Gepost door: pharailde | september 30, 2018

Stockholm 2018 (5)

Onze eerste stop op dinsdag was de Riksbank. Toen we onze eerste betaling in cash wilden doen (ik vermoed de lunch op de eerste dag), bleek dat we betaalden met oude biljetten. Die had ik nog liggen van een vorige trip naar Stockholm (inmiddels 6 jaar geleden), en bleken inmiddels vervangen te zijn door nieuwe biljetten, en waren dus niet meer geldig. Omdat je voor de omwisseling van oude biljetten in België
steeds terechtkan in de Nationale Bank, gingen we ons licht dus opsteken bij de Riksbank. Omwisseling was inderdaad mogelijk: we kregen een formulier mee dat we ingevuld, samen met de biljetten, een kleine 1.600 SEK (ca. € 160), moesten opsturen naar de bank. Zoals steeds gold dat niet voor de munten. Ik had er ook te laat aan gedacht om te vermelden dat we in België eigenlijk geen geld mogen opsturen met de post, we gingen dus wel zien.
(Update na de reis: enige tijd na thuiskomst formulier en geld opgestuurd, drie weken later een mail ontvangen dat het geld toegekomen was, en inmiddels werd het geld gestort (wel met aftrek van zo’n € 10 administratiekosten)).

Omdat ik voor dochter M deel 3 van Harry Potter (De gevangene van Azkaban) in het Zweeds wou kopen, zochten – en vonden – we een boekhandel (en het boek), waarbij we meteen een beeld kregen van – een deel van – het winkelcentrum.

Langs het imposante parlementsgebouw ging het weer richting Gamla Stan.

Aangezien het personeel gisteren zo vriendelijk was om ons ticket een dag te verlengen, wilden we toch zeker een bezoek brengen aan het Tre Kronor museum (‘Tre Kronor’ of ‘Drie kronen’ is sinds de middeleeuwen het embleem van het Zweedse koninkrijk). De schatkamer en het antiquiteitenmuseum van Gustav III droegen niet echt onze belangstelling weg.
Er waren wel nog wat hindernissen vooraleer we eindelijk het museum binnen geraakten. En neen, het had niets met het ticket te maken, want dit werd zonder problemen aanvaard. Ik wou eerst nog een sanitaire stop, en ging ervan uit dat er in het museum toiletten waren. Maar ik werd verwezen naar het – afzonderlijk gelegen – ticketgebouw. Daar bleek dat een toiletbezoek alleen mogelijk was door het scannen van je ticket. En automatisering en een handgeschreven verlenging, dat gaat niet echt samen. Gelukkig was daar die vriendelijke man die mij had zien vloeken, en mij aanmaande om snel na hem door het poortje te glippen.
Om dan weer bij de ingang van het museum te komen, waar wederhelft E. stond te wachten, moest ik over het halfronde binnenplein. Bleek daar toch niet net de “changing of the guard” door te gaan. Dat zijn ceremonies die mij maar matig interesseren, maar ik moest noodgedwongen blijven kijken, want om aan de andere kant te geraken, moest je door het ceremonieel gedeelte, en ze stelden dat niet op prijs.

Het museum zelf is een aanrader. Het vertelt de geschiedenis van het koninklijk paleis, van de eerste fundamenten in de 13de eeuw, tot aan de brand in 1697. Toen zag het er naar ons gevoel veel mooier uit. Na de brand werd het volledig heropgebouwd zoals het er nu uitziet. Foto’s hebben we daar niet genomen, maar de afbeeldingen op deze pagina geven een mooi beeld.

Het was inmiddels al na 15 u. en vonden we iets te eten in een zomercafé op de binnenplaats van het koninklijk paleis. Even zitten en een hapje eten deden echt deugd.

Onze volgende halte was de aanlegsteiger van de bootverbinding naar Djurgården. Met al dat water in de stad wilden we hoe dan ook eens bootje varen, en die verbinding was inbegrepen in het metroticket. Ook een wandeling in het groen was aanlokkelijk. Bij aankomst was het wel kwestie van zo snel mogelijk van die plek weg te geraken, want we waren vlak bij de ingang van het pretpark Gröna Lund. En pretparken (en kermissen) zijn niet echt ons ding: veel te veel lawaai en volk, kraampjes met ogenschijnlijk onappetijtelijke eetwaren, en attracties waarvan ik al hoogtevrees krijg door ernaar te kijken alleen. We vonden een mooie wandelroute die ons tot aan de voordeur van Rosendals Slott bracht, een landhuis dat Jean-Baptiste Bernadotte ofte koning Karl XIV Johan had laten bouwen. Jammer genoeg konden we binnen geen kijkje nemen, want de paar foto’s die we van het interieur gezien hadden, maakten ons nieuwsgierig.
Een fijne gewoonte aldaar trouwens: bij sommige monumenten vind je een soort brievenbus met foldertjes in verschillende talen over het betreffende monument, die je er kan uithalen en gewoon meenemen. Zeer praktisch.

Het was er zalig toeven en heel begrijpelijk dat Jean-Baptiste daar een optrekje wilde. En beneden aan het water ontdekten we nog een prachtig kunstwerk van Jaume Plensa:

’s Avonds gingen we uit eten in een Italiaans restaurant (eigenlijk ga je in Zweden niet op restaurant maar op “restaurang”) vlakbij het hotel, in het gezelschap van “Spike” de meeuw. We hadden die al zien rondlopen, midden op straat, niet wijkend voor passanten of auto’s. Volgens het personeel komt die daar dus al verschillende jaren, op zoek naar etensresten, en laat hij/zij zich effectief door niets of niemand wegjagen. Ondertussen hebben ze hem/haar “Spike” gedoopt.

Advertenties
Gepost door: pharailde | september 27, 2018

Namur

Dinsdag was ik jarig, en naar inmiddels goed ingeburgerde gewoonte, nemen we die dag vrij en gaan we op verkenning naar een stad, een museum, een tentoonstelling, … of waar de jarige graag heen wil. En dan liefst met de trein, dat geeft toch een groter vakantiegevoel (en geen parkeerproblemen in een stad). Er is in ons land (of vlak over de grens) hoe dan ook genoeg te beleven. Ik vrees zelfs dat we niet genoeg verjaardagen meer zullen meemaken om alles te zien wat nog op ons virtuele lijstje staat. Maar laten we daar maar niet aan denken.
Dit jaar wou in naar Namen: ik was daar nog nooit geweest, en ik wou dat Musée Félicien Rops wel eens zien. Omdat de reistijd van thuis uit toch wel minstens 2.5 uur bedraagt, en ik absoluut geen zin had om op mijn verjaardag ontiegelijk vroeg op te staan, boekten we een overnachting en vertrokken reeds op maandag, kort na de middag, om rond 16 u. in Namen te arriveren. Het hotel was slechts een kwartiertje stappen (uiteindelijk bleek het hele centrum veel kleiner te zijn dan ik dacht, dus alles ligt op wandelafstand), en na het inchecken trokken we al snel op verkenning. Ik dacht aanvankelijk dat het hotel tegenover de gevangenis lag (de bouwstijl deed er zeer sterk aan denken), maar het bleek het Afrikamuseum te zijn. Oeps.

Langs de oever van de Maas, en vervolgens over de Samber, ging het richting citadel. Shame on me, maar ik was dus glad vergeten dat Samber en Maas in Namen samenvloeien. Lagereschoolleerstof dus, ahum. ‘k Zal het maar op de leeftijd steken zeker 🙂

Onze route werd gehinderd door wegenwerken, dus gingen we maar een blokje om. Ook de voet van de citadel bleek getransformeerd in een werfzone, maar we vonden zonder problemen de trappen en de paardentrap naar de top. Onderweg genoten we van de mooie uitzichten (altijd een goed excuus als je eigenlijk gewoon even wil uitblazen).

Bovenaan bleek ook de Esplanade een werfzone annex archeologische site, en het gebouw dat op Google Maps stond aangeduid als Indisch restaurant was gesloten, leeg en … een bouwwerf.

Geen Indisch dus die avond – onderweg waren we al een Indisch restaurant gepasseerd, maar hun sluitingsdag is … op maandag. Uiteindelijk zijn we bij Bistro Phil beland, en hebben daar heerlijk gegeten (dorade met caponata en pestopasta).

Ik moet toegeven, sinds Facebook vind ik verjaren leuker geworden: het is wel fijn om zo even in de belangstelling te staan en al die verjaardagswensen te ontvangen.

Wij begonnen onze dag met een bezoek aan het Musée Félicien Rops. Dit stond reeds lang op mijn lijstje en was een aangename verrassing. Rops staat vooral bekend om zijn erotische en pikante tekeningen, maar ik vond er ook heel wat andere sterke werken, zoals “Enterrement en pays wallon” of “Absinthe Drinker” (absint moet toch behoorlijk wat sporen hebben nagelaten in de 19de eeuw, het is op een gegeven moment dan ook verboden geworden). Ook als karikaturist heeft hij zeker zijn sporen verdiend.
Er was amper volk in het museum, dus hadden we de gelegenheid om alles heel op het gemak te bekijken en te lezen.

Na de middag struinden we door het stadscentrum, onder meer op zoek naar enkele verborgen (en minder verborgen) hoekjes, waarover we gelezen hadden in het boekje “Hidden Belgium”, zoals een relict van de vroegere kabelbaan tussen het stadscentrum en de citadel.

Als laatste gingen we op zoek naar een muurschildering met verwijzingen naar bekende Walen, terug te vinden in de tuin achter het nieuwe stadhuis. We vonden het stadhuis, we vonden de tuin (in beslag genomen door het jonge volkje, want de scholen waren net uit), en met enige moeite vonden we de muurschildering, want … de hele muur stond in de steigers. Ze zijn daar naarstig aan het werk, in Namen.

Inmiddels begon de realiteit zich weer te roeren, en werd het tijd om van de diensten van de NMBS gebruik te maken.
Er zijn weer een pak herinneringen bij gekomen, herinneringen aan een fijne verjaardag, in heerlijk gezelschap, met stralend weer, en alweer een hoop nieuwe dingen gezien en geleerd (en nu onthouden dat Samber en Maas in Namen samenvloeien).

Gepost door: pharailde | september 19, 2018

Stockholm 2018 (4)

Toen we op zaterdag in Gamla Stan rondliepen, wisten we al zeker dat we nog eens wilden terugkeren om een aantal zaken te bezoeken en/of van naderbij te bekijken. Zo gezegd, zo gedaan en op maandag trokken we andermaal die richting uit.

We begonnen met een bezoek aan de kathedraal, de Storkyrkan. Die werd reeds vermeld in de 13de eeuw, en werd in de loop van de eeuwen uitgebreid en verbouwd tot haar huidige staat. De kerk bevat enkele bezienswaardigheden, zoals:
– het zilveren altaar, ca. 1650
– het beeld van Sint-Joris en de draak – Berndt Notke, 1489 (waarvan een bronzen replica uit 1912 te zien is op een pleintje in Gamla Stan)
– de rijkelijk versierde preekstoel, ca. 1700
– de even rijkelijk versierde koninklijke kerkbanken, ca. 1684
– kopie van het schilderij van Urban Målare (16de eeuw) dat het Stockholm uit die periode afbeeldt (kopie uit 1630) – zie ook Stockholm 2018 (2)

En wie de Storkyrkan in zijn volle glorie wil bewonderen, moet maar eens op YouTube zoeken naar beelden van het huwelijk van kroonprinses Victoria die in 2010 in deze kerk getrouwd is (en blijkbaar heeft het koningspaar toen toch niet plaatsgenomen in hun kerkbanken 🙂 ).

Na de lunch, op een terrasje in de schaduw van de kathedraal, reconstrueerden we de wandeling van zaterdagnamiddag, om een aantal foto’s te nemen. Die vind je ook terug in Stockholm 2018 (2)

Rond drie uur zakten we dan af naar het koninklijk paleis om te informeren of het qua tijd nog haalbaar was om dit te bezoeken, zeker omdat je met dit ticket het paleis kon bezoeken, het Tre Kronor Museum, het Gustav III:s Antikmuseum en de Skattkameren. Dat moest zeker lukken, volgens de info, we moesten daarvoor rekenen op een kleine twee uur.
Ik weet niet hoe ze berekenen hoelang een bezoek duurt, maar ons lukte dat duidelijk weer niet binnen de vooropgestelde tijd. Het liep reeds tegen vijf uur toen we ons bezoek aan het paleis afrondden, en dan hadden we nog niet eens de koninklijke kapel bezocht, laat staan de andere musea. En we zijn ook niet, een beetje tegen onze gewoonte in, in elke ruimte bij alles blijven stilstaan. Alleen iets meer bij de portretten, op zoek naar het portret van Désirée (Desideria), de vrouw van de Franse grootmaarschalk Jean-Baptiste Bernadotte, die begin 19de eeuw tot koning Karl XIV Johan van Zweden werd gekroond, omdat ik nu wel eens wou weten hoe ze eruit zag (altijd een boontje gehad voor Désirée, het eerste liefje van Napoleon en later getrouwd met Bernadotte, sinds ik als tiener een boek over haar heb gelezen). Het was snikheet in het paleis (de enkele ventilatoren die her en der stonden opgesteld voor de zaalwachters, waren zeer gegeerde rustpunten) en de gangen waren lang, en aldus hebben we geen foto’s genomen, behalve deze van de troon (niet direct onze stijl 🙂 ):

dig

Het koninklijk paleis is niet lelijk, maar ook niet memorabel. Grote delen zijn wel redelijk somber, en dan was het nog volop zomer. Hoe dan ook, ben ik wel blij dat we het gezien hebben.
Bij het buitengaan vroeg ik nog langs mijn neus weg of ons ticket de volgende dag ook nog geldig was, om de andere musea te kunnen bekijken, wat dus niet het geval was. Maar tot onze verbazing schreef ze op ons ticket dat het ’s anderendaags ook nog geldig was.

Gepost door: pharailde | september 9, 2018

Stockholm 2018 (3)

Onze bestemmingen tijdens de eerste twee dagen in Stockholm lagen allemaal binnen wandelafstand van het hotel. Op zondag planden we een bezoek aan een van de grootste publiekstrekkers, het Vasa Museet, dat wat minder op wandelafstand lag. Tijd dus om een studie van het openbaar vervoer te maken, wat me nog helemaal in de war bracht. We hadden een metrokaartje, maar ik vond op Google Maps nergens het metrostation in de buurt van het hotel: nergens de M van metro op de kaart te bespeuren. Tot we achterhaalden dat we naar de T moesten kijken, T van Tunnelbana dus. En nog een stommiteit van mij: pas die avond (dus na drie dagen) ontdekten we dat er vlak onder het hotel een metrotoegang is. We hadden die al opgemerkt, maar ik dacht dat het om een parkeergarage ging (er hangt ook een grote P voor een parkeergarage iets verder in de zijstraat). Er was opnieuw dat misverstand waarbij ik de T niet associeerde met metro. Ondertussen wel 🙂

Enfin, via metro en tram begaven we ons naar het Vasa Museet op het eiland Djurgården. En dat het een publiekstrekker was, bleek onmiddellijk uit de rij wachtenden om binnen te gaan.

Gelukkig ging het snel, ondanks de vergeefse pogingen van een stel Russische dames (het klonk toch zo) om voor te steken. Gelukkig waren de mede-wachtenden even alert.

Het hele museum is gewijd aan één enkel galjoen, de Vasa. Koning Gustav II Adolf hield van een partijtje zeeslag op tijd en stond, en had in 1625 de opdracht gegeven voor de bouw van vier oorlogsschepen. Drie jaar later werd hij ongeduldig om het eerste schip, de Vasa, in te zetten in zijn strijd tegen Polen, en dan voor het “seizoen” voorbij was. Op 10 augustus 1628 was het dan zover: de Vasa voer vanuit de scheepswerf naar het koninklijk paleis, waar ze vertrok voor haar maidentrip, om dan nauwelijks 1.300 m verder – ter hoogte van het eiland Beckholmen – door een windvlaag slagzij te maken, water te maken door de openstaande kanonpoorten (er werd na vertrek nog een eresaluut afgeschoten) en te zinken. Alleen de masttoppen bleven boven water, waardoor diegenen die niet konden zwemmen, een houvast hadden tot omliggende boten hen oppikten. De dodentol bleef al bij al relatief beperkt: ca. 30 van de 150 opvarenden, overleefden de ramp niet. Het aantal opvarenden was ook nog beperkt, want alleen de bemanning was reeds aan boord, de soldaten moesten onderweg inschepen.

De Vasa lag zo’n drie eeuwen, grotendeels intact, op de zeebodem (de masten waren al vrij snel afgezaagd), tot ze op 24 april 1961 geborgen werd en na 333 jaar weer boven water kwam. De daaropvolgende jaren werd ze geconserveerd en gerestaureerd, en sinds 1990 rust ze in een speciaal voor haar ontworpen museum.

Ik had mij duidelijk wel mispakt aan dit museum: gewoon dat schip eens bekijken, plus wat uitleg over de restauratie, dus gingen we wel snel weer buiten staan. Niet dus. We hebben er zo’n vier uur rondgelopen, tot sluitingstijd. Je kon het schip vanop verschillende verdiepingen bekijken, en overal werd uitleg gegeven: over zeevaart in de zeventiende eeuw, over het leven aan boord, over wat ze aten en dronken, over de onderdelen en de indeling van het schip zelf, over de ramp, over de berging, over de restauratie en conservatie, over mensen die de ramp niet overleefden (zo mocht de bemanning tijdens het eerste stuk van de reis familieleden meenemen aan boord, zodat er ook vrouwen onder de slachtoffers waren), over de niet te onderschatten rol van enkele vrouwen die bij de bouw van het schip betrokken waren, enz. Het was allemaal bijzonder interessant. Bijkomend voordeel was de airco in het museum, waardoor we geen last hadden van de warmte buiten.

Terug buiten, zochten we een bank aan het water om onze voeten wat te laten rusten, om te genieten van de rust en het uitzicht, en om de vele indrukken wat te laten bezinken. We wierpen nog een blik op de kruiden- en plantentuin van het museum, met planten die in de 17de eeuw voor allerlei doeleinden werden gebruikt en namen de tram terug naar de stad.

Na een heerlijke maaltijd op het terras van een Thais restaurant, was het wat zoeken naar het dichtst bijzijnde metrostation, voor de metro terug naar het hotel.

Gepost door: pharailde | augustus 26, 2018

Stockholm 2018 (2)

Toen we op zaterdagochtend uit het hotel vertrokken, passeerden we langs een parkje, met daarin de Ulrica Eleonora Church (of de Kungsholms Kyrka), gebouwd tussen 1673 en 1688. Koning Karl XI noemde de kerk naar zijn vrouw Ulrica Eleonora. Aangezien de deur openstond, besloten we onze nieuwsgierigheid tevreden te stellen en namen we een kijkje.

Via via hadden wij een bon voor een gratis rondleiding in Stockholm (dwz.: een vriendin van ons (Mamamayapost) had die bon via een give-away gewonnen bij Takemetosweden, maar kon die dit jaar niet gebruiken. Dochter M., die plannen had om naar Oslo te gaan (waar de bon ook geldig was), was geïnteresseerd, maar toen de reisplannen concreet werden, gingen wij Stockholm en zij naar Kroatië en kwam de bon bij ons terecht. Waarvoor heel veel dank aan alle betrokkenen. We hebben er echt van genoten.
Dus om een lang verhaal samen te vatten: wij kozen voor een rondleiding op zaterdag 28 juli om 14 u. in Gamla Stan, het eiland waarop Stockholm is ontstaan (tijdens de middeleeuwen was Stockholm niet groter dan dit eiland, dat toen trouwens kleiner was dan nu – ook de koning had er zijn residentie) en dus de oudste wijk.


(Deel van een schilderij van Urban Målare (16de eeuw) dat het Stockholm uit die periode afbeeldt (Storkyrkan (kathedraal), kopie uit 1630).

Het afspraak punt voor de wandeling was aan het Nobelmuseum, gelegen aan het Stortorget. We waren er ruim op tijd en vonden zowaar nog een vrije plek op een bankje (de komende uren zouden lastig genoeg worden). De voorspelde regen bleef gelukkig beperkt tot enkele druppels (alles en iedereen snakte wel naar water, maar een geleid bezoek in de gietende regen zagen we toch minder zitten. We genoten van de sfeer van dit plein, dat mij eerder Italiaans dan Scandinavisch aandeed. De buurt was ook duidelijk een toeristische trekpleister.

De wandeling viel ons heel goed mee. Mona was een heel aangename gids die zeer goed Engels sprak, en onze kleine groep bestond uit twee dames uit Den Haag, twee dames uit Frankrijk (een ervan eigenlijk uit Monte Carlo) en wij. We leerden van alles bij over de geschiedenis van Gamla Stan (en dus over de vroege geschiedenis van Stockholm), over leven en wonen aldaar, over illustere bewoners (een van de ABBA-koppels heeft er jaren gewoond), over kunstwerken en standbeelden (onder meer over Järnpojke of the little boy who looks at the moon), over ultrasmalle steegjes, over oude publiciteit, over runestenen en nog zoveel meer (heb het helaas niet allemaal onthouden). We voelden er onmiddellijk thuis, want de kasseistenen lagen er soms even slecht bij als hier in Gent.

Onderstaande foto’s zijn twee dagen later genomen, toen we de wandeling nog eens gedaan hebben om op het gemak foto’s te nemen (want aandachtig luisteren en tegelijk foto’s nemen, dat gaat niet altijd samen).

De wandeling eindigde op Riddarholmen, een klein eilandje ten westen van Gamla Stan, waar sinds de 17de eeuw heel wat adellijke paleizen gebouwd werden. Nu zijn er vooral overheidsdiensten gevestigd. In de middeleeuwen hadden de franciscanen er een klooster gebouwd, dat na de reformatie werd afgebroken. Alleen de kerk werd behouden, de Riddarholmskyrkan, waar sinds eeuwen (tot 1950) tal van leden van de Zweedse koninklijke dynastieën werden begraven. Erediensten worden er al sinds lang niet meer gehouden. Je krijgt er echt het gevoel van in een kerkhof rond te lopen: de vloer is een aaneengesloten geheel van grafplaten (een aantal zelfs in reliëf of met ringen aan de zijkant, zodat je goed moet uitkijken of je struikelt er gewoon over), en er zijn tal van crypten en zijkapellen met tombes en kisten.
Kleine anekdote: we waren nog in de kerk tegen sluitingstijd, en een personeelslid kwam een van de nissen – vol opeengestapelde kisten van een adellijke familie (helaas veel te donker om er een foto van te nemen) – afsluiten en blijkbaar is het traditie om bij het afsluiten “goedenacht” te zeggen, en bij het openen ’s ochtends “goedemorgen”.

En dan was er nog dit. In de kerk hangen ook de wapenborden van de overleden leden van de koninklijke Orde van de Serafijnen. Op een van de panelen met meer uitleg over o.m. die wapenborden, zagen we plots dit:

Iedereen die een beetje met Gent vertrouwd is, weet dat dit gebouw niet de Sint-Baafskathedraal maar het Belfort is. Het was evenwel niet geschikte moment om daarover iets te zeggen, maar ik kon het niet laten om toch iets op Facebook over te posten. Prompt nam dochter M. het initiatief om een mailtje te sturen, zonder verwachtingen om daarover nog iets te horen. Maar onlangs kreeg ze zowaar een antwoord, dat er duidelijk iets misgegaan was bij de opmaak van die panelen (ze hadden een slechte foto gebruikt, die moest vervangen worden, maar bij het nakijken van de drukproef niet meer gecontroleerd, en zo is een verkeerde foto gepubliceerd geraakt – vergissen is menselijk), en dat ze het gaan rechtzetten.

Na al dat wandelen en bekijken, passeerden we, op zoek naar een rustig terrasje, weer langs het Nobelmuseum, waar een fanfare het repertoire van … jawel, ABBA, zat te spelen. Voor zover we konden zien, zonder veel enthousiasme.
Een eind verder konden we dan eindelijk onze dorst lessen en onze voeten wat laten rusten, en hielden we ons bezig met “mensen kijken”. Er passeerde een feestelijk gekleed gezelschap (we vermoeden voor een huwelijk), en een van die jongedames had twee ruikers mooie witte rozen vast. Ze wou die duidelijk kwijt, en dumpte ze dan maar in een vuilnisbak. De terrasgangers bekeken elkaar vol ongeloof, iedereen had iets van “hebben we dat nu echt zien gebeuren?”. Maar de rozen werden nog gered, toen een dame aan de overkant besloot om de bloemen weer uit de vuilnisbak te halen. Ik hoop dat ze er toch nog wat geniet van gehad heeft.

Toen we later op de avond in een restaurant in de buurt van de kathedraal onze bestelling hadden gekregen, werden we nogmaals getrakteerd op … ABBA. Trop is toch wel te veel. Gelukkig zaten we buiten, en klonk de muziek wat gedempter. En gelukkig hebben we daarna nergens meer ABBA gehoord.

Gepost door: pharailde | augustus 19, 2018

Stockholm 2018 (1)

Na een lange (veel langer dan voorzien onderweg geweest) en korte (slechts enkele uurtjes slaap in een bloedhete hotelkamer) nacht tegelijk, deden we het die eerste dag heel rustig aan. Wat rondlopen in de buurt van het hotel, naar de supermarkt om wat drank voor op de kamer, heerlijk lunchen op het terras van – zo bleek – een van de oudste cafés van Stockholm (Café Fix) en vooral ontspannen op een bank in de schaduw in het Kronobergspark (waar op een hoek blijkbaar ook een Joods kerkhof was), want het was een hete dag en na de voorbije drukke weken, hadden we het nodig om wat te acclimatiseren en tot ons te laten doordringen dat het vakantie was.

Die bezienswaardigheden gingen niet weglopen en konden nog wat wachten.
Hoewel.
’s Avonds wilden we het traject richting Gamla Stan (waar we op zaterdagnamiddag een rondleiding geboekt hadden) toch even verkennen, kwestie van ’s anderendaags niet voor verrassingen te staan. Dit bracht ons naar de noorderoever van het Mälarmeer, waar we in de avondzon genoten van het uitzicht.

Wat verderop kwamen we langs het stadhuis, het Stadhuset (1923, architect Ragnar Östberg), waar we veel langer bleven rondhangen dan gedacht. Op foto’s, en vanuit de verte lijkt dit een heel massief gebouw – het is dan ook opgetrokken uit ca. 8 miljoen bakstenen, als we de gidsen mogen geloven – maar het bevat zoveel verrassende details, dat je blijft kijken en ontdekken. Een paar dagen later gingen we nog eens terug om dit prachtige gebouw ook binnenin te bewonderen, maar daarover later meer.

We beëindigden onze eerste avond uiteindelijk in Gamla Stan, in een restaurant waar ze de Zweedse keuken (had ik meteen de – wel heel lekkere – ‘köttbullar’ met o.m. ‘lingon’ gegeten, en voor wederhelft E. een zalmgerecht) serveerden, en waar we ook de hele avond op ABBA “getrakteerd” werden.

Op weg naar het hotel probeerden we de maan te spotten, maar die was nergens te zien, ook al was het goed aan het schemeren. We werden al de hele week om de oren geslagen met berichten over een bloedmaan en een maan die langer verduisterd ging zijn dan normaal, dus wou ik toch een glimp van het fenomeen bekijken. Op de brug in de buurt van het stadhuis stonden enkele mensen met camera’s en statieven te kijken, dus hoopten we op die plek toch een verduisterde maan te kunnen zien, maar helaas. Een brede wolkenband bleek de maan helemaal te verbergen. Achteraf lazen we dat ook op het thuisfront de wolken een domper op de feestvreugde zetten.

Gepost door: pharailde | augustus 8, 2018

We vertrokken op reis en Murphy ging (even) mee

De donderdag na de Gentse Feesten vertrokken we naar Zweden, eerst een week Stockholm, daarna een weekje op het platteland. Door tal van beslommeringen waren we er echt aan toe. Maar op de dag van vertrek zag ik er wel ongelooflijk tegen op: er moest nog van alles gebeuren (wassen, inpakken, instructies nalaten voor de thuisblijvers, oma een bezoekje brengen, enz.) en dit allemaal bij tropische temperaturen, waar ik niet zo goed tegen kan. Ook het weerbericht voor Stockholm voorspelde niet veel goeds: ook daar was het warm (en dan boek je een vakantie naar het noorden ipv het zuiden, net met het vooruitzicht op normale temperaturen).
Maar bon, alles geraakte rond, en tegen vier uur zette zoon S.W. ons af aan het station (de bus hadden we al gemist). De vlucht was om half acht, dus tijd genoeg, een avondmaal op de luchthaven was ingecalculeerd. Inchecken en security gingen vlot, het eten was een beetje nipt. Maar ondertussen achterhaalden we dat de vlucht vertraagd was naar tien uur. We installeerden ons toch maar al aan de gate, kwestie van een en ander van nabij te kunnen volgen. Ook andere vluchten hadden vertraging, en er werd nogal van gate veranderd.
We hielden ons bezig met lezen, facebooken en naar opstijgende en landende vliegtuigen kijken.

dav

Rond half tien, het moment dat we op Bromma moesten landen, zagen we dat het vertrekuur al verlaat was naar half elf. En jawel, ondertussen mochten ook wij naar een andere gate verhuizen. Tussendoor had ik wel het hotel gemaild dat we een pak later gingen zijn.
Rond kwart over tien was het vliegtuig eindelijk gearriveerd, dus dat vertrek om half elf leek me niet echt realistisch meer (eerst iedereen van het vliegtuig, vliegtuig kuisen en wat ze nog allemaal moeten klaarzetten voor vertrek, tanken, bagage uit- en inladen, de nieuwe lading passagiers op het vliegtuig, enz.). En het werd almaar leuker, want we kregen ook te horen dat de luchthaven van Bromma om tien uur sloot, en dat we dus op Arlanda (een heel pak verder van Stockholm) gingen landen.

dig

Inmiddels was het boarden begonnen, en dan plots weer gestopt. Was ik blij dat we nog blijven zitten zijn, want iedereen die al door de controle was, moest staan wachten tot de deuren richting vliegtuig opengingen. We moesten wachten tot er getankt wordt, maar wederhelft E. kon zien dat ze daar absoluut nog niet mee begonnen waren (achteraf bleek dat het desbetreffend personeel al naar huis was, en opnieuw opgetrommeld moest worden – of zoiets). Ze verontschuldigden zich voor het ongemak, en boden ondertussen aan iedereen wat water aan. Alleen zaten wij aan gate 52 en kon het water opgehaald worden aan gate 40 (wie de luchthaven wat kent, weet dat je behoorlijke afstanden kan afleggen tussen de gates). Wederhelft E. ging een kijkje nemen (er was toch niets anders te doen), vond daar niemand die water uitdeelde, maar wel een pak kleine flesjes. Hij heeft dan maar het hele pak meegebracht en dit uitgedeeld aan onze gate.

Enfin, uiteindelijk konden we ergens tussen half twaalf en twaalf het vliegtuig op (voor zover ik begrepen heb, lag de vertraging aan zware onweders en blikseminslagen op verschillende luchthavens), en stegen we zowaar op. Na een probleemloze vlucht landden we dan rond twee uur in Arlanda, en was het de vraag hoe we in het holst van de nacht naar ons hotel in het centrum van Stockholm gingen geraken. In het vliegtuig werd nog omgeroepen dat er een infopunt voorzien was, maar tegen dat we in de aankomsthal kwamen (ook de bagage liet nog enige tijd op zich wachten) was er niets of niemand van info te bespeuren. We hadden inmiddels achterhaald dat er ook ’s nachts nog luchthavenvervoer per bus naar Stockholm rijdt, en zo stonden we tegen tien voor vier aan het Centraal Station. Inmiddels was het zelfs al volledig licht geworden. Van daaruit was het nog een kleine twintig minuten stappen naar het hotel (wel vreselijk gênant om in die stille straten met je valiezen over hobbelige voetpaden te denderen, maar ze dragen was ook geen optie want de straat ging bergop).

De nachtploeg van het hotel was niet echt empathisch, ook niet onvriendelijk, maar ze konden ons nog niet onmiddellijk inchecken, aangezien de computer om een of andere reden aan het resetten was. Dus nog een kwartier wachten. De zon scheen al volop toen we rond half vijf eindelijk naar de kamer konden, en ons konden klaarmaken voor een korte nacht. Gelukkig kon je ontbijten tot elf uur.

Gepost door: pharailde | augustus 7, 2018

Gentse Feesten 2018

Naar jaarlijkse gewoonte, eerst en vooral de annalen over de Gentse Feesten bijwerken.

De week voor de feesten was redelijk hectisch: er moest – jobsgewijs voor ons allebei – nog heel wat afgerond worden voor de vakantie. Op dinsdag bleek dat oma (mijn schoonmoeder) gevallen was in haar appartement in Kortrijk, dus werd wederhelft E. geconfronteerd met een ziekenhuisopname en zorgen over hoe het nu verder moest, aangezien het duidelijk was – ook voor het ziekenhuispersoneel – dat het onverantwoord was dat ze weer naar huis zou gaan. Ze wordt 88, leefde nog alleen maar heeft moeilijkheden met haar kortetermijngeheugen. Kwestie dus dat ze zo snel mogelijk in een home terechtkan (ze staat wel al een jaar op de wachtlijst).
Daarnaast moest hij in die week op het laatste moment ook tijd vrijmaken voor repetities van de poppenspelvoorstelling Djiezes in het kader van het International Puppetbuskersfestival. Door allerlei omstandigheden liep het productieproces vertraging op, en werd het een zaak van het laatste moment. Wel stressvol dus.

Vrijdag 13.7, de laatste werkdag en eerste feestendag, verliep dan ook rustig. Wederhelft E. had generale repetitie van Djiezes en na afloop gingen we samen nog een stukje eten. Terwijl ik hem opwachtte aan de Sint-Michielshelling, zag ik nog de laatste seconden van het optreden van de twee “bliksemmannen”, de openingsact van de feesten. De vuurspuwende draak op het Belfort miste ik net. Na het eten ging het onmiddellijk huiswaarts, want geen van beiden was in de stemming om ons in de drukte te wagen.

Zaterdag 14.7 waren we, zoals elk jaar, op de Green (het Emile Braunplein dus) terug te vinden voor de voorstellingen van het puppetbuskersfestival aldaar. De Green werd dit jaar evenwel omgedoopt tot “Yellow”, “Rost”, of gelijksoortige namen, aangezien het gras een grote metamorfose had ondergaan door de warmte en de droogte. Wel fijn om weer een aantal EFTC-vrienden terug te zien.
’s Avonds troffen we elkaar opnieuw op een barbecue in Lochristi bij L. en A. Dat is natuurlijk een voordeel van het warme weer: overdag is het soms te warm, maar ’s avonds kan je lekker lang buiten zitten.

Zondag 15.7 was er de gebruikelijke afspraak op de Green, maar enkele Gentblogtvrienden troonden me mee naar de Kalandeberg voor de voorstelling aldaar. En dat ze gelijk hadden. Een prachtige voorstelling over een meisje en een wolkje door een Catalaans duo. Een voorstelling die ze volgens mij gerust voor de deuren van pakweg Nestlé mogen gaan spelen, aangezien het onderwerp betrekking had op waterschaarste en daarmee grof geld verdienen.
’s Avonds trokken we dan naar de Korenmarkt voor een gesmaakt optreden van Gili. Ik had er al heel wat positiefs over gehoord, en aangezien hij de broer blijkt te zijn van de vriendin van een vriend van wederhelft E., wou ik die zeker eens aan het werk zien. Daarna waren wij evenwel zodanig moe, dat we zelfs – voor het eerst in jaren – forfait gaven voor het vuurwerk.

Maandag 16.7 trok ik met dochter M. naar Theater Tinnenpot voor een musicalprogramma van Lieven De Brauwer. Zeer genoten van de voorstelling en het vakmanschap van de artiesten. Vervolgens gingen we samen een hapje eten om bij te kletsen, waarna ik richting Brabantdam (Protestantse kerk) trok voor de première van Djiezes. Helaas iets minder genoten, er waren een aantal mankementen op te noemen (onder meer over de verstaanbaarheid, maar ook over het stuk zelf, te gefragmenteerd en wat te langdradig).

Dinsdag 17.7 verwelkomden we met heel veel genoegen onze Leidense vrienden die enkele dagen kwamen logeren. We hadden voor brunch gezorgd en genoten van een heerlijke namiddag bijkletsen. Als je elkaar maar om de zoveel maanden ziet, valt er immers altijd heel wat te vertellen. ’s Avonds vertrok wederhelft E. naar de voorstelling van Djiezes, terwijl A. en D. de benen strekten in de Bourgoyen. Het werd vervolgens een laat avondmaal op het terras, genietend van de zwoele zomeravond, en van elkaar.

Woensdag 18.7 trokken we na ontbijt/brunch richting Gentse Feesten voor een voorstelling van Puppetbuskers op de Kalandeberg. Na een kleine versterking van de innerlijke mens op een terrasje aldaar, ging het richting Batacratie. Dit evenement moesten we toch eens met eigen ogen aanschouwen, en de wijze waarop een aantal politieke gebruiken aan de kaak werd gesteld, kon ons bekoren. We sloten de avond af in een restaurant op de Vrijdagmarkt en nog een slaapmutsje thuis.

Ook op donderdag 19.7 ging het na het ontbijt/brunch richting stad, maar naar een iets rustiger locatie. A. wilde in Kina De Tuin de tentoonstelling bekijken over ecologische toepassingen van zwamdraden als grondstof voor textiel, meubelen, e.d.m. We genoten van de stilte van de tuin, bekeken de tentoonstelling en dronken nog een cava in de – welkome – schaduw van de bomen, want het weer bleef warm. We moesten ons dan wel reppen, want wederhelft E. en ik waren afgesproken met dochter M. en vriend M. voor een Koreaanse barbecue aan de Eskimofabriek. Een bijzondere ervaring – zo at je niet van een bord maar maakte je een wrap van een blad sla, dat je vulde met rijst, dipsaus en dunne plakjes vlees, gebakken op een vuurtje in het midden van de tafel; groenten at je als bijgerecht (met stokjes) – maar wel zeer lekker. We sloten samen de avond af op Batacratie.

Vrijdagnamiddag 20.7, na onze vrienden uitgewuifd te hebben, hield ik het rustig, terwijl wederhelft E. oma een bezoek bracht. ’s Avonds ging ik samen met dochter M. naar de voorstelling Henri, mon amour door Luk De Bruyker, over Vina Bovy, een Gentse operalegende. Niet slecht, maar ik was toch niet helemaal overtuigd. Zoals dochter M. zei, de inleiding in het zwembad zelf (de voorstelling ging door in het Van Eyckzwembad) was eigenlijk overbodig. Wederhelft E. moest weer present zijn op de voorstelling van Djiezes.

Zaterdag 21.7 was een zeer kalme dag, met in de namiddag slechts enkele voorstellingen van het Puppetbuskersfestival op de Green. Terwijl Wederhelft E. zich daarna naar de laatste voorstelling van Djiezes begaf, keerde ik huiswaarts om dochter E. eens wat gezelschap te houden. Het schaap zat al zo dikwijls alleen de laatste week en stelde wat gezelschap op prijs.

Zondag 22.7, alweer de laatste dag van de feesten, startte met het – inmiddels traditioneel geworden – middeleeuws ontbijt, samen met vrienden. Na nog een drankje in de bar van het MIAT en heerlijk bijkletsen, was het alweer tijd voor de laatste voorstellingen op de Green. We sloten de Gentse Feesten af in een Indisch restaurant, samen met dochter E., en later op de avond met de EFTC-vrienden op de koer van de Achtersikkel. Tussendoor versasten we wel even naar de Belfortstraat om de draak dan toch eens vuur te zien spuwen. Wel leuk om het eens gezien te hebben, maar zeker niet de moeite om je daarvoor speciaal te verplaatsen.

De daaropvolgende dagen waren kalm en druk tegelijk: we moesten toch wat recupereren en weer in een normaal ritme terechtkomen, maar tegelijk moesten we nog een en ander regelen en voorbereiden voor onze vakantie naar Zweden (Zweedse kronen halen bv.). Dat normale ritme was ook relatief: op dinsdagavond waren we uitgenodigd voor een barbecue bij K. en K., en op woensdagavond kwamen zoon J. en vriendin D. nog eens frietjes eten. Sinds zij enkele maanden geleden gingen samenwonen, zien we ze uiteraard veel minder, en dan is het altijd feest als ze nog eens langskomen.

Gepost door: pharailde | mei 6, 2018

Rupsje nooitgenoeg

Nadat ik vanmorgen beneden de gordijnen had opengetrokken en de radio aangestoken, viel mijn oog op de klok, en vroeg ik me af wat daar op de rand zat. Het bleek een rups te zijn. Mij nog afvragend vanwaar die plots tevoorschijn kwam, zag ik op de muur nog een rups, en wat verder nog een. Waarna ik op het rooster voor de haard nog drie rupsen zag kruipen, en ook enkele op de vloer voor de haard. Het raadsel werd almaar groter, ik verstond er niets van. Tot ik er nog een aantal zag kruipen op een papieren zak in de haard. Toen begon het te dagen. We waren gisteren, zaterdag, naar het tuincentrum geweest om het jaarlijkse plantgoed voor op het terras, en ook nog een en ander voor de voortuin. Ik fleurde het terras weer helemaal op

Terras voor:

Terras na:

terwijl wederhelft E. een deel van de voortuin aanpakte: alle zwerfvuil opruimen (hoogste ergerlijk want dat komt steevast terug, grrrr), en ook onkruid en dode planten eruit. En een deel van die dode planten had hij dus in een papieren zak gestopt, om bij gelegenheid te gebruiken om de haard aan te steken. Mijn vermoeden was dat er op die plant ook eitjes van een of ander beestje zaten, en dat die uitgekomen waren, met als gevolg een horde rupsen op verkenning. Helaas voor hen had ik geen zin in een invasie, en ik heb die zak maar onmiddellijk in brand gestoken. De verkenningstroepen heb ik dan een na een gevangen en gedood. Het was eens iets anders op een zonnige zondagochtend.
En toen wederhelft E. beneden kwam, was het raadsel onmiddellijk opgelost: die dorre plant in de zak, bleek wijlen ons buxusplantje te zijn, en onze bezoekers duidelijk de nakomelingen van de buxusmot. Maar best dus dat deze bezoekers vernietigd zijn. Later op de dag vonden we hier en daar nog een verdwaalde rups op wandel, maar ook deze werden vakkundig van de muur geplukt en vernietigd. Hopelijk blijft het daar nu bij (*hout vasthouden*). Geen idee eigenlijk hoelang zo’n rups overleeft zonder eten, en of die rupsen zich ook te goed doen aan andere planten.

Gepost door: pharailde | januari 13, 2018

Kerstvakantie 2017-2018

De kerstvakantie was alweer veel sneller voorbij dan de periode van het aftellen ernaar (hoewel er niet veel ruimte was tot aftellen, door de vele zaken op het werk die nog moesten worden afgerond).
Wat hebben we zoal gedaan?

– De vakantie werd reeds ingezet op vrijdagmiddag, en later dan gepland, dit vanwege hoger vermelde deadlines die moesten worden gehaald). Aangezien wederhelft E. een afspraak had in Antwerpen, moest ik ook niet echt rekening houden met het thuisfront, en kon ik de laatste kerstinkopen doen (doordat ik dit jaar goed op voorhand wist wat ik voor wie wou kopen, deed ik de inkopen na het werk, gespreid over enkele dagen, zodat het mij niet echt veel extra tijd kostte, en ik vooral de drukte in de weekends kon vermijden). Thuisgekomen was het tijd voor nog wat administratie en financiën, en wat wastoestanden, want dochter E. vertrok ’s avonds voor twee weken naar Manchester. Aangezien ze nog nooit alleen met het vliegtuig had gereisd, had ik beloofd dat we haar naar de luchthaven gingen brengen, maar er geen rekening mee gehouden dat we dan tussen 6 en 7 uur de Brusselse ring moesten trotseren. Dat leek ons toch te riskant, gezien de vakantie-uittocht, en dus ging ik met haar gezellig mee met de trein. Alles ging vlot (het is toch opmerkelijk dat als je een ruime tijdsmarge neemt om te anticiperen op mogelijke vertragingen, alles supervlot gaat), ze was binnen de kortste keren ingecheckt, we gingen samen nog iets warms eten, en toen was het tijd voor een laatste knuffel. Ik bleef nog wat rondhangen tot ze een bericht stuurde dat ze door de security was, en toen was het tijd voor de eerstvolgende trein naar huis (waarvoor ik me nog moest reppen). Tegen negen uur was ik terug in Gent, en gingen we, als enige klanten, uit eten in een Chinees restaurant (gelukkig weg van alle lawaai en gewoel van de kerstmarkt enkele honderden meters verder). De vakantie kon nu echt beginnen.

– Zaterdag was een rustige dag, met wat opruimen, wassen, lezen, facebooken.

– Het was een atypische zondag, aangezien we na het ontbijt richting Colruyt trokken voor een combinatie van de wekelijkse (normaal gezien op vrijdagavond) en de kerstboodschappen. Ik had een grote drukte en een kaalslag verwacht, maar tot mijn vreugde was het er redelijk kalm en was alles wat nodig hadden nog voorradig. ’s Namiddags genoot ik nog wat van de rust en maakte ook chocomousse en apfelstrudel terwijl wederhelft E. zijn moeder een bezoek bracht in Kortrijk. Hij bleef veel langer weg dan gedacht, waardoor we rond vijf uur een zeer laat (en licht) ‘middagmaal’ nuttigden. Aangezien we kerstavond gewoon onder ons vierden, samen met zoon J. en vriendin D., waren we helemaal niet gebonden aan uren en planning. Er stond de traditionele fondue op het menu, en we bleven nog lang natafelen.

– Kerstdag dan. Sinds vele jaren is het de gewoonte dat we dat ’s avonds bij ons vieren, met mijn ouders, broer, zus en pleegzus, en ‘aanhang’, afhankelijk van wie vrij is. We opteren doorgaans voor een buffetformule, zodat we niet genoodzaakt zijn om aan tafel te eten (wat soms wat krap zou zijn). Dit jaar heeft mijn broer – heel lekker – gekookt, dus ook op dat vlak was alles relaxed. ’s Middags had ik de kinderen met hun wederhelft uitgenodigd voor een brunch, waarna we onderling cadeautjes uitwisselden, en er zowaar nog tijd restte voor een spelletje. Kortom, een heel gezellige dag.

– Na alle drukte was tweede kerstdag weer een rustige dag: lekker uitslapen (het was toch na twee uur toen we ons bed opzochten), huis en keuken weer bewoonbaar maken, en verder geen verplichtingen (zodanig rustig dat ik me zelfs al niet meer herinner wat ik nog gedaan heb 🙂 ).

– Woensdag gingen we inpakken en wegwezen, maar dat laatste was toch een stuk later dan gepland, door perikelen met de band van de auto (te ingewikkeld om hier uit de doeken te doen) en omdat we nog in de Colruyt bier wilden kopen voor onze Nederlandse vrienden. Tussen een en half twee zetten we dan eindelijk toch koers richting Arnhem. Het plan was om bij aankomst in Arnhem onmiddellijk iets luncherigs te zoeken, maar omdat we later vertrokken waren, en we ook geen zin hadden om ergens langs de snelweg te stoppen, beperkten we ons tot wat tussendoortjes onderweg. We gingen ’s avonds dan maar wat vroeger uit eten. Rond half vijf checkten we in in het hotel, dus van Arnhem zelf hebben we niet veel gezien, een nadeel van stadsbezoeken in de winter. Gelukkig was het nog volop kerst, waardoor onze avondlijke verkenningstocht sfeervol verlicht was. Bij een gebakkraam lieten we ons verleiden voor een portie oliebollen, maar dit bleek een serieuze afknapper: ze waren heel wat groter dan we thuis gewoon zijn, en bovenal waren ze koud. We aten er elk een en bewaarden de rest voor later, als we ze ergens konden opwarmen. Na een paar uur door de stad gedwaald te hebben – ondertussen wel al lekker gegeten – was het welletjes. We hadden het koud, het begon te regenen en we hadden het centrum ongeveer ‘gezien’, dus tijd voor wat lectuur in het hotel (op televisie vonden we niets van onze gading).

– Na het uitchecken ging het richting Kröller-Müller Museum voor de tentoonstelling van de Nederlandse schilder Bart van der Leck, die ik eigenlijk alleen kende van zijn schilderij van een zwarte kat, waarvan wederhelft E. in zijn studententijd een reproductie kocht, en die ons in de eetkamer van ons vroegere huis gezelschap hield. Zo hebben we weer heel wat bijgeleerd over zijn ander werk, maar ook over Helene Müller zelf en het ontstaan van het museum, dat aanvankelijk in de kantoren van de firma Kröller-Müller aan het Lange Voorhout in Den Haag werd ingericht.
We hadden nog behoefte aan een frisse neus, ook al was het grijs en fris, en maakten een wandeling door de uitgestrekte beeldentuin. Wel grappig om bij een aantal beelden in gedachten vooral de foto’s van 23 jaar geleden terug te zien, met de kinderen erop of errond. Toen kon dat nog, nu staan er overal bordjes dat je niet op het gras mag.

We sloten ons bezoek af met een kop deugddoende warme soep (het liep inmiddels al tegen vier uur – normale uren zijn duidelijk niet aan ons besteed) en een bezoek aan de museumwinkel voor een nieuwe reproductie van de kat (die oude reproductie bleek zodanig verschenen, dat het knalrood een heel vaal oranje is geworden) en uiteraard weer enkele boeken.

– Hoog tijd inmiddels om koers te zetten naar onze vrienden in Leiden. Het was alweer van februari geleden dat we elkaar gezien hadden en het verjaardagsfeest hadden we gemist door andere afspraken in de agenda (van dienst op de Gentse cultuurmarkt, en feest voor de tachtigste verjaardag van mijn moeder, waarop ik uiteraard niet kon ontbreken). Er viel dus heel wat bij te kletsen, wat we ook uitgebreid gedaan hebben, de rest van de donderdag en de hele vrijdag, terwijl we uitgebreid verwend werden. We waren wel half van plan om een wandeling in de buurt te maken, maar de aanblik van de natte tuin met regen en al dan niet smeltende sneeuw hield ons toch gezellig binnen. Soms zijn we echt watjes. In de late namiddag vertrokken we in de gietende regen (gelukkig geen sneeuw meer) weer huiswaarts, waar onze lieve zoon J. ons opwachtte met de vrijdagse frietjes.

– Zaterdag was weer een rustige dag, met huishoudelijke klussen en lectuur, en zoon J. assisteren die stoverij wilde leren maken. Bij het avondmaal konden we vaststellen dat hij dat zeker nog mag doen 🙂

– Ook de allerlaatste dag van 2017 verliep op het gemak, en in de late namiddag ging het dan richting Kempen om daar bij vrienden het oude jaar uit te wuiven en het nieuwe te verwelkomen. Ook hier werden we meer dan verwend (een mens moet zijn vrienden kiezen, nietwaar) en werd er uitvoerig bijgekletst. Geen wonder dat het al gauw drie uur ’s nachts werd vooraleer we de gezellige logeerkamer konden opzoeken, en in het nieuwe jaar kletsen we duchtig verder tot het echt tijd werd om afscheid te nemen. We werden immers in Kortrijk verwacht bij oma, de mama van wederhelft E., en we moesten nog ergens een taart kopen, wat tot mijn verbazing niet zo evident bleek. Pas de derde bakker die we passeerden, was nog open (en had gelukkig nog taart). ’s Avonds kwamen we gelukkig in een netjes opgeruimd huis thuis, want zoon J. en vriendin D. hadden op oudejaar een aantal vrienden van verschillende nationaliteiten over de vloer (vandaar ook de stoverij), en wij konden nog mee genieten van de heerlijke restjes van het feestmaal.

– De eerste week van het nieuwe jaar verliep een stuk rustiger. Lekker niets doen werd afgewisseld met gewone en minder gewone huishoudelijke klussen (zoals frietketel uitwassen, een album met oude kaartjes opruimen, nieuwjaarskaartjes schrijven en versturen, e.d.) en boodschappen. We bestelden nieuwe gordijnen voor onze slaap- en badkamer, ook de reproductie van de kat werd ingekaderd en opgehangen. Dat laatste verliep evenwel niet van een leien dakje (katten blijven eigenzinnig): alles was klaar, maar toen we de kader aan de haak wilden hangen, donderde die naar beneden. Het resultaat was een versplinterd houten frame. Brute pech maar niets aan te doen, en dus maar een nieuwe kader gekocht. Die hangt nu netjes aan de muur, de kat is getemd.

– Op donderdagnamiddag ging ik iets drinken met vriendin V., die een zware periode qua gezondheid doormaakt.

– Zaterdagnamiddag kwam dochter E. terug uit Manchester. Gelukkig hoefde ik niet weer naar Zaventem, haar ophalen aan het station in Gent was voldoende. En op zaterdagavond hadden we vrienden van vroeger op bezoek, de ouders van een lagereschoolvriend van zoon S.W., met wie we altijd een fijn contact hadden, maar die we door de gang des levens uit het oog verloren waren, tot we elkaar in de Colruyt (of all places) tegen het lijf liepen. We legden maar meteen een afspraak vast en ook dit werd een heerlijk gezellige avond.

– De laatste zondagavond had ik het wel wat lastig, moet ik toegeven. Ik had immers absoluut nog geen zin om ’s anderendaags weer aan het werk te gaan, maar anderzijds kan je maar genieten van vakantiegevoel als je daarbuiten gaat werken (of studeren). En inmiddels zijn we die werkmodus alweer gewoon.

Older Posts »

Categorieën