Gepost door: pharailde | augustus 19, 2018

Stockholm 2018 (1)

Na een lange (veel langer dan voorzien onderweg geweest) en korte (slechts enkele uurtjes slaap in een bloedhete hotelkamer) nacht tegelijk, deden we het die eerste dag heel rustig aan. Wat rondlopen in de buurt van het hotel, naar de supermarkt om wat drank voor op de kamer, heerlijk lunchen op het terras van – zo bleek – een van de oudste cafés van Stockholm (Café Fix) en vooral ontspannen op een bank in de schaduw in het Kronobergspark (waar op een hoek blijkbaar ook een Joods kerkhof was), want het was een hete dag en na de voorbije drukke weken, hadden we het nodig om wat te acclimatiseren en tot ons te laten doordringen dat het vakantie was.

Die bezienswaardigheden gingen niet weglopen en konden nog wat wachten.
Hoewel.
’s Avonds wilden we het traject richting Gamla Stan (waar we op zaterdagnamiddag een rondleiding geboekt hadden) toch even verkennen, kwestie van ’s anderendaags niet voor verrassingen te staan. Dit bracht ons naar de noorderoever van het Mälarmeer, waar we in de avondzon genoten van het uitzicht.

Wat verderop kwamen we langs het stadhuis, het Stadhuset (1923, architect Ragnar Östberg), waar we veel langer bleven rondhangen dan gedacht. Op foto’s, en vanuit de verte lijkt dit een heel massief gebouw – het is dan ook opgetrokken uit ca. 8 miljoen bakstenen, als we de gidsen mogen geloven – maar het bevat zoveel verrassende details, dat je blijft kijken en ontdekken. Een paar dagen later gingen we nog eens terug om dit prachtige gebouw ook binnenin te bewonderen, maar daarover later meer.

We beëindigden onze eerste avond uiteindelijk in Gamla Stan, in een restaurant waar ze de Zweedse keuken (had ik meteen de – wel heel lekkere – ‘köttbullar’ met o.m. ‘lingon’ gegeten, en voor wederhelft E. een zalmgerecht) serveerden, en waar we ook de hele avond op ABBA “getrakteerd” werden.

Advertenties
Gepost door: pharailde | augustus 8, 2018

We vertrokken op reis en Murphy ging (even) mee

De donderdag na de Gentse Feesten vertrokken we naar Zweden, eerst een week Stockholm, daarna een weekje op het platteland. Door tal van beslommeringen waren we er echt aan toe. Maar op de dag van vertrek zag ik er wel ongelooflijk tegen op: er moest nog van alles gebeuren (wassen, inpakken, instructies nalaten voor de thuisblijvers, oma een bezoekje brengen, enz.) en dit allemaal bij tropische temperaturen, waar ik niet zo goed tegen kan. Ook het weerbericht voor Stockholm voorspelde niet veel goeds: ook daar was het warm (en dan boek je een vakantie naar het noorden ipv het zuiden, net met het vooruitzicht op normale temperaturen).
Maar bon, alles geraakte rond, en tegen vier uur zette zoon S.W. ons af aan het station (de bus hadden we al gemist). De vlucht was om half acht, dus tijd genoeg, een avondmaal op de luchthaven was ingecalculeerd. Inchecken en security gingen vlot, het eten was een beetje nipt. Maar ondertussen achterhaalden we dat de vlucht vertraagd was naar tien uur. We installeerden ons toch maar al aan de gate, kwestie van een en ander van nabij te kunnen volgen. Ook andere vluchten hadden vertraging, en er werd nogal van gate veranderd.
We hielden ons bezig met lezen, facebooken en naar opstijgende en landende vliegtuigen kijken.

dav

Rond half tien, het moment dat we op Bromma moesten landen, zagen we dat het vertrekuur al verlaat was naar half elf. En jawel, ondertussen mochten ook wij naar een andere gate verhuizen. Tussendoor had ik wel het hotel gemaild dat we een pak later gingen zijn.
Rond kwart over tien was het vliegtuig eindelijk gearriveerd, dus dat vertrek om half elf leek me niet echt realistisch meer (eerst iedereen van het vliegtuig, vliegtuig kuisen en wat ze nog allemaal moeten klaarzetten voor vertrek, tanken, bagage uit- en inladen, de nieuwe lading passagiers op het vliegtuig, enz.). En het werd almaar leuker, want we kregen ook te horen dat de luchthaven van Bromma om tien uur sloot, en dat we dus op Arlanda (een heel pak verder van Stockholm) gingen landen.

dig

Inmiddels was het boarden begonnen, en dan plots weer gestopt. Was ik blij dat we nog blijven zitten zijn, want iedereen die al door de controle was, moest staan wachten tot de deuren richting vliegtuig opengingen. We moesten wachten tot er getankt wordt, maar wederhelft E. kon zien dat ze daar absoluut nog niet mee begonnen waren (achteraf bleek dat het desbetreffend personeel al naar huis was, en opnieuw opgetrommeld moest worden – of zoiets). Ze verontschuldigden zich voor het ongemak, en boden ondertussen aan iedereen wat water aan. Alleen zaten wij aan gate 52 en kon het water opgehaald worden aan gate 40 (wie de luchthaven wat kent, weet dat je behoorlijke afstanden kan afleggen tussen de gates). Wederhelft E. ging een kijkje nemen (er was toch niets anders te doen), vond daar niemand die water uitdeelde, maar wel een pak kleine flesjes. Hij heeft dan maar het hele pak meegebracht en dit uitgedeeld aan onze gate.

Enfin, uiteindelijk konden we ergens tussen half twaalf en twaalf het vliegtuig op (voor zover ik begrepen heb, lag de vertraging aan zware onweders en blikseminslagen op verschillende luchthavens), en stegen we zowaar op. Na een probleemloze vlucht landden we dan rond twee uur in Arlanda, en was het de vraag hoe we in het holst van de nacht naar ons hotel in het centrum van Stockholm gingen geraken. In het vliegtuig werd nog omgeroepen dat er een infopunt voorzien was, maar tegen dat we in de aankomsthal kwamen (ook de bagage liet nog enige tijd op zich wachten) was er niets of niemand van info te bespeuren. We hadden inmiddels achterhaald dat er ook ’s nachts nog luchthavenvervoer per bus naar Stockholm rijdt, en zo stonden we tegen tien voor vier aan het Centraal Station. Inmiddels was het zelfs al volledig licht geworden. Van daaruit was het nog een kleine twintig minuten stappen naar het hotel (wel vreselijk gênant om in die stille straten met je valiezen over hobbelige voetpaden te denderen, maar ze dragen was ook geen optie want de straat ging bergop).

De nachtploeg van het hotel was niet echt empathisch, ook niet onvriendelijk, maar ze konden ons nog niet onmiddellijk inchecken, aangezien de computer om een of andere reden aan het resetten was. Dus nog een kwartier wachten. De zon scheen al volop toen we rond half vijf eindelijk naar de kamer konden, en ons konden klaarmaken voor een korte nacht. Gelukkig kon je ontbijten tot elf uur.

Gepost door: pharailde | augustus 7, 2018

Gentse Feesten 2018

Naar jaarlijkse gewoonte, eerst en vooral de annalen over de Gentse Feesten bijwerken.

De week voor de feesten was redelijk hectisch: er moest – jobsgewijs voor ons allebei – nog heel wat afgerond worden voor de vakantie. Op dinsdag bleek dat oma (mijn schoonmoeder) gevallen was in haar appartement in Kortrijk, dus werd wederhelft E. geconfronteerd met een ziekenhuisopname en zorgen over hoe het nu verder moest, aangezien het duidelijk was – ook voor het ziekenhuispersoneel – dat het onverantwoord was dat ze weer naar huis zou gaan. Ze wordt 88, leefde nog alleen maar heeft moeilijkheden met haar kortetermijngeheugen. Kwestie dus dat ze zo snel mogelijk in een home terechtkan (ze staat wel al een jaar op de wachtlijst).
Daarnaast moest hij in die week op het laatste moment ook tijd vrijmaken voor repetities van de poppenspelvoorstelling Djiezes in het kader van het International Puppetbuskersfestival. Door allerlei omstandigheden liep het productieproces vertraging op, en werd het een zaak van het laatste moment. Wel stressvol dus.

Vrijdag 13.7, de laatste werkdag en eerste feestendag, verliep dan ook rustig. Wederhelft E. had generale repetitie van Djiezes en na afloop gingen we samen nog een stukje eten. Terwijl ik hem opwachtte aan de Sint-Michielshelling, zag ik nog de laatste seconden van het optreden van de twee “bliksemmannen”, de openingsact van de feesten. De vuurspuwende draak op het Belfort miste ik net. Na het eten ging het onmiddellijk huiswaarts, want geen van beiden was in de stemming om ons in de drukte te wagen.

Zaterdag 14.7 waren we, zoals elk jaar, op de Green (het Emile Braunplein dus) terug te vinden voor de voorstellingen van het puppetbuskersfestival aldaar. De Green werd dit jaar evenwel omgedoopt tot “Yellow”, “Rost”, of gelijksoortige namen, aangezien het gras een grote metamorfose had ondergaan door de warmte en de droogte. Wel fijn om weer een aantal EFTC-vrienden terug te zien.
’s Avonds troffen we elkaar opnieuw op een barbecue in Lochristi bij L. en A. Dat is natuurlijk een voordeel van het warme weer: overdag is het soms te warm, maar ’s avonds kan je lekker lang buiten zitten.

Zondag 15.7 was er de gebruikelijke afspraak op de Green, maar enkele Gentblogtvrienden troonden me mee naar de Kalandeberg voor de voorstelling aldaar. En dat ze gelijk hadden. Een prachtige voorstelling over een meisje en een wolkje door een Catalaans duo. Een voorstelling die ze volgens mij gerust voor de deuren van pakweg Nestlé mogen gaan spelen, aangezien het onderwerp betrekking had op waterschaarste en daarmee grof geld verdienen.
’s Avonds trokken we dan naar de Korenmarkt voor een gesmaakt optreden van Gili. Ik had er al heel wat positiefs over gehoord, en aangezien hij de broer blijkt te zijn van de vriendin van een vriend van wederhelft E., wou ik die zeker eens aan het werk zien. Daarna waren wij evenwel zodanig moe, dat we zelfs – voor het eerst in jaren – forfait gaven voor het vuurwerk.

Maandag 16.7 trok ik met dochter M. naar Theater Tinnenpot voor een musicalprogramma van Lieven De Brauwer. Zeer genoten van de voorstelling en het vakmanschap van de artiesten. Vervolgens gingen we samen een hapje eten om bij te kletsen, waarna ik richting Brabantdam (Protestantse kerk) trok voor de première van Djiezes. Helaas iets minder genoten, er waren een aantal mankementen op te noemen (onder meer over de verstaanbaarheid, maar ook over het stuk zelf, te gefragmenteerd en wat te langdradig).

Dinsdag 17.7 verwelkomden we met heel veel genoegen onze Leidense vrienden die enkele dagen kwamen logeren. We hadden voor brunch gezorgd en genoten van een heerlijke namiddag bijkletsen. Als je elkaar maar om de zoveel maanden ziet, valt er immers altijd heel wat te vertellen. ’s Avonds vertrok wederhelft E. naar de voorstelling van Djiezes, terwijl A. en D. de benen strekten in de Bourgoyen. Het werd vervolgens een laat avondmaal op het terras, genietend van de zwoele zomeravond, en van elkaar.

Woensdag 18.7 trokken we na ontbijt/brunch richting Gentse Feesten voor een voorstelling van Puppetbuskers op de Kalandeberg. Na een kleine versterking van de innerlijke mens op een terrasje aldaar, ging het richting Batacratie. Dit evenement moesten we toch eens met eigen ogen aanschouwen, en de wijze waarop een aantal politieke gebruiken aan de kaak werd gesteld, kon ons bekoren. We sloten de avond af in een restaurant op de Vrijdagmarkt en nog een slaapmutsje thuis.

Ook op donderdag 19.7 ging het na het ontbijt/brunch richting stad, maar naar een iets rustiger locatie. A. wilde in Kina De Tuin de tentoonstelling bekijken over ecologische toepassingen van zwamdraden als grondstof voor textiel, meubelen, e.d.m. We genoten van de stilte van de tuin, bekeken de tentoonstelling en dronken nog een cava in de – welkome – schaduw van de bomen, want het weer bleef warm. We moesten ons dan wel reppen, want wederhelft E. en ik waren afgesproken met dochter M. en vriend M. voor een Koreaanse barbecue aan de Eskimofabriek. Een bijzondere ervaring – zo at je niet van een bord maar maakte je een wrap van een blad sla, dat je vulde met rijst, dipsaus en dunne plakjes vlees, gebakken op een vuurtje in het midden van de tafel; groenten at je als bijgerecht (met stokjes) – maar wel zeer lekker. We sloten samen de avond af op Batacratie.

Vrijdagnamiddag 20.7, na onze vrienden uitgewuifd te hebben, hield ik het rustig, terwijl wederhelft E. oma een bezoek bracht. ’s Avonds ging ik samen met dochter M. naar de voorstelling Henri, mon amour door Luk De Bruyker, over Vina Bovy, een Gentse operalegende. Niet slecht, maar ik was toch niet helemaal overtuigd. Zoals dochter M. zei, de inleiding in het zwembad zelf (de voorstelling ging door in het Van Eyckzwembad) was eigenlijk overbodig. Wederhelft E. moest weer present zijn op de voorstelling van Djiezes.

Zaterdag 21.7 was een zeer kalme dag, met in de namiddag slechts enkele voorstellingen van het Puppetbuskersfestival op de Green. Terwijl Wederhelft E. zich daarna naar de laatste voorstelling van Djiezes begaf, keerde ik huiswaarts om dochter E. eens wat gezelschap te houden. Het schaap zat al zo dikwijls alleen de laatste week en stelde wat gezelschap op prijs.

Zondag 22.7, alweer de laatste dag van de feesten, startte met het – inmiddels traditioneel geworden – middeleeuws ontbijt, samen met vrienden. Na nog een drankje in de bar van het MIAT en heerlijk bijkletsen, was het alweer tijd voor de laatste voorstellingen op de Green. We sloten de Gentse Feesten af in een Indisch restaurant, samen met dochter E., en later op de avond met de EFTC-vrienden op de koer van de Achtersikkel. Tussendoor versasten we wel even naar de Belfortstraat om de draak dan toch eens vuur te zien spuwen. Wel leuk om het eens gezien te hebben, maar zeker niet de moeite om je daarvoor speciaal te verplaatsen.

De daaropvolgende dagen waren kalm en druk tegelijk: we moesten toch wat recupereren en weer in een normaal ritme terechtkomen, maar tegelijk moesten we nog een en ander regelen en voorbereiden voor onze vakantie naar Zweden (Zweedse kronen halen bv.). Dat normale ritme was ook relatief: op dinsdagavond waren we uitgenodigd voor een barbecue bij K. en K., en op woensdagavond kwamen zoon J. en vriendin D. nog eens frietjes eten. Sinds zij enkele maanden geleden gingen samenwonen, zien we ze uiteraard veel minder, en dan is het altijd feest als ze nog eens langskomen.

Gepost door: pharailde | mei 6, 2018

Rupsje nooitgenoeg

Nadat ik vanmorgen beneden de gordijnen had opengetrokken en de radio aangestoken, viel mijn oog op de klok, en vroeg ik me af wat daar op de rand zat. Het bleek een rups te zijn. Mij nog afvragend vanwaar die plots tevoorschijn kwam, zag ik op de muur nog een rups, en wat verder nog een. Waarna ik op het rooster voor de haard nog drie rupsen zag kruipen, en ook enkele op de vloer voor de haard. Het raadsel werd almaar groter, ik verstond er niets van. Tot ik er nog een aantal zag kruipen op een papieren zak in de haard. Toen begon het te dagen. We waren gisteren, zaterdag, naar het tuincentrum geweest om het jaarlijkse plantgoed voor op het terras, en ook nog een en ander voor de voortuin. Ik fleurde het terras weer helemaal op

Terras voor:

Terras na:

terwijl wederhelft E. een deel van de voortuin aanpakte: alle zwerfvuil opruimen (hoogste ergerlijk want dat komt steevast terug, grrrr), en ook onkruid en dode planten eruit. En een deel van die dode planten had hij dus in een papieren zak gestopt, om bij gelegenheid te gebruiken om de haard aan te steken. Mijn vermoeden was dat er op die plant ook eitjes van een of ander beestje zaten, en dat die uitgekomen waren, met als gevolg een horde rupsen op verkenning. Helaas voor hen had ik geen zin in een invasie, en ik heb die zak maar onmiddellijk in brand gestoken. De verkenningstroepen heb ik dan een na een gevangen en gedood. Het was eens iets anders op een zonnige zondagochtend.
En toen wederhelft E. beneden kwam, was het raadsel onmiddellijk opgelost: die dorre plant in de zak, bleek wijlen ons buxusplantje te zijn, en onze bezoekers duidelijk de nakomelingen van de buxusmot. Maar best dus dat deze bezoekers vernietigd zijn. Later op de dag vonden we hier en daar nog een verdwaalde rups op wandel, maar ook deze werden vakkundig van de muur geplukt en vernietigd. Hopelijk blijft het daar nu bij (*hout vasthouden*). Geen idee eigenlijk hoelang zo’n rups overleeft zonder eten, en of die rupsen zich ook te goed doen aan andere planten.

Gepost door: pharailde | januari 13, 2018

Kerstvakantie 2017-2018

De kerstvakantie was alweer veel sneller voorbij dan de periode van het aftellen ernaar (hoewel er niet veel ruimte was tot aftellen, door de vele zaken op het werk die nog moesten worden afgerond).
Wat hebben we zoal gedaan?

– De vakantie werd reeds ingezet op vrijdagmiddag, en later dan gepland, dit vanwege hoger vermelde deadlines die moesten worden gehaald). Aangezien wederhelft E. een afspraak had in Antwerpen, moest ik ook niet echt rekening houden met het thuisfront, en kon ik de laatste kerstinkopen doen (doordat ik dit jaar goed op voorhand wist wat ik voor wie wou kopen, deed ik de inkopen na het werk, gespreid over enkele dagen, zodat het mij niet echt veel extra tijd kostte, en ik vooral de drukte in de weekends kon vermijden). Thuisgekomen was het tijd voor nog wat administratie en financiën, en wat wastoestanden, want dochter E. vertrok ’s avonds voor twee weken naar Manchester. Aangezien ze nog nooit alleen met het vliegtuig had gereisd, had ik beloofd dat we haar naar de luchthaven gingen brengen, maar er geen rekening mee gehouden dat we dan tussen 6 en 7 uur de Brusselse ring moesten trotseren. Dat leek ons toch te riskant, gezien de vakantie-uittocht, en dus ging ik met haar gezellig mee met de trein. Alles ging vlot (het is toch opmerkelijk dat als je een ruime tijdsmarge neemt om te anticiperen op mogelijke vertragingen, alles supervlot gaat), ze was binnen de kortste keren ingecheckt, we gingen samen nog iets warms eten, en toen was het tijd voor een laatste knuffel. Ik bleef nog wat rondhangen tot ze een bericht stuurde dat ze door de security was, en toen was het tijd voor de eerstvolgende trein naar huis (waarvoor ik me nog moest reppen). Tegen negen uur was ik terug in Gent, en gingen we, als enige klanten, uit eten in een Chinees restaurant (gelukkig weg van alle lawaai en gewoel van de kerstmarkt enkele honderden meters verder). De vakantie kon nu echt beginnen.

– Zaterdag was een rustige dag, met wat opruimen, wassen, lezen, facebooken.

– Het was een atypische zondag, aangezien we na het ontbijt richting Colruyt trokken voor een combinatie van de wekelijkse (normaal gezien op vrijdagavond) en de kerstboodschappen. Ik had een grote drukte en een kaalslag verwacht, maar tot mijn vreugde was het er redelijk kalm en was alles wat nodig hadden nog voorradig. ’s Namiddags genoot ik nog wat van de rust en maakte ook chocomousse en apfelstrudel terwijl wederhelft E. zijn moeder een bezoek bracht in Kortrijk. Hij bleef veel langer weg dan gedacht, waardoor we rond vijf uur een zeer laat (en licht) ‘middagmaal’ nuttigden. Aangezien we kerstavond gewoon onder ons vierden, samen met zoon J. en vriendin D., waren we helemaal niet gebonden aan uren en planning. Er stond de traditionele fondue op het menu, en we bleven nog lang natafelen.

– Kerstdag dan. Sinds vele jaren is het de gewoonte dat we dat ’s avonds bij ons vieren, met mijn ouders, broer, zus en pleegzus, en ‘aanhang’, afhankelijk van wie vrij is. We opteren doorgaans voor een buffetformule, zodat we niet genoodzaakt zijn om aan tafel te eten (wat soms wat krap zou zijn). Dit jaar heeft mijn broer – heel lekker – gekookt, dus ook op dat vlak was alles relaxed. ’s Middags had ik de kinderen met hun wederhelft uitgenodigd voor een brunch, waarna we onderling cadeautjes uitwisselden, en er zowaar nog tijd restte voor een spelletje. Kortom, een heel gezellige dag.

– Na alle drukte was tweede kerstdag weer een rustige dag: lekker uitslapen (het was toch na twee uur toen we ons bed opzochten), huis en keuken weer bewoonbaar maken, en verder geen verplichtingen (zodanig rustig dat ik me zelfs al niet meer herinner wat ik nog gedaan heb 🙂 ).

– Woensdag gingen we inpakken en wegwezen, maar dat laatste was toch een stuk later dan gepland, door perikelen met de band van de auto (te ingewikkeld om hier uit de doeken te doen) en omdat we nog in de Colruyt bier wilden kopen voor onze Nederlandse vrienden. Tussen een en half twee zetten we dan eindelijk toch koers richting Arnhem. Het plan was om bij aankomst in Arnhem onmiddellijk iets luncherigs te zoeken, maar omdat we later vertrokken waren, en we ook geen zin hadden om ergens langs de snelweg te stoppen, beperkten we ons tot wat tussendoortjes onderweg. We gingen ’s avonds dan maar wat vroeger uit eten. Rond half vijf checkten we in in het hotel, dus van Arnhem zelf hebben we niet veel gezien, een nadeel van stadsbezoeken in de winter. Gelukkig was het nog volop kerst, waardoor onze avondlijke verkenningstocht sfeervol verlicht was. Bij een gebakkraam lieten we ons verleiden voor een portie oliebollen, maar dit bleek een serieuze afknapper: ze waren heel wat groter dan we thuis gewoon zijn, en bovenal waren ze koud. We aten er elk een en bewaarden de rest voor later, als we ze ergens konden opwarmen. Na een paar uur door de stad gedwaald te hebben – ondertussen wel al lekker gegeten – was het welletjes. We hadden het koud, het begon te regenen en we hadden het centrum ongeveer ‘gezien’, dus tijd voor wat lectuur in het hotel (op televisie vonden we niets van onze gading).

– Na het uitchecken ging het richting Kröller-Müller Museum voor de tentoonstelling van de Nederlandse schilder Bart van der Leck, die ik eigenlijk alleen kende van zijn schilderij van een zwarte kat, waarvan wederhelft E. in zijn studententijd een reproductie kocht, en die ons in de eetkamer van ons vroegere huis gezelschap hield. Zo hebben we weer heel wat bijgeleerd over zijn ander werk, maar ook over Helene Müller zelf en het ontstaan van het museum, dat aanvankelijk in de kantoren van de firma Kröller-Müller aan het Lange Voorhout in Den Haag werd ingericht.
We hadden nog behoefte aan een frisse neus, ook al was het grijs en fris, en maakten een wandeling door de uitgestrekte beeldentuin. Wel grappig om bij een aantal beelden in gedachten vooral de foto’s van 23 jaar geleden terug te zien, met de kinderen erop of errond. Toen kon dat nog, nu staan er overal bordjes dat je niet op het gras mag.

We sloten ons bezoek af met een kop deugddoende warme soep (het liep inmiddels al tegen vier uur – normale uren zijn duidelijk niet aan ons besteed) en een bezoek aan de museumwinkel voor een nieuwe reproductie van de kat (die oude reproductie bleek zodanig verschenen, dat het knalrood een heel vaal oranje is geworden) en uiteraard weer enkele boeken.

– Hoog tijd inmiddels om koers te zetten naar onze vrienden in Leiden. Het was alweer van februari geleden dat we elkaar gezien hadden en het verjaardagsfeest hadden we gemist door andere afspraken in de agenda (van dienst op de Gentse cultuurmarkt, en feest voor de tachtigste verjaardag van mijn moeder, waarop ik uiteraard niet kon ontbreken). Er viel dus heel wat bij te kletsen, wat we ook uitgebreid gedaan hebben, de rest van de donderdag en de hele vrijdag, terwijl we uitgebreid verwend werden. We waren wel half van plan om een wandeling in de buurt te maken, maar de aanblik van de natte tuin met regen en al dan niet smeltende sneeuw hield ons toch gezellig binnen. Soms zijn we echt watjes. In de late namiddag vertrokken we in de gietende regen (gelukkig geen sneeuw meer) weer huiswaarts, waar onze lieve zoon J. ons opwachtte met de vrijdagse frietjes.

– Zaterdag was weer een rustige dag, met huishoudelijke klussen en lectuur, en zoon J. assisteren die stoverij wilde leren maken. Bij het avondmaal konden we vaststellen dat hij dat zeker nog mag doen 🙂

– Ook de allerlaatste dag van 2017 verliep op het gemak, en in de late namiddag ging het dan richting Kempen om daar bij vrienden het oude jaar uit te wuiven en het nieuwe te verwelkomen. Ook hier werden we meer dan verwend (een mens moet zijn vrienden kiezen, nietwaar) en werd er uitvoerig bijgekletst. Geen wonder dat het al gauw drie uur ’s nachts werd vooraleer we de gezellige logeerkamer konden opzoeken, en in het nieuwe jaar kletsen we duchtig verder tot het echt tijd werd om afscheid te nemen. We werden immers in Kortrijk verwacht bij oma, de mama van wederhelft E., en we moesten nog ergens een taart kopen, wat tot mijn verbazing niet zo evident bleek. Pas de derde bakker die we passeerden, was nog open (en had gelukkig nog taart). ’s Avonds kwamen we gelukkig in een netjes opgeruimd huis thuis, want zoon J. en vriendin D. hadden op oudejaar een aantal vrienden van verschillende nationaliteiten over de vloer (vandaar ook de stoverij), en wij konden nog mee genieten van de heerlijke restjes van het feestmaal.

– De eerste week van het nieuwe jaar verliep een stuk rustiger. Lekker niets doen werd afgewisseld met gewone en minder gewone huishoudelijke klussen (zoals frietketel uitwassen, een album met oude kaartjes opruimen, nieuwjaarskaartjes schrijven en versturen, e.d.) en boodschappen. We bestelden nieuwe gordijnen voor onze slaap- en badkamer, ook de reproductie van de kat werd ingekaderd en opgehangen. Dat laatste verliep evenwel niet van een leien dakje (katten blijven eigenzinnig): alles was klaar, maar toen we de kader aan de haak wilden hangen, donderde die naar beneden. Het resultaat was een versplinterd houten frame. Brute pech maar niets aan te doen, en dus maar een nieuwe kader gekocht. Die hangt nu netjes aan de muur, de kat is getemd.

– Op donderdagnamiddag ging ik iets drinken met vriendin V., die een zware periode qua gezondheid doormaakt.

– Zaterdagnamiddag kwam dochter E. terug uit Manchester. Gelukkig hoefde ik niet weer naar Zaventem, haar ophalen aan het station in Gent was voldoende. En op zaterdagavond hadden we vrienden van vroeger op bezoek, de ouders van een lagereschoolvriend van zoon S.W., met wie we altijd een fijn contact hadden, maar die we door de gang des levens uit het oog verloren waren, tot we elkaar in de Colruyt (of all places) tegen het lijf liepen. We legden maar meteen een afspraak vast en ook dit werd een heerlijk gezellige avond.

– De laatste zondagavond had ik het wel wat lastig, moet ik toegeven. Ik had immers absoluut nog geen zin om ’s anderendaags weer aan het werk te gaan, maar anderzijds kan je maar genieten van vakantiegevoel als je daarbuiten gaat werken (of studeren). En inmiddels zijn we die werkmodus alweer gewoon.

Gepost door: pharailde | augustus 29, 2017

Zomervakantie editie 2017 – Koksijde

De vrijdag na de Gentse Feesten trokken we een weekje naar Koksijde. We wilden hoe dan ook nog een weekje weg (thuis zie je toch altijd iets dat moet gebeuren) maar niet te ver weg, en aangezien we dol zijn op de zee, was de keuze snel gemaakt. Nieuw was wel de locatie: na vele jaren in Oostende, wou ik eens een ander deel van onze kust verkennen en dus werd het Koksijde (daar vonden we nog een appartement vrij). Het eerste weekend waren we er alleen, op maandag arriveerde dochter E.

Het weer was op z’n Belgisch, niet schitterend maar ook niet echt slecht (slechts 2 dagen regen gehad) en gelukkig niet te koud. We zijn er wel in geslaagd om geen enkele keer op het strand te zitten. We gingen wel regelmatig wandelen, langs de dijk, langs het water en in het natuurgebied Hoge Blekker/Doornpanne/Schipgatduinen. Op zaterdag waren we daar reeds langs gelopen en op weg naar het uitkijkpunt op de hoogste duin (33 m) werden we overvallen door een felle stortbui waarbij we een poos onder wat bomen bleven schuilen maar we, ondanks de paraplu’s toch doorweekt waren. ’s Anderendaags volgden we dan een groot deel van onderstaande oranje wandeling, tot en met de Schipgatduinen, maar waarbij we langs de dijk terug naar het appartement gegaan zijn i.p.v. terug te keren naar het startpunt (rode stip op de kaart). We waren nu al een uur of vier onderweg geweest: ik ben al geen snelle stapper, en bovendien hou ik graag af en toe halt om rond te kijken en te genieten van de omgeving.

Terwijl we daar nu toch in de buurt waren, bezochten we de Abdij Ten Duinen en het eraan verbonden museum, een locatie die al lang op mijn lijst van te bezichtigen erfgoed stond. Het blijft fascinerend om op historische plaatsen rond te lopen, ook al resten er alleen nog ruïnes.

We trokken ook naar het Paul Delvaux Museum, een van de kunstenaars wiens werk ik graag zie (en nog een locatie die ik van mijn lijst kan schrappen). We bleven daar weer veel langer hangen dan we verwacht hadden, en het middaguur was al ruimschoots verstreken toen we er klaar waren. Dus lunchten we maar in het ernaast gelegen etablissement met wafels/pannenkoeken. Het was tenslotte vakantie. We hadden gepland om met tram terug naar het appartement te keren, maar het zonnetje scheen zo lekker dat we toch besloten om langs de waterlijn terug te keren, ondanks de wind. En wind was er in overvloed (gelukkig in de rug), getuige deze foto’s. Er zaten ook amper mensen op het strand.

Daarnaast was het vooral een luie vakantie, met tijd voor lectuur, af en toe wat mondvoorraad inslaan, uit eten gaan of zelf heel eenvoudige maaltijden klaar te maken. Desondanks was de week veel te vlug om, ik had het er gerust nog een weekje uitgehouden, maar dan toch liever in een appartement met zicht op zee (dat misten we nu wel eigenlijk, de Koninklijke Baan is minder boeiend als uitzicht). Op weg naar huis brachten we nog een bezoek aan het relatief nieuwe Westfront Nieuwpoort. Heel boeiend en leerrijk voor wie meer wil weten over het onder water zetten van het IJzergebied eind oktober 1914.

De rest van de vakantiedagen (voor en na het verblijf aan zee) werd besteed aan de gebruikelijke huishoudelijke klussen die, vakantie of geen vakantie, blijven, aan extra klussen zoals het schoonmaken van frietketel en koelkast, en aan het uitruimen van kasten, zoals de kast met puzzels en spelletjes (was meteen een trip down to memory lane bij al die zaken waarmee de kinderen indertijd zoveel gespeeld hebben) en een keukenkast. Zo is het er ook eindelijk van gekomen om kaders te kopen voor enkele reproducties (o.a. van een schilderij van Gustav Klimt), die werken in te kaderen en op te hangen. Zo is het er ook eindelijk van gekomen om een selectie te maken van in te kaderen foto’s van onze zilveren huwelijksreis naar Rome in september vorig jaar (shame on me, het is er nooit van gekomen om daarover te bloggen). Inmiddels zijn de foto’s ook afgedrukt maar ze moeten nog in die kaders geraken, en aangezien het er toch nooit meer zal van komen om er een blogpost aan te wijden, geef ik hier maar een kleine impressie:

Daarnaast was er toch ook nog wat ruimte om te lezen, en voor een laatste vakantie-uitstap. Op zondag 13 augustus trokken we samen met dochter E. nog eens naar Brussel voor een bezoek aan het koninklijk paleis. Ik was daar vele jaren geleden al eens geweest, maar was er veel van vergeten, en aangezien dochterlief ook dol is op kastelen en paleizen leek ons dat een mooie afsluiter. We hadden ons evenwel niet aan die drukte verwacht. We vertrokken in een bewolkt Gent en kwamen toe in een zonnig, zomers Brussel in volle “Gentse Feestensfeer” (bleek het Brussels Summer Festival te zijn), veel drukte en veel volk dus. Maar ook het paleis trok heel wat publiek, waardoor het niet altijd evident was om op je gemak rond te kijken. Een ander minpuntje: er staat wel aangekondigd dat je binnen kan tot 15.45 u. maar dat het open is tot 17 u., maar als je bij de laatsten bent (zoals wij alweer, die een en ander op ons gemak wilden bekijken) voel je al snel de hete adem van de suppoosten in je nek. Met zes liepen ze op een gegeven moment achter de laatste bezoekers, systematisch alle zalen afsluitend, zodat iedereen tegen half vijf toch naar buiten was gewerkt. Dit is niet zo leuk maar doet gelukkig niets af aan het feit dat een bezoek wel heel erg de moeite is (dit jaar nog te bezichtigen tot en met 3 september).

Gepost door: pharailde | augustus 15, 2017

Zomervakantie editie 2017 – Gentse Feesten

De – lekker lange – vakantie loopt op z’n einde (morgen start the real life opnieuw), en ik heb nu al moeite om me te herinneren wat we allemaal gedaan hebben, dus toch maar de annalen aanvullen. Foto’s van de Gentse Feesten heb ik niet, daarvoor verwijs ik graag naar de blogs van vrienden Max en Mamamaya.

De laatste werkdag viel ook dit jaar samen met de eerste dag van de Gentse Feesten, en het bleek weer dat ik het vervroegen van de Gentse Feesten van zaterdag naar vrijdag eigenlijk geen leuke evolutie vind. Toen ik alles afsloot, zat ik met mijn hoofd nog volop in de werksfeer, maar op de bus naar huis doorkruiste ik reeds een stadscentrum in feestenmodus (hoewel op veel plaatsen nog volop opgebouwd werd). ’s Avonds wilden we dan naar Willem Vermandere en Johan Verminnen (François Laurentplein) gaan, dus moest er snel gekookt en gegeten worden om op tijd de bus te nemen, kwestie van nog een zitplaats te bemachtigen. IJdele hoop helaas. Blijven rechtstaan was evenwel geen optie en we vonden gelukkig nog een zitplekje op de rand van de plankenvloer van de tent, met mooi zicht op het podium. Ik moet wel toegeven dat ik minder van het optreden van Willem Vermandere genoot dan verwacht, maar dat lag vooral aan mij: ik kan moeilijk genieten als mensen continu heen en weer lopen en vooral voortdurend zitten te tetteren (waarom gaan die dan eigenlijk naar een concert?), en mijn rug deed pijn. En om eerlijk te zijn, vond ik het concert ook wat minder: liedjes waar ik niet dol op ben, liedjes die ik niet ken, liedjes die ik wel ken en graag hoor maar die hij niet zong maar voordroeg. Bovendien klonk hij niet altijd toonvast, vooral bij de hogere noten.
Een en ander had tot gevolg dat we na afloop huiswaarts gingen en Johan Verminnen aan ons voorbij lieten gaan. Daardoor zagen we dan wel weer de vuurlantaarns in de straten, en de brandende palen op het Braunplein, het officiële openingsmoment van de feesten. Het was geen echt spektakel – zoals her en der aangekondigd – maar gaf wel een gezellige sfeer.

Uiteraard werd een deel van de Feestentijd opnieuw gespendeerd op het International Puppetbuskersfestival (IPBF). Wederhelft E. stond, net als de voorbije jaren, in voor de geluidsversterking van de voorstellingen op het Emile Braunplein (“The Green” zoals in de programmatie vernoemd) op de zaterdagen, zondagen en 21 juli. Meestal was ik daar ook, omdat er doorgaans heel wat vrienden en bekenden passeren. Heel soms maakte ik een uitstapje naar de Kalandeberg voor een voorstelling aldaar, meestal na een aanbeveling van vrienden. Op maandagnamiddag waren we te vinden bij de voorstellingen in het UZ: sinds 25 jaar brengt het IPBF een namiddag Gentse Feesten naar de kinderkankerpatiëntjes in het UZ, met voorstellingen en wafels in het zaaltje, en korte stukjes op de kamers voor de kinderen die te ziek zijn. Het is een schitterend initiatief maar toch wel bevreemdend om dit bij te wonen.

Maar op de Feesten valt nog veel meer te beleven, ook al deden we maar een fractie ervan.

Op zondag gingen we na de IPBF-voorstellingen op de Green samen gezellig op restaurant, kuierden we wat door de stad, passeerden we langs het Baudelopark op bezoek bij zoon J. die daar tien dagen (en nachten) geluidsversterking deed in de tent – maar pech, zoonlief was net op dat moment gaan eten – en vertrokken toen richting Voorhoutkaai voor het vuurwerk. Het is inmiddels een leuke traditie geworden om daar, samen met een aantal vrienden, ruim op voorhand te zijn en het wachten op te vrolijken met wijn en knabbels en babbels (voor de volwassenen) en frisdrank en knabbels en spelletjes (voor de kinderen) om dan allemaal samen te genieten van het vuurwerk (minpuntje: de bassen stonden veel te luid, en ik had veel te dikwijls het gevoel dat mijn hart uit mijn lijf ging springen). Hartjes voor Sandra die dit al vele jaren organiseert.

Maandag- en dinsdagavond waren gereserveerd voor wat klassieke muziek. Op maandagavond genoten we van drie vioolsonates van Johannes Brahms in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) – uitgevoerd door pianist Timur Sergeyenia en de violisten Farchod Yudashev (sonate 1), Valeryia Hrabliuk (sonate 2) en Maria-Magdolna Boross (sonate 3) – en op dinsdagavond speelde de pianiste Helena Weiser muziek van Fiser, Janácek en Chopin, in de mooie Miry Concertzaal van het conservatorium. Die avond werd afgesloten met een gezellige babbel met enkele vrienden op de binnenplaats van de Achtersikkel (tijdelijk ingericht als café).

Woensdagavond stond het concert “Graceland” van Frederik Sioen op het Groot Podium (Walter De Buckplein) op het programma, maar toen kregen we de uitnodiging om bij vrienden chili con carne te gaan eten. Twijfel alom dus. Maar de muziek kunnen we altijd beluisteren op cd (en ja, uiteraard is een live-uitvoering niet hetzelfde), dus kozen we voor het sociaal contact en hadden een fijne avond, die gezamenlijk afgesloten werd op de Kouter voor het optreden van Arno met Tjèns Matic. Een goed concert, maar ook hier had ik alweer te veel last van mensen die continu moesten passeren, waardoor ik ook elke keer mijn goed zicht op het podium kwijt was en ik maar half kon genieten (het ligt aan mij, ik ben me daar heel goed van bewust). Bovendien had ik ook hier last van de harde bassen, en was er toch iets niet goed geregeld van het geluid, want de teksten waren zeer moeilijk te verstaan.

Vorig jaar hadden we gehoord dat tijdens de speciale boottochtjes op de binnenwateren richting Eiland Malem de architect(uur) van ons huis specifiek vermeld werd, dus moesten we dat toch wel eens horen. Dus stonden we donderdagochtend met heel het gezin plus aanhang, samen met een aantal vrienden, in de gietende regen (gelukkig alleen tijdens het wachten) paraat voor het boottochtje van een uur en drie kwartier, incl. ijsje. En jawel, ons huis werd zowaar met naam en toenaam vermeld (het doet toch wel raar).

Omdat na afloop niemand al echt zin had om naar huis te gaan, gingen we nog een pannenkoek eten bij Gwenola in de Donkersteeg, waarna we nog genoten van een IPBF-voorstelling op de Kalandeberg.

Donderdagavond en vrijdag hielden we het rustig thuis (wederhelft E. moest in de namiddag wel werken op de Green). Zaterdagochtend startten we in het MIAT met het middeleeuws ontbijt, met aansluitend een bezoek aan de tentoonstelling over kinderarbeid aldaar, gevolgd door een terrasje op de Vrijdagmarkt. Wederhelft E. trok naar de Green en ik naar de Kalandeberg voor een hilarische voorstelling van de drie biggetjes, waar ik andermaal een deel van de vriendenkring tegenkwam. Ik vergezelde hen achteraf voor een drankje in Caffè Rosario, waarbij we blij waren dat we binnen zaten, aangezien er ondertussen een hevige stortbui losbarstte (achteraf hoorde ik van wederhelft E. dat een van de luidsprekers slachtoffer van de regen was geworden). En blijkbaar worden we toch een dagje ouder, want in plaats van ons in het feestengewoel onder te dompelen, brachten we ook deze zaterdagavond thuis door.
De Gentse Feesten sloten we na de laatste voorstellingen op de Green supergezellig af met een etentje met vrienden in een Italiaans restaurant in de Drabstraat en een laatste drankje in de Irish Pub op de Sint-Michielshelling.
We kunnen alweer aftellen naar volgend jaar 🙂

Gepost door: pharailde | maart 1, 2017

Verjaardagsweekend bis

Wat voorafging. In juni gingen we met een groepje archivarissen op een boeiende uitstap naar Den Haag voor een bezoek aan een tentoonstelling over Willem I in het Nationaal Archief aldaar, en in de namiddag een exclusief bezoek aan het Koninklijk Huisarchief (archief en bibliotheek van de Nederlandse koninklijke familie) bij Paleis Noordeinde. En wie wou, kon de dag afsluiten in het Mauritshuis. Dat laatste programmaonderdeel heb ik toen aan mij voorbij laten gaan (twee bezoeken was al voldoende voor één dag), maar wel vast van plan om samen met wederhelft E. terug te keren. Bovendien leek Den Haag wel een fijne stad om eens op het gemak te verkennen, én konden we dat gemakkelijk combineren met een bezoekje aan onze vrienden die in Leiden wonen.

Aanvankelijk hadden we het idee om dit plan vorig weekend uit te voeren, n.a.v. de verjaardag van wederhelft E. (een weekenduitstap i.v.p. een daguitstap – op mijn verjaardag waren we wel in Rome, maar het is er nog niet van gekomen om daarover te schrijven, shame on me). Helaas was onze Leidse vriendin vorig weekend zelf op stap, dus stelden we een en ander gewoon een weekje uit.

We vertrokken op vrijdagmiddag, checkten in in ons hotel, pal in een winkelstraat in het centrum, gingen een broodje eten (was inmiddels vier uur en we hadden toch een beetje honger) en trokken de stad in volgens ons eigen recept: gewoon onze neus volgen, met een beetje leidraad van het stadsplan. Zo liepen we via de Grote Markt en de Grote of Sint-Jacobskerk richting paleis Noordeinde, wandelden we een stuk in de paleistuin, vonden we uit dat het gebouw er vlakbij de Koninklijke Stallen zijn (leve de slimme telefoon, internetverbinding en Google), bevonden we ons ineens aan de voorzijde van het paleis en het standbeeld van Willem van Oranje, passeerden we langs “L’Église wallonne” en genoten bij valavond van de Binnenhof en de Hofvijver. We vonden een gezellig restaurantje, Floc, met een heel beperkte kaart – dat was gemakkelijk, weinig keuzestress -, aten lekker (en neen, wij zijn niet van die mensen die foto’s nemen van hun maaltijden) en genoten nog van een rustige leesavond op de kamer.

Zaterdagochtend, na wat voorraad ingeslagen te hebben in de Albert Heijn niet ver van het hotel, volgden we weer onze neus, bezichtigden/bewonderden de Nieuwe Kerk (waar we onverwachts op het grafmonument van Baruch Spinoza botsten), het nieuwe Stadhuis (van de Amerikaanse architect Richard Meier), dat een gigantisch atrium heeft, en de Bibliotheek van Den Haag, die deel uitmaakt van hetzelfde complex. De spierwitte gebouwen – met de bijnaam “IJspaleis” – zijn nu bekleed met een aantal Piet-Mondriaanpanelen, in het kader van 100 jaar De Stijl, waarvan Mondriaan een van de oprichters was. Het resultaat mag gezien worden, en mag, wat ons betreft, zeker zo blijven. De hele stad is trouwens opgesmukt met Mondriaanvormen. In het gigantische atrium van het stadhuis (het grootste atrium van Nederland, lazen we achteraf), waren we op ons gemak wat aan het rondkijken (gezellig warm binnen tegenover het miezerweer buiten), toen we benaderd werden door enkele filmmakers, die vroegen of we een bijdrage aan de film konden leveren door onze – liefst humoristische – mening over bv. de belastingen konden verkondigen, n.a.v. de nakende verkiezingen. We legden dan toch maar uit dat we wel onze mening over belastingen konden geven, maar dan vooral over de Belgische, maar dat paste niet zo goed in hun concept.

Na een wandeling door de 19de-eeuwse winkelgalerij De Passage en verder langs de Lange Voorhout, een brede laan met bomen – waar we hoopten dat de krokussen al zouden bloeien maar dat was wat voorbarig, ze kwamen nog maar net uit de grond piepen – en statige huizen, kwamen we bij het spiksplinternieuwe monument voor Johan Thorbecke (1798-1872), politicus en onder meer ontwerper van de Nederlandse grondwet. Het stond er nog maar veertien dagen en blonk nog helemaal naar nieuw.

Om 14 u. hadden we een date met onze Leidse vrienden bij het Mauritshuis om samen de schilderijenverzameling te bekijken, want zij hadden die nog nooit gezien. Zo gaat dat met bezienswaardigheden in je eigen – ruime – buurt. En zo bewonderden we eindelijk het Meisje met de parel van Johannes Vermeer, en de De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt. We zagen meerdere werken van beide schilders, maar ook van andere illustere bekenden zoals Pieter Paul Rubens, Anton Van Dyck, Adriaan Brouwer, Hans Memling, Rogier van der Weyden, Jan Steen, en heel wat illustere onbekenden. Het is geen al te groot museum, maar zeer zeker de moeite. We sloten de namiddag af in het museumcafé, waarna we naar Leiden reden en de hele avond gezellig bijkletsten.

Op zondag trokken we tussen het kletsen door, ondanks het eerder gure weer, richting binnenstad voor een bezoek aan enkele Leidse hofjes, zoals de Zwartehandspoort, het Sint-Anna Aalmoeshuis, het Bethlehemshofje of de Gekroonde Liefdepoort, waar Jan Steen woonde.

Ook al waren we nog lang niet uitgebabbeld, tegen vijf uur was het toch tijd om te vertrekken, want we hadden nog een hele rit naar huis voor de boeg. Maar we konden wel alweer terugkijken op een geslaagd weekend.

Gepost door: pharailde | februari 20, 2017

Verjaardagsweekend

Enkele maanden geleden hadden we reeds kaarten geboekt voor de nieuwe voorstelling van Wouter Deprez, Bloemen, bijen en borstbollen. Alle kinderen wilden graag mee. Aangezien het niet meer zo evident is (en ook duur) om met de auto naar het stadscentrum te gaan, gingen er een paar met de fiets, en wij met de bus naar de Vooruit. Na enkele minuten op de bus, drong het ineens tot mij door: “we zijn de tickets vergeten!!” Help. Maar moderne mensen als wij zijn, onmiddellijk getelefoneerd naar zoon S.W. Die nam zijn gsm niet op. Ook niet na een tweede, derde, vierde maal proberen. Dan maar de huistelefoon geprobeerd. Een tweede maal. En een derde maal. Geen gehoor. Tja, niets aan te doen, hij zal al weg geweest zijn. Dan maar dochter M. gebeld. Tenslotte woont zij niet zo ver van bij ons, en kan ze eerst eens langs ons huis passeren. Geen gehoor. Ook niet na een tweede, derde, vierde maal. Kort erna belde ze terug, maar ze bleek al in stad te zijn: inwendig gevloek, en groeiende stress. Inmiddels waren we aan de Vooruit en hoopten we maar dat ze ons in het ticketbureau konden helpen. En inderdaad, onze naam zat in de computer, en zonder enig probleem werden onze tickets geprint. Grote oef.

Over de voorstelling zelf, niets dan lof (behalve misschien hier en daar een scène die een ietsiepietsie te lang was, maar een kniesoor die daarover valt). Wouter Deprez bleek andermaal een rasartiest: hoe hij een zwaar beladen thema (de ziekte van zijn vrouw) behandelt zonder sentimenteel te worden, en hoe hij met een soms kurkdroge opmerking de atmosfeer ontlaadt en een portie nuchterheid en relativeringsvermogen tentoonspreidt. En chapeau, twee uur aan een stuk alleen op een podium staan (op de muzikant na) en de voorstelling volledig dragen, het is niet iedereen gegeven. Veel meer ga ik er niet over zeggen, Peter Decroubele doet dat in bovenstaande link heel wat beter.

Na de voorstelling gingen we met de hele bende (kinderen en wat aanhang) Thais eten in de Vlaanderenstraat, en klonken we reeds op de verjaardag van wederhelft E. op zaterdag. Het was een meer dan geslaagde en gezellige avond. Zelfs het openbaar vervoer werkte mee, want dat is wel een nadeel van bus- of tramgebruik: je moet goed het uur in de gaten houden en op tijd vertrekken, of het nu gezellig is of niet, of er je loopt het risico van drie kwartier op de volgende bus te moeten wachten. Zeker in de winter is dat geen leuk vooruitzicht. Maar gelukkig waren we, mits een beetje rapper door te stappen, nog op tijd aan de halte.

Op zaterdagochtend deden we op het gemak alvorens bus en trein richting Brugge te vertrekken voor onze traditionele verjaardagsuitstap (op onze verjaardagen geven we elkaar geen cadeau, maar trekken we er een dag met ons tweetjes op uit). Ik was wel al een aantal keren in Brugge geweest, maar meestal met een specifiek doel: een tentoonstelling, een studiedag, een lezing, e.d., maar had de stad nog nooit als stad bezocht, en de wederhelft ook niet. Dus deden we nog eens expliciet van toerist in eigen land (al moet ik mij dringend eens in de geschiedenis van de stad Brugge verdiepen).
Ook wie Brugge absoluut niet kent en geen kaart bij zich heeft, vindt moeiteloos zijn weg van het station naar het centrum: volg de stroom. Ik zou echt niet graag in de straten tussen station en Grote Markt wonen, de hele dag lang een eindeloze stroom mensen langs je deur zien passeren, in beide richtingen, er zijn leuker dingen, denk ik. En jawel, wij wilden ook richting Grote Markt, maar niet noodzakelijk langs de kortste weg. We volgden zoals gewoonlijk onze neus, en sloegen straatjes in die ons interessant leken. We dwaalden via de Sint-Salvatorskathedraal (gesloten op het middaguur), het Sint-Jans-Hospitaal en de Onze-Lieve-Vrouwekerk, langs de Bonifaciusbrug en het Arentshof richting binnenstad. Inmiddels was het al twee uur, en kregen we toch wat honger. We deden hip en gingen lunchen in de Pain Quotidien. Intussen werd het al wat laat voor ons eerste plan: op bezoek bij de Vlaamse primitieven in het Groeningemuseum. Dus trokken we richting Burg en kochten een combiticket voor een bezoekje aan het stadhuis en het ernaast gelegen Brugse Vrije (waar het Stadsarchief gehuisvest is). In beide gebouwen zijn er niet zo veel ruimtes die je kan bezoeken, maar wat je te zien krijgt, is wel de moeite: de Gotische Zaal in het stadhuis (samen met de ernaast gelegen ruimte met historische documenten en voorwerpen), en de Renaissancezaal met de monumentale Keizer-Karel-schouw in het Landhuis van het Brugse Vrije. Inmiddels werd het stilaan tijd om naar het station af te zakken, want de stad maakte zich klaar voor de Urban Trail later op de avond. En die drukte wilden we wel ontvluchten. Langs een aangename wandeling langs het water (Groenerei, Coupure (waar we ook het nieuwe Rijksarchief passeerden) en de vesten) kwamen we weer aan het station om naar ons eigen Gent terug te keren.
Het was een heel fijne dag, maar het viel wel op hoeveel toeristen daar rond liepen, en hoeveel talen we hoorden (ik hoor bij manier van spreken op een doordeweekse dag meer West-Vlaams in Gent spreken dan ik in Brugge hoorde 🙂 ). En dat op een frisse, weliswaar zonnige, dag midden februari. Ik durf er niet aan te denken wat dit in volle zomer moet zijn.

Gepost door: pharailde | oktober 25, 2016

Ra Ra Raspoetin

dsc_0555

dsc_1338

img_0631

Ze zal nooit meer op de krant komen liggen als je die wil lezen.
Ze zal ons nooit meer volgen van de keuken naar de living naar de badkamer en terug (maar altijd één tot anderhalve meter afstand van je blijven zitten).
Ze zal nooit meer om aandacht komen schooien als ik me in het tuinzeteltje zet te lezen.
Ze zal nooit meer het voeteneinde van mijn bed inpalmen (waardoor ik veel minder plaats heb om mijn benen te bewegen).
Ze zal nooit meer rechtopstaand tegen de ruit trommelen om binnengelaten te worden.
Ze zal altijd zeven jaar blijven.

Vanochtend zijn we ten langen leste toch moeten zwichten voor moeder natuur en heeft de dierenarts Raspoetin vanochtend laten inslapen.

De problemen begonnen in het voorjaar: jaarlijkse controle bij de dierenarts die oorontsteking vaststelde. Ze genas, maar was kort nadien weer ziek: luchtwegeninfectie. Ze kwam er weer bovenop, waarna we vaststelden dat ze niet meer dronk of at (als je vier poezen hebt, duurt dat even vooraleer je dat in de gaten hebt, want ik hou geen schema bij van wie wat wanneer komt eten of drinken). Opnieuw naar de dierenarts: bloedonderzoek + verblijf bij de dierenarts voor infuus (ze was immers aan het uitdrogen). Bloedonderzoek bracht een nierontsteking (of iets dergelijks, weet het niet goed meer) aan het licht. In ieder geval functioneerden haar nieren niet meer zoals het hoorde. Ze is daar een week gebleven, maar zelf eten deed ze niet, en veel fut zat er niet in. Beslist om haar weer naar huis te brengen, in de hoop dat de vertrouwde omgeving haar zou triggeren. Ondertussen speelde ik Florence Nightingale: elke ochtend injectie met antibiotica geven en driemaal daags voederen met een spuitje. Zelf eten wou ze nog steeds niet. Omdat er geen verbetering merkbaar was, dan toch van ons hart een steen gemaakt en een afspraak gemaakt om haar te laten inslapen. Wellicht was er elders nog iets mis, dat we niet opmerkten. Anderzijds reageerde ze niet echt ziek meer, wat de beslissing nog moeilijker maakte. Inmiddels besloten we om even te stoppen met dwangvoederen. En zowaar, alsof ze het wist wat haar te wachten stond, begon ze weer te eten. Wij dolblij natuurlijk (ook de dierenarts kon het bijna niet geloven).

Zo konden we nog een hele, lange zomer van haar genieten.

De laatste weken was het ons wel opgevallen dat ze alsmaar magerder werd. Maar door onze drukke agenda’s was het er, tot vorige zaterdag, nog niet van gekomen om een check-up te laten doen. Ze bleef immers levendig en gedroeg zich niet als een zieke poes. Er werd nog eens bloed genomen, en maandagavond mocht ik bellen. Ook bleek dat haar ene nier verschrompelde, en dat haar andere nier vergroot was.
Is er een verband? Is het puur toeval? Maar in de loop van zaterdag begon ze weer te verslechteren: niet meer eten, weinig drinken (om het nadien weer over te geven), weinig fut. Aangezien we maandagavond naar een boekvoorstelling in Mechelen moesten, lukte het niet meer om de dierenarts te bellen. Ik had per mail wel een kopie de bloeduitslagen gekregen en, ook al heb ik er weinig verstand van, kon toch duidelijk zien dat er heel wat mis was. Dinsdagmorgen werd mijn vermoeden bevestigd door de dierenarts: haar nieren functioneerden niet echt meer, ze moest eigenlijk een bloedtransfusie krijgen, maar die was eigenlijk zinloos aangezien haar beenmerg ook al niet meer normaal functioneerde. De beslissing was snel genomen, zeker omdat ik net een zielig hoopje poes vanonder de zetel had gehaald. We hebben dan maar geopteerd voor de korte pijn, en ben onmiddellijk naar de dierenarts geweest. Zeven jaar, het is geen leeftijd voor een poes.

(En zo raar: in de periode dat we in het voorjaar met haar sukkelde, had ik enorm last van tandpijn, meer dan vier weken aan een stuk en ondanks herhaalde tandartsbezoeken. Ik telde elke keer de uren af tot wanneer ik opnieuw een pijnstiller mocht nemen, en ja, er werd soms een half uur tot een uur gezeurd. Uiteindelijk had de tandarts de boosdoener gevonden (was niet simpel omdat het probleem zich onder een brug bevond, en om goed te zijn moest ze die brug eraf kunnen halen, maar dat lukte langs geen kanten. Dus moest ze de boosdoener ontzenuwen langs een andere weg.
En nu was Raspoetin weer ziek en is er weer een probleem met die verdomde tand (gelukkig zonder pijn ditmaal)).

Older Posts »

Categorieën