Gepost door: pharailde | oktober 18, 2020

Vurig

Vanavond zaten we in de zetel nog te overleggen waarnaar we gingen kijken. De haard brandde net, en ik had – voor het eerst in maanden – weer wat kaarsjes* aangestoken. Toen plots de bel ging, waren we zeer verwonderd wie dat kon zijn. Terwijl wederhelft E. naar beneden ging, werd er nogmaals aangebeld. Die moest dus dringend binnen zijn. Ik hoorde stemmen, en vervolgens meerdere voetstappen de trap weer opkomen. Wederhelft E. riep me nog toe dat ik niet moest schrikken, maar dat hij de brandweer meehad. Nog voor ik mij ook maar iets kon afvragen stonden er effectief twee brandweermannen en één brandweervrouw in vol ornaat in onze living. Wat was hier aan de hand?

Het bleek dat ze een oproep hadden gekregen van iemand uit de buurt die een brandlucht had waargenomen en dus voor alle zekerheid had gebeld, waardoor ze een controle deden in de buurt. Aangezien ze dus rook uit onze schoorsteen zagen komen, kwamen ze toch maar eens controleren of er bv. geen sprake was van een eventuele schouwbrand. Via infrarood maten ze snel de temperatuur in de schouw, maar gelukkig bleek alles in orde en waren ze binnen de vijf minuten weer weg. Ze hadden wel gevoel voor humor, want bij het binnenkomen vertelden ze dat ze gewoon “voor de kalender” kwamen 🙂
Toch wel een bizarre ervaring, zo op een rustige zondagavond.

* Ramses was zeer nieuwsgierig naar de kaarsen en mist nu toch wel enkele snorharen.

Gepost door: pharailde | september 29, 2020

Wenen 2019 (2)

Vrijdag 2 augustus

Na de extra lange reis gisteren was het al veel te laat geworden voor een avondmaal. We waren al blij dat we ons konden installeren, opfrissen, zowaar nog een blogpost schrijven en ons bed opzoeken.

Het eerste werk na de ochtendroutine en het ontbijt was dan ook de vlotste manier uitzoeken om met het openbaar vervoer in het centrum te geraken, aangezien het via de U4 niet lukte. Dit bleek de combinatie van de tram (lijn 52 of 60) tot aan Westbahnhof en waar we de keuze hadden uit verschillende metrolijnen, afhankelijk van onze bestemming. Daarnaast moesten we uitzoeken waar we kaarten voor dat openbaar vervoer konden kopen, d.w.z. uitzoeken waar de dichtstbijzijnde pers/tabakswinkel was, want in die zaken moest je zijn. Gelukkig was er Google Maps, maar die vertelde ons dat we nog slechts een kwartier hadden voor sluitingstijd (12 u.). We haalden dit nipt, om vast te stellen dat ze de hele dag open waren. Maar bon, we vonden de beste formule uit en waren eindelijk klaar voor een echte kennismaking met de stad. Gelukkig was die winkel vlakbij een tramhalte op de juiste lijn, waarna de metro ons naar Herrengasse bracht, startpunt van onze wandeling in de oude stad. Pas nu hadden we het gevoel dat de vakantie kon beginnen, en hoe konden we dat beter laten doordringen dan te starten met een aperitief op een terrasje aan de Naglergasse.

De rest van de dag volgden we onze neus en zwierven door de buurt. We lunchten zowaar veganistisch in een kleine, hippe, maar gezellige zaak, we passeerden een memoriaal voor de Joodse slachtoffers van de Holocaust (en waren toch wel verbaasd dat dit gewoon gebruikt werd als zitbank), we keken onze ogen uit naar de vele ornamenten en versieringen op gebouwen en de overheersende ‘slagroomarchitectuur’ – zeker niet altijd onze stijl, we liepen tot aan het Donaukanal (we waren een week in Wenen en hebben zowaar de Donau zelf niet gezien) en vandaar via de winkelstraten (ook hier achtervolgden de wegenwerken ons) tot aan de Stephansplatz, waar we uiteraard de Stephansdom bezochten.

Aan de Stephansdom werden we ook geconfronteerd met de toeristische industrie: een stadsritje in een koets of met een riksja was geen enkel probleem, en het bijwonen van een concert werd je bij wijze van spreken door de strot geramd door jobstudenten in historisch aandoende outfits. We hadden wel een boeiende babbel met een van hen, onder meer over concerten in de Gouden Zaal van de Musikverein, maar het kostte ons moeite om hem duidelijk te maken dat we niet geïnteresseerd waren in een ‘toeristenconcert’ met fragmenten van bekende werken. Naast de kerk konden we sowieso van muziek genieten, want daar vond een soort vrij podium (denken we) voor pianisten plaats.

Van de Stephansplatz sloegen we, na een terrasje (wegens sanitaire stop), de Graben en de daarop aansluitende Kohlmarkt (uitkomend op de Hofburg) in. Beide winkelstraten herbergen onder meer modehuizen die onze portemonnee mijlen- en mijlenver te boven gaan. Denk aan Dior of Karl Lagerfeld. Er zijn ook winkelpuien en – interieurs terug te vinden van beroemde Oostenrijkse architecten, maar daarnaar gingen we later specifiek op zoek. Halverwege Graben werd een imposante barokke “Pestzuil” opgericht, na de pestepidemie van 1679.

Gepost door: pharailde | september 25, 2020

Pas de Calais, oui de Sluis

Na de toch wel atypische zomervakantie, keken we bijzonder uit naar het weekend Pas-de-Calais (kuststreek tussen Cap Blanc-Nez en Cap Gris-Nez) met de vriendenkoppels S. en H., en L. en A. Door omstandigheden konden J. en N. er helaas niet bij zijn. Vorig jaar hadden we met ons achten een memorabel, gezellig weekend in de Ardennen doorgebracht, en dit was voor herhaling vatbaar.
Gezien de stijgende coronacijfers had ik toch wel stress of we gingen kunnen vertrekken, en jawel hoor, woensdagavond (16 september) – twee dagen voor vertrek – veranderde de code oranje in code rood, waardoor afreizen naar die streek verboden werd. In extremis zochten en vonden L. en A. een nieuw verblijf voor ons zessen in Heille, in de omgeving van Sluis (Zeeland kleurde nog groen en geen van ons zocht risicosituaties op). We keerden dus onze kar en vertrokken vrijdagochtend naar het noorden i.p.v. het zuiden, om elkaar te ontmoeten in het centrum van Sluis.
Hoog tijd voor aperitief en bijkletsen en lunchen en bijkletsen, allemaal volgens de aldaar geldende coronaregels. Vandaar vertrokken we naar Nieuwvliet voor een wandeling in het natuurgebied de Verdronken Zwarte Polder, maar daar hadden we toch het gevoel dat we ergens verkeerd gelopen waren en we in een stuk waren waar we niet mochten lopen, dus keerden we op onze stappen terug, zochten de juiste richting maar die was ons niet zo duidelijk, dus trokken we maar naar het strand voor een wandeling aldaar en, uiteraard, een drankje op het terras van een strandpaviljoen.

Daarna was het hoog tijd om te gaan inchecken in De Groene Specht, onze B&B (eigenlijk alleen B, want voor het ontbijt moesten we zelf zorgen) in Heille, gelegen te midden de polders. Op enkele mankementen na, was het best een gerieflijk en ruim huis voor drie koppels. We hadden zelfs twee bijzondere buurvrouwen 🙂

Die heerlijke dag sloten we af in een Grieks restaurant in Sluis, en na een slaapmutsje en een gezellige babbel zochten we ons bed op.

’s Nachts kreeg S. echter het bericht dat zijn vader plots overleden was, waardoor hij onmiddellijk naar huis vertrok. H. bleef voorlopig. Dit had natuurlijk zijn weerslag op de sfeer van het weekend. Heel even werd zelfs de vraag gesteld of we het niet volledig moesten afgelasten, maar we vonden dit niet nodig. Het gaf ook de gelegenheid aan S. en H. om, wanneer ze dat wensten, zich even terug te trekken uit de mallemolen van dergelijke gebeurtenissen. Zo kwam S. op zaterdagavond terug en vertrokken ze samen weer op zondagavond. Wel schrapten we enkele geplande activiteiten en maakten veel meer ruimte om gewoon op het gemak te zitten, wat soms tot diepgaande gesprekken leidde en de vriendschapsband hechter maakte.
De activiteiten waarvoor reeds gereserveerd was, lieten we wel doorgaan. Dit gaf ook de gelegenheid om even de gedachten te verzetten, en bovendien moesten we toch af en toe de deur uit om te eten, want om te koken hadden we geen zin (en ook niets in huis).

Op zaterdagnamiddag scheepten we in voor een rondvaart in de haven van Zeebrugge. We hadden geluk dat het stralend weer was met niet veel wind en rustig water. Het deed deugd en was tegelijk interessant, ook al is niet alles van de uitleg doorgedrongen (wij zaten achteraan de boot en de uitleg sloeg soms op zaken die we op (nog) niet konden zien – ook een opsomming van cijfermateriaal nemen mijn hersenen niet altijd op).

Op zondagnamiddag hadden we een afspraak in een struisvogelboerderij. Ik wist helemaal niet wat ik me daarbij moest voorstellen, en had stiekem wat schrik dat het een beetje teleurstellend zou zijn, maar niets was minder waar. We startten ons bezoek in de tearoom voor een pannenkoek (ons laat middagmaal) – die gemaakt bleek met struisvogelei – en konden ondertussen al volop genieten van die grote vogels. Dat bleken ook heel fascinerende dieren te zijn, en – toegegeven – ook wel grappig om ze bezig te zien. Je kan er uren naar kijken (en blijven foto’s nemen en filmen). Ze zijn ook heel nieuwsgierig en proberen je te pikken als je foto’s staat te nemen. Op een bepaald moment waren er drie kleintjes tegelijk aan mijn schoen aan het pikken. Maar ze hebben een brede bek en geen tanden, dus veel kwaad konden ze niet. Soms lukt het ook om hun nek te aaien. De kleintjes voelen heel ‘stekelig’ aan als je over hun rug wrijft, dat blijken hun veren te zijn die beginnen te groeien (te vergelijken met een stoppelbaard). We kregen ook een enthousiaste en omstandige uitleg over de werking van hun boerderij met een 180-tal dieren. Met een aantal wordt gekweekt, de rest is bestemd voor de vleesproductie.

Nadat we moeizaam afscheid genomen hadden van de struisvogels, vertrokken S. en H. weer naar huis en waren we nog met vier (we begonnen het weekend met zes in plaats van acht, ’s anderendaags waren we nog met vijf, ’s avonds weer met zes en nu nog met vier). Voor onze reservatie in De Zevende Hemel was er nog wat tijd voor een korte wandeling door Sluis. Ik kende dit stadje eigenlijk niet, en was ook verrast door de vesten. Ik moet er bij gelegenheid dus duidelijk op verkenning, maar daarvoor lees ik best wat meer over de geschiedenis van Zeeuws-Vlaanderen.

Maandagochtend was het tijd voor inpakken, een laatste aperitief ter plaatse (we konden die halve fles cava toch niet weggieten) en uitchecken, waarna we richting Cadzand reden voor een laatste blik op zee en strand. We belandden nagenoeg onmiddellijk weer in een strandpaviljoen (dames en hun blaas, het is me toch wat). Na de lunch namen we afscheid van L. en A. en toen waren we nog met twee. Door het stralende weer hadden we echter nog geen zin om huiswaarts te keren. Na een strandwandeling tot voorbij de radar in Nieuwvliet en terug, en een lange rit omwille van een onverwachte wegomlegging, arriveerden we rond acht uur weer thuis, en konden we nagenieten van een heerlijk weekend, ondanks de tragische gebeurtenissen, met zalig weer maar vooral met heel fijne mensen. We kijken al uit naar het volgend weekend (en noodlot, gelieve u dan wel koest te houden).

(De foto’s zijn van vriend S. en mezelf)

Gepost door: pharailde | september 12, 2020

Staycation 2020

Het was een topvakantie dit jaar, ’t is te zeggen, als je van hindernissenparcours houdt. Een normale vakantie kon je het niet echt noemen.

Begin dit jaar hadden we reeds beslist om deze zomer geen reis te boeken vermits wederhelft E. in juni nieuwe ooglenzen (begin juni het ene oog, eind juni het andere) kreeg omwille van cataract. Aangezien je bij operaties altijd rekening moet houden met dingen die kunnen misgaan, vonden we het veiliger om niets te boeken.
Als alles in orde was, kon we op het laatste moment nog iets boeken, terwijl ook vakantie in eigen land, met kortere uitstappen, ook tot de mogelijkheden behoorde. We gingen wel zien.

Maar toen kwam corona.

Normaal gezien begint onze vakantie met de start van de Gentse Feesten. Maar dit jaar waren er geen Gentse Feesten door corona. Ik vond dat uiteindelijk niet zo erg, maar wederhelft E. had het er lastiger mee. Ik besliste om die week nog de voormiddagen van thuis uit te werken, zodat we eventueel in de namiddag of ’s avonds nog iets konden doen. Uiteindelijk vonden we niet echt iets naar onze gading in het beperkte programma, en in online-evenementen hadden we geen zin. We profiteerden wel van het feit dat tijdens de Feesten de musea gratis zijn voor Gentenaars, en gingen naar Kleureyck. Van Eycks kleuren in design (Designmuseum), inclusief terrasje achteraf, en naar Gustave Van de Woestyne (MSK). In die week kon gelukkig wel de geplande barbecue met vrienden doorgaan, om af te spreken voor onze trip naar Cap Blanc Nez en omstreken half september (grote twijfels of die zal kunnen doorgaan, gezien de nieuwe stijging van het aantal besmettingen).

Vervolgens had ik vier weken vakantie, wederhelft E. drie.

Die vakantie zetten we trouwens in met wat extra volk in huis. Halfweg juli kregen we de vraag van zoon J. en vriendin D. of we hen een tijdje onderdak konden geven: er waren al een tijd gevelwerken aan hun appartementsblok bezig, maar nu situeerden de werkzaamheden zich ter hoogte van hun appartement, en het lawaai was niet te harden. Bovendien zijn ze allebei continu thuis. Sinds het begin van de coronacrisis is er voor zoon J. als zelfstandig geluidstechnicus geen werk meer, aangezien alle (culturele) evenementen en beurzen verboden zijn, en vriendin D. werkt van thuis uit. Daarbij kwam nog dat zij zich helemaal niet lekker voelde door een piepklein wezentje dat zich volop aan het ontwikkelen was/is. Jawel, de nieuwe generatie dient zich aan en als alles goed gaat, krijgen wij eind januari een kleinkindje. Joepie!
Dus wat zeg je dan als ouders: “natuurlijk zijn jullie welkom, kom maar af”. Heel gezellig, maar wel druk.

We waren wel niet van plan om ons tijdens deze ‘staycation’ op te sluiten en hadden toch een verlanglijstje opgesteld: twee dagen Limburg voor een bezoek aan het Gallo-Romeins museum en aan Bokrijk; trip naar Amsterdam voor de tentoonstelling Caravaggio/Bernini (graag gecombineerd met een bezoek aan onze vrienden in Leiden); uitstap naar Pairi Daiza met dochter M.; afspraak met twee vriendenkoppels in Ronse om de nieuwe woning van een van hen te bekijken, gecombineerd met een stadswandeling en een etentje; bezichtiging van een kasteel.

Maar ook hier waren er enkele spelbrekers. Om te beginnen waren er de verstrengde coronamaatregelen door een nieuwe stijging van het aantal besmettingen, met onder meer de (her)invoering van de vaste bubbel – nu van vijf ipv vier – (exit vriendenbezoek dus) en een serieuze uitbreiding van de mondmaskerplicht, waarbij we echt geen zin hadden om uren in de trein of een (openlucht)museum met een mondmasker op te vertoeven. Achteraf hoorden we trouwens dat Bokrijk zelfs de moeite niet was, aangezien bv. een groot deel van hun demonstraties en zo geschrapt waren. In augustus werden we dan getrakteerd op een hittegolf van meer dan een week. Voor mij is dat een periode van overleven ipv leven, met liefst zo weinig mogelijk activiteiten en zo veel mogelijk binnen blijven, dus uitstappen zijn zeker uit den boze. Ik was al superblij dat ik in die periode niet moest gaan werken. In dezelfde periode begonnen de werken aan de fietsonderdoorgang een klein beetje verder in de straat, en vond men het nodig om voor de -tigste keer her en der het voetpad open te leggen om te werken aan water, gas, elektriciteit of wie zal het zeggen. Rustig word je daar niet van, en dan heb ik het nog niet over het eeuwige samenspel van grasmaaiers, en nog erger, haagscharen.

Ook de oogoperaties hadden nog gevolgen. Het was al van meet af aan duidelijk dat wederhelft E. sowieso een bril ging moeten behouden. De oogmeting kon wel pas een maand na de tweede operatie gebeuren, en dan was het nog drie weken wachten op de bril. Die drie weken werden er helaas vier, zodat hij al weer aan het werk was toen hij eindelijk zijn bril had. Dit wil zeggen dat hij ruim twee maanden moeite had om te lezen en te computeren (dus ook om te werken), en dat hij uiteindelijk al sinds oktober slecht zag (hij had al in oktober een afspraak gemaakt bij de oogarts voor nieuwe glazen, kon pas begin februari terecht om te horen dat hij nog wat moest wachten op de nieuwe bril omdat eerst die operaties nodig waren, en die waren dus pas in juni). Gelukkig kon hij wel redelijk van ver zien, zodat bv. autorijden wel mogelijk bleef. Maar bv. museumbezoeken met veel te lezen info waren dan weer veel minder aantrekkelijk.

Oh, en dan was er ook nog de knie. Op een zaterdagavond laat (9 augustus, als ik me goed herinner) trok ik naar boven om te gaan slapen. Wederhelft E. had net een bad genomen en vermoedde dat hij een verkeerde beweging of zo gemaakt had, want hij kon absoluut niet meer op zijn knie steunen. Het bleek ijdele hoop dat de nacht beterschap zou brengen, want op zondagochtend was de situatie nog even erg. Dan toch maar advies aan dochter M. (als kinesist) gevraagd, die het raadzaam vond om er op de spoed te laten naar kijken. Daar vermoedden ze een probleem met de meniscus, maar ze konden niet veel doen omdat er eerst een beeld (foto, scan of echo) gemaakt moest worden maar het was niet ernstig genoeg om daarvoor de radioloog van wacht op te roepen. Hij kreeg krukken mee (nadat hij er eerst naar gevraagd had) en mocht ’s anderendaags terugkeren voor een echo en afspraak bij de orthopedist. Die wist uiteindelijk ook niet veel te zeggen, behalve dat er vocht in zat, en dat er vermoedelijk een stukje meniscus is losgekomen dat dan de knie blokkeerde (slijtage door ouderdom). Ondertussen was zijn knie blijkbaar vanzelf weer gedeblokkeerd, zodat meneer doktoor het niet nodig vond om nog een MRI voor te schrijven. De patiënt kon zelfs zonder krukken terug naar huis.

Maar voor alle duidelijkheid, ook al geeft dat hier de indruk, het was niet allemaal kommer en kwel hoor. Aan de vooravond van de hittegolf trokken we naar Cadzand, waar we begonnen met een aperitief in zo’n strandetablissement (noodzakelijke sanitaire stop), waar we bleven kletsen en dan maar meteen gegeten hebben, waarna we een strand- en duinenwandeling maakten en genoten van de zonsondergang, om vervolgens – met begeleiding van een prachtige opkomende volle maan – voldaan weer huiswaarts te keren.

Na de hittegolf gingen we er een hele dag op uit, richting Annevoie, voor een bezoek aan de tuinen aldaar. Die tuinen zijn een zalige plek om te wandelen en een namiddag te vertoeven. Gelukkig moesten we in de tuinen zelf geen mondmasker aandoen, tenzij er te veel volk op dezelfde plaats was, maar dat viel goed mee (het weer was ook niet bijzonder goed, wel aangenaam van temperatuur).

We sloten de dag af op het terras van een plaatselijk restaurant aan de oevers van de Maas.


(Nijlganzen aan de Maas)

Voor de rest gingen we alleen of met de dochter(s) op restaurant, las ik een volledig boek uit (Sweethearts. Verliefd op de bevrijder van Dirk Musschoot), haalde ik heel wat achterstallige bloglectuur in, en genoot ik van het feit dat niets hoefde (behalve het eeuwige huishouden, want koken en wassen en keuken opruimen, dat blijft maar doorgaan, ook tijdens vakanties).
Ik nam me ook voor om virtueel onze vakantie van vorig jaar te herbeleven door eindelijk het verslag van onze reis naar Wenen (jawel, in 2019) te posten, maar daar ben ik zelfs niet toe gekomen. Ik doe mijn best om dit de komende weken voor de annalen toch online te krijgen. Ik weet niet hoe ik dat vroeger deed, maar het lukt me helaas niet meer om regelmatig te schrijven.

Gepost door: pharailde | augustus 12, 2020

Kattenstories (2)

Na die noodlottige 5 december, hadden we alleen nog Luna, die zich dan ook de koning(in) te rijk voelde omdat zij nu alle aandacht kreeg. Maar madam, die in het voorjaar 16 werd, is dus ook al een oude dame, ook al is ze nog behoorlijk actief en gezond. Dit jaar had ze wel enkele infecties, maar ze heeft – tot nu – geen problemen met hart, nieren, schildklier, tanden, …

Maar aangezien we al die jaren meerdere katten hadden, begon het toch te kriebelen om weer nieuw leven in huis te halen, zeker na al die ouderdomskwalen en ziektes. Door Luna, die behoorlijk dominant kan zijn, was de adoptie van een volwassen kat geen optie. Bovendien zijn kittens zo ongelooflijk schattig. De dierenarts had al aangeraden om zeker twee kittens in huis te nemen: het is goed voor henzelf (ze kunnen terugvallen op een vertrouwde bondgenoot), en het is beter voor Luna (de kittens hebben elkaar om te spelen en te ravotten en kattenkwaad uit te halen, en laten haar dan veel meer met rust). Begin dit jaar lieten we ons dan bij de dierenarts op de wachtlijst zetten: zij krijgt regelmatig nestjes kittens binnen waarvoor een thuis gezocht moet worden. Gezien de tijd van het jaar, wist ik dat dit nog maanden kon duren.
Maar het werd mei en juni, en ik had nog steeds geen nieuws gekregen. Bij navraag bij de dierenarts bleken we niet eens op de lijst te staan: ze hadden die in de loop van het voorjaar gedigitaliseerd, en onze aanvraag bleek tussen de mazen van het net gevallen te zijn. Bummer. Op de Facebookpagina van Kat zoekt Thuis was ook al te lezen dat ze wel veel kittens hadden, maar dat je die pagina en/of hun website in de gaten moest houden, en zelf contact opnemen om te kijken of er een match was. Kittens adopteren bleek lang niet meer eenvoudig te zijn. Ik had inmiddels ook al een mail gestuurd naar het dierenasiel. Zo ergens half juni had ik “zo een dag”, zo een dag waarop het werkgewijs niet vlotte, waarop er nog van alles tegenzat (weet al niet meer wat, het zal dus wel niet zo erg geweest zijn), en het humeur zakte wat onder nul. Om er niet te veel aan toe te geven, besloot ik om even te verdwijnen in een andere wereld, en ik nestelde mij met mijn boek op het terras. Nog geen tien minuten later kreeg ik telefoon. Mijn ergernis sloeg al snel om toen ik hoorde dat het iemand van het dierenasiel was met de mededeling dat ze een thuis zochten voor twee zwarte katertjes van ruim drie maanden. Laat ik nu net een voorliefde voor zwarte katten hebben. We konden ’s anderendaags reeds terecht om ze te bezoeken en ze eventueel al mee te nemen!

Sinds woensdag 17 juni wonen deze twee schatjes, Ludwig en Ramses, nu bij ons.

Aanvankelijk vreesde ik dat we ze nooit uit elkaar gingen kunnen houden, maar dit lukt uiteindelijk redelijk goed (tenzij er één in een flits door het huis crost): Ramses is een stuk groter – ca. 400 gr. zwaarder dan zijn broer – maar ranker gebouwd, de vorm van zijn kop is anders, en hij heeft een dunnere staart. Bovendien heeft Ludwig van die heerlijk schattige witte pluimpjes in zijn oren (Ramses heeft die ook wel, maar ze zijn veel korter).

Ludwig

(Foto’s: zoon S.W.)

Ramses

(Onderste foto: zoon S.W.)

Twee heerlijke mannekes, twee spitsbroeders, die groeien als kool, superlief en schattig zijn, vooral ’s ochtends kunnen genieten van een knuffel (misschien best wel wat vroeger opstaan dan) en die dol zijn op het ontdekken van de wereld. De eerste dagen staken ze zich nog geregeld weg op moeilijk of onbereikbare plaatsen (achter de piano, onder vloerplanken van de overloop boven waarvan de zijkant nog niet afgewerkt was, onder de zetels), maar ze eisten al snel hun plaats in huis op en vermaakten ons met hun capriolen. Het kwam goed uit dat ik nog in een gedeeltelijk thuiswerkregime zat door de coronamaatregelen, waardoor ik hen goed in de gaten kon houden (en er vooral langer van genieten). Ze waren er helaas wel in geslaagd om reeds na twee dagen de draad van de oplader van de laptop van wederhelft E. kapot te krijgen met hun fijne maar vlijmscherpe tandjes en nageltjes. Een uitstapje naar de winkel en € 85 later kon de laptop weer opgeladen worden (ik was vooral verwonderd dat die oplader nog te verkrijgen was, aangezien de laptop toch al zo’n 10 jaar oud is). Enkele weken later beten ze ook het antennedraadje van de radio in stukken. Dat is nog niet hersteld. Hilarisch is dan weer als ze spelen met kleine stoffen speelgoedmuizen. Die behandelen ze echt als hun prooi, en wie de muis bemachtigd heeft, zal ze niet direct lossen. Broerlief moet dan ook niet in de buurt komen, want dan wordt er gegromd dat het een lieve lust is. Jammer genoeg geraken die muizen gemakkelijk zoek in een hoekje, of onder een kast, waardoor ze soms een tijd uit beeld verdwijnen.

En na de jacht ben je moe natuurlijk

De reactie van Luna op die twee kleine monstertjes is nog redelijk positief, ik had erger verwacht. Ze vond het natuurlijk niet leuk, en het duurde een tijd vooraleer ze haar draai vond (dat ze op die tijd tweemaal ziek geweest is – eerst een herpesinfectie op haar bovenlip, en recent een serieuze keelontsteking – zal er ook geen goed aan gedaan hebben), maar echt agressief naar hen is ze niet. Ze mogen wel niet te dicht in haar buurt komen, dan blaast ze wel of deelt ze een tik uit, maar ook dat betert. Tot mijn verbazing laat ze zich wel doen als Ramses het weer eens op haar eten gemunt heeft terwijl zij nog aan het eten is. Dan loopt ze gewoon weg. Anderzijds konden die twee sloebers die eerste dagen ook een hoge rug opzetten als Luna in hun buurt kwam.

Ondertussen zijn ze hier bijna twee maanden en al zeer goed ingeburgerd. Het valt wel op hoeveel gelijkenissen er zijn tussen kittens en kleine kinderen: er is heel veel dat ze mogen, maar ze doen toch net het liefst die zaken die voor hen niet geschikt zijn of waaraan je gehecht bent. Zo lieten we hen na een paar weken het terras verkennen, maar al gauw vond Ludwig – onze kleine avonturier – de weg naar de tuin beneden, en een paar dagen later zat hij al op de tuinmuur (wat ik liever niet had uit schrik dat hij de weg terug niet ging vinden indien hij langs de andere kant naar beneden sprong). Inmiddels hebben we toch enkele aanpassingen gedaan om hen in de tuin te houden. Voorlopig toch.

Maar hoe ouder ze zijn vooraleer ze de verdere buurt ontdekken, hoe liever ik dat heb. Nu zijn ze wel druk bezig met “prooien” te “vangen” en naar het terras te brengen: blaadjes, eierschalen (die ze op de composthoop vinden), …

Spitsbroeders

Gepost door: pharailde | augustus 8, 2020

Kattenstories (1)

Ik kom tot de vaststelling dat er nog een en ander te vertellen valt over onze poezenbeesten, na deze post. Dat avontuur met het infuus is uiteindelijk, na een paar sukkelpogingen, redelijk goed gelukt. Het grootste probleem was aanvankelijk dat Tornado niet wou blijven liggen waardoor die naald constant verschoof en er meer water naast dan in hem liep. Maar na wat experimenteren, vonden we toch een – helaas omslachtige – methode die werkte. We moesten er wel met drie voor zijn. Ik legde Tornado in een platte doos op tafel, hield hem vast en deed het gedeelte met de naald. Wederhelft E. zette een statief op tafel waaraan de zak met vocht hing, en bediende de vochttoestroom (als de naald verschoof en het water naast Tornado liep, moest wederhelft E. onmiddellijk de toevoer stoppen – ik kon dat zelf niet omdat dat ventieltje te hoog zat), en ondertussen voederde dochter E. Tornado met stukjes vlees die hij lekker vond (hespenworst, kipfilet). Zo was hij voldoende afgeleid en slaagden we erin om hem toch tussen vijf en tien minuten te laten stilliggen. Een heel gedoe, maar zo kregen we zijn vochtgehalte toch enigszins onder controle.

We wisten uiteraard dat dit slechts een lapmiddel was en dat we hem niet meer konden genezen, maar we konden het hem daardoor wel comfortabeler maken. En inderdaad, de daaropvolgende maanden ging zijn toestand almaar achteruit, ondanks hogere dosissen van zijn medicijnen. Vrijdag 16 augustus was bijna het einde van de vakantie, de volgende maandag stond weer in het teken van op tijd opstaan en gaan werken. Die vrijdagochtend kon ik voor de derde maal op rij de dag beginnen met het opkuisen van een plas vuil in de living. Dat moment was een breekpunt. Ik zag het echt niet zitten om de komende dagen op dezelfde manier te beginnen, en zeker niet als we weer aan het werk moesten. Ik heb toen, met veel pijn in het hart en een immens schuldgevoel (omdat ik mij egoïstisch voelde), de dierenarts gebeld om hem te laten inslapen. Zij wist me gelukkig te overtuigen dat een schuldgevoel niet nodig was, dat we de voorbije maanden al zo goed voor hem gezorgd hadden, dat hij gewoon op was en vooral, dat we hem niet echt een dienst bewezen door hem verder te laten sukkelen.
R.I.P. Tornado, tot groot verdriet van de kinderen ook, omdat hij meer dan 16 jaar bij ons gewoond heeft, omdat ze er grotendeels mee opgegroeid zijn (van de drie katten die in 2004 met ons mee verhuisd zijn, was hij ook de enige die er nog was) en vooral omdat hij zo aanhankelijk was. Als je hem oppakte had hij ook de – blijkbaar wel speciale – eigenschap om gewoon in je nek te gaan liggen, als een lekker warme sjaal.

En ook al miste ik hem sterk, het was de dagen erna dat ik pas goed besefte hoeveel tijd er eigenlijk in zijn verzorging kroop. Luna en Nabucco haalden er wel voordeel uit, want zij kregen nu een pak meer aandacht 🙂
Anderzijds was ook Nabucco al lang een ‘zorgenkat’. Ze was nog zeer jong toen we merkten dat ze zeer regelmatig in huis plaste: ze bleek kristalvorming in haar urine te hebben, waardoor ze aangepast eten moest krijgen. Dat wil zeggen dat de andere katten mee op dieet moesten, want leg maar eens uit aan een kat dat ze alleen uit hun eigen eetbak mogen eten. De kristallen verdwenen, maar het plassen bleef. Helaas. Zo had ze een tijdlang de gewoonte om aan de poot van de (elektrische) piano te plassen, wat telkens een gedoe was om dat zwaar instrument op te heffen om daaronder schoon te maken. Dat heb ik gelukkig opgelost door op die plek haar eetbak te zetten. We hadden ook al lang gemerkt dat ze heel gevoelig was voor stress: aan tafel zitten en je stoel even verschuiven op het moment dat ze passeerde, was genoeg om haar een halve meter omhoog te doen springen. Ook vreemden kon ze niet appreciëren: zodra ze de bel hoorde, vluchtte ze onder de zetel en bleef daar tot het bezoek weg was, zelfs al was dat pas vele uren later. Ik denk echt dat hier vrienden over de vloer geweest zijn die Nabucco nooit gezien hebben. Het vele plassen hebben we gelukkig grotendeels onder controle gekregen door haar dagelijks een kalmeringspilletje te geven, maar voor haar schrik voor vreemden hielp dit niet. Ik was wel al blij dat het niet omgekeerd was 🙂

Ergens in het voorjaar van 2019 was er dan iets eigenaardigs met haar aan de hand: terwijl ze aan het eten was, was ze ineens omgevallen, ze geraakte niet meer recht en reageerde echt raar. Na een paar minuten deed ze weer normaal, maar Dochter E. (want ik was aan het werk) is toch met haar naar de dierenarts geweest. Die heeft niet gevonden wat er precies aan de hand was, maar constateerde wel dat Nabucco een hartvergroting had, dus nieuwe medicijnen erbij. Verder zagen we niets meer aan haar en was ze weer haar eigenste zelve.
Tot 5 december. Ik stuurde in de loop van de namiddag vanop het werk een bericht (geen idee meer waarover) naar dochter E. Na haar antwoord liet ze er “Weet je het al van Nabucco?” op volgen, waardoor al mijn alarmbellen afgingen, zeker omdat ik van haar geen verdere info meer kreeg. Ik vond toen een mailtje van wederhelft E. met het droeve nieuws dat Nabucco overleden was. Hij had Nabucco onderaan de trap gevonden toen hij op weg was om de deur te openen voor klanten. Ze zag er niet goed uit en maakte een heel klagend, angstaanjagend geluid. Aangezien hij zelf niet weg kon, is dochter E. met haar naar de dierenarts geweest, maar toen ze haar op de behandeltafel wilden leggen, bleek ze reeds gestorven te zijn. Ik heb dan, voor zover mogelijk, geprobeerd om dochter E. telefonisch wat te troosten, wat niet evident was. Nabucco was haar maatje, zeker de laatste maanden, en dochter E. was een van de weinigen bij wie ze op schoot wilde blijven liggen.
Omdat ze niet goed wist wat gedaan, heeft dochter E. Nabucco dan maar mee terug naar huis genomen. ’s Avonds heb ik haar dan teruggebracht zodat ze kon worden opgehaald om te laten cremeren. Volgens de dierenarts was ze zo goed als zeker overleden door haar hartkwaal. En dat in de fleur van haar leven: ze was in het voorjaar 10 jaar geworden. Trip down to Memory Lane hier en hier.

Gepost door: pharailde | juni 10, 2020

Randomness

Een ideetje gezien bij Saturnein, en ook gezien bij Vief, en ik dacht “Waarom niet?” 🙂

1. Pak het boek dat het dichtste bij je ligt, ga naar pagina 18 en zoek regel 4

Uit het boek Het verhaal van de familie Bloch. Een joodse patissier op de vlucht tijdens de Tweede Wereldoorlog (Tina De Gendt en Karel Van Keymeulen):
[In de hele stad is] gedonder te horen. Rodolphe sluit de kassa af. Hij is kalm, [maar zijn handen trillen.]

2. Wat deed je voor je deze tag begon in te vullen?

Vandaag een dagje verlof en dus lekker lui nieuwsberichten lezen.

3. Wat hoor je op het moment?

Wederhelft E. tijdens zijn online pianoles.

4. Wanneer ben je voor het laatst buiten geweest? Wat deed je toen?

Gisteravond: eindelijk weer naar de kapper geweest. Blij dat dat coronagrijs weer verdwenen is (ik ben er echt nog niet aan toe om een grijze kop in de spiegel te zien – niet dat het lelijk is of zo, maar het ziet er zo flets uit) en het weer wat in model ligt.

5. Heb je gedroomd afgelopen nacht?

Ja, maar geen idee waarover. Ik moet regelmatig mijn bed uit voor een sanitair bezoek, en dan weet ik dat ik gedroomd heb (dus verschillende dromen per nacht), het laatste beeld zweeft nog in mijn hoofd, maar ik kan het niet fixeren en zeker het verhaal of context niet reconstrueren. Heel soms lukt het mij wel, maar als ik opsta, ben ik dat alweer vergeten.
Ik merk ook dat als ik bv. overdag even in slaap sukkel en na enkele seconden wakker schrik, ik vaststel dat ik al aan het dromen was.

6. Wanneer heb je voor het laatst gelachen? Waarom?

Zo erg, ik kan me zelfs niet herinneren wanneer ik voor het laatst geschaterlacht heb. Wel regelmatig geglimlacht bij cartoons (maar helaas is dat meestal groen lachen, omdat de inhoud zo schrijnend is).

7. Wat hangt er op de muur van de kamer waar je in bent?

Een reproductie van het schilderij Portret van Adèle Bloch-Bauer I (Gustav Klimt), een reproductie van het schilderij De Kat (Bart van der Leck) en een affiche van de tentoonstelling Liber Floridus (STAM, 2011)

8. Zou je het ooit overwegen te emigreren?

Niet echt, zeker nu niet meer (en ik hoop dat de omstandigheden ons nooit nopen om te vluchten/emigreren). Ik zou dat wel niet erg gevonden hebben om bv. door werkopportuniteiten een tijd in het buitenland te vertoeven (en nog niet, denk ik). Soms vraag ik me dat wel af, hoe het zou zijn om een paar maanden in een andere wijk, een andere stad, een andere provincie, een ander land, … te wonen.

9. Door wie ben je voor het laatst gebeld?

Door mijn moeder.

10. Laatste keer dat je in een zwembad zwom?

Pffff, zeer lang geleden. Ik vermoed van 2005, op vakantie in het zuiden van Frankrijk, samen met mijn zus en haar gezin, toen we een vakantiehuis gehuurd hadden met een zwembad.

11. Luister je op het moment naar muziek?

Ja, naar de radio (Klara). Momenteel spelen ze het eerste vioolconcerto van Wolfgang Amadeus Mozart. En ik heb geluk, zo dadelijk spelen ze dan de 5de symfonie van Ludwig van Beethoven.

12. Welke kleur is de vloer van je slaapkamer?

Houtkleurig (een plankenvloer van berkenhout).


(De vloer is hier wel niet zichtbaar, maar is van dezelfde planken als het loopvlak onder het raam).

13. Als je iets kon veranderen aan je huis (ook al is het niet handig of mogelijk), wat zou het dan zijn?

Vooral dat de resterende delen ook afgewerkt geraken – zoals een vloer in de gang (is helaas technisch een ingewikkelde klus), verder afwerken van de trap, aanleg van de trap naar de tuin, zodat we eindelijk ook eens werk kunnen maken van de tuinaanleg.

14. Wat is het laatste wat je hebt gekocht?

Een tienrittenkaart van De Lijn (de nieuwe, die je moet scannen).

15. Ooit op een motor gereden?

Neen, en ook geen behoefte aan. Ik heb helemaal niets met motors, integendeel.

16. Wat is het verste weg wat je ooit bent geweest?

Kinshasa, een vijftal weken op familiebezoek (december 1986 – begin januari 1987).

17. Heb je ooit een trofee/beker gewonnen?

Neen.

18. Hoe heette je eerste huisdier?

We hebben thuis altijd katten gehad, maar ik herinner me van een aantal ervan hun namen niet meer. Ik weet dat er een aantal Tybaerts rondgelopen hebben, en een Mio. Op een bepaald moment hadden we dan ook een kat die ‘van mij’ was, die heette Archibald, een wit-zwarte met halflang haar.
Op een gegeven moment wou mijn vader een hond in huis halen, een Ierse Setter, want daar was hij dol op. Hannibal bleek een niet te temmen beest en een kampioen in ontsnappen (in de loop der jaren zijn er nog drie Ierse Setters gevolgd: Ea, Filou en Flodder).
We hebben ook een papegaai gehad, Kabissa, en konijnen, en hamsters, en parkieten.

19. Wat is de laatste film die je in de bioscoop hebt gezien?

Amour is (een van) de laatste. Denk ik.
Het is al jaren geleden dat we nog naar de bioscoop geweest zijn. Vroeger gingen we zeer regelmatig, maar op gegeven moment is dat gestopt. Ik weet eigenlijk niet meer waarom. Wellicht omdat we een beetje de voeling met de bioscoop kwijtgeraakt zijn – zeker met de Decascoop, maar daar gingen we ook al lang niet meer naartoe (of toch zo weinig mogelijk).

20. Zing je onder de douche?

Absoluut niet. Om te beginnen zing ik zelden (ik kan geen toon houden), ook al zit ik dikwijls wel met muziek in mijn hoofd. Maar onder de douche is de laatste plaats waar ik zin zou hebben om te zingen. Bovendien douche ik ’s ochtends, en dan moet ik nog wakker worden.

21. Wat doe je als je je verveelt?

Vervelen, wat is dat? Dat is een werkwoord dat ik nog niet gevonden heb in mijn woordenboek.

22. Wat wilde je vroeger worden?

Als kind had ik een periode dat ik kapster wilde worden.
Maar het is uiteindelijk een heel andere richting uitgegaan (historica en archiefmedewerker).

23. Hoeveel sleutels zitten er aan je sleutelbos?

Vijf.

24. Welke auto rijd je?

We rijden met een Volkswagen Passat.
Zelf rijd ik niet (meer) met de auto. Al meer dan tien jaar niet meer, om verschillende redenen. En nu is de drempel om weer achter dat stuur te kruipen veel te hoog geworden. Ik heb te veel schrik, en het sterk toegenomen verkeer de laatste jaren is niet bepaald motiverend.

25. Wat is je favoriete tijd van de dag?

De late avond. Als de wereld weer stilvalt (en uiteraard als ik wakker genoeg kan blijven om ervan te genieten).

26. Hoe ver van je geboorteplaats woon je?

Een 3-tal km. Ik ben geboren in het toen nog bestaande Sint-Vincentiusziekenhuis (waar ook onze kinderen geboren zijn). Nu is dat opgegaan in het AZ Sint-Lucas.

27. Ben je een vroege vogel of een nachtmens?

Een avondmens.
Anderzijds, toen ik indertijd examens had, was ik te moe om ’s avonds lang door te studeren, en stond ik de ochtend van het examen om drie of om vier uur op, om de laatste stukken leerstof nog zoveel mogelijk te verwerken (ik was zelden klaar om alle leerstof ingestudeerd te krijgen).

28. Wat voor baantjes heb je gehad?

Ik heb veel gebabysit, heb als vakantiejob in een ijssalon in Heist gewerkt, heb een aantal maanden in een pub gewerkt, heb als interim één week Nederlands gegeven in het lager middelbaar, en sinds 1992 ben ik in de archiefwereld terechtgekomen.

29. Strek je linkerarm zo ver uit als je kan. Wat kan je aanraken?

Een bijzettafeltje.

30. Nieuwe en spannende dingen die je zou willen delen?

Neen. Ik heb geen spannend leven, en dat vind ik prima. Het gewone, dagelijkse leven is soms al spannend genoeg 🙂 .

Gepost door: pharailde | juni 4, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 5

41. Welk cijfer zou je je gezicht willen geven?

Een vijf. Niet echt lelijk, maar toch een aantal verbeterpunten.

42. Was je goed op school?

Middelmatig. Struikelvakken waren wiskunde en fysica, soms chemie, soms ook Frans. Wie mij kent, zal niet verbaasd zijn dat geschiedenis mijn lievelingsvak was, ook Nederlands en Engels vielen onder de betere vakken.
Van mijn hele schoolcarrière heb ik aan de vier jaar geschiedenis aan de UGent (toen nog RUG) de mooiste herinneringen, hoewel ik ook daar geen uitblinker was – eerder de goede middelmaat.

43. Hoelang sta je gemiddeld onder de douche?

Ik begin de dag steevast met een douche (ben niet het type om eerst nog geruime tijd in pyjama rond te lopen), maar de duur ervan Hangt ervan af of ik mijn haar moet wassen of niet. Indien niet, dan is dat een kleine vijf minuten, indien wel, is dat een kleine tien minuten (dit is inclusief inzepen – dan is de kraan dicht – en douchetegels volledig afdrogen).

44. Denk je dat er buitenaards leven bestaat?

Het zou me zeer sterk verbazen indien er in dat eindeloze heelal nergens een of andere vorm van leven ontstaan zou zijn. Hoe dat leven eruit ziet, dat is weer een andere vraag (wellicht niet zoals in al onze sciencefictionverhalen).

45. Hoe laat sta je meestal op?

Op werkdagen iets over zeven, op vakantiedagen rond half negen, negen uur, op zondagen kan dat tien uur zijn (afhankelijk van wat op zaterdagavond in de agenda stond). Maar we liggen ook zelden voor middernacht in ons bed.

46. Vier je altijd uitgebreid je verjaardag?

Wat wordt verstaan onder uitgebreid?
Neen, verjaardagen worden niet gevierd met een groot feest of een schare vrienden.
Ja, op verjaardagen trekken we er steevast een dag (of soms zelfs twee) op uit voor een bezoek aan een tentoonstelling, een andere stad, een museum, … waarbij we de dag afsluiten met een etentje. Ik hou er ook van om rond mijn verjaardag een datum te prikken om alle (schoon)kinderen samen rond de tafel te hebben. Meestal gaan we dan ergens eten halen: zo moet ik niet in de keuken staan, maar is het wel veel rustiger om te praten dan op restaurant.

47. Hoe vaak kijk je per dag op Facebook?

Daar kan ik geen aantal op zetten, soms is dat meer, soms minder (zie ook vraag 33).

48. Wat is je favoriete ruimte in huis?

Living (in de winter en als het ’s avonds donker is), slaapkamer (ook slaap ik te weinig, ik hou van slapen), terras (als het mooi weer is – evident).

49. Wanneer heb je voor het laatst een hond (of een ander dier) geaaid?

Nog geen vijf minuten geleden: de kat die naast mij in de zetel ligt.

50. Wanneer ben je op je best?

(Ik loop nu al twee dagen na te denken wat ik hierop moet antwoorden, wat ze precies bedoelen met die vraag, maar zo geraakt deze aflevering niet gepubliceerd natuurlijk – het lukt me vooral niet om te omschrijven in welke omstandigheden ik het best functioneer (ik vermoed dat ze vooral dat bedoelen), dus beperk ik me tot enkele omstandigheden waarin ik me goed voel)
Als het rustig is rondom mij (en in mijn hoofd)
Als we op reis/uitstap zijn
Als ik een goed boek/goede film/goede tentoonstelling … gelezen/gezien heb
Als het me lukt om klussen die al lang liggen te wachten, weggewerkt zijn (die eeuwige procrastinatie, zucht) – maar als ik ergens aan begin, dan weet ik ook van geen ophouden, want dan zie ik nog dit, en nog dat, enz.
Als wat ik doe (een werkopdracht, iemand helpen, …) of zeg waardevol is voor iemand.

Gepost door: pharailde | april 7, 2020

1000 vragen aan jezelf, afl. 4

31. Welk boek heb je het laatst gelezen?

32. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Het huidige kapsel (kort bob kapsel) heb ik sinds eind 2015. Daarvoor was het schouderlang, in laagjes geknipt om toch ietwat volume te krijgen. Ik heb dus ultrafijn haar, dat in de loop der jaren ook nog eens behoorlijk uitgedund is geworden. Het stak me tegen dat het er onderaan altijd zo trieperig uitzag, dat ik er de schaar heb laten inzetten. Het heeft nu wat meer karakter, vind ik.

33. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Neen. Ik gebruik de pc/telefoon zeer veel, dat geef ik toe, maar ik kan gerust uren met andere dingen bezig zijn, of op uitstap, of op bezoek, zonder dat ik op mijn foon kijk, tenzij om iets op te zoeken (achteraf wil ik wel facebook inhalen, dat wel 🙂 ). Hij staat wel altijd aan, en ’s nachts ligt hij naast mijn bed (daar gebruik ik hem ook zeer zelden), gewoon om bereikbaar te zijn.

34. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

No comment.

35. In welke winkel kom je graag?

In boekenwinkels.
Bij L’Occitane – wel duur, maar ze hebben enkele producten waar ik zeer tevreden over ben (wel jammer dat hun winkel in Gent nu weg is).
Bij Bonami – even schaamteloos reclame maken voor een goede vriendin van ons. Ik hou enorm van de sfeer van haar winkel, en, toegegeven ook van de koopwaar, dus kom ik daar toch niet al te vaak.
In teken/knutselwinkels. Ik vind het zalig om al die materialen (allerhande soorten papier, potloden, verf, stiften, enz.) in alle kleuren te zien. Dan vind ik het echt jammer dat ik niet creatiever ben om daar ook iets mee aan te vangen.

36. Welk drankje bestel je in een café?

Een glas rosé of een glas cava.
Afhankelijk van het moment of het gezelschap kan dat ook een warme chocomelk of een glas tonic zijn.

37. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Dat is een ingewikkelde om uit te leggen.
Ik heb altijd moeite om te vertrekken, dit wil zeggen, mij losmaken van de ene omgeving waar ik het goed heb om naar een andere omgeving te gaan. Dit houdt dus in dat ik moeite heb om thuis te vertrekken, ik wil dan nog van alles doen, of heb gewoon geen zin om schoenen en jas aan te doen – er is ook geen verband met waar we naartoe gaan, of ik er zin in heb of niet). Maar als we dan ter plaatse zijn, is de kans groot dat we bij de laatste blijvers zijn.

38. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Ik zou het niet weten. Ik ben eerder een uitvoerder dan een ondernemer. Ook op het werk behoor ik niet tot diegenen die nieuwe, verfrissende ideeën op tafel leggen.

39. Wil jij altijd winnen?

Tuurlijk. Winnen is leuk en goed voor je zelfvertrouwen. Maar het is niet het belangrijkste. Ik zal niet agressief of depressief worden omdat ik niet gewonnen heb. Het belangrijkste is dat ik plezier aan het spel beleefd heb (al zal ik wel hard vloeken op mezelf als ik bv. een fout (of geen) antwoord gaf op dingen die ik had moeten weten) en dat de medespelers een zelfde ingesteldheid hebben (en vooral kunnen lachen).

40. Ga je naar de kerk?

Vroeger wel, al lang niet meer (en sht, je moet dan weten dat ik ooit vormselcatechese gegeven heb, en een regentaatsdiploma heb waarbij ik o.m. godsdienst mag geven). Zoals veel mensen alleen nog voor een huwelijk of een begrafenis, maar de communie sla ik ook al lang over.
Indien ik mocht herbeginnen, zou ik ook een aantal dingen anders doen – geen kerkelijk huwelijk, geen dopen, geen communies meer. We hebben daar toen wel voor geopteerd omdat we het element “plechtigheid” wel belangrijk vonden, even stilstaan bij cruciale levensmomenten, maar zonder het geloofsaspect. Aangezien we beiden niet vertrouwd waren met andere opties (er was ook nog geen internet), hielden we het bij wat we kenden, ook al was bij ons allebei van geloof geen sprake meer. Gelukkig hadden we wel een pastoor die daar begrip voor had en ermee rekening hield.

Gepost door: pharailde | maart 25, 2020

Ziekenboeg (2)

Vervolg van dit.

Maandag 16 maart
Vrijdag werd op het werk beslist dat, naast de reeds geannuleerde publieksactiviteiten en externe vergaderingen, ook de leeszaal werd gesloten en dat alle interne overlegmomenten opgeschort werden. We kregen ook de keuze om naar kantoor te komen of – al dan niet gedeeltelijk – thuis te werken. Ik besloot om, zolang zoon S.W. in het ziekenhuis lag, gewoon naar kantoor te gaan, en te profiteren van het feit dat het zeer rustig ging zijn: weinig verkeer, weinig volk op de bussen, geen studenten in de buurt, afgelaste kermis, geen vrijwilligers en minder collega’s. Zalig gewoon.

Na het werk nam ik de tram naar het ziekenhuis om nog wat propere kleren en andere spullen die hij gevraagd had, af te geven. Aan de hoofdingang was een kleine bezoekersruimte afgebakend, zodat je het ziekenhuis niet kon binnenglippen. Ik gaf de tas aan de verpleegster (gelukkig had ik er op voorhand aan gedacht om er zijn naam en kamernummer op te schrijven) en ging naar huis. Ik maakte mij de bedenking dat je met het openbaar vervoer toch veel tijd moet hebben: ik was tussen werk en thuis ruim anderhalf uur onderweg om slechts enkele minuten in het ziekenhuis te zijn.

In de loop van de dag hadden ze, tot zijn grote vreugde, wel al die drain verwijderd, omdat er nog amper vocht uitliep. Op de foto’s was helemaal onderaan in zijn long wel nog een restant te zien, waardoor ze ’s anderendaags gingen bekijken of er al dan niet nog een kijkoperatie nodig was. Indien dit niet nodig was, en indien zijn CRP-waarden significant genoeg gedaald waren, werd er al stilaan over eventueel op woensdag naar huis gaan gesproken. Afwachten was andermaal de boodschap.

Dinsdag 17 maart
Laatste werkdag op kantoor: het archief werd helemaal gesloten en iedereen moest thuiswerken, behalve één collega die zich aanbod om in te staan voor de permanentie. Dit hield dus ook in dat ik moest bekijken welk werk ik thuis ging doen (ik was bezig met de inventarisatie van een archief en in dat stadium was het niet opportuun om alles te vervoeren) en wat ik daarvoor moest meenemen. Dan maar ook het thuisfront opgebeld om vervoer te regelen, want met die dozen op de bus ging niet goed lukken (het vertrek ’s avonds verliep trouwens ook in een heel vreemde atmosfeer: het leek een beetje op de sfeer voor de jaarlijkse collectieve sluiting in juli, maar toch ook niet, want het was geen vakantie, we hadden werk mee, en we wisten/weten ook niet hoelang dit allemaal zou/zal duren).

Nadat dit allemaal geregeld was, kreeg ik zowaar een bericht van zoonlief dat die “als-en” ok waren (er was geen kijkoperatie nodig, zijn CRP-waarden waren voldoende gedaald en de behandeling kon overgeschakeld worden van infuus naar pillen en dus thuis voortgezet worden) en dat hij dus naar huis mocht.
Ik contacteerde dan maar opnieuw het thuisfront om verder af te spreken: nadat wederhelft E. mij op het werk oppikte, reden we door naar het ziekenhuis om zoon S.W. op te halen (ik gokte er – gelukkig correct – op dat dit vlot zou verlopen, aangezien het heel kalm was op de weg; in normale omstandigheden zou dat een langdurige rit geweest zijn). Wederhelft E. moest ’s avonds dan nog naar een klant.

Zoon S.W. was dan wel heel erg blij om die ziekenhuismuren achter zich te laten, maar was toch even blij toen hij na het eten zijn – eigen – bed kon opzoeken, ondanks de talloze trappen naar zijn kamer – hij moet toch drie verdiepingen naar omhoog
[Daar had ik wel wat schrik voor, dat al die trappen te veel zouden zijn, maar uiteindelijk bleek dat mee te vallen, als hij het op zijn gemak deed/doet. Volgens de kinesist in het ziekenhuis was dat zelfs niet slecht, die trappen, omdat hij op die manier toch wat in beweging blijft zonder buiten te moeten].

Woensdag 18 maart
Een rare dag: ook al werkte ik af en toe eens een dag thuis, was het nu toch moeilijk om mijn draai te vinden.
De toestand van zoon S.W. was relatief goed, ook al was hij nog heel snel moe. Voor de rest viel er niet veel te melden.

Donderdag 19 maart
In de loop van de namiddag kreeg ik een bericht van dochter M. dat ze met hun kater naar de dierenarts moesten omdat zijn voorpoot helemaal opgezwollen stond, en ze het niet betrouwde. Poes Luna was wel snel hersteld na haar antibioticaspuit van vorige week, maar ze had sinds vorige donderdag plots regelmatig niesbuien. Dus heb ik aan dochter M. gevraagd om te informeren of het nodig was dat ik met Luna nog eens langskwam, want met die chaotische week en coronatoestanden was het er nog niet van gekomen om zelf te bellen. Ik mocht om half acht langsgaan voor nog een antibioticaspuit, want de dierenarts betrouwde het toch niet helemaal.

*****

Ondertussen zijn we een kleine week verder en gaat het leven zijn verdere gang. Zoon S.W. herstelt rustig verder en lijkt elke dag een klein beetje beter. Vrijdag moet hij op controle en ik ben wel benieuwd. Ook Luna lijkt genezen.
We blijven braafjes binnen, behalve om boodschappen te doen of een frisse neus te halen, ontvangen geen bezoek en doen ons werk gewoon voort van thuis. Normaal gezien zijn de lockdownmaatregelen nu tot en met 5 april, maar ik ben benieuwd. We hadden begin april een weekendje Bonn geboekt om een tentoonstelling over van Beethoven te bekijken, maar dat valt helaas in het water. Gelukkig had ik nog geen treintickets gekocht. Vandaag kregen we wel bericht van het hotel dat het hotel sowieso gesloten is tot half april, en dat ze ons een voucher zullen bezorgen. Later op het jaar kunnen we alsnog Bonn verkennen, weliswaar zonder Beethovententoonstelling, maar dan is er nog altijd zijn geboortehuis.
Wat me wel opvalt in deze coronatijden: we worden op sociale en andere media overladen met tips om onze dagen te vullen (online voorstellingen, online films, online museum/monumentenbezoeken, challenges, en noem maar op) met telkens de boodschap “nu jullie toch tijd hebben”. Maar we hebben helemaal geen extra tijd: we werken nog steeds fulltime, we worden overspoeld met massa’s informatie die we een beetje willen volgen, en dat huishouden loopt ook niet vanzelf, integendeel zelfs, aangezien de poetsvrouw niet meer komt, komt het schoonmaken er ook nog bij.
Voor de rest gaat het leven hier zijn gewone gangetje, ook al hadden we vorige week beiden het gevoel dat de hele situatie heel bevreemdend, heel surrealistisch aandoet. Ik vind het ook niet heel erg dat het een na het andere afgelast werd, dat geeft even een ademruimte in de agenda. En het feit dat het overal zo rustig is (behalve op onze wandeling in de Bourgoyen gisteren), bevalt me ook ten zeerste.

Om af te sluiten nog een fotootje van Luna (een foto van de (zieke) zoon heb ik niet, en zou niet in goede aarde vallen, vrees ik). Wat zouden we doen zonder poezenfoto’s in deze surrealistische tijden 🙂

Older Posts »

Categorieën