Gepost door: pharailde | april 20, 2016

Nog op uitstap in april

Het weekend van 8 tot 10 april vertoefden we dan weer in Duitsland. We hadden van dochter M. een Bongobon gekregen voor een kasteelhotel, waarvan we met veel plezier gebruik maakten. We hadden hem vorig jaar al moeten verlengen omwille van de rugperikelen, maar vorig weekend trokken we met veel plezier naar Kronenburg, naar het Schlosshotel Burghaus. We boekten nog een extra nacht, en weg waren we, van vrijdag tot en met zondag.

Na een langere rit dan voorzien – er waren veel meer files dan ons lief was, zo midden op de dag – arriveerden we rond vier uur. We werden heel vriendelijk onthaald door, naar ik meende de receptionist, maar later bleek dat het de hoteleigenaar zelf was. We kregen een kamer op de tweede verdieping, een duplex-kamer zelfs: we kwamen binnen in een zitruimte, en een trap leidde naar het slaapgedeelte. De sleutel was geen kaart, zoals in alle moderne hotels tegenwoordig, maar een ouderwetse sleutel, bevestigd aan een knoert van een metalen sleutelhanger. We bleken ook over twee badkamers te beschikken: wie ruzie heeft, kan elk apart in een bad gaan afkoelen (het was de bedoeling om zowel boven als beneden een slaapkamer in te richten, maar beneden bleek het daarvoor toch net te kleine en werd het dan omgevormd tot zitruimte. Aangezien de badkamer al ingericht was, werd die gewoon behouden). Douchen kon dan weer niet (in geen van beide badkamers), behalve al zittend in het bad, want rechtstaan was onmogelijk. Dat krijg je als je het bad onder het schuine dak installeert. Het was ook een promotie voor het zittend plassen bij de heren, want ook aan het toilet kon je niet rechtstaan (en wederhelft E. moest zelfs al zittend goed opletten dat hij zijn hoofd niet stootte – ik ben gelukkig een stuk kleiner).

IMG_0710

(onze kamer bevond zich dus in het dak van het hoofdgebouw, aan de linkerkant, dus het bovenste kleine raampje links (staat open), het linkerraam van de drie ramen eronder, en het raam aan de zijkant)

Bij het boeken had ik vluchtig wat opgezocht over Kronenburg, had iets gezien over een stadje met ruïnes van een burcht, wat oude huizen en een meer. Bleek dat het eigenlijk niet veel meer was dan een dorpje met nog geen 500 inwoners (wel met ruïnes, twee straatjes met oude huizen en een meer), gelegen tegen een heuvel. Het hotel lag ongeveer bovenop die heuvel. Wij dus op verkenning, ondertussen uitkijkend naar iets waar we konden eten. Onze wandeling bracht ons naar de rand van het dorp, langs een grote boerderij met o.a. paarden, geiten en schapen, tot aan het kerkhof en de kapel, waar we een wijd uitzicht hadden over het landschap. Maar geen restaurant (we waren wel enkele zaken gepasseerd waar je ook iets kon eten, maar die sloten om zes uur de deuren). We daalden zelfs af naar het volgende dorp, Baasem, maar ook daar geen restaurant. Terug de heuvel op dan maar. We wisten wel dat er aan het hotel ook een restaurant verbonden was, maar dat zag er nogal chic uit, en prijzig (lees, duurder dan wij gewoon zijn). Desondanks besloten we om toch maar te kijken of er toevallig nog plaats was – ja dus – en We hadden er een gezellige en rustige avond met lekker eten. We dineerden zowaar in het gezelschap van ‘Lumière’ (Disneykenners zullen weten waarover ik het heb:) ). Alleen zaten er geen gewone kaarsjes in, maar theelichtjes.

IMG_0689

Zaterdag ontwaakten we met een stralende zon onder een staalblauwe hemel (het weerbericht van enkele dagen ervoor sprak over regen). Na het ontbijtbuffet in de orangerie (klinkt chiquer dan het was) was het tijd om die burchtruïne wat dichterbij te bekijken. Jammer genoeg ziet de burcht er niet echt meer uit zoals ze ooit geweest is.

IMG_0709
(Voor wie geïnteresseerd is in de historiek, én een mondje Duits kan).

In de loop van de 18de eeuw was de burcht in veel te slechte staat, waardoor de graaf besloot om een nieuw slot te bouwen. In dat slot is dus het hotel gevestigd. En blijkbaar kreeg dit slot in de loop der geschiedenis illustere figuren over de vloer, onder anderen Napoleon, Konrad Adenauer en Caroline van Monaco, zo stond in de infobrochure op de kamer te lezen.

Voor het middagmaal trokken we naar een buur van het hotel, voor een hartige pannenkoek, om vervolgens op ons gemak de heuvel af te dalen voor een wandeling rond het stuwmeer (gebouwd om het smelt- en regenwater vast te houden).

IMG_0713

Halverwege de wandeling stuitten we op een bord met uitleg over de Westwall, de Duitse antitankverdedigingslinie. We vroegen ons nog af hoever het stappen zou zijn om die resten te zien, en besloten het maar zo te laten. Tot we ons wat omdraaiden, en dit zagen:) Heel fascinerend en bevreemdend.

Avondmalen deden we in een restaurant (stijl vakantiepark) langs het meer, een groot contrast qua atmosfeer met de dag ervoor maar het eten was er niet minder lekker om. Nooit verwacht om op een dergelijke plek Aziatisch te eten, maar als de uitbater getrouwd blijkt te zijn met een Aziatische, dan krijg je dit soort gemengde keukens. Wat wij alleen maar toejuichen.

Na het uitchecken op zondag hadden we nog geen zin om onmiddellijk huiswaarts te trekken. Dus trokken we het bos in. Het weer was perfect: bewolkt met af en toe zon, en niet te warm (maar ook niet koud). En zo zalig dat dat is om een paar uur te wandelen zonder iemand tegen te komen.

“The Larch”

IMG_0742

En dit is toch al voor serieus gebouwde elfen:

IMG_0747

We oriënteerden ons gedeeltelijk volgens Google Maps, maar blijkbaar komen die wegen niet altijd overeen met de realiteit: dit was dus volgens Google Maps een bospad:

IMG_0750

Veel bos dus en weinig pad, maar het was toch het kortste traject om de auto te bereiken en de terugweg aan te vatten. En thuiskomen is dan welbeschouwd de start van de herinnering en het nagenieten.

Gepost door: pharailde | april 11, 2016

Op uitstap in april

Dat dat deugd kan doen, uitstappen maken, al is het maar voor één dag, of voor een weekend. Het geeft een instant vakantiegevoel, het werkt ontspannend, en je houdt er even aangename herinneringen aan over als aan een langere vakantie. We zouden dat meer moeten doen. Hoewel, deze maand waren we zeker niet slecht bedeeld.

Vorige week zaterdag (2 april) trokken we naar het Kröller-Müllermuseum in Otterlo (NL), midden in de Hoge Veluwe. In de loop van de week daarvoor kwamen we tot de vaststelling dat de tentoonstelling over Barbara Hepworth daar nog slechts tot 17 april liep. En die wilden we (in de eerste plaats wederhelft E. want ik kende haar niet) toch wel zien. Maar wat belette ons eigenlijk om ons op zaterdag (er was toch niets gepland dat weekend) op te pakken en naar Nederland te rijden? Niets dus. Het weerbericht beloofde bovendien een zonnige lentedag.
We waren er vroeger geweest met de kinderen, maar dat was toch al enige tijd geleden: zoon J. was toen een goed jaar (en kon nog net niet lopen) en van dochter E. was nog geen sprake. Zoon S.W. (toen 3 jaar) vond sommige kunstwerken meer dan boeiend en kon de verleiding tot fysiek contact moeilijk weerstaan. Dat bracht een zaalbewaker sloffend in beweging met de mededeling “Nou, jongeman, daar mag je niet aankomen hoor!” We zijn toen maar snel naar de beeldentuin gegaan.

Terug naar 2016.
We arriveerden rond de middag, maar konden het park nog niet in: eerst een ticket kopen. Er stond een behoorlijke rij aan de kassa, maar het schoot vooral niet op. Enfin, een goed half uur later was de auto geparkeerd en konden we het museum binnen, met als eerste stop het museumrestaurant, want een tentoonstelling bezoeken met een lege maag is minder comfortabel. Helaas ook daar een lange wachtrij die maar traag opschoof (toen we daar drie kwartier later, en dan nog eens twee uur later, opnieuw langsliepen, bleek die rij telkens even lang). We installeerden ons op het terras – onze eerste maaltijd buiten dit jaar – maar de temperatuur was toch maar kantje boord: van de beloofde stralende zon was niet echt veel te merken, ze deed erg haar best en brak regelmatig een paar seconden door (wat op die momenten bijzonder deugd deed), maar het wolkendek bleek te hardnekkig.
Barbara Hepworth was meer dan de moeite en ik heb weer een en ander over de moderne/abstracte kunstgeschiedenis bijgeleerd (nu trachten dit te onthouden). Er was wel bijzonder veel volk wat het minder comfortabel maakt om op je gemak naar de kunstwerken te kijken. Bijkomend is ook dat er veel mensen de werken willen fotograferen, waardoor je nog langer moet wachten om iets van dichterbij te bewonderen. Aansluitend bezochten we ook het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin, waar sinds 1965 een aantal van haar werken een permanente plaats kregen.

Kröller-Müller (2016.04.02)

Veel tijd restte er nadien niet meer, want het museum sloot reeds om vijf uur de deuren (en de beeldentuin reeds om half vijf) – veel te vroeg naar onze mening. Dus beperkten we ons tot de werken van Vincent Van Gogh (ik kwam te weten dat het museum de tweede grootste collectie van zijn werken bezit). Ook daar werden we geconfronteerd met de fotograferende medemens: een groep Aziaten was moest en zou – elk afzonderlijk – elk schilderij fotograferen, en dan ook nog elkaar naast een Van Gogh. Ergerlijk.

Na sluitingstijd verkenden we het naburige stadje Ede (lag op de weg naar huis), waar niet echt veel te beleven viel en dat ook niet veel historisch of charmants te bieden had (tenzij we in de verkeerde buurt liepen natuurlijk). Anderzijds heeft dat ook zijn charmes, op ontdekking gaan in een doodgewoon stadje. Alvorens de lange rit naar huis aan te vatten, aten we in een gezellig Grieks restaurant – waar we ons afvroegen of er ergens een geheim agentschap bestaat dat iedereen die een Grieks restaurant wil beginnen, verplicht om dit in te richten met dezelfde clichés:)

Gepost door: pharailde | januari 3, 2016

Van een eind en een nieuw begin

Eerst en vooral wil ik de – wellicht schaarse – lezers die hier passeren een heel gelukkig nieuwjaar wensen en vooral dat de dingen lopen zoals je ze graag zou willen.

Ik sta er vooral versteld van hoe snel de kerstvakantie weer is omgevlogen. De eerste drie dagen heb ik nog in de voormiddag gewerkt, maar daarna dacht ik een zee van tijd te hebben om van alles te doen (boeken lezen, brei afwerken, puzzelen, e.d.m.). Wel, ahum, niets daarvan. Het breien zelf is weliswaar gedaan, maar de rest is er niet van gekomen. Ja, ik geef toe, ik blijf dikwijls te lang op facebook en blogs hangen, maar ik heb ook niet echt stilgezeten: boodschappen doen, cadeautjes kopen en inpakken, opruimen, de nieuwe poetshulp wegwijs maken (juij, eindelijk is het huis voldoende afgewerkt om weer een poetsvrouw in dienst te nemen), administratie in orde brengen (onder meer betreffende de dienstencheques, want helemaal van een leien dakje ging dat toch niet), heel, heel veel in de keuken gestaan (zowel om dingen klaar te maken als om op te ruimen), en andere dingen die bij feestdagen komen kijken. Want die waren wel druk. Op kerstavond hielden we het rustig met drie van de vier kinderen (fondue), op kerstdagavond kwam mijn familie op bezoek (en deden we van lang uitgerekte aperitief(hapjes) gevolgd door dessert), oudejaarsavond vierden we thuis met onze vrienden uit de Kempen (gourmet), en op nieuwjaarsdag kwam de schoonfamilie langs (vol-au-vent met frietjes). Qua eten absoluut geen ingewikkelde dingen (ik ben daar geen fan van), maar ik onderschat telkens toch hoeveel tijd dat in beslag neemt.
Maar, maar, maar, alle feestmomenten waren heel gezellig, en dat is het allerbelangrijkste.

Gelukkig hielden we ook de agenda in het oog en bezochten we vorige woensdag op de valreep de dubbeltentoonstelling over Gentse filmtheaters en Amerikaanse verlaten filmpaleizen in het Caermersklooster. Wat de Gentse zalen betreft, was het echt een trip down to memory lane, want in de meeste zalen ben ik als kind of tiener toch wel naar de film geweest (en neen, niet in het ‘Leopolleke’). Altijd boeiend om dingen te leren over een tijd die je nog zelf meegemaakt hebt, maar waarover je eigenlijk niets weet omdat je te jong was om de context te kennen.
En gisteravond brachten we nog een bezoek aan het Gravensteen. Het is de laatste week dat je als Gentenaar gratis binnen kan (voortaan is het dus ook voor Gentenaars te betalen, behalve op zondagvoormiddag). Best jammer, vind ik. Niet dat ik daar de deur platliep, maar het idee dat je gewoon eens kan binnenlopen en rondkijken vond ik fijn. En dus wou ik er nog eens van profiteren. In het buitenland zou je kilometers omrijden om een dergelijk kasteel te bezoeken, en hier hebben we dat gewoon in het centrum van de stad en passeren we daar bij manier van spreken dagelijks. Bovendien werd ook deze winter het kasteel omgetoverd tot een winterwonderkasteel met feeërieke kerstdecors en sprookjestaferelen. Ik stond daar wat sceptisch tegenover maar wou het wel eens met eigen ogen zien, en ik moet zeggen dat het me heel goed beviel. Het geeft toch een andere, gezelliger, dimensie aan de lege zalen.
Ook leuk: op zaterdag was het Gravensteen langer open, en dat was te merken: wij waren er tot half zeven en er kwamen nog steeds bezoekers toe, zowel toeristen als Vlamingen. Eigenlijk zou dat wel een fijn idee zijn overal: monumenten en musea die toch één of twee dagen per week een pak langer open zijn.

Gepost door: pharailde | december 29, 2015

Nu begint het pas …

Een kleine twee weken geleden waren we uitgenodigd voor een diplomaceremonie. Geen haar op ons hoofd dat eraan dacht om niet te gaan: zoon J. had immers zijn bachelor behaald in de audioproductie (vraag me wel niet wat dat nu precies inhoudt). Vorig jaar was hij afgestudeerd aan het SAE Brussel als audio-engineer, waarna hij er nog een bachelorjaar bijgedaan heeft. En geslaagd is. Met grote onderscheiding zowaar, zo bleek achteraf.
Wij dus die donderdagavond met de trein naar Brussel, naar een of ander duister, hip (die indruk gaf het toch) cafeetje vlak bij de Grote Markt.

IMG_0647

IMG_0649

Na het bekijken van een aantal filmbeelden en het luisteren naar de obligate toespraken – in het Nederlands, in het Frans, in vlot Engels, in minder vlot Engels met duidelijk Franse inslag, maar gelukkig allemaal kort – werden de namen van de afgestudeerden afgeroepen, waarna ze allemaal een rolletje papier in ontvangst namen. Het was ons al opgevallen dat er bij het overhandigen nooit naar een naam gezocht werd, wat de indruk gaf dat iedereen gewoon hetzelfde kreeg. Nu wisten we wel dat hij het eigenlijke diploma nog niet kon ontvangen, want dat moet nog een hele administratieve weg afleggen via de Middlesex University London (waarvan SAE afhangt) en wordt pas tegen de zomer uitgereikt (benieuwd of we een trip naar Londen moeten voorzien). Zoonlief was dus zeer nieuwsgierig wat hij dan wel in handen gekregen had en tot ieders verbazing ontrolde zich dit:

DSC_1936

Gevoel voor humor hebben ze daar wel. En de magische krachten van de Force want je moet het toch maar doen: afstuderen als bachelor en naar huis gaan met een masterdiploma.

En zo begint voor een lichting afgestudeerden een compleet nieuw hoofdstuk: zich een weg banen in het leven en onder meer een job vinden waarin ze zich kunnen uitleven.

IMG_0651

(sorry voor de kwaliteit van de foto’s, genomen met de foon in bijzonder slechte lichtomstandigheden)

En voor de eventueel geïnteresseerden, hierna nog het thesisonderwerp:

Thesis SAE

Gepost door: pharailde | oktober 19, 2015

Lissabon

Onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo, die al jaren te gast zijn op het International Puppetbuskersfestival, en onze Gentse Feesten nog meer kleur geven, hadden al meermaals gevraagd wanneer wij nu eens naar Portugal kwamen. Om allerlei redenen was dat er nog niet van gekomen (excuses, excuses, …) maar dit jaar hebben we eerst en vooral een datum vastgelegd, waardoor je ons tussen 30 september en 8 oktober in Lissabon kon terugvinden. Zij konden zich pas vrijmaken vanaf 5 oktober, waardoor we eerst de toerist konden uithangen en op ons gemak de stad verkennen.

Dat het deugd deed om nog eens van zomerweer terecht te komen: stralende zon en aangenaam warme (geen hete) temperaturen – ook al waren enkele dagen later ook wolken en regen ons deel – gelukkig was de zon de laatste dagen weer van de partij

Dat het even duurde vooraleer we het enthousiasme van veel vrienden en kennissen over Lissabon konden delen, we moesten de stad echt wat leren kennen. Tijdens onze eerste wandeling (buurt van de kathedraal) vond ik de stad allesbehalve charmant: slechte voetpaden, heel druk, veel lawaai (met voortdurend aan-en-af-gerij van trams en toeristenbussen en massa’s tuktuks) en veel vergane glorie. Maar gaandeweg werd stad vertrouwd, vonden we er onze weg en wil ik er met veel plezier terugkeren.

Dat ik nog altijd niet goed snap waarom mensen zo in de ban zijn van zichzelf en niet gelukkig zijn als ze niet overal een selfie kunnen nemen.

Dat het vermoeiend is om op elke toeristische plek voortdurend aan te geven dat je geen selfiestick, geen drugs, geen blingbling, geen sjaaltjes en wat nog meer allemaal, nodig hebt. Idem dito voor de “lokkers” in sommige wijken om je in “hun” restaurant binnen te loodsen, soms zelfs al op tientallen meters van het restaurant. Ook al hadden we behoorlijk honger, we vertikten het om een dergelijk restaurant binnen te gaan (ik wil eerst op mijn gemak de kaart bekijken).

Over restaurants gesproken, onze eerste maaltijd was niet bepaald een culinair succes: gebakken kabeljauw (maar die vis moest je heel ver zoeken: ondergedompeld in een soort beignetdeeg en dan gefrituurd) met een kwak rijst, zwemmend in tomatensaus met witte bonen. Gelukkig hebben we later doorgaans lekker gegeten, ook al kan je de Portugese keuken moeilijk verfijnd noemen (met veel zout en vet en weinig groenten). Ook vreemd: wanneer we ‘s middags ergens neerstreken om een broodje te eten, werd dat regelmatig geserveerd met een portie chips of dorito’s.

Dat we ons in Gent bij tijden (dikwijls) ergeren aan alle kasseien, maar dat ze er in Lissabon ook wat van kennen: straten, pleinen, voetpaden, alles is geplaveid met kasseien, weliswaar van een veel kleiner formaat. Maar als het regent, moet je behoorlijk opletten om geen uitschuiver te maken in die soms behoorlijk steile straten, want glad is het dan wel. Gelukkig voor hen is de kans op ijzel in de winter nagenoeg onbestaande. En dan zijn er ook nog de vele tramsporen en bovenleidingen …

Dat ik het nog altijd jammer vind dat Gent veel te klein is om een metronet uit te bouwen, want dat ik dat een ongelooflijk gemakkelijk vervoermiddel vind. En je blijft er fit van, want je loopt nogal wat af in al die gangen en op de trappen (niet alles is bereikbaar met roltrappen). Fascinerend was een van de uitgangen van het metrostation Baixa-Chiado: je geraakt pas weer buiten na vier opeenvolgende roltrappen en een stel trappen (kwestie om aan te tonen hoe steil het daar op sommige plaatsen is).

Dat de immense aardbeving van 1755 een behoorlijke stempel heeft gedrukt op het uitzicht van de stad.

Dat volgens onze Portugese vrienden het toerisme in Lissabon de laatste twee, drie jaar enorm toegenomen is, net zoals de vele bouwwerven voor restauratie- en nieuwbouwwerken.

Dat de vele azulejo’s waarmee heel wat gevels bekleed zijn, de indruk wekken dat de gebouwen aan de buitenkant behangen zijn.

Dat je in Lissabon struikelt over de kerken. Dat we er in zeven even binnen geweest zijn, maar dat dat slechts een fractie is van het totaal.

Dat we geleidelijk aan geschreven Portugese woorden begonnen te herkennen (of konden afleiden), maar dat we van het gesproken Portugees nog steeds geen half woord begrijpen of zelfs maar herkennen.

Dat we op de scène van Teatro de Trindade gestaan hebben. Onze vrienden wilden ons heel graag het theater laten zien waar zij in juni het 25-jarig bestaan van hun gezelschap gevierd hebben, en ineens stonden we gewoon op scène, te midden van een decor dat daar stond opgesteld. Wel grappig, en iets dat we zeker niet verwachtten toen we in Lissabon toekwamen:) Een prachtige zaal trouwens.

Dat weer maar eens gebleken is dat we voor citytrips op dezelfde golflengte zitten: grosso modo een idee hebben van wat we wel of niet willen zien, en dan rondlopen, rondkijken, sfeer opsnuiven, en dan wel zien waar onze voeten ons brengen. En hebben we niet alles gezien wat in de gids stond, tant pis. Dat is dan voor een volgende keer. Of niet. Ook de zoektocht naar de meest trendy bars, restaurants of winkels kan ons eigenlijk gestolen worden.

Dat het een heerlijke week was, dat het een plezier was in het gezelschap van de vrienden te vertoeven, en dat het heel fijn was om nog eens een week onder ons tweetjes weg te zijn. Dat alles voor herhaling vatbaar is.

Hieronder een – ik weet het, nogal uitgebreide – fotografische impressie van Lissabon.

Gepost door: pharailde | juli 31, 2015

Tot volgend jaar alweer …

Jawel, ze zijn alweer een aantal dagen gedaan, die feesten, dus hoogtijd om de annalen aan te vullen, vooraleer mijn geheugen het laat afweten.

Op woensdag (22 juli alweer) gingen we ‘s ochtends middeleeuws ontbijten in het MIAT, samen met M en S, wier dochter daar aan het werk was. We namen het er wel goed van en kozen voor het rijke middeleeuwse ontbijt en het Lieven Bauwens ontbijt. Tijdens de feesten moet een mens er kloek opstaan, nietwaar. Super gezellig, ondanks de drukte (het blijft een publiekstrekker). We combineerden het ontbijt uiteraard met een bezoek aan de tentoonstelling Piano & Co., op dezelfde verdieping, een tentoonstelling over de geschiedenis van de Belgische piano-industrie, met ook aandacht voor de techniek van de piano. Geen al te grote tentoonstelling maar wel heel boeiend, en met een aantal historische exemplaren uit de collectie van Piano’s Maene, die wel weer aantonen dat rijkdom en gevoel voor esthetiek niet altijd hand in hand gaan (naar onze smaak dan toch). Blijkbaar was Gent in de negentiende eeuw het tweede belangrijkste centrum in de pianobouw in België, alweer iets bijgeleerd dus. Heel erg aan te raden dus, en nog te bezichtigen tot 25 oktober.

Vervolgens ging het richting opticien voor een oogmeting, want ik kreeg de indruk dat het zicht er toch wel op achteruitging. En jawel, een nieuwe bril dringt zich op, met multifocale lenzen zelfs, ik ben heel benieuwd. Aangezien de wederhelft verplichtingen had voor het Puppetbuskersfestival, heb ik de keuze voor de nieuwe bril maar uitgesteld, want dat is iets dat ik echt niet alleen wil kiezen (en hij moet erop kijken). Vervolgens weer richting puppetbuskers, genoten van de voorstelling van Federico Galván, en vooral heel erg verheugd om het weerzien met onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo. De rest van de namiddag werd besteed aan uitgebreid bijkletsen met dochter M. Dat is het nadeel van kinderen die niet meer thuis wonen, je moet soms al echt afspreken om wat bij te praten.
Na het avondmaal thuis vertrokken we weer richting stad, voor de voorstelling van The Duck Variations (David Mamet), met Daan Hugaert en Marc Stroobants. Zeer goed gespeeld, maar was het het late uur (22 u.), de donkere zaal, het feit dat het een zeer filosofisch stuk was zonder echt verhaal, ik weet het niet, maar feit was dat ik de hele voorstelling vooral gevochten heb tegen het in slaap vallen. Zonde, ik weet het, maar het was niet anders.

Op donderdagochtend wou ik op de koop toe wat vroeger opstaan, kwestie van tegen 11 u. in het Augustijnerklooster te zijn voor de lezing van Het Firmament over erfgoed en figurentheater. Bleek die toch wel afgelast te zijn! Enfin, niet getreurd, ik kon nog genieten van de mooie tentoonstelling Poppen op de rode loper. ‘s Namiddags heb ik mezelf getrakteerd op nieuwe oorbellen, twee paar zowaar aangezien ik niet kon kiezen, genoten we van de voorstelling van Marimbondo en vertoefden we de rest van de avond in hun aangename gezelschap (terrasje doen, Bretoense pannenkoek eten, opnieuw terrasje doen).
Vrijdag zag er gelijkaardig uit: namiddag voorstelling van Marimbondo (en vooral zorgen dat we een babbelke kunnen doen met de meestal aanwezige vrienden en bekenden in het publiek), en ‘s avonds de leuke voorstelling over het verhaal van piraat Barbe Noir door cie NiClouNiVis in Hotel d’Hane Steenhuyse. ‘s Avonds trokken we dan met de Portugese vrienden, en een vriend van hen (die bij ons bleef logeren) huiswaarts voor een afsluitend drankje.
Zaterdag toonde een gelijkaardig scenario: ondanks het herfstweer (met wind én regen) toch naar de green voor de puppetbuskersvoorstellingen, samen met gentblogtvrienden, de namiddag afgesloten met een warme chocomelk (jawel, een beetje opwarming konden we gebruiken, ook al was de zon inmiddels doorgebroken) met de vrienden, vervolgens naar het Augustijnenklooster alwaar we de Portugese vrienden terugvonden, nog een drankje in hartje Patershol en de avond allemaal samen gezellig afgesloten met een slaapmutsje in de keuken van S en M.

De zondag begon zonnig, maar tegen dat we klaarstonden op de Kalandenberg voor de laatste puppetbuskersvoorstellingen was die verdomde regen alweer van de partij. Gelukkig bestaan er wel regenjassen en paraplu’s en genoten we samen met de gentblogtvrienden van En attendant Margot. De rest van de namiddag brachten we gezellig kletsend (en neen, we zijn nog lang niet uitverteld) door met warme drankjes onder een grote parasol (nu dienstdoend als paraplu) aan het Stadscafé, om dit puppetbuskersfestival af te sluiten met de verrassende voorstelling Hühnchens neue Welt, over een kip die er niet in slaagt om een ei te leggen, terwijl het slagersmes dreigt.
Ter afsluiting van de feesten gingen we nog gezellig met z’n tweetjes uit eten om met enkele EFTC-vrienden te eindigen op een terrasje bij het Beverhoutplein, waar het ondanks de kou en de vochtigheid maar dankzij een paar fleecedekentjes, nog een heel gezellige avond werd.

Sinds vorig jaar stoppen de Gentse Feesten op zondag, maar wij hielden toch nog vast aan de traditie van de Dag van de Lege Portemonnees op maandag, na het aanvullen van de mondvoorraad en de aanschaf van een nieuwe bril (met vooral de nodige glazen). Ook het Gentse Feestengevoel hebben we nog wat gerekt door een afscheidskoffie met de Portugese vrienden. Hopelijk is het afscheid nu niet voor lang, want als alles naar wens verloopt, gaan we in het najaar bij hen op bezoek.
‘s Avonds was het dan tijd om in de zetel te ploffen, te bekomen van de “Ghent-over”, en om ons stilaan voor te bereiden op een meer normaal leven en op de vakantie naar Bretagne volgende week.

Gepost door: pharailde | juli 21, 2015

Halfweg

De Gentse Feesten zijn halfweg, en in het eerste weekend hebben we/ik al meer optredens gezien dan de voorbije jaren.
Vrijdag was een rare dag: het was de laatste werkdag, waarna we, naar wekelijkse gewoonte, op jacht en visvangst gingen in de plaatselijke colruyt. Daarna was het van koken en eten. Een vrijdag zoals alle andere, maar ‘s avonds begonnen de Gentse Feesten wel, en het duurde toch even voor we in die andere modus geraakten. Gelukkig was er om kwart voor elf nog het optreden van Johan Verminnen op de Korenmarkt, dat ik eigenlijk wel wou zien (ge weet nooit dat zangers plots doodvallen zonder ooit een optreden te hebben bijgewoond) en ons dus toch nog uit ons kot lokte, richting feestgedruis, ondanks de plotse regen. Het bleef gelukkig grotendeels droog tijdens het concert, dat best wel goed was.

Op zaterdag ging het in de namiddag richting International Puppetbuskersfestival, op het Braunplein, waar de wederhelft van geluidstechnische dienst was. Daar vrienden tegen het lijf gelopen, genoten van twee leuke voorstellingen, na afloop uit eten geweest, richting Hotel d’Hane Steenhuyse getrokken voor een compleet geschifte, bloederige maar fantastische versie van Hamlet (ook in het kader van puppetbuskers – wel niet geschikt voor gevoelige kijkers – lees ook hier) en de avond afgesloten met een schitterend concert van Rick De Leeuw op het François Laurentplein. Ik kende de man zijn muziek niet, was nieuwsgierig (indien niet goed, konden we altijd weer weggaan) en het smaakt dus naar nog. Ik had eigenlijk een kwartier voor einde moeten vertrekken om de laatste bus te halen, maar vond dat zo’n zonde, dat we dan maar te voet naar huis zijn gegaan.

De zondagnamiddag was ik opnieuw op post op het Laurentplein voor een portie nostalgie bij het fijne optreden van Miek en Roel (die dit jaar 50 jaar op de planken staan), muziek waarmee ik opgegroeid ben. Op weg naar het Braunplein en de wederhelft, nog een voorstelling van puppetbuskers op de Kalandenberg gezien, nog even gebabbeld met vrienden (veel te weinig tijd daarvoor omwille van veel te drukke programma’s, ja zelfs op de Gentse Feesten), ‘s avonds uit eten met de broer van de wederhelft om gezellig bij te kletsen, een poging gedaan om een stukje van het optreden van Willem Vermandere bij Sint-Jacobs te zien, maar dat bleek eerder frustrerend dan aangenaam omwille van slechte geluidskwaliteit (en te stil), te veel babbelende mensen en ook zich voortbewegende medemensen, en te veel storend omgevingsgeluid (denk aan een brassband dichtbij in de Belfortstraat die het optreden gewoon overstemde). We besloten dan maar onmiddellijk door te stappen richting vuurwerk, om op ons gemak een geschikte plek uit te zoeken, en jawel, daar kwamen we alweer andere vrienden tegen, en samen met ook dochter M. en vriend M. werd het een gezellige bende. Het vuurwerk zelf was prachtig, de speciaal ervoor gecomponeerde muziek was niet echt mijn ding, maar viel toch mee, maar helaas, driewerf helaas, die muziek stond veels en veels te luid. En ik kan je verzekeren, ik ken comfortabeler zaken dan vuurwerk bekijken terwijl je constant je vingers in je oren moet houden (en neen, oordoppen hadden we jammer genoeg niet mee). Aangezien de vermoeidheid zich toch al wat liet gevoelen, besloten we maar wijselijk, maar met veel spijt, om niet meer mee te gaan om nog ergens een cocktail te gaan drinken (die feesten duren immers nog een week).

Maandagmiddag was ik met enkele Gentbloggers afgesproken voor de voorstelling van Studio Orka, een gezelschap waarover ik al veel lof had gehoord, waarvoor je snel moet zijn om kaartjes te kopen, maar die ikzelf nog niet had gezien. En jawel, die lof is meer dan verdiend: een schitterende voorstelling over eenzaamheid, maar toch met een grote dosis humor gebracht. Chapeau. Op het avondprogramma stond niet echt iets dat ons kon bekoren, dus werd het een rustig avondje thuis.

Op dinsdagmorgen hadden we kaartjes voor een andere voorstelling van Miramiro, zich afspelend op het Eiland Malem, vlak bij ons deur dus. Dat was een heel bizarre ervaring, we hadden vooral niet het gevoel dat het met theater te maken had, maar eerder met een project voor studenten stedenbouw of architectuur, waarbij “het Laboratorium voor de Ontwikkeling van het nieuwe Wonen (LOW) aan de stad van morgen bouwt … Ze ontwikkelen innovatieve woonmodellen op maat van de toekomstige stad.” Enzovoort. Eerlijk gezegd nogal zweverig bij momenten, heel bizar maar het zet wel aan tot iets verder denken. Dus da’s altijd meegenomen.
In de namiddag genoten van het mooie weer en op het Braunplein nog wat voorstellingen van puppetbuskers bekeken (niet dat ik sommige niet al gezien had, maar ze blijven wel goed), om de dag alweer af te sluiten met een rustige avond thuis. De week is immers nog niet om, en er staat nog een en ander op het programma.

Gepost door: pharailde | juli 9, 2015

Uitgedroogd

Het heeft gistermiddag dan toch nog eens geregend, hier in het Gentse. Toch wel een half uur. Of misschien zelfs wel een uur. Met tussenpozen. En gisteravond werden er ook nog wat druppels uit de wolken geperst. Met moeite. In totaal misschien wel voldoende om het planten water geven toch eens een avond over te slaan. En heel misschien is er wel een millimetertje water in de regenwaterput terechtgekomen. Die regenwaterput, dat is hier de laatste tijd een behoorlijke zorg geworden.
Wij hadden vroeger een waterput in de kelder, waarop de toiletten waren aangesloten, maar dat water bleek te veel ijzer te bevatten, met alle miserie van dien (rode aanslag, verstopte aanvoerleidingen, verstopte mechaniek in de vergaarbak, enz.). En dan telkens gezeul met emmers om de toiletten door te spoelen, tot het probleem weer eens opgelost was (en ja, uiteraard liever aanvoerproblemen dan afvoerproblemen, maar toch).

Dus lieten we enkele jaren geleden dan toch een regenwaterput (7.500 l) steken: milieuvriendelijk, minder stadswatergebruik, opvang en gebruik van het hemelwater dat toch in (meer dan) voldoende hoeveelheid gratis ende voor niets naar beneden komt, u kent het wel. Maar door allerlei te voorziene en onvoorziene omstandigheden (zo gaat dat hier thuis) duurde het pas tot eind vorig jaar vooraleer de drie toiletten omgeschakeld waren naar regenwater. Eindelijk het toilethoofdstuk genormaliseerd. Tot een goeie drie, vier maanden later. Toilet doorspoelen? Vergeet het maar. In geen enkele van de drie raakte de waterbak gevuld. Wat was er nu aan de hand? Leiding ergens verstopt? Pomp kapot? Nog iets anders? Niets van dat alles dus, gewoon, een lege put. Alle water was op, en de pomp was drooggevallen. Dus weer gezeul en gesleur met emmers (en na een rugoperatie is dat bovendien niet echt aan te raden). En aangezien er geen systeem voorzien is om automatisch bij te vullen, moest de wederhelft op zoek naar een andere oplossing, via het aansluitingskraantje van de wasmachine op de badkamer en een lange tuinslang op het dak van de eetkamer. Zo konden we wel even voort tot de volgende regenbui. Dachten we. Want sindsdien moeten we nagenoeg elk weekend een stuk bijvullen (en zorgen dat de pomp niet droog komt te staan). En hopen dat de daaropvolgende week de hemelsluizen dan toch eens opengaan (en neen, dat moet niet per se overdag, ‘s nachts is meer dan goed genoeg, met overdag een lekker zonnetje).

Maar niet dus. Het is dus al weken en weken dat we bij elk weerbericht waarbij ze wisselvallig weer voorspellen, of kans op een bui, of onweer, of een regenzone die over ons land trekt, … moeten vaststellen dat Gent blijkbaar in een droogtegebied ligt. Neem nu de voorbije warmteperiode, waarbij onweer voorspeld werd. Ja, we zijn een paar keer met meubels en al naar binnen gevlucht omdat het begon te druppelen. Om dan vast te stellen dat, toen alles binnen stond, ook het druppelen was gestopt. Dus wordt hier al eens de vraag gesteld of het eigenlijk zo’n goed idee is om iedereen te doen investeren in regenwaterputten?

En voor alle duidelijkheid, ik blijf duimen voor aangenaam zomerweer, en liefst wat stabieler dan we de afgelopen weken gehad hebben, dat zou het vakantiegevoel thuis behoorlijk aanwakkeren, maar zo heel regelmatig een fikse regenbui ‘s nachts blijft meer dan welkom, ook voor de planten trouwens. Voor de rest zijn we absoluut niet moeilijk, toch?

Gepost door: pharailde | april 28, 2015

Eén rechts, één …

Jawel, ik ben dus gezwicht. Heeft het te maken met de sinds een paar jaar almaar uitdijende interesse voor handwerk, ik weet het niet, maar feit is dat ik aan een breiwerk begonnen ben. Een kleine 20 jaar nadat ik nog eens de combinatie van breinaalden en wol in mijn handen gehad heb. Toen heb ik een truitje afgewerkt waaraan ik begonnen ben toen dochter M. nog een baby was. Het is toen om een of andere reden niet afgeraakt (tijdgebrek misschien?), ook al had ik nog slechts twee halve mouwtjes te gaan. Acht jaar heeft het dan ergens in een kast gelegen, en toen wou ik toch per se dat dochter E. (de jongste) het tenminste nog kon dragen. Dat is zowaar gelukt. Ze heeft het zelfs een keer of twee, drie aangehad! Tot het om een of andere reden te warm gewassen geweest is. Doodjammer, want ik vond het een leuk truitje, met een poes op. Bij gelegenheid post ik hier wel eens een foto (maar ben nu te lui om in het fotoalbum te gaan zoeken, en dan de scanner uit te halen en te verbinden, en te scannen, enz.).

Terug naar het heden nu. Het is trouwens de schuld van tante Hilde, dat ik gezwicht ben. Hierdoor. Ik zag dat passeren en toonde dat in een opwelling aan dochter E. die onmiddellijk enthousiast was. De beschrijving zag er op het eerste gezicht ook redelijk eenvoudig uit. De kans is wel klein dat de trui een oversized model zal zijn.
Wij dus naar de winkel om wol (naalden had ik nog) en ook al was ik er niet helemaal gerust in dat het zou lukken – het was tenslotte toch twintig jaar geleden – verleer je sommige dingen duidelijk niet helemaal: steken opzetten en het breien gingen vanzelf (tja, een gewone jerseysteek is nu ook niet de moeilijkste). En bij zaken waarover ik twijfelde, is er tegenwoordig google en youtube.

Inmiddels is, na het rugpand, het voorpand bijna klaar (ook hiervan volgen foto’s later), maar stuit ik nu toch op enkele onduidelijkheden. Ik zal dus mijn breiende kennissenkring eens moeten lastigvallen. Zet je dus maar al schrap:)

Gepost door: pharailde | februari 24, 2015

Carolus

Enkele jaren geleden beslisten wij om elkaar op onze verjaardag geen cadeau meer te geven. Althans geen materiële cadeau. We beslisten om elkaar een veel kostbaarder iets te geven, namelijk tijd om iets leuks te doen. Dus gaan wij die dagen op daguitstap. Op mijn verjaardag in september is dat niet doorgegaan wegens de rugperikelen, maar deze week, voor de verjaardag van wederhelft E., vond ik dat ik al voldoende hersteld was om iets te doen.
Het eerste plan was om een bezoekje te brengen aan Mons, een van de huidige culturele hoofdsteden, maar dat hebben we uitgesteld. We zaten zonder auto (in de garage), en ik had geen courage om uit te zoeken hoe de verbindingen met het openbaar vervoer waren. Bovendien kende ik onszelf: naar een stad gaan die we niet kennen, leidt tot veel en lang rondlopen en kleine hoekjes verkennen, en dat wilde ik nog niet riskeren. Stel dat dat rondlopen nog niet goed lukte, dan zou het zonde zijn om vroeger te moeten terugkeren.
Plan B was Antwerpen. Wederhelft E. (en ik ook) wilde al heel lang een bezoekje brengen aan de Carolus Borromeuskerk, maar elke keer dat we in Antwerpen waren, kwam er iets tussen. Ofwel hadden we onvoldoende tijd vóór een afspraak (door fileleed), ofwel was de kerk gesloten toen we in de buurt waren.

Wij dus vorige woensdag met de trein naar het Centraal Station en dan via de Meir richting Carolus Borromeus. Het was zonnig maar wel koud weer. Onderweg namen we een kijkje in de Stadsfeestzaal op de Meir, een gebouw waarvan ik het bestaan zelfs niet kende. Wel indrukwekkend, maar toch niet echt ons ding, het deed ons eerder denken aan Amerikaanse bombastische kitsch. Maar een mooie parketvloer, dat wel. Ondertussen was het al ruimschoots middag en om de honger te stillen belandden we in de Mockamore, blijkbaar een koffiebar, maar we konden er ook iets eten. Ik koos voor een bagel met creamcheese, avocado, sla, zongedroogde tomaatjes en allerlei kruiden. Heerlijk, en dan vooral het beleg. Wel blij dat ik nu eens een bagel geproefd heb, maar echt bijzonder vond ik dat toch niet.

Rond twee uur (moment dat de kerk weer openging) stonden we de gevel van Carolus Borromeus te bewonderen en wilden we naar binnen gaan. Tot we de (zij)deur openden: een massa volk waar we niet echt meer bij konden. Dan maar de andere zijdeur geopend: hetzelfde beeld. Die kerk zat bomvol. Ik had buiten wel een briefje zien hangen over een schilderijwissel rond twee uur, en blijkbaar was dat een populair evenement. Meer uitleg en beeld daarover (van vorige jaren) vindt u hier en hier. Onbegonnen werk dus om de kerk nu te bezoeken, en het voelde echt alsof het ons niet gegund was. Maar we gingen later terugkomen (we vermoedden dat dat daar ook geen ganse namiddag ging duren). Inmiddels gingen we een – kort – kijkje nemen in de kathedraal (we hadden geen zin om ervoor te betalen) en steunden we de plaatselijke horeca. Wederhelft E. bestelde een Antwerpse tripel, maar werd onmiddellijk teruggefloten door de ober: het ging wel om een Triple d’Anvers hé, die dan ook met veel gesten werd uitgeschonken.

Na drieën togen wij op hoop van zegen opnieuw naar Carolus, en jawel, het wonder geschiedde, we konden de kerk betreden en aanschouwden voor het eerst het interieur van de kerk. Rijkelijk versierd, uiteraard, want het is een barokkerk. En zoals bij veel weelderige versieringen, moet ik denken aan de ambachtslui die uren en uren en uren en … uren bezig geweest moeten zijn met kappen, snijden, schuren om een rijkelijk bewerkt eindproduct af te leveren. Ik kwam ook andermaal tot de vaststelling dat je mij absoluut geen plezier kan doen met gekleurde marmer. Witte marmer vind ik mooi (zeker als ik denk aan al die klassieke beeldhouwwerken) alsook zwarte marmer, maar alles wat daartussen ligt (gelig, rozig, groenig, bruinig, …) kan mij absoluut niet bekoren. Een marmeren inkomhal of een marmeren badkamer is dus niet aan mij besteed. Ik had ook een binnenpretje bij het bekijken van de preekstoel. Iedereen weet hoe de Kerk tegenover vrouwen in de Kerk staat, en dan sta je bij een beeld over de triomf van de Katholieke Kerk over de Reformatie, waarbij de Kerk doodleuk wordt uitgebeeld als een … vrouw.
Het is ook fascinerend om vast te stellen dat je nog altijd dingen leert over elkaar. Zo wist ik niet dat wederhelft E. zich het meest aangetrokken voelt tot kerken uit de barok, terwijl romaanse kerken bij mij favoriet zijn. Barokke kerken vind ik wel ok, maar dan vooral de gevels, het interieur vind ik al snel te overladen.

Op de terugweg naar het station liepen we ook eens binnen in het Koninklijk Paleis op de Meir, een gebouw waarvan ik wel al vaag gehoord had, maar eigenlijk niet wist zijn en dus ook niet kende. Daar bevindt zich nu een filiaal van Dominique Persoone. Het gebouw lijkt vanop straat heel wat groter dan het in werkelijkheid is, aangezien het volledig rond een binnenplaats gebouwd is. In het deel van de chocoladewinkel zie je nog de pracht van enkele oude salons (in het deel met horeca zijn we niet geweest). De plattegrond die er hing, toont de situatie van de latere verbouwingen, maar ik was toch veel meer nieuwsgierig naar het oorspronkelijke grondplan en de indeling van de woning van de oorspronkelijke bouwheer. Helaas dus. En wat betreft die chocolade, ik zal niet direct geneigd zijn om pralines van Persoone te kopen: € 66 voor een kilo vind ik toch veel geld, zeker omdat ik niet echt een fijnproever ben.

‘s Avonds sloten we deze fijne dag af met een etentje onder ons tweeën in Gent (de Himalaya).

Older Posts »

Categorieën

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.