen aan de Carolus Borromeuskerk, maar elke keer dat we in Antwerpen waren, kwam er iets tussen. Ofwel hadden we onvoldoende tijd vóór een afspraak (door fileleed), ofwel was de kerk gesloten toen we in de buurt waren.

Wij dus vorige woensdag met de trein naar het Centraal Station en dan via de Meir richting Carolus Borromeus. Het was zonnig maar wel koud weer. Onderweg namen we een kijkje in de Stadsfeestzaal op de Meir, een gebouw waarvan ik het bestaan zelfs niet kende. Wel indrukwekkend, maar toch niet echt ons ding, het deed ons eerder denken aan Amerikaanse bombastische kitsch. Maar een mooie parketvloer, dat wel. Ondertussen was het al ruimschoots middag en om de honger te stillen belandden we in de Mockamore, blijkbaar een koffiebar, maar we konden er ook iets eten. Ik koos voor een bagel met creamcheese, avocado, sla, zongedroogde tomaatjes en allerlei kruiden. Heerlijk, en dan vooral het beleg. Wel blij dat ik nu eens een bagel geproefd heb, maar echt bijzonder vond ik dat toch niet.

Rond twee uur (moment dat de kerk weer openging) stonden we de gevel van Carolus Borromeus te bewonderen en wilden we naar binnen gaan. Tot we de (zij)deur openden: een massa volk waar we niet echt meer bij konden. Dan maar de andere zijdeur geopend: hetzelfde beeld. Die kerk zat bomvol. Ik had buiten wel een briefje zien hangen over een schilderijwissel rond twee uur, en blijkbaar was dat een populair evenement. Meer uitleg en beeld daarover (van vorige jaren) vindt u hier en hier. Onbegonnen werk dus om de kerk nu te bezoeken, en het voelde echt alsof het ons niet gegund was. Maar we gingen later terugkomen (we vermoedden dat dat daar ook geen ganse namiddag ging duren). Inmiddels gingen we een – kort – kijkje nemen in de kathedraal (we hadden geen zin om ervoor te betalen) en steunden we de plaatselijke horeca. Wederhelft E. bestelde een Antwerpse tripel, maar werd onmiddellijk teruggefloten door de ober: het ging wel om een Triple d’Anvers hé, die dan ook met veel gesten werd uitgeschonken.

Na drieën togen wij op hoop van zegen opnieuw naar Carolus, en jawel, het wonder geschiedde, we konden de kerk betreden en aanschouwden voor het eerst het interieur van de kerk. Rijkelijk versierd, uiteraard, want het is een barokkerk. En zoals bij veel weelderige versieringen, moet ik denken aan de ambachtslui die uren en uren en uren en … uren bezig geweest moeten zijn met kappen, snijden, schuren om een rijkelijk bewerkt eindproduct af te leveren. Ik kwam ook andermaal tot de vaststelling dat je mij absoluut geen plezier kan doen met gekleurde marmer. Witte marmer vind ik mooi (zeker als ik denk aan al die klassieke beeldhouwwerken) alsook zwarte marmer, maar alles wat daartussen ligt (gelig, rozig, groenig, bruinig, …) kan mij absoluut niet bekoren. Een marmeren inkomhal of een marmeren badkamer is dus niet aan mij besteed. Ik had ook een binnenpretje bij het bekijken van de preekstoel. Iedereen weet hoe de Kerk tegenover vrouwen in de Kerk staat, en dan sta je bij een beeld over de triomf van de Katholieke Kerk over de Reformatie, waarbij de Kerk doodleuk wordt uitgebeeld als een … vrouw.
Het is ook fascinerend om vast te stellen dat je nog altijd dingen leert over elkaar. Zo wist ik niet dat wederhelft E. zich het meest aangetrokken voelt tot kerken uit de barok, terwijl romaanse kerken bij mij favoriet zijn. Barokke kerken vind ik wel ok, maar dan vooral de gevels, het interieur vind ik al snel te overladen.

Op de terugweg naar het station liepen we ook eens binnen in het Koninklijk Paleis op de Meir, een gebouw waarvan ik wel al vaag gehoord had, maar eigenlijk niet wist zijn en dus ook niet kende. Daar bevindt zich nu een filiaal van Dominique Persoone. Het gebouw lijkt vanop straat heel wat groter dan het in werkelijkheid is, aangezien het volledig rond een binnenplaats gebouwd is. In het deel van de chocoladewinkel zie je nog de pracht van enkele oude salons (in het deel met horeca zijn we niet geweest). De plattegrond die er hing, toont de situatie van de latere verbouwingen, maar ik was toch veel meer nieuwsgierig naar het oorspronkelijke grondplan en de indeling van de woning van de oorspronkelijke bouwheer. Helaas dus. En wat betreft die chocolade, ik zal niet direct geneigd zijn om pralines van Persoone te kopen: € 66 voor een kilo vind ik toch veel geld, zeker omdat ik niet echt een fijnproever ben.

‘s Avonds sloten we deze fijne dag af met een etentje onder ons tweeën in Gent (de Himalaya).

Gepost door: pharailde | januari 29, 2015

Vertelsels uit het ziekenhuis (2)

Vertelde ik in de vorige post het verhaal redelijk chronologisch, dan krijgen jullie nu eerder een overzicht van losse herinneringen.

Op dag 2 kreeg ik nog een extraatje. Bij een van die vele prikken bleek dat de bloedwaarden niet zo goed waren, en bijgevolg kreeg ik in de loop van de dag een litertje bloed toegediend (de vampieren die hier heel toevallig zouden meelezen, zullen stikjaloers zijn). En zowaar, tegen de avond voelde ik mij al een heel stuk meer opgeknapt (zonder in de loop van de dag door te hebben dat het eigenlijk wel beter kon). Ik leerde ook bij dat je koortsig kan zijn als je bloed toegediend krijgt.
En betreffende die blauwe plekken van de prikken: ik heb blijkbaar in de loop der jaren moeilijke aders gekregen (vroeger veel minder last van), maar het lag ook aan de deskundigheid van diegene die prikte, want bij de ene werd het blauw, en bij andere zag je er helemaal niets van.

Ik vertelde de vorige keer dat het niet evident is om te eten als je moet liggen, ook drinken is een onderneming, zeker de eerste dagen. Zoals reeds gezegd, je moet blijven liggen en iets opheffen is zeker uit den boze. In het ziekenhuis heb je de luxe dat je continu water ter beschikking krijgt. In glazen flessen. Van een liter. Al eens geprobeerd om vanuit ruglig een glas water in te schenken vanuit een glazen literfles? Zonder dat je het voelt trekken in je rug. Om dan in een volgende fase dat water op te drinken zonder morsen. Ik vroeg al snel om een rietje en gelukkig heb ik altijd een schaar bij mij, waardoor we die rietjes konden halveren in lengte, zodat het niet altijd uit dat – laag – glas viel. En wederhelft E. liet ik al gauw halveliterflesjes meebrengen van thuis. Veel praktischer.

Ochtendverzorging dag 3. Ik werd losgekoppeld van alle mogelijke draden en infusen (op één na, die van het wondvocht), mocht voor het eerst even mijn bed uit voor een bezoekje aan het sanitair, en na een frisse wasbeurt en het aantrekken van mijn eigen, splinternieuwe pyjama (doorgaans draag ik geen pyjama’s maar in het ziekenhuis is dat niet echt een optie, dus ging ik op voorhand toch even shoppen) voelde ik me weer een beetje meer mens. Om vlotter het bed te kunnen opmaken (ik kan me voorstellen dat dat gemakkelijker gaat als de patiënt er niet inligt) mocht ik even in de zetel naast het bed gaan zitten. En plots waren de verpleegsters verdwenen. Ik veronderstelde dat ze onmiddellijk gingen terugkomen om me weer in bed te helpen, maar dat was blijkbaar niet het plan. Hoewel het aanvankelijk deugd deed om weer even rechtop te kunnen zitten, was het ondertussen al welletjes geweest. Ik werd moe, en bovendien zat die zetel niet comfortabel voor mijn rug (en mocht ik strikt genomen eigenlijk nog steeds niet rechtop zitten).
Op dat moment kwam de “cateringmadam” binnen om de flessen water aan te vullen, dus vroeg ik haar of ze een verpleegster – die ik op de gang bezig hoorde – wilde vragen om mij weer in bed te helpen. Ze kweet zich vriendelijk van haar taak, maar tot mijn verbazing kreeg ze als – nors – antwoord dat ik toch nog maar wat moest wachten want dat ze nog geen tijd had. Ik heb het dan maar zelf geriskeerd en heb nooit geweten of ze dan toch nog komen kijken is, aangezien ze mij enige tijd later plots kwamen halen voor de radiografie. En neen, ik ben niet assertief genoeg om dat mens er ‘s anderendaags op aan te spreken.

In hetzelfde hoofdstuk communicatie. Op de avond van dag 2 kwam meneer doktoor op zijn ronde langs en vond het stilaan hoog tijd dat ik mijn bed uitkwam (maar gaf zelf toe dat dat niet evident was met al die infusen, en dat extra bloed). Maar ‘s anderendaags ging de kinesist komen en moest ik de gang op. Dag 3 de hele dag uitgekeken naar de kinesist, maar niemand gezien. Ja, toch wel: dochter M. die ‘s avonds op bezoek kwam en mij dan toch maar meegenomen heeft op ganguitstap. Deugd dat dat deed.
Op dag 4 meldde ik toch tegen de verpleging dat ik niemand gezien had. Rond half tien dan toch een kinesist op bezoek, die wist te zeggen dat ik niet op de lijst stond, en dat alles in het honderd liep omdat de normale kine van de afdeling in verlof was, en zij nu dus meerdere afdelingen onder hun hoede moesten nemen, maar hij ging straks komen.
Na de middag kon ik de dokter-stagiaire die haar ronde deed alweer melden dat ik nog niemand gezien had. Alweer navraag. Goed halfuur later kwam hij de kamer binnengestormd dat hij mij vergeten was. Zucht. Een ganguitstap was er niet meer bij, maar wel wat oefeningen op de trap. ‘s Avonds heb ik mijn horizon dan maar verruimd door, samen met de wederhelft, eens tot aan het winkeltje beneden te stappen. En op dag 5 moest ik niets vragen: de dienstdoende kine stond plots voor mijn neus voor nog wat uitleg wat wel en niet mocht, en voor nog wat oefening op de trappen.

Toen een verpleegster op gegeven moment het verband kwam verversen, vroeg ik langs mijn neus weg hoe lang de naad eigenlijk was, denkend aan vorige operaties waarbij de naad zo’n drie à vier cm is. “Goh, een centimeter of vijftien”, antwoordde ze, “met 28 nietjes”. Blijkbaar zat ik met een heuse rits in mijn rug :) Ze gaan daar wel mee met hun tijd want prompt vroeg ze of ze een foto moest nemen, en aangezien ik toch wel nieuwsgierig was om te zien wat ze daar uitgespookt hadden (misschien wel minder geschikt voor gevoelige zielen):

Img_0549

Inmiddels is al dat ijzerwerk er uiteraard al lang uit, is alles heel mooi genezen en heb ik geen last meer van die vreselijke jeuk tijdens de eerste weken.

En oh ja, dan is er nog de buurvrouw. Mijn eerste buurvrouw bleek een Turkse vrouw te zijn, die geen gebenedijd woord Nederlands sprak of verstond. En aangezien mijn Turks van dezelfde kwaliteit was, bevorderde dat niet echt de communicatie. Hoewel ze echt haar best deed: ik kreeg heelder uiteenzettingen te horen, waar ik dus geen jota van begreep. En aangezien ikzelf nog behoorlijk groggy was (was dag 2), deed ik eerlijk gezegd ook niet echt veel moeite om haar tegemoet te komen. Wat ze precies mankeerde, weet ik niet – iets met haar buik – maar ze was ook slecht te been en haar schoeisel maakte haar niet echt stabieler. Ze schuifelde rond op te grote slippers (met een sleehak van enkele centimeters), waarbij haar tenen volledig uit haar slippers staken, denk daarbij ook nog een paar kousen, en je begrijpt hoe stabiel ze was. Om toch wat steun te hebben, gebruikte ze zo’n metalen standaard op wieltjes om infusen aan te hangen. Ze was in het ziekenhuis blijkbaar al gevallen, waardoor haar rechterarm in een mitella zat. Ondanks het gebod om in haar bed te blijven – er werd regelmatig een beroep gedaan op een Turkse verpleegster om te tolken – bleef ze rondschuifelen. Ik heb die dag tweemaal gebeld voor de verpleging omdat ze kopjes in scherven had laten vallen, en omdat ze zelf gevallen was. Ik had best wel medelijden met haar, maar kon dus zelf niet veel doen.
‘s Anderendaags was het best wel grappig. Ze had vernomen dat ze naar huis mocht en had nog een aantal vragen voor de verpleging. En ze behoorde duidelijk tot het soort mensen dat geen geduld heeft, en dus wou ze een direct antwoord. Dat de verpleegsters op dat moment bezig waren met mij te wassen, en dat ik bijgevolg half ontbloot in mijn bed lag, dat speelde geen rol. Ze kwam zonder verpinken aan mijn bed staan om haar vragen te stellen (die niemand helaas verstond), en of de verpleegsters haar met gebaren wegstuurden of niet, dat maakte allemaal niet uit. Gelukkig kan ik daar allemaal best tegen, en ik betwijfel zelfs of ze zich bewust was van de situatie, maar anderzijds kan je je afvragen hoe ze zou gereageerd hebben indien ik zo aan haar bed zou komen te staan. Het is wel niet mooi van mij, maar ik vond het rustiger toen ze naar huis mocht.
Met de twee volgende buurvrouwen (de eerste voor een operatie aan haar voet, en de tweede voor een epilepsie-aanval) verliep het contact veel vlotter.

Mijn laatste nacht in het ziekenhuis bleek een bewogen nacht te zijn: laat gaan slapen wegens crimi kijken op Canvas; niet onmiddellijk ingeslapen; rond kwart voor vier gewekt door een nieuwe opname op de kamer (de aankomst van buurvrouw 3); niet onmiddellijk ingeslapen, ook omdat ik gehoord had dat de nachtverpleging nog moest komen voor haar, dus wou ik daarop wachten alvorens verder te slapen; toch licht ingeslapen; nachtverpleger kwam uiteindelijk pas tegen vijven; wakker gelegen en nog wat gelezen (leve Kindles met verlicht scherm); ingeslapen; wakker geschrokken door een bons: patiënt van de kamer aan de overkant was uit zijn bed gedonderd (al de tweede nacht op rij); ingeslapen; gewekt om zes uur voor de pijnstiller; ingeslapen; gewekt rond half zeven door getetter van de ochtendploeg; toch weer ingeslapen; zeven uur: bloeddruk en koorts opmeten; gedoezeld; kwart voor acht: ontbijt. Ik was ontzettend blij met het vooruitzicht om de volgende nacht in mijn eigen bed te kunnen doorbrengen.

Voor jullie de indruk krijgen dat ik die ziekenhuisopname een aaneenschakeling van ellende vond, niets was minder waar. Wat ik hier vertel, zijn momentopnamen, dingen die effectief gebeurd zijn (en soms voor verbetering vatbaar – zoals op heel veel plaatsen is vooral communicatie een werkpunt) en die ik wou noteren om later nog eens glimlachend na te lezen. Tenslotte zijn het allemaal mensen waarmee je in contact komt, en mensen hebben hun goede dagen en hun slechte, en de ene ligt je al beter dan de andere, en de ene is al positiever ingesteld dan de andere, en iedereen kan al eens iets over het hoofd zien, en ja, door samenloop van omstandigheden kunnen dingen ook al eens mis gaan. De werkomstandigheden zijn blijkbaar ook niet evident, dat kon ik genoeg opmaken uit hun onderlinge gesprekken.
Maar de operatie is zonder complicaties geslaagd, ik werd er goed verzorgd, en nagenoeg iedereen was vriendelijk.

Hoe het nu gaat? Redelijk goed, maar nog zeker niet zoals vroeger. De eigenlijke rugpijn ten gevolge van de operatie is al behoorlijk verminderd, waardoor ik ook al heel wat minder pijnstillers neem. Maar de klachten die er voor de operatie waren – het gevoel van de helft van de keren door mijn benen te schieten, en dat verdoofd gevoel in mijn tenen – zijn zeker nog niet verdwenen. Wandelen lukt wel al beter dan ervoor, dat is toch ook al iets. En als ik rustig in de zetel blijf zitten, voldoende gesteund door kussens, dan voel ik mij geweldig. Als ik niet in slaap val tijdens het lezen (wat nog steeds dikwijls gebeurt).

Gepost door: pharailde | januari 21, 2015

Buiten

In de late namiddag ben ik nog eens tot aan de Bourgoyen gestapt, aangezien ik toch regelmatig moet wandelen en het een ongelooflijke luxe is om een natuurreservaat op nog geen tien minuten stappen te hebben. Het was nu de derde keer, en ik ben alweer wat verder geraakt, tot aan een volgend bankje. Het probleem met dergelijke uitstapjes is inschatten hoever je kan gaan, én terug te kunnen keren. Dus rust ik, alvorens terug naar huis te gaan, even uit op een bankje. Ook vandaag was het koud (er lag zelfs een vliesje ijs op het water) maar stralend weer, en ik genoot van het landschap, van de rust, van de buitenlucht, van een enkele wandelaar, van mensen die hun hond uitlieten, van een eenzame jogger, van fietsers op weg naar huis na een werk/schooldag, en van een mooie zonsondergang.

Img_0569

Img_0570

Img_0572

Om goed te zijn, zou ik dat eigenlijk elke dag moeten doen.

Gepost door: pharailde | januari 15, 2015

Boem Paukeslag

Wij wisten het uiteraard al eventjes, maar vandaag werd het nieuws wereldkundig gemaakt en zorgde het toch wel heel eventjes voor een schokeffect: Gentblogt stopt ermee. Op 15 februari, dag op dag tien jaar na de oprichting, doen we het licht uit.

U leest er hier meer over.

Het is een beslissing die we met heel veel spijt in het hart hebben genomen, maar je voelde bij iedereen dat de energie er niet meer was, om de meest uiteenlopende redenen. En de wildste plannen noch de tofste ideeën komen tot uitvoering als je de brander niet meer in gang krijgt. Dus besloten we om de eer aan onszelf te houden, in plaats van ons geesteskind te laten uitdoven.

Ik heb er sinds de Gentse Feesten 2007 met heel veel plezier veel tijd ingestopt – in sommige perioden zelfs heel veel tijd. Daarnet was ik, op zoek naar iets, aan het grasduinen in de lijst artikels die ik ooit geschreven heb, en ik ontdekte dat het er een heel pak meer waren dan ik dacht. Van sommige was ik zelfs compleet vergeten dat ik ze geschreven had!
Hoe ik bij Gentblogt ingerold ben, kan u alhier lezen, en voor de lijst met pennenvruchten kan u op deze pagina terecht.

Ik heb geen spijt, en toch heel veel spijt dat een punt achter dit avontuur gezet wordt. Want ik heb enorm genoten van deze periode, en dan vooral van al die fijne mensen die ik leerde kennen en de vriendschappen die ontstaan zijn (wie zei daar alweer dat tinternet voor sociale verarming en vereenzaming zorgt?). Heel erg bedankt Lien, Michel, Charles, San, Ilse, Gudrun, Patricia, Peter, Arnold, Bruno, Tom, Teun, Els, Max, Greet, Ivan, Hans, Jeronimo, Katrien, Thierry, Frank, Steven, Wouter – en alle anderen wier naam ik hier vergeten ben – voor de vele mooie jaren. Gelukkig zijn er nog veel andere kanalen om elkaar niet uit het oog te verliezen.

Gepost door: pharailde | januari 13, 2015

Vertelsels uit het ziekenhuis (1)

(Mijn rugoperatie en ziekenhuisverblijf hebben toch heel wat indrukken nagelaten, die ik vooral voor mijn eigen annalen wil opschrijven. En ja, het valt nogal lang uit, dus moet je je zeker niet verplicht voelen om verder te lezen. Maar het mag natuurlijk altijd)

Terwijl ik dit schrijf, is het vijf weken geleden dat ik onder het mes ging. Het was op een dinsdag. Bij de pre-operatieve administratie werd me gezegd dat ik er normaal gezien tegen zeven uur moest zijn, maar dat ze het definitieve uur nog telefonisch gingen bevestigen. Ik werd dus al om half zeven verwacht, met geplande operatie om half acht, als eerste op de lijst. Het piekte om zo vroeg te moeten opstaan, maar: ik moest mijn haar niet wassen (om de rest van de dag toch in bed door te brengen, leek me dat redelijk zinloos), ik moest niet ontbijten (scheelde ook weer in tijd), én, ik kon de rest van de dag toch slapen.
De administratieve afhandeling verliep vlot, op de kamer was het iets minder. We mochten naar kamer 8, bed 1, maar daar was het donker (begin december is het op dat uur nog verre van licht), in het andere bed lag iemand te slapen, en we vonden nergens de juiste lichtschakelaar. Met enkel wat verlichting bij de deur probeerden we ons wat te installeren, maar gelukkig daagde er dan toch personeel op. Het daaropvolgende kwartier was een rush van omkleden (in zo’n sexy operatiehemd – gelukkig zijn de nieuwe modellen al zo dat je achterkant ook zedig bedekt is), laatste administratie ivm medicatie en dergelijke, bloeddruk en koorts meten, mijn handtas en dgl. achter slot en grendel steken want ik kreeg te horen dat ik zeker een nacht op recovery moest blijven en dus pas ‘s anderendaags op de kamer terugkwam, en toen kwamen ze me ophalen. Een tocht langs gangen en liften, een laatste kus aan de wederhelft, het OK binnen, infuus steken, wat gebabbel met de anesthesist, en toen ging het licht uit. Ik schat dat het ergens rond acht uur was.

Dat licht ging weer aan toen ik vanuit de hele verte iemand de hele tijd “mevrouw, mevrouw, mevrouw” hoorde zeggen. Ondertussen was iemand bezig met bloed te prikken, ik vroeg hoe laat het was (kwart over twaalf, zoiets) en geleidelijk kwam de wereld terug, in de vorm van een grote zaal met verschillende bedden vol ontwakende patiënten, gescheiden door gordijnen. Ik lag gelukkig aan het raam en kon nog naar buiten kijken (vraag me wel niet meer wat het uitzicht was, iets met gebouwen en toch wel een boom). De rest van de dag (en nacht) was een aaneenschakeling van wakker zijn en doezelen, maar echt slapen lukte niet goed, vooral ook door de beperkte bewegingsvrijheid. Ik moest op mijn rug blijven liggen (terwijl ik een onverbeterlijke buikslaper ben), had regelmatig aanvallen van misselijkheid, en lag vast aan allerlei infusen en draden en zuurstof en een pijnpomp. Maar ook mij gewoon wat verleggen, ging niet zo vlot, want dat deed pijn. En oh ja, die bloeddrukmeter die permanent rond mijn arm bleef zitten, en om het uur (ongeveer) vanzelf in werking trad, was ook niet zo bevorderlijk voor het slapen.

Ondertussen lag ik af te tellen naar het halfuurtje bezoek (tussen zeven en half acht), maar het werd zeven uur, kwart over zeven, twintig over zeven en nog steeds niemand te zien. Grrrr, wat was er nu weer misgegaan? Enfin, ik hoorde dan toch bekende stemmen (er waren blijkbaar problemen geweest om de afdeling binnen te komen, vermits niemand op de bel reageerde), wederhelft E. was in het gezelschap van dochters E. en M. en van vriend M. Gelukkig waren ze op de afdeling vriendelijk genoeg om hen nog binnen te laten, maar ze mochten wel slechts per twee bij mij. Ik kan niet zeggen hoe blij ik was om hen toch even te zien.

Zelfs ‘s nachts werd er niet veel geslapen. Naast de reeds vermelde obstakels, was er de nachtelijke gang van zaken van een dergelijke afdeling. We waren met vijf patiënten die de nacht op recovery (ofte PAZA – Post-Anesthesie ZorgAfdeling – om het met een schoon woord te zeggen) moesten doorbrengen. Hoewel de nachtverpleegster – Leen – erg haar best deed om alles rustig te houden, was er toch zeer regelmatig beweging. Zo werden de laatste “normale” patiënten pas na middernacht naar hun kamer gebracht; waren er continu geluiden van apparatuur en alarmen van allerlei meettoestellen; was er die actieve bloeddrukmeter; deed de anesthesist pas rond middernacht zijn ronde; was er altijd wel iemand die een bedpan nodig had of op de nachtstoel moest, of die wat drinken wou; deed Leen regelmatig haar ronde om bij elke patiënt de gemeten waarden in de computer in te brengen; enz. En vanaf een uur of zes druppelde geleidelijk de ochtendploeg binnen – die, weliswaar met gedempte stem, toch veel te vertellen had – en kon de ochtendroutine beginnen. Ik werd ergens in het volgende uur fris gewassen en kreeg een lekker schone ziekenhuistenue aan (neen, nog niet een eigen pyjama, daarvoor lag ik nog aan veel te veel draden), en het bed werd opgemaakt. Kleine, deugddoende dingen. Opmerkelijk hoe sterk je wereld ineens verkleint als je ziekenhuispatiënt bent.

Ik keek wel het meest uit naar het verwijderen van het infuus in mijn linkerhand, aangezien dat de laatste uren behoorlijk pijn deed (wat ook het slapen niet bevorderde), maar ik moest daarvoor wachten op de mensen van het labo, die via dit infuus nog wat bloed moesten afnemen. Dat was althans het plan, want even later bleek daar geen bloed door te komen (vermoedelijk is Murphy mee geglipt naar het ziekenhuis). Geen druppel. Dus moest er elders geprikt worden, wat geen evidentie bleek. Ik had al gemerkt dat op mijn rechterarm her en der pleistertjes gekleefd waren, van vergeefse prikpogingen. Toen ik enkele dagen later naar huis ging, dacht ik dat er die week een speciale promotie was bij een rugoperatie: een gratis sessie bodypaint, aangezien mijn armen en handen bont en blauw uitsloegen.

Ergens tussen half negen en negen werd ik dan weer naar mijn kamer gebracht, waar het ook weer even chaotisch was. Terwijl ik nog wat uitleg vroeg over de bediening van het bed, dook er plots een jongedame op die had geassisteerd bij de operatie en iets zei over een prikincident en dat ze mijn toestemming nodig had om bloed af te nemen om te controleren of ik geen hiv (en nog iets had) – bleek dat ik nogal veel bloed verloren had en dat zij op een of andere manier daarmee in contact was geweest, en nu – logischerwijs – zeker wou zijn dat ik geen besmettelijke ziekten had. Vanzelfsprekend dat ik die toestemming gaf (en gelukkig gaven de verpleegsters haar de raad om aan het labo te vragen of ze die onderzoeken konden doen via de bloedafname van een uur daarvoor, of ze konden nog eens prikken).

Ondertussen had er ook iemand ontbijt gebracht, en zeer eigenaardig eigenlijk, hoewel het inmiddels al veel meer dan 24 uur geleden was dat ik nog iets gegeten of gedronken had (op een half glaasje water in de loop van de ochtend na), had ik helemaal niet het gevoel dat ik honger had. Eten was die eerste dagen trouwens ook een avontuur op zich. Ik mocht absoluut niet zitten, en mocht dus het hoofdeinde van het bed slechts beperkt omhoog zetten. De plateau met je eten werd dan netjes op het kastje aan je bed (op dat uitschuifbaar tafelblad) geplaatst en boven je bed geschoven. Maar die bevond zich toch nog redelijk hoog ten opzichte van je hoofd en armen. Half liggend eten is al een kunst, je eten zonder morsen naar je mond brengen is ook een hele opgave, laat staan om deftig je boterhammen te smeren of je vlees te snijden. De eerste dag was de mevrouw die het eten bracht zo vriendelijk om een handje te helpen, ‘s avonds kreeg ik dan hulp van de wederhelft, en de volgende dagen lukte het om mijn plan te trekken. En bij de warme maaltijd bleek het vlees gelukkig op voorhand al gesneden :)

Gepost door: pharailde | januari 2, 2015

Eentje mee suiker!

Ik wens jullie en de jouwen een heel fijn, warm en gezellig 2015, met vooral een goede gezondheid, en veel liefde en vriendschap!

DSC_0732

Gepost door: pharailde | november 23, 2014

Eefje

Ik heb deze week dan toch afscheid genomen.
Afscheid van Eefje.
Eefje Donkerblauw.

“Ken je Eefje? Eefje Donkerblauw?
Eefje is een koningin, maar niemand weet dat. Behalve Eefje zelf.”
Het zijn de beginwoorden van een kinderboekje dat hier ten huize “grijsgedraaid” (of hoe zeg je dat voor boeken?) is.
Eefje Donkerblauw vertelt het verhaal over de kleuren en het ontstaan van de regenboog, geschreven door Geert De Kockere, met tekeningen van de betreurde Lieve Baeten (misschien beter bekend van de boeken over Lotje).

eefje

We leerden Eefje kennen in 1993. Dochter M. was behoorlijk geveld door de windpokken. We hadden haar en haar broers onder de goede zorgen van mijn moeder achtergelaten om naar de boekenbeurs te gaan. Daar zagen we Eefje Donkerblauw liggen, en we waren meteen in haar ban. Heel toevallig was de auteur aanwezig, en lieten we het toch maar signeren voor zieke dochter M., die weldra ook jarig was.

Het boekje bleek een schot in de roos. Het werd voorgelezen en voorgelezen en gelezen en voorgelezen en er werd geëxperimenteerd met de drie plastic kleurplaatjes (rood, geel en blauw) die erbij geleverd worden (en die, tot mijn grote verbazing, niet zoek zijn geraakt). Het was een favoriet, niet alleen door dochter M. maar ook door haar broers en zus, vele jaren aan een stuk.
De kinderen werden groot, het boekje belandde – nog slechts sporadisch bekeken, uit nostalgie – in de bibliotheek, maar ik kocht het wel nog af en toe eens als kraamcadeau.

Inmiddels zijn we dus 21 jaar verder, en vierde dochter M. deze week haar 26ste verjaardag. Vrienden, die haar dus goed kenden, verrasten haar met een poster van … jawel, Eefje Donkerblauw. En van het een kwam het ander: ze vroeg ernaar, haalde het uit de kast, las het helemaal en … Eefje verhuisde naar dochter M. Het was de natuurlijke gang van zaken, want het was haar exemplaar.

Maar toch kon ik er maar moeilijk afscheid van nemen, omdat net dit ons gezinsexemplaar is, dat honderden keren door die acht kinderhandjes is gegaan – wat dus ook zijn sporen heeft nagelaten (hoewel het zowaar in een redelijk goede staat gebleven is).

Ik ga me wel een nieuw exemplaar afschaffen (ons huis zonder Eefje kunnen we ons niet zo goed voorstellen), maar het zal niet hetzelfde zijn. Anderzijds geeft het de kans om later, met de kleinkinderen, een nieuw Eefje-gezinsexemplaar op te bouwen.

Gepost door: pharailde | november 16, 2014

Snijwerk

Even de – medische – annalen aanvullen.

Aangezien de hernia maar niet wil genezen, ondanks infiltraties en cortisonekuur, is deze week dan toch de beslissing gevallen dat er geopereerd wordt. De ene dokter was duidelijk niet happig om een operatie te adviseren (groot risico, niet zeker dat de problemen daarna opgelost zouden zijn, of ik mijn klachten erg genoeg vond om dat risico te nemen, …) maar de rugchirurg vond het duidelijk wel verantwoord, en had zeer goede vooruitzichten dat het nadien wel opgelost zal zijn, maar zei wel dat er mij eerst nog een maandenlange revalidatie te wachten staat. Blijkbaar had hij ook vastgesteld dat er aan een andere wervel ook een probleem is, dat binnen afzienbare tijd voor moeilijkheden zal zorgen, dus dat zal hij meteen ook aanpakken.
9 december is d-day, en gaan ze wat snijden, zagen, losmaken, aaneenschroeven en wat weet ik nog al niet. Al een geluk dat het aan de rugzijde is, en ik er dus niets kan van zien, ware het niet dat een mens op dat moment compleet onder zeil is. Ook wel goed dat de verdovingstechnieken al wat geavanceerder zijn dan het opgieten van een kruik brandewijn.

Ik zie er hoe dan ook erg tegenop, maar anderzijds zie ik een bestendiging van de huidige situatie ook niet zitten. Ik voel mij toch nog wat te jong en te actief om geen deftige wandelingen meer te kunnen maken, of om mijn huis niet meer zelf te kunnen kuisen, en jawel dat thuiszitten heeft zijn charmes, en neen, ik heb me nog geen seconde verveeld (nog genoeg boeken te lezen), maar ik zou toch wel echt graag weer aan het werk gaan (al is het maar om wat meer mensen te zien, want je raakt toch wel snel geïsoleerder als je veel minder buitenkomt).

Dus zien we wel, dag per dag, hoe het verder loopt.

Gepost door: pharailde | november 15, 2014

Marne

(Een bericht dat al een hele tijd half afgewerkt klaarstond …)

Toen ik dus de boekenkast aan het vullen was, viel mijn oog op onderstaand boek:

marne 4 001

Het betreft een fotoboek over de slagvelden van de Eerste Slag bij de Marne in september 1914.

Wat me daarbij vooral opviel:
– Dit boek is reeds gepubliceerd in 1915. In volle oorlogstijd.
– Dit boek werd geschonken als communiecadeau. Een boek over slagvelden. Zeer opbeurend voor een kind.
– De foto’s in het boek zijn allemaal in kleur gedrukt. In 1915. Ik vind dat bijzonder opmerkelijk.

marne 4 002

marne 4 003

marne 4 004

Het feit dat het – ook hier – over de Eerste Wereldoorlog gaat, berust op louter toeval.

Gepost door: pharailde | oktober 20, 2014

5 reasons why I smile #tag

Ik leerde Menck een aantal jaren geleden heel toevallig in real life kennen, op een blogmeeting bij Zapnimf. Een heerlijke dag, waar wij heerlijke mensen leerden kennen – onder wie dus Menck – wier blogs ik achteraf uiteraard ging opzoeken, en met plezier ben blijven volgen. Bij Menck was dat niet altijd evident, aangezien hij soms volledig uit de blogether verdween, om later onder een andere naam weer op te duiken. Gelukkig vond ik hem steeds terug, en kan ik nog steeds genieten van zijn soms ontroerende, soms humoristische, soms spannende schrijfsels en zijn prachtige tuinfoto’s (en jaloers zijn op zijn groene vingers).

Van hem kreeg ik de volgende opdracht:

  • Maak de naam bekend van diegene waardoor je genomineerd bent in je artikel;
  • Noem 5 redenen waarom jij lacht of blij bent;
  • Kopieer deze regels en zet ze in jouw artikel;
  • Kopieer de TAG-afbeelding en plaats die in jouw artikel;
  • Tag 5 andere bloggers om deze tag uit te voeren.

Deze opdracht bleek een stuk moeilijker dan ik aanvankelijk gedacht had. Ik moest toch wel eens serieus gaan nadenken om welke dingen ik lach. Niet dat hier nooit gelachen wordt, integendeel, maar ik kan me bv. zelfs niet eens herinneren wanneer ik voor het laatst de slappe lach had, zo compleet met buikpijn, tranen en vooral niet meer kunnen stoppen. Waarbij ik me afvraag of dit komt door ouder te worden, want de dingen die ik grappig vind, doen me vooral glimlachen, niet meer schaterlachen. Wat ik dus het moeilijkste vind aan deze post, is proberen accuraat te omschrijven wat me aan het lachen brengt (en wat niet), zonder in een uiteenzetting over soorten humor te vervallen (niet dat ik me daarover enige kennis zou willen aanmatigen).

Hoe dan ook, humor is erg belangrijk voor mij/ons, zelfs – en zeker – als de dingen niet altijd meezitten. Maar niet om het even welke humor. Zo heb ik een hartsgrondige hekel aan platte humor, met p*s, k*k, f*ck, k*t, en aanverwanten moet je bij mij echt niet afkomen. Ook slapstickachtige toestanden kunnen mij niet bekoren, ik ben nooit fan geweest van “den dikken en den dunnen”.

Maar wat dan wel?

  • Spelen met taal, woordspelingen, en dergelijke – zo heb ik ontzettend genoten van het boekje van Paulien Cornelisse, Taal is zeg maar echt mijn ding (tiens, ik zou dat eens moeten herlezen, aangezien ik er alweer veel uit vergeten ben, zucht)
  • Droge humor geniet sterk de voorkeur, net als heel veel zaken die onder de noemer van ironie, parodie, (politieke) satire, sarcasme en dergelijke vallen. Ik hou van zaken uit het dagelijks leven die uitvergroot, in een andere context geplaatst, van een andere kant bekeken, tot in het absurde doorgetrokken worden, …
    Tv-programma’s als Alles kan beter, In de Gloria, sommige stukjes uit Wat als (die ik niet allemaal gezien heb), … Comedians/cabaretiers als Wim Sonneveld, Toon Hermans, Dave Allen (al lang geleden, ja), Eddie Izzard, en ja, ook van een groot deel van het werk van Geert Hoste (ook al is het tegenwoordig not done om Geert Hoste goed te vinden), … kortom, meestal mensen die erin slagen om met een uitgestreken gezicht grappige dingen te zeggen.
  • Series als Cold Feet, en films van Woody Allen, of met Fernandel (zijn mimiek alleen al), of in het genre van Dirty Rotten Scoundrels (vooral Michael Caine en niet zozeer Steve Martin), The Life of Brian – ook hier dus vooral een voorliefde om met een uitgestreken gezicht grappig te zijn.
    Wie recentere films in dit genre kent, mag altijd de titels doorgeven.
  • Ik bewonder het vermogen van de mens om humor als wapen te gebruiken, zelfs in penibele omstandigheden, bij (natuur)rampen of als het gewoon tegenzit. Dan denk ik niet alleen aan de vele cartoonisten die om den brode de actualiteit in haar hemd zet, maar ook aan de talrijke creatievelingen die soms heel wat tijd en energie besteden om met de moderne media aan de slag te gaan, en wier filmpjes, collages, aanpassingen – al dan niet van nieuwe tekst voorzien – overal op Facebook, Twitter, Tumblr, YouTube en aanverwanten opduiken. Het ene is al fijner en spitsvondiger dan het andere, en wat jouw vriend schitterend vindt, kan voor zijn buurman absoluut niet door de beugel – smaken verschillen nu eenmaal – maar het toont wel aan dat humor nog steeds gretig gebruikt wordt om dingen te (zelf)relativeren. Gelukkig maar.
  • Enkele zaken waar ik blij van word: een goed boek, de zee, een goed geschreven en sterk gespeeld toneelstuk, een interessante tentoonstelling, een mooie dansvoorstelling, een deugddoende wandeling, vers gewassen lakens, bloemen (buiten én binnen), de zee, alle kinderen en aanhang in een geanimeerd gesprek aan tafel, een citytrip, een moeilijke klus die toch tot een goed einde werd gebracht, een lieve mail of sms, vriendenbezoek, kerstsfeer/versiering, het bos, een compliment, de dagen dat het uur verandert (winteruur omdat je dan een lekker lange dag hebt, en zomeruur omdat het dan weer langer licht is), als aan mijn haar en gezicht geprutst wordt (lees hoofdmassage, zachtjes haar kammen, make-up laten aanbrengen, …), lente-, zomer-, herfst- en winterweer op het ogenblik dat het lente-, zomer-, herfst- en winterweer moet zijn, de kinderen die humoristische opmerkingen uit hun botten slaan (we hebben ze dat dan toch bijgebracht), knuffels van wederhelft en dochters (helaas, de zonen doen niet meer aan knuffelen), de zee, humor, een mooie (blog)tekst, veel en gezellig licht, een compliment, een goede film, een terrasje bij 23 à 24 °C en een heel licht briesje, … best wel veel eigenlijk, en best wel veel gewone dingen :)

Nu efkes denken wie ik blij zal maken (of net niet) …

  • My lovely daughter, Song and Dance
  • San (alle beetjes helpen misschien om weer voor wat leven te zorgen)
  • Zonder Dank (haar laatste post begon ze met te zeggen dat ze zo blij was – nu ben ik nieuwsgierig naar wat haar nog blij maakt)
  • LienWeb (omdat ik daar altijd zoveel positivisme voel (ondanks de mokerslagen des levens))
  • Affodil (bij wie ik dringend eens moet gaan bijlezen, want blijkbaar ben ik vergeten de nieuwe stek in de feedreader te zetten, shame on me)
  • Older Posts »

    Categorieën

    Volg

    Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.