Gepost door: pharailde | juli 29, 2021

Vakantie 2021 – dag 13 (29/7)

Vandaag werd een dagje Doornik.

We namen een andere weg naar de Grote Markt en kwamen dit overbekende meisje tegen (ik wist dus niet dat tekenaar Marcel Marlier in Doornik woonde en er ook gestorven is).

Vlak daarbij liepen we langs “Het Rode Fort” (blijkbaar zo genoemd omwille van de rode dakpannen), dat deel uitmaakte van de eerste stadsomwalling van Doornik. Het “fort” is gerestaureerd (al vinden we de gebruikte trapleuningen absoluut niet passen bij het historische gebouw) maar we konden het niet bezoeken. En het is ook niet duidelijk of het tegenwoordig een bestemming heeft, aangezien het helemaal leeg staat.

De volgende stopplaats op ons traject, was de imposante kathedraal, die gedeeltelijk in de steigers stond, zowel binnen als buiten.

Op onze planning stond ook het Museum van Schone Kunsten van Doornik. We hadden tickets gereserveerd om 13.30 u. en we verkenden de stad verder in de richting van het museum. Volgens ons plannetje moest dit gemakkelijk te vinden zijn, langs de ringweg. Alleen zagen we daar veel gras, veel verkeer, veel bomen, maar nergens een museum. Dan maar opnieuw een beroep gedaan op Google Maps, om vast te stellen dat we er straal voorbij gelopen waren, dwz, het museum ligt aan een smal straatje dat je bereikt via een poortachtige doorgang, en daar waren we voorbij gelopen. Vertrouw dus nooit volledig op die toeristische kaarten 🙂

Het museum is een prachtig, aangenaam gebouw, ontworpen door Victor Horta (als ik me niet vergis is dit zelfs het enige eigenlijke museum dat hij ontworpen heeft), en de collectie is grotendeels afkomstig van een legaat van Henri Van Cutsem aan Doornik in het begin van de twintigste eeuw. We zagen heel wat pareltjes van ons onbekende schilders, zoals Henri Fantin-Latour, Edouard Agneessens, Carl Gussow of Guillaume Seraphin Van Strydonck, waar we geboeid bleven naar kijken, maar evengoed van Henri De Braekeleer, Emile Claus en Vincent Van Gogh. En dan zwijg ik nog over Henri de Toulouse-Lautrec, Georges Seurat, Claude Monet en Edouard Manet. Deze laatste was een van de vele redenen waarom we dit museum bezochten. Een andere reden was de minitentoonstelling in de hal met (beeldhouw)werk van Rik Wouters, een van onze favoriete kunstenaars. En ook al hadden we die werken al gezien, het blijft een plezier om naar Het zotte geweld en Huiselijke zorgen te kijken. Het moet voor zijn favoriete model, zijn vrouw Nel, ook niet altijd evident geweest zijn: het huishouden draaiend houden en daarnaast poseren voor zijn schilderijen en beeldhouwwerken 🙂 .

Volledig verzadigd met een dosis cultuur, dwaalden we nog wat door de stad. De weergoden hadden blijkbaar een goede dag, want we kregen behoorlijk wat zon, Hét moment dus voor een terrasje, in de schaduw van de kathedraal.

Onze avondwandeling bracht ons nog naar de Pont des Trous (Gatenbrug), een versterkte waterbrug (gebouwd ca. 1300) over de Schelde, die in de middeleeuwen deel uitmaakte van de derde stadsomwalling. Helaas primeert de economie op historisch erfgoed, en werd in 2019 het middendeel van de brug afgebroken, om herbouwd te worden om bredere schepen door te laten. Ergens wel verstaanbaar als je die schepen ziet, maar visueel toch niet echt een verbetering.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: