Gepost door: pharailde | oktober 25, 2016

Ra Ra Raspoetin

dsc_0555

dsc_1338

img_0631

Ze zal nooit meer op de krant komen liggen als je die wil lezen.
Ze zal ons nooit meer volgen van de keuken naar de living naar de badkamer en terug (maar altijd één tot anderhalve meter afstand van je blijven zitten).
Ze zal nooit meer om aandacht komen schooien als ik me in het tuinzeteltje zet te lezen.
Ze zal nooit meer het voeteneinde van mijn bed inpalmen (waardoor ik veel minder plaats heb om mijn benen te bewegen).
Ze zal nooit meer rechtopstaand tegen de ruit trommelen om binnengelaten te worden.
Ze zal altijd zeven jaar blijven.

Vanochtend zijn we ten langen leste toch moeten zwichten voor moeder natuur en heeft de dierenarts Raspoetin vanochtend laten inslapen.

De problemen begonnen in het voorjaar: jaarlijkse controle bij de dierenarts die oorontsteking vaststelde. Ze genas, maar was kort nadien weer ziek: luchtwegeninfectie. Ze kwam er weer bovenop, waarna we vaststelden dat ze niet meer dronk of at (als je vier poezen hebt, duurt dat even vooraleer je dat in de gaten hebt, want ik hou geen schema bij van wie wat wanneer komt eten of drinken). Opnieuw naar de dierenarts: bloedonderzoek + verblijf bij de dierenarts voor infuus (ze was immers aan het uitdrogen). Bloedonderzoek bracht een nierontsteking (of iets dergelijks, weet het niet goed meer) aan het licht. In ieder geval functioneerden haar nieren niet meer zoals het hoorde. Ze is daar een week gebleven, maar zelf eten deed ze niet, en veel fut zat er niet in. Beslist om haar weer naar huis te brengen, in de hoop dat de vertrouwde omgeving haar zou triggeren. Ondertussen speelde ik Florence Nightingale: elke ochtend injectie met antibiotica geven en driemaal daags voederen met een spuitje. Zelf eten wou ze nog steeds niet. Omdat er geen verbetering merkbaar was, dan toch van ons hart een steen gemaakt en een afspraak gemaakt om haar te laten inslapen. Wellicht was er elders nog iets mis, dat we niet opmerkten. Anderzijds reageerde ze niet echt ziek meer, wat de beslissing nog moeilijker maakte. Inmiddels besloten we om even te stoppen met dwangvoederen. En zowaar, alsof ze het wist wat haar te wachten stond, begon ze weer te eten. Wij dolblij natuurlijk (ook de dierenarts kon het bijna niet geloven).

Zo konden we nog een hele, lange zomer van haar genieten.

De laatste weken was het ons wel opgevallen dat ze alsmaar magerder werd. Maar door onze drukke agenda’s was het er, tot vorige zaterdag, nog niet van gekomen om een check-up te laten doen. Ze bleef immers levendig en gedroeg zich niet als een zieke poes. Er werd nog eens bloed genomen, en maandagavond mocht ik bellen. Ook bleek dat haar ene nier verschrompelde, en dat haar andere nier vergroot was.
Is er een verband? Is het puur toeval? Maar in de loop van zaterdag begon ze weer te verslechteren: niet meer eten, weinig drinken (om het nadien weer over te geven), weinig fut. Aangezien we maandagavond naar een boekvoorstelling in Mechelen moesten, lukte het niet meer om de dierenarts te bellen. Ik had per mail wel een kopie de bloeduitslagen gekregen en, ook al heb ik er weinig verstand van, kon toch duidelijk zien dat er heel wat mis was. Dinsdagmorgen werd mijn vermoeden bevestigd door de dierenarts: haar nieren functioneerden niet echt meer, ze moest eigenlijk een bloedtransfusie krijgen, maar die was eigenlijk zinloos aangezien haar beenmerg ook al niet meer normaal functioneerde. De beslissing was snel genomen, zeker omdat ik net een zielig hoopje poes vanonder de zetel had gehaald. We hebben dan maar geopteerd voor de korte pijn, en ben onmiddellijk naar de dierenarts geweest. Zeven jaar, het is geen leeftijd voor een poes.

(En zo raar: in de periode dat we in het voorjaar met haar sukkelde, had ik enorm last van tandpijn, meer dan vier weken aan een stuk en ondanks herhaalde tandartsbezoeken. Ik telde elke keer de uren af tot wanneer ik opnieuw een pijnstiller mocht nemen, en ja, er werd soms een half uur tot een uur gezeurd. Uiteindelijk had de tandarts de boosdoener gevonden (was niet simpel omdat het probleem zich onder een brug bevond, en om goed te zijn moest ze die brug eraf kunnen halen, maar dat lukte langs geen kanten. Dus moest ze de boosdoener ontzenuwen langs een andere weg.
En nu was Raspoetin weer ziek en is er weer een probleem met die verdomde tand (gelukkig zonder pijn ditmaal)).

Gepost door: pharailde | september 5, 2016

Wij gingen een weekje weg …

De dagen na de Gentse Feesten stonden in het teken van huis opruimen, (beetje) kuisen, wassen, voorraden aanvullen en inpakken. Op woensdagochtend (27 augustus) rond kwart voor negen stonden wij – wederhelft E., dochter E. en ik – gepakt en gezakt klaar voor ons weekje Cardiff, hoofdstad van Wales. Dochter E. heeft daar een internetvriendin die ze nog eens een bezoekje wou brengen, maar ze zag enorm op tegen de reis in haar eentje. Aangezien ze daar 2 jaar geleden al geweest is, en ons toen al wist te zeggen dat we die stad leuk gingen vinden, boden we haar aan om de reis samen te maken. Ter plekke konden we dan grotendeels opsplitsen.

De reis op zich is wel een onderneming: met de bus naar het station (10 min), daar de trein naar Brussel-Zuid (31 min) om dan over te stappen op de Eurostar naar Londen (ca. 2 u.). In Londen dan de metro van St Pancras Station naar Paddington Station – en serieus geschrokken van de prijs: bijna 5 pond pp voor een enkel ticket – (een kwartiertje, maar wel eindeloos stappen in de stations) om dan daar de trein naar Cardiff te nemen (ca. 2 uur). Gelukkig lag het hotel ongeveer vlakbij het station en konden we daar ergens tussen vier en halfvijf inchecken. Ik had wel overal voldoende tijdsmarge voorzien om eventuele vertragingen op te vangen, voor de security aan de Eurostar, en voor het middagmaal in St Pancras.

Cardiff is een stad van ca. 350.000 inwoners, met een groot voetgangersgebied in het centrum, een kasteel, een universiteit en een haven (in Cardiff Bay). Rond 1800 telde Cardiff slechts een tweeduizendtal inwoners. Ergens in de loop van de 19de eeuw werd de Schotse familie Bute door huwelijk eigenaar van het kasteel (dat reeds door de Romeinen werd gebouwd) en, als ik het goed onthouden heb, ook van enkele steenkoolmijnen. Die Bute was een rasechte ondernemer en bouwde in Cardiff een haven uit voor het vervoer van al die steenkool. Zijn hoofdkantoor in Cardiff Bay (“Pierhead”) is nog steeds te bezichtigen, wat we ook uitgebreid gedaan hebben. Hij vergaarde een gigantisch fortuin, wat zijn erfgenaam besteedde aan verbouwingen en verfraaiingen van het kasteel (ca. laatste kwart 19de eeuw). Niet altijd mijn smaak, maar wel rijkelijk en overweldigend, zeker als je hoort dat de familie er eigenlijk maar een zestal weken per jaar verbleef (ook hun andere domeinen, o.m. in Schotland, moesten in de loop van het jaar toch eens bewoond worden). We opteerden voor ons bezoek voor de geleide rondleiding, die ons ook in andere ruimtes bracht dan bij een gewoon individueel bezoek. Enkele foto’s ervan vind je op de website van het kasteel, want het was een beetje te moeilijk om tegelijk te luisteren foto’s te nemen. En foto’s geven ook maar een beperkt beeld van de weelderige aankleding van de vertrekken.

Betreffende het kasteel, nog twee zaken. Pal erachter ligt het gigantische Bute Park, een echte groene long in het hart van de stad (je moet maar eens kijken op Google Maps), waar het zeer goed toeven is. En aan Castle Street is het park afgescheiden door de“animal wall”, een muur met prachtige gebeeldhouwde dieren. Deze muur werd eind 19de eeuw gebouwd als afscheiding tussen het kasteel en de straat, en begin jaren 1920 verplaatst naar de huidige locatie. Toen werd hij ook verlengd en werden er bijkomende dieren gebeeldhouwd.

Voor de rest bezochten we de stad zoals we steden graag bezoeken: gewoon rondlopen in (een deel van) de stad (soms het enige wat we op voorhand vastleggen: bepalen welke wijk we op dat moment zullen aandoen), en zien waar onze voeten of ogen ons brengen, blijven staan bij een gevel die ons opvalt (zowel mooi of lelijk), mensen kijken, commentaar geven (doen we graag), een halfuurtje (of langer) op een bankje in een park zitten, enz.

Op die manier kwamen we ook aan de wijk met onder meer het stadhuis (met een pracht van een draak op het dak) en het ernaast gelegen National Museum, dat gratis te bezoeken was (typisch Brits dus: het ene museum is gratis, andere (meestal beheerd door de National Heritage) zijn zeer duur) en bekeken er de zalen met o.m. (Franse) impressionisten. Daarnaast waren we blij met de tijdelijke tentoonstelling van het schitterend werk van Quentin Blake, de illustrator van o.m. de boeken van Roald Dahl (die trouwens in Cardiff geboren is). De tekeningen katapulteerden ons onmiddellijk terug naar de kindertijd. Die van onze kinderen welteverstaan.

Later deed ik trouwens behoorlijk zot: bij ons bezoek aan de Waterstones (altijd een must als je met dochter E. op schok bent, en vanop afstand werden we ook die richting uit gedirigeerd door dochter M.) kocht ik al het daar beschikbare werk van Roald Dahl. Vast van plan om dit eindelijk eens in de oorspronkelijke taal te lezen. Onze bagage was bij de terugkeer ineens zoveel zwaarder🙂

DSC_0469

In Cardiff is behoorlijk veel beeldhouwkunst te zien op straat, naast de gewone standbeelden/herdenkingsmonumenten. Voor ons is het een gewoon gezicht om duiven te zien zitten op die standbeelden, in Cardiff waren het altijd meeuwen.

Het was grappig om in een brochure in het hotel te lezen dat de stad meer uren zonneschijn heeft dan Milaan. Dat strookte niet helemaal met onze ervaringen (tenzij Milaan natuurlijk veel bewolking of regen kent). Op weergebied hebben we immers van alles gehad: ’s ochtends regen die gelukkig stopte op het moment dat we onze neus buiten staken, bewolkt, afwisselend zon en wolken maar gelukkig droog en aangenaam warm (op onze uitstap naar Cardiff Bay op zaterdag), volop zon (zelfs een zeer zonnige zondag, toen we de hele namiddag in Bute Park gespendeerd hebben – daar viel het ons dan weer wel op dat er palmbomen in het park groeien), onophoudelijk gietende regen (op maandag, onder meer tijdens ons kasteelbezoek, mét doorweekte schoenen en jassen), onophoudelijk miezirige regen (op dinsdag, tijdens het shoppen – gelukkig heeft Cardiff heel wat mogelijkheden om droog te shoppen: zowel 19de-eeuwse overdekte winkelstraatjes, als moderne winkelcomplexen). Onze laatste dag gaf een cocktail van veel wolken, veel wind, af en toe een druppel regen, soms een streep zon maar gelukkig aangename temperaturen.

Hierbij ook enkele foto’s van onze uitstap naar Cardiff Bay. Daar genoten we van het water en het mooie weer, aten een ijsje en bezochten Pier Head, de National Assembly of Wales (inclusief metaaldetectie, gewoon om de grote hal te bekijken), waar ze blijkbaar last hebben van waterinsijpeling, getuige de emmers op het glazen binnendak – kan al eens gebeuren met heel speciale architectuur, en het Wales Millennium Centre, een recent centrum voor podiumkunsten.

Het leuke van een bezoek aan een grotere stad, is de grotere keuze aan restaurants en keukens: zo aten we Italiaans (Jamie Oliver!), Indisch, Japans, Chinees, ‘Amerikaans’ (steakhouse) en zowaar toch ook Brits.

We hadden een zalige hotelkamer, lekker ruim, met een raam tot op de grond (dat evenwel niet open kon – op de achtste verdieping lijkt mij dat hoe dan ook geen veilig idee), en een weids uitzicht op de sporen en het station.

Op de derde avond evenwel, net toen we op het punt stonden om uit eten te gaan, konden we de kamerdeur met geen mogelijkheid meer sluiten. Het was ons al opgevallen dat we ze zelden gewoon konden dichtdoen, maar echt in het slot moesten laten vallen. Nu lukte zelfs dat niet meer. De wederhelft dus naar de receptie getrokken om het probleem uit te leggen (een hotelkamer verlaten met de deur op een kier leek ons niet zo’n goed idee, hoeveel honger we ook hadden), mevrouw kwam mee naar boven, probeerde ook van alles maar zonder resultaat, de deur bleef open. Er moest een technicus bijgehaald worden, wat op vrijdagavond geen optie was. De enige oplossing was dus een andere kamer. Aangezien dochter E. in de kamer naast ons lag, hoopten we wel op een kamer in dezelfde gang, wat gelukkig nog kon. Die was jammer genoeg een stuk kleiner, en ook het uitzicht was heel wat minder: we keken recht op een appartementsgebouw. Maar soit, we lieten het niet aan ons hart komen, uiteindelijk ben je nooit lang op de kamer, en het bed was even goed🙂

Gepost door: pharailde | juli 26, 2016

Gentse Feesten editie 2016

Zoals elk jaar duurde het heel lang vooraleer ik besefte dat de Gentse Feesten dichterbij kwamen, en bleef het een ver-van-mijn-bed-gevoel. Gelukkig waren er de vrienden van Gentblogt met wie we op woensdagavond (13 juli) bij ons thuis gezellig samen zaten, de verschillende planningen naast elkaar legden, en afspraken maakten, kwestie van toch zoveel mogelijk activiteiten samen te beleven. Met vrienden is altijd leuker dan alleen. Toen kwamen de feesten ineens heel dichtbij en inmiddels zijn ze zelfs alweer achter de rug.

Vrijdag stond vanzelfsprekend de première van het toneelstuk Tot de dood, aangezien dochter M meespeelde. Een heerlijke avond met een leuk toneelstuk dat alweer op een originele manier werd verteld, en genoten van een zingende en dansende dochter. Ze mogen dat nog doen, dergelijke voorstellingen in elkaar steken. Daarna hebben we samen gezellig thuis de avond afgesloten. Het stadscentrum hebben we die avond niet gezien.

Zaterdag was het de eerste dag van het International Puppetbuskersfestival, en stonden enkele voorstellingen op de Kalandenberg en op de Green (alwaar wederhelft E. van techniek deed) op het programma. Er zat evenwel nog niet veel bij dat me echt kon bekoren. Avondmalen deden we aan de Graslei in aangenaam gezelschap van dochter E. en dochter M. en vriend. Als laatste stond een voorstelling van Puppetbuskers in Hotel D’Hane-Steenhuyse op het programma, een poëtische dansvoorstelling, die me dan weer wel kon bekoren.

Op zondagnamiddag hield ik wederhelft E. gezelschap op de Green, en ’s avonds waren we afgesproken met een aantal vrienden op de Voorhoutkaai voor het jaarlijkse vuurwerk. We maakten het ons heel gezellig (ondanks terreurdreiging, gepantserde politiewagens, en het irritante geluid van de helikopter) en genoten van een schitterend vuurwerk (die laserstralen mochten ze voor mijn part wel achterwege laten).

Maandagnamiddag troffen we de vrienden voor enkele voorstellingen van Puppetbuskers, waarna we mee afzakten naar Batahlan en terechtkwamen in een ludieke bewustmaking van de vluchtelingenproblematiek. Op dinsdag laste ik een rustdag in, rust die al snel teniet werd gedaan door toestanden met het alarm op het werk. ’s Avonds zakten we toch nog eens af naar het Laurentplein (omgedoopt tot Luisterplein) voor het optreden van Lieven Tavernier. Dat luisteren bleek wat moeilijker dan verhoopt, door de minder goede techniek (was niet altijd evident om de teksten te horen) en door een groep kakelende lady’s, die vlak naast onze tafel stonden en elkaar dringend hun belevenissen van de afgelopen tijd moesten vertellen, liefst met luide stem, en veel gelach. Waarom spreken die dan niet af op een of ander caféterras, als het concert hen toch geen moer interesseert? Op woensdag had ik wat last van de warmte en bleven we de hele dag gewoon thuis, en werd het vooral een leesdag in de schaduw op het terras.

Donderdag was opnieuw Puppetbuskersdag, met nieuwe voorstellingen op de Kalandenberg, op de Green en ’s avonds in Hotel D’Hane Steenhuyse (voor mij de mooiste en de sterkste voorstelling van het hele festival). De avond sloten we af met EFTC-vrienden op het pop-upcafé aan de Achtersikkel.

Vrijdagnamiddag was het tijd voor een aantal minder courante boodschappen: we moesten nog Britse ponden kopen, en we bestelden onze vliegtuigtickets voor een reis naar Rome in september (voor ons zilveren huwelijksjubileum dit jaar mag het wel iets speciaals zijn). Ondertussen hoorden we de massa op het Sint-Baafsplein meezingen met K3, en we vroegen ons af of de mensen van het concert konden genieten door dat constante gebrom van de politiehelikopter. We sloten de namiddag af met een terrasje aan de Mageleinstraat.

Zaterdag werd een volledige Gentse-Feestendag. ’s Ochtends deden we van Middeleeuws Ontbijt (MIAT) met de vrienden, we gingen naar een voorstelling van Puppetbuskers op het Luisterplein, ik genoot een tweede keer van de voorstellingen op de Green, we gingen met de ene vrienden mee kijken naar de Gentse Pierkes (die deelgenomen hadden aan het Carnaval in Venetië) die bootje voeren in het centrum, gingen met andere vrienden uit eten, waarna we bleven plakken op het Sint-Baafsplein voor een schitterend optreden van Jo Lemaire en van Johan Verminnen.

Zondag was het alweer de laatste dag, en kletste ik met verschillende vrienden die langsliepen op de Green, ik ging uit eten met wederhelft E. en sloten de feesten in schoonheid af in de Spiegeltent met mijn lievelingscomponist: de vijfde symfonie van Ludwig van Beethoven, in een transcriptie voor viool en piano, gespeeld door Ann Vancoillie en Pieter Dhoore, gevolgd door de “Zomer” van Vivaldi, een tango van Devreese en de Czardas van Monti (ondanks een reclamerende boreling, een blaffende hond, het flitslicht van fotografen, en een deel van het publiek dat het alweer nodig vond om elkaar ondertussen heelder verhalen te vertellen).

Het zijn zeer gezellige feesten geworden, onder meer door het schitterende weer (zonder regen) en doordat er minder volk was, waardoor het gezelliger was, en je gemakkelijker van de ene plaats naar de andere kon stappen.

Inmiddels zijn de valiezen gepakt en vertrekken we morgen (straks) voor een weekje naar Cardiff (Wales).

Gepost door: pharailde | april 20, 2016

Nog op uitstap in april

Het weekend van 8 tot 10 april vertoefden we dan weer in Duitsland. We hadden van dochter M. een Bongobon gekregen voor een kasteelhotel, waarvan we met veel plezier gebruik maakten. We hadden hem vorig jaar al moeten verlengen omwille van de rugperikelen, maar vorig weekend trokken we met veel plezier naar Kronenburg, naar het Schlosshotel Burghaus. We boekten nog een extra nacht, en weg waren we, van vrijdag tot en met zondag.

Na een langere rit dan voorzien – er waren veel meer files dan ons lief was, zo midden op de dag – arriveerden we rond vier uur. We werden heel vriendelijk onthaald door, naar ik meende de receptionist, maar later bleek dat het de hoteleigenaar zelf was. We kregen een kamer op de tweede verdieping, een duplex-kamer zelfs: we kwamen binnen in een zitruimte, en een trap leidde naar het slaapgedeelte. De sleutel was geen kaart, zoals in alle moderne hotels tegenwoordig, maar een ouderwetse sleutel, bevestigd aan een knoert van een metalen sleutelhanger. We bleken ook over twee badkamers te beschikken: wie ruzie heeft, kan elk apart in een bad gaan afkoelen (het was de bedoeling om zowel boven als beneden een slaapkamer in te richten, maar beneden bleek het daarvoor toch net te kleine en werd het dan omgevormd tot zitruimte. Aangezien de badkamer al ingericht was, werd die gewoon behouden). Douchen kon dan weer niet (in geen van beide badkamers), behalve al zittend in het bad, want rechtstaan was onmogelijk. Dat krijg je als je het bad onder het schuine dak installeert. Het was ook een promotie voor het zittend plassen bij de heren, want ook aan het toilet kon je niet rechtstaan (en wederhelft E. moest zelfs al zittend goed opletten dat hij zijn hoofd niet stootte – ik ben gelukkig een stuk kleiner).

IMG_0710

(onze kamer bevond zich dus in het dak van het hoofdgebouw, aan de linkerkant, dus het bovenste kleine raampje links (staat open), het linkerraam van de drie ramen eronder, en het raam aan de zijkant)

Bij het boeken had ik vluchtig wat opgezocht over Kronenburg, had iets gezien over een stadje met ruïnes van een burcht, wat oude huizen en een meer. Bleek dat het eigenlijk niet veel meer was dan een dorpje met nog geen 500 inwoners (wel met ruïnes, twee straatjes met oude huizen en een meer), gelegen tegen een heuvel. Het hotel lag ongeveer bovenop die heuvel. Wij dus op verkenning, ondertussen uitkijkend naar iets waar we konden eten. Onze wandeling bracht ons naar de rand van het dorp, langs een grote boerderij met o.a. paarden, geiten en schapen, tot aan het kerkhof en de kapel, waar we een wijd uitzicht hadden over het landschap. Maar geen restaurant (we waren wel enkele zaken gepasseerd waar je ook iets kon eten, maar die sloten om zes uur de deuren). We daalden zelfs af naar het volgende dorp, Baasem, maar ook daar geen restaurant. Terug de heuvel op dan maar. We wisten wel dat er aan het hotel ook een restaurant verbonden was, maar dat zag er nogal chic uit, en prijzig (lees, duurder dan wij gewoon zijn). Desondanks besloten we om toch maar te kijken of er toevallig nog plaats was – ja dus – en We hadden er een gezellige en rustige avond met lekker eten. We dineerden zowaar in het gezelschap van ‘Lumière’ (Disneykenners zullen weten waarover ik het heb🙂 ). Alleen zaten er geen gewone kaarsjes in, maar theelichtjes.

IMG_0689

Zaterdag ontwaakten we met een stralende zon onder een staalblauwe hemel (het weerbericht van enkele dagen ervoor sprak over regen). Na het ontbijtbuffet in de orangerie (klinkt chiquer dan het was) was het tijd om die burchtruïne wat dichterbij te bekijken. Jammer genoeg ziet de burcht er niet echt meer uit zoals ze ooit geweest is.

IMG_0709
(Voor wie geïnteresseerd is in de historiek, én een mondje Duits kan).

In de loop van de 18de eeuw was de burcht in veel te slechte staat, waardoor de graaf besloot om een nieuw slot te bouwen. In dat slot is dus het hotel gevestigd. En blijkbaar kreeg dit slot in de loop der geschiedenis illustere figuren over de vloer, onder anderen Napoleon, Konrad Adenauer en Caroline van Monaco, zo stond in de infobrochure op de kamer te lezen.

Voor het middagmaal trokken we naar een buur van het hotel, voor een hartige pannenkoek, om vervolgens op ons gemak de heuvel af te dalen voor een wandeling rond het stuwmeer (gebouwd om het smelt- en regenwater vast te houden).

IMG_0713

Halverwege de wandeling stuitten we op een bord met uitleg over de Westwall, de Duitse antitankverdedigingslinie. We vroegen ons nog af hoever het stappen zou zijn om die resten te zien, en besloten het maar zo te laten. Tot we ons wat omdraaiden, en dit zagen🙂 Heel fascinerend en bevreemdend.

Avondmalen deden we in een restaurant (stijl vakantiepark) langs het meer, een groot contrast qua atmosfeer met de dag ervoor maar het eten was er niet minder lekker om. Nooit verwacht om op een dergelijke plek Aziatisch te eten, maar als de uitbater getrouwd blijkt te zijn met een Aziatische, dan krijg je dit soort gemengde keukens. Wat wij alleen maar toejuichen.

Na het uitchecken op zondag hadden we nog geen zin om onmiddellijk huiswaarts te trekken. Dus trokken we het bos in. Het weer was perfect: bewolkt met af en toe zon, en niet te warm (maar ook niet koud). En zo zalig dat dat is om een paar uur te wandelen zonder iemand tegen te komen.

“The Larch”

IMG_0742

En dit is toch al voor serieus gebouwde elfen:

IMG_0747

We oriënteerden ons gedeeltelijk volgens Google Maps, maar blijkbaar komen die wegen niet altijd overeen met de realiteit: dit was dus volgens Google Maps een bospad:

IMG_0750

Veel bos dus en weinig pad, maar het was toch het kortste traject om de auto te bereiken en de terugweg aan te vatten. En thuiskomen is dan welbeschouwd de start van de herinnering en het nagenieten.

Gepost door: pharailde | april 11, 2016

Op uitstap in april

Dat dat deugd kan doen, uitstappen maken, al is het maar voor één dag, of voor een weekend. Het geeft een instant vakantiegevoel, het werkt ontspannend, en je houdt er even aangename herinneringen aan over als aan een langere vakantie. We zouden dat meer moeten doen. Hoewel, deze maand waren we zeker niet slecht bedeeld.

Vorige week zaterdag (2 april) trokken we naar het Kröller-Müllermuseum in Otterlo (NL), midden in de Hoge Veluwe. In de loop van de week daarvoor kwamen we tot de vaststelling dat de tentoonstelling over Barbara Hepworth daar nog slechts tot 17 april liep. En die wilden we (in de eerste plaats wederhelft E. want ik kende haar niet) toch wel zien. Maar wat belette ons eigenlijk om ons op zaterdag (er was toch niets gepland dat weekend) op te pakken en naar Nederland te rijden? Niets dus. Het weerbericht beloofde bovendien een zonnige lentedag.
We waren er vroeger geweest met de kinderen, maar dat was toch al enige tijd geleden: zoon J. was toen een goed jaar (en kon nog net niet lopen) en van dochter E. was nog geen sprake. Zoon S.W. (toen 3 jaar) vond sommige kunstwerken meer dan boeiend en kon de verleiding tot fysiek contact moeilijk weerstaan. Dat bracht een zaalbewaker sloffend in beweging met de mededeling “Nou, jongeman, daar mag je niet aankomen hoor!” We zijn toen maar snel naar de beeldentuin gegaan.

Terug naar 2016.
We arriveerden rond de middag, maar konden het park nog niet in: eerst een ticket kopen. Er stond een behoorlijke rij aan de kassa, maar het schoot vooral niet op. Enfin, een goed half uur later was de auto geparkeerd en konden we het museum binnen, met als eerste stop het museumrestaurant, want een tentoonstelling bezoeken met een lege maag is minder comfortabel. Helaas ook daar een lange wachtrij die maar traag opschoof (toen we daar drie kwartier later, en dan nog eens twee uur later, opnieuw langsliepen, bleek die rij telkens even lang). We installeerden ons op het terras – onze eerste maaltijd buiten dit jaar – maar de temperatuur was toch maar kantje boord: van de beloofde stralende zon was niet echt veel te merken, ze deed erg haar best en brak regelmatig een paar seconden door (wat op die momenten bijzonder deugd deed), maar het wolkendek bleek te hardnekkig.
Barbara Hepworth was meer dan de moeite en ik heb weer een en ander over de moderne/abstracte kunstgeschiedenis bijgeleerd (nu trachten dit te onthouden). Er was wel bijzonder veel volk wat het minder comfortabel maakt om op je gemak naar de kunstwerken te kijken. Bijkomend is ook dat er veel mensen de werken willen fotograferen, waardoor je nog langer moet wachten om iets van dichterbij te bewonderen. Aansluitend bezochten we ook het Rietveldpaviljoen in de beeldentuin, waar sinds 1965 een aantal van haar werken een permanente plaats kregen.

Kröller-Müller (2016.04.02)

Veel tijd restte er nadien niet meer, want het museum sloot reeds om vijf uur de deuren (en de beeldentuin reeds om half vijf) – veel te vroeg naar onze mening. Dus beperkten we ons tot de werken van Vincent Van Gogh (ik kwam te weten dat het museum de tweede grootste collectie van zijn werken bezit). Ook daar werden we geconfronteerd met de fotograferende medemens: een groep Aziaten was moest en zou – elk afzonderlijk – elk schilderij fotograferen, en dan ook nog elkaar naast een Van Gogh. Ergerlijk.

Na sluitingstijd verkenden we het naburige stadje Ede (lag op de weg naar huis), waar niet echt veel te beleven viel en dat ook niet veel historisch of charmants te bieden had (tenzij we in de verkeerde buurt liepen natuurlijk). Anderzijds heeft dat ook zijn charmes, op ontdekking gaan in een doodgewoon stadje. Alvorens de lange rit naar huis aan te vatten, aten we in een gezellig Grieks restaurant – waar we ons afvroegen of er ergens een geheim agentschap bestaat dat iedereen die een Grieks restaurant wil beginnen, verplicht om dit in te richten met dezelfde clichés🙂

Gepost door: pharailde | januari 3, 2016

Van een eind en een nieuw begin

Eerst en vooral wil ik de – wellicht schaarse – lezers die hier passeren een heel gelukkig nieuwjaar wensen en vooral dat de dingen lopen zoals je ze graag zou willen.

Ik sta er vooral versteld van hoe snel de kerstvakantie weer is omgevlogen. De eerste drie dagen heb ik nog in de voormiddag gewerkt, maar daarna dacht ik een zee van tijd te hebben om van alles te doen (boeken lezen, brei afwerken, puzzelen, e.d.m.). Wel, ahum, niets daarvan. Het breien zelf is weliswaar gedaan, maar de rest is er niet van gekomen. Ja, ik geef toe, ik blijf dikwijls te lang op facebook en blogs hangen, maar ik heb ook niet echt stilgezeten: boodschappen doen, cadeautjes kopen en inpakken, opruimen, de nieuwe poetshulp wegwijs maken (juij, eindelijk is het huis voldoende afgewerkt om weer een poetsvrouw in dienst te nemen), administratie in orde brengen (onder meer betreffende de dienstencheques, want helemaal van een leien dakje ging dat toch niet), heel, heel veel in de keuken gestaan (zowel om dingen klaar te maken als om op te ruimen), en andere dingen die bij feestdagen komen kijken. Want die waren wel druk. Op kerstavond hielden we het rustig met drie van de vier kinderen (fondue), op kerstdagavond kwam mijn familie op bezoek (en deden we van lang uitgerekte aperitief(hapjes) gevolgd door dessert), oudejaarsavond vierden we thuis met onze vrienden uit de Kempen (gourmet), en op nieuwjaarsdag kwam de schoonfamilie langs (vol-au-vent met frietjes). Qua eten absoluut geen ingewikkelde dingen (ik ben daar geen fan van), maar ik onderschat telkens toch hoeveel tijd dat in beslag neemt.
Maar, maar, maar, alle feestmomenten waren heel gezellig, en dat is het allerbelangrijkste.

Gelukkig hielden we ook de agenda in het oog en bezochten we vorige woensdag op de valreep de dubbeltentoonstelling over Gentse filmtheaters en Amerikaanse verlaten filmpaleizen in het Caermersklooster. Wat de Gentse zalen betreft, was het echt een trip down to memory lane, want in de meeste zalen ben ik als kind of tiener toch wel naar de film geweest (en neen, niet in het ‘Leopolleke’). Altijd boeiend om dingen te leren over een tijd die je nog zelf meegemaakt hebt, maar waarover je eigenlijk niets weet omdat je te jong was om de context te kennen.
En gisteravond brachten we nog een bezoek aan het Gravensteen. Het is de laatste week dat je als Gentenaar gratis binnen kan (voortaan is het dus ook voor Gentenaars te betalen, behalve op zondagvoormiddag). Best jammer, vind ik. Niet dat ik daar de deur platliep, maar het idee dat je gewoon eens kan binnenlopen en rondkijken vond ik fijn. En dus wou ik er nog eens van profiteren. In het buitenland zou je kilometers omrijden om een dergelijk kasteel te bezoeken, en hier hebben we dat gewoon in het centrum van de stad en passeren we daar bij manier van spreken dagelijks. Bovendien werd ook deze winter het kasteel omgetoverd tot een winterwonderkasteel met feeërieke kerstdecors en sprookjestaferelen. Ik stond daar wat sceptisch tegenover maar wou het wel eens met eigen ogen zien, en ik moet zeggen dat het me heel goed beviel. Het geeft toch een andere, gezelliger, dimensie aan de lege zalen.
Ook leuk: op zaterdag was het Gravensteen langer open, en dat was te merken: wij waren er tot half zeven en er kwamen nog steeds bezoekers toe, zowel toeristen als Vlamingen. Eigenlijk zou dat wel een fijn idee zijn overal: monumenten en musea die toch één of twee dagen per week een pak langer open zijn.

Gepost door: pharailde | december 29, 2015

Nu begint het pas …

Een kleine twee weken geleden waren we uitgenodigd voor een diplomaceremonie. Geen haar op ons hoofd dat eraan dacht om niet te gaan: zoon J. had immers zijn bachelor behaald in de audioproductie (vraag me wel niet wat dat nu precies inhoudt). Vorig jaar was hij afgestudeerd aan het SAE Brussel als audio-engineer, waarna hij er nog een bachelorjaar bijgedaan heeft. En geslaagd is. Met grote onderscheiding zowaar, zo bleek achteraf.
Wij dus die donderdagavond met de trein naar Brussel, naar een of ander duister, hip (die indruk gaf het toch) cafeetje vlak bij de Grote Markt.

IMG_0647

IMG_0649

Na het bekijken van een aantal filmbeelden en het luisteren naar de obligate toespraken – in het Nederlands, in het Frans, in vlot Engels, in minder vlot Engels met duidelijk Franse inslag, maar gelukkig allemaal kort – werden de namen van de afgestudeerden afgeroepen, waarna ze allemaal een rolletje papier in ontvangst namen. Het was ons al opgevallen dat er bij het overhandigen nooit naar een naam gezocht werd, wat de indruk gaf dat iedereen gewoon hetzelfde kreeg. Nu wisten we wel dat hij het eigenlijke diploma nog niet kon ontvangen, want dat moet nog een hele administratieve weg afleggen via de Middlesex University London (waarvan SAE afhangt) en wordt pas tegen de zomer uitgereikt (benieuwd of we een trip naar Londen moeten voorzien). Zoonlief was dus zeer nieuwsgierig wat hij dan wel in handen gekregen had en tot ieders verbazing ontrolde zich dit:

DSC_1936

Gevoel voor humor hebben ze daar wel. En de magische krachten van de Force want je moet het toch maar doen: afstuderen als bachelor en naar huis gaan met een masterdiploma.

En zo begint voor een lichting afgestudeerden een compleet nieuw hoofdstuk: zich een weg banen in het leven en onder meer een job vinden waarin ze zich kunnen uitleven.

IMG_0651

(sorry voor de kwaliteit van de foto’s, genomen met de foon in bijzonder slechte lichtomstandigheden)

En voor de eventueel geïnteresseerden, hierna nog het thesisonderwerp:

Thesis SAE

Gepost door: pharailde | oktober 19, 2015

Lissabon

Onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo, die al jaren te gast zijn op het International Puppetbuskersfestival, en onze Gentse Feesten nog meer kleur geven, hadden al meermaals gevraagd wanneer wij nu eens naar Portugal kwamen. Om allerlei redenen was dat er nog niet van gekomen (excuses, excuses, …) maar dit jaar hebben we eerst en vooral een datum vastgelegd, waardoor je ons tussen 30 september en 8 oktober in Lissabon kon terugvinden. Zij konden zich pas vrijmaken vanaf 5 oktober, waardoor we eerst de toerist konden uithangen en op ons gemak de stad verkennen.

Dat het deugd deed om nog eens van zomerweer terecht te komen: stralende zon en aangenaam warme (geen hete) temperaturen – ook al waren enkele dagen later ook wolken en regen ons deel – gelukkig was de zon de laatste dagen weer van de partij

Dat het even duurde vooraleer we het enthousiasme van veel vrienden en kennissen over Lissabon konden delen, we moesten de stad echt wat leren kennen. Tijdens onze eerste wandeling (buurt van de kathedraal) vond ik de stad allesbehalve charmant: slechte voetpaden, heel druk, veel lawaai (met voortdurend aan-en-af-gerij van trams en toeristenbussen en massa’s tuktuks) en veel vergane glorie. Maar gaandeweg werd stad vertrouwd, vonden we er onze weg en wil ik er met veel plezier terugkeren.

Dat ik nog altijd niet goed snap waarom mensen zo in de ban zijn van zichzelf en niet gelukkig zijn als ze niet overal een selfie kunnen nemen.

Dat het vermoeiend is om op elke toeristische plek voortdurend aan te geven dat je geen selfiestick, geen drugs, geen blingbling, geen sjaaltjes en wat nog meer allemaal, nodig hebt. Idem dito voor de “lokkers” in sommige wijken om je in “hun” restaurant binnen te loodsen, soms zelfs al op tientallen meters van het restaurant. Ook al hadden we behoorlijk honger, we vertikten het om een dergelijk restaurant binnen te gaan (ik wil eerst op mijn gemak de kaart bekijken).

Over restaurants gesproken, onze eerste maaltijd was niet bepaald een culinair succes: gebakken kabeljauw (maar die vis moest je heel ver zoeken: ondergedompeld in een soort beignetdeeg en dan gefrituurd) met een kwak rijst, zwemmend in tomatensaus met witte bonen. Gelukkig hebben we later doorgaans lekker gegeten, ook al kan je de Portugese keuken moeilijk verfijnd noemen (met veel zout en vet en weinig groenten). Ook vreemd: wanneer we ’s middags ergens neerstreken om een broodje te eten, werd dat regelmatig geserveerd met een portie chips of dorito’s.

Dat we ons in Gent bij tijden (dikwijls) ergeren aan alle kasseien, maar dat ze er in Lissabon ook wat van kennen: straten, pleinen, voetpaden, alles is geplaveid met kasseien, weliswaar van een veel kleiner formaat. Maar als het regent, moet je behoorlijk opletten om geen uitschuiver te maken in die soms behoorlijk steile straten, want glad is het dan wel. Gelukkig voor hen is de kans op ijzel in de winter nagenoeg onbestaande. En dan zijn er ook nog de vele tramsporen en bovenleidingen …

Dat ik het nog altijd jammer vind dat Gent veel te klein is om een metronet uit te bouwen, want dat ik dat een ongelooflijk gemakkelijk vervoermiddel vind. En je blijft er fit van, want je loopt nogal wat af in al die gangen en op de trappen (niet alles is bereikbaar met roltrappen). Fascinerend was een van de uitgangen van het metrostation Baixa-Chiado: je geraakt pas weer buiten na vier opeenvolgende roltrappen en een stel trappen (kwestie om aan te tonen hoe steil het daar op sommige plaatsen is).

Dat de immense aardbeving van 1755 een behoorlijke stempel heeft gedrukt op het uitzicht van de stad.

Dat volgens onze Portugese vrienden het toerisme in Lissabon de laatste twee, drie jaar enorm toegenomen is, net zoals de vele bouwwerven voor restauratie- en nieuwbouwwerken.

Dat de vele azulejo’s waarmee heel wat gevels bekleed zijn, de indruk wekken dat de gebouwen aan de buitenkant behangen zijn.

Dat je in Lissabon struikelt over de kerken. Dat we er in zeven even binnen geweest zijn, maar dat dat slechts een fractie is van het totaal.

Dat we geleidelijk aan geschreven Portugese woorden begonnen te herkennen (of konden afleiden), maar dat we van het gesproken Portugees nog steeds geen half woord begrijpen of zelfs maar herkennen.

Dat we op de scène van Teatro de Trindade gestaan hebben. Onze vrienden wilden ons heel graag het theater laten zien waar zij in juni het 25-jarig bestaan van hun gezelschap gevierd hebben, en ineens stonden we gewoon op scène, te midden van een decor dat daar stond opgesteld. Wel grappig, en iets dat we zeker niet verwachtten toen we in Lissabon toekwamen🙂 Een prachtige zaal trouwens.

Dat weer maar eens gebleken is dat we voor citytrips op dezelfde golflengte zitten: grosso modo een idee hebben van wat we wel of niet willen zien, en dan rondlopen, rondkijken, sfeer opsnuiven, en dan wel zien waar onze voeten ons brengen. En hebben we niet alles gezien wat in de gids stond, tant pis. Dat is dan voor een volgende keer. Of niet. Ook de zoektocht naar de meest trendy bars, restaurants of winkels kan ons eigenlijk gestolen worden.

Dat het een heerlijke week was, dat het een plezier was in het gezelschap van de vrienden te vertoeven, en dat het heel fijn was om nog eens een week onder ons tweetjes weg te zijn. Dat alles voor herhaling vatbaar is.

Hieronder een – ik weet het, nogal uitgebreide – fotografische impressie van Lissabon.

Gepost door: pharailde | juli 31, 2015

Tot volgend jaar alweer …

Jawel, ze zijn alweer een aantal dagen gedaan, die feesten, dus hoogtijd om de annalen aan te vullen, vooraleer mijn geheugen het laat afweten.

Op woensdag (22 juli alweer) gingen we ’s ochtends middeleeuws ontbijten in het MIAT, samen met M en S, wier dochter daar aan het werk was. We namen het er wel goed van en kozen voor het rijke middeleeuwse ontbijt en het Lieven Bauwens ontbijt. Tijdens de feesten moet een mens er kloek opstaan, nietwaar. Super gezellig, ondanks de drukte (het blijft een publiekstrekker). We combineerden het ontbijt uiteraard met een bezoek aan de tentoonstelling Piano & Co., op dezelfde verdieping, een tentoonstelling over de geschiedenis van de Belgische piano-industrie, met ook aandacht voor de techniek van de piano. Geen al te grote tentoonstelling maar wel heel boeiend, en met een aantal historische exemplaren uit de collectie van Piano’s Maene, die wel weer aantonen dat rijkdom en gevoel voor esthetiek niet altijd hand in hand gaan (naar onze smaak dan toch). Blijkbaar was Gent in de negentiende eeuw het tweede belangrijkste centrum in de pianobouw in België, alweer iets bijgeleerd dus. Heel erg aan te raden dus, en nog te bezichtigen tot 25 oktober.

Vervolgens ging het richting opticien voor een oogmeting, want ik kreeg de indruk dat het zicht er toch wel op achteruitging. En jawel, een nieuwe bril dringt zich op, met multifocale lenzen zelfs, ik ben heel benieuwd. Aangezien de wederhelft verplichtingen had voor het Puppetbuskersfestival, heb ik de keuze voor de nieuwe bril maar uitgesteld, want dat is iets dat ik echt niet alleen wil kiezen (en hij moet erop kijken). Vervolgens weer richting puppetbuskers, genoten van de voorstelling van Federico Galván, en vooral heel erg verheugd om het weerzien met onze Portugese vrienden van Companhia Marimbondo. De rest van de namiddag werd besteed aan uitgebreid bijkletsen met dochter M. Dat is het nadeel van kinderen die niet meer thuis wonen, je moet soms al echt afspreken om wat bij te praten.
Na het avondmaal thuis vertrokken we weer richting stad, voor de voorstelling van The Duck Variations (David Mamet), met Daan Hugaert en Marc Stroobants. Zeer goed gespeeld, maar was het het late uur (22 u.), de donkere zaal, het feit dat het een zeer filosofisch stuk was zonder echt verhaal, ik weet het niet, maar feit was dat ik de hele voorstelling vooral gevochten heb tegen het in slaap vallen. Zonde, ik weet het, maar het was niet anders.

Op donderdagochtend wou ik op de koop toe wat vroeger opstaan, kwestie van tegen 11 u. in het Augustijnerklooster te zijn voor de lezing van Het Firmament over erfgoed en figurentheater. Bleek die toch wel afgelast te zijn! Enfin, niet getreurd, ik kon nog genieten van de mooie tentoonstelling Poppen op de rode loper. ’s Namiddags heb ik mezelf getrakteerd op nieuwe oorbellen, twee paar zowaar aangezien ik niet kon kiezen, genoten we van de voorstelling van Marimbondo en vertoefden we de rest van de avond in hun aangename gezelschap (terrasje doen, Bretoense pannenkoek eten, opnieuw terrasje doen).
Vrijdag zag er gelijkaardig uit: namiddag voorstelling van Marimbondo (en vooral zorgen dat we een babbelke kunnen doen met de meestal aanwezige vrienden en bekenden in het publiek), en ’s avonds de leuke voorstelling over het verhaal van piraat Barbe Noir door cie NiClouNiVis in Hotel d’Hane Steenhuyse. ’s Avonds trokken we dan met de Portugese vrienden, en een vriend van hen (die bij ons bleef logeren) huiswaarts voor een afsluitend drankje.
Zaterdag toonde een gelijkaardig scenario: ondanks het herfstweer (met wind én regen) toch naar de green voor de puppetbuskersvoorstellingen, samen met gentblogtvrienden, de namiddag afgesloten met een warme chocomelk (jawel, een beetje opwarming konden we gebruiken, ook al was de zon inmiddels doorgebroken) met de vrienden, vervolgens naar het Augustijnenklooster alwaar we de Portugese vrienden terugvonden, nog een drankje in hartje Patershol en de avond allemaal samen gezellig afgesloten met een slaapmutsje in de keuken van S en M.

De zondag begon zonnig, maar tegen dat we klaarstonden op de Kalandenberg voor de laatste puppetbuskersvoorstellingen was die verdomde regen alweer van de partij. Gelukkig bestaan er wel regenjassen en paraplu’s en genoten we samen met de gentblogtvrienden van En attendant Margot. De rest van de namiddag brachten we gezellig kletsend (en neen, we zijn nog lang niet uitverteld) door met warme drankjes onder een grote parasol (nu dienstdoend als paraplu) aan het Stadscafé, om dit puppetbuskersfestival af te sluiten met de verrassende voorstelling Hühnchens neue Welt, over een kip die er niet in slaagt om een ei te leggen, terwijl het slagersmes dreigt.
Ter afsluiting van de feesten gingen we nog gezellig met z’n tweetjes uit eten om met enkele EFTC-vrienden te eindigen op een terrasje bij het Beverhoutplein, waar het ondanks de kou en de vochtigheid maar dankzij een paar fleecedekentjes, nog een heel gezellige avond werd.

Sinds vorig jaar stoppen de Gentse Feesten op zondag, maar wij hielden toch nog vast aan de traditie van de Dag van de Lege Portemonnees op maandag, na het aanvullen van de mondvoorraad en de aanschaf van een nieuwe bril (met vooral de nodige glazen). Ook het Gentse Feestengevoel hebben we nog wat gerekt door een afscheidskoffie met de Portugese vrienden. Hopelijk is het afscheid nu niet voor lang, want als alles naar wens verloopt, gaan we in het najaar bij hen op bezoek.
’s Avonds was het dan tijd om in de zetel te ploffen, te bekomen van de “Ghent-over”, en om ons stilaan voor te bereiden op een meer normaal leven en op de vakantie naar Bretagne volgende week.

Gepost door: pharailde | juli 21, 2015

Halfweg

De Gentse Feesten zijn halfweg, en in het eerste weekend hebben we/ik al meer optredens gezien dan de voorbije jaren.
Vrijdag was een rare dag: het was de laatste werkdag, waarna we, naar wekelijkse gewoonte, op jacht en visvangst gingen in de plaatselijke colruyt. Daarna was het van koken en eten. Een vrijdag zoals alle andere, maar ’s avonds begonnen de Gentse Feesten wel, en het duurde toch even voor we in die andere modus geraakten. Gelukkig was er om kwart voor elf nog het optreden van Johan Verminnen op de Korenmarkt, dat ik eigenlijk wel wou zien (ge weet nooit dat zangers plots doodvallen zonder ooit een optreden te hebben bijgewoond) en ons dus toch nog uit ons kot lokte, richting feestgedruis, ondanks de plotse regen. Het bleef gelukkig grotendeels droog tijdens het concert, dat best wel goed was.

Op zaterdag ging het in de namiddag richting International Puppetbuskersfestival, op het Braunplein, waar de wederhelft van geluidstechnische dienst was. Daar vrienden tegen het lijf gelopen, genoten van twee leuke voorstellingen, na afloop uit eten geweest, richting Hotel d’Hane Steenhuyse getrokken voor een compleet geschifte, bloederige maar fantastische versie van Hamlet (ook in het kader van puppetbuskers – wel niet geschikt voor gevoelige kijkers – lees ook hier) en de avond afgesloten met een schitterend concert van Rick De Leeuw op het François Laurentplein. Ik kende de man zijn muziek niet, was nieuwsgierig (indien niet goed, konden we altijd weer weggaan) en het smaakt dus naar nog. Ik had eigenlijk een kwartier voor einde moeten vertrekken om de laatste bus te halen, maar vond dat zo’n zonde, dat we dan maar te voet naar huis zijn gegaan.

De zondagnamiddag was ik opnieuw op post op het Laurentplein voor een portie nostalgie bij het fijne optreden van Miek en Roel (die dit jaar 50 jaar op de planken staan), muziek waarmee ik opgegroeid ben. Op weg naar het Braunplein en de wederhelft, nog een voorstelling van puppetbuskers op de Kalandenberg gezien, nog even gebabbeld met vrienden (veel te weinig tijd daarvoor omwille van veel te drukke programma’s, ja zelfs op de Gentse Feesten), ’s avonds uit eten met de broer van de wederhelft om gezellig bij te kletsen, een poging gedaan om een stukje van het optreden van Willem Vermandere bij Sint-Jacobs te zien, maar dat bleek eerder frustrerend dan aangenaam omwille van slechte geluidskwaliteit (en te stil), te veel babbelende mensen en ook zich voortbewegende medemensen, en te veel storend omgevingsgeluid (denk aan een brassband dichtbij in de Belfortstraat die het optreden gewoon overstemde). We besloten dan maar onmiddellijk door te stappen richting vuurwerk, om op ons gemak een geschikte plek uit te zoeken, en jawel, daar kwamen we alweer andere vrienden tegen, en samen met ook dochter M. en vriend M. werd het een gezellige bende. Het vuurwerk zelf was prachtig, de speciaal ervoor gecomponeerde muziek was niet echt mijn ding, maar viel toch mee, maar helaas, driewerf helaas, die muziek stond veels en veels te luid. En ik kan je verzekeren, ik ken comfortabeler zaken dan vuurwerk bekijken terwijl je constant je vingers in je oren moet houden (en neen, oordoppen hadden we jammer genoeg niet mee). Aangezien de vermoeidheid zich toch al wat liet gevoelen, besloten we maar wijselijk, maar met veel spijt, om niet meer mee te gaan om nog ergens een cocktail te gaan drinken (die feesten duren immers nog een week).

Maandagmiddag was ik met enkele Gentbloggers afgesproken voor de voorstelling van Studio Orka, een gezelschap waarover ik al veel lof had gehoord, waarvoor je snel moet zijn om kaartjes te kopen, maar die ikzelf nog niet had gezien. En jawel, die lof is meer dan verdiend: een schitterende voorstelling over eenzaamheid, maar toch met een grote dosis humor gebracht. Chapeau. Op het avondprogramma stond niet echt iets dat ons kon bekoren, dus werd het een rustig avondje thuis.

Op dinsdagmorgen hadden we kaartjes voor een andere voorstelling van Miramiro, zich afspelend op het Eiland Malem, vlak bij ons deur dus. Dat was een heel bizarre ervaring, we hadden vooral niet het gevoel dat het met theater te maken had, maar eerder met een project voor studenten stedenbouw of architectuur, waarbij “het Laboratorium voor de Ontwikkeling van het nieuwe Wonen (LOW) aan de stad van morgen bouwt … Ze ontwikkelen innovatieve woonmodellen op maat van de toekomstige stad.” Enzovoort. Eerlijk gezegd nogal zweverig bij momenten, heel bizar maar het zet wel aan tot iets verder denken. Dus da’s altijd meegenomen.
In de namiddag genoten van het mooie weer en op het Braunplein nog wat voorstellingen van puppetbuskers bekeken (niet dat ik sommige niet al gezien had, maar ze blijven wel goed), om de dag alweer af te sluiten met een rustige avond thuis. De week is immers nog niet om, en er staat nog een en ander op het programma.

Older Posts »

Categorieën