Gepost door: pharailde | september 8, 2014

Chaos

Chaos in mijn huis en chaos in mijn hoofd (en in mijn lijf, want die verdomde hernia betert niet zoals ik zou willen). Niet dat er hier anders geen chaos is, maar nu is het nog veel, veel erger dan anders. De reden: verbouwingstoestanden.

Het positieve nieuws: de plakkers zijn geweest en hebben drie verdiepingen gepleisterd.
Het negatieve nieuws: de plakkers zijn geweest en hebben drie verdiepingen gepleisterd.

Dit wil dus zeggen:

- Dat er drie verdiepingen leeggemaakt moesten worden (op de keuken en een deel van de eetkamer na)

- Dat we gelukkig de luxe hebben om in een groot huis te wonen en dat dit dus gelukt is

- Dat we de afgelopen maanden al een en ander voorbereid hebben en veel weggedaan/gereorganiseerd hebben – we zorgen in ieder geval voor een gestage aangroei in de kringloopwinkel.

Zo zag bv. onze slaapkamer er een kleine twee jaar geleden uit:

DSC_0923

En zo enkele dagen voor de plakkers toekwamen:

Dsc_0520

- Dat wij met onze slaapkamer en badkamer verhuisden naar de logeerkamer en nu ook de douchekamer delen met de kinderen

- Dat in de vakantie ook naarstig gewerkt werd om het bureau van wederhelft E. klaar te stomen:

- Dat die ruimte inmiddels dienst doet als zijn bureau maar dat we ook ongeveer onze hele living daarnaartoe hebben overgebracht:

Dsc_0547 bis

- Dat het wel een gemak is om grote kinderen te hebben: ze hebben allemaal flink meegeholpen met schilderen en verhuizen

- Dat het niet eenvoudig is om al dat (verhuis)werk te zien en alleen maar te mogen toekijken, hooguit een vod ter hand te nemen om wat stof van een doos te verwijderen (hernia dus)

- Dat de plakkers met z’n drieën op dinsdagochtend (19 september) toegekomen zijn

- Dat die mannen met z’n drieën prompt bezit namen van het hele huis: we gingen ervan uit dat ze boven begonnen waardoor we beneden nog wat respijt hadden, maar neen hoor, ze zaten vanaf dag één al overal voor de voorbereidende werken (beschermkarton en -plastic bevestigen, grondlaag aanbrengen, hun materiaal installeren, enz.)

Dsc_0574

- Dat ze de enige ruimte die niet volledig leeg moest zijn (de eetkamer) in beslag namen om al hun materiaal op te slaan, waardoor ons “leefgebied” met de dag kleiner werd (ook wel door de inhoud van de berging die volledig leeg moest)

- Dat pleisteren voor – massaal veel – vuil en stof zorgt, daar was ik op voorzien. Dat het zo veel en zo indringend zou zijn, bleek ingrijpender dan verwacht. Plots kon je ook heel goed zien waar de katten overal gelopen hebben.

- Dat je geconfronteerd zo worden met een aantal – kleine, ik weet het – obstakels, daarop was ik langs geen kanten voorzien: ladders die plots anders stonden (en wankeler waren) of zelfs voor een paar uur volledig verdwenen, de algemene stroom die om de haverklap uitviel, de stroom die in delen van het huis moest worden uitgeschakeld (en ‘s avonds niet altijd weer ingeschakeld – niet handig als je bv. een douche wil nemen en er is geen licht), internet dat uitviel. Zoals ik al zei, eigenlijk allemaal niet erg op zich, maar in reeds ontwrichte omstandigheden zorgde dit toch voor extra frustraties (ook bij de jongste dochter).

- Dat de katten compleet van slag waren door al dat vreemd volk en dat lawaai in huis

- Dat pleisteren nog een – voor mij – volledig onvoorziene ellende oplevert: vocht. En dus ook kou. Zeker gecombineerd met onze fantastische kille zomer herfst. In de tweede week van hun verblijf ten huize, was het helemaal ellendig: het had al twee dagen aan een stuk continu geregend, alle ramen en buitendeuren stonden continu open, en het voelde in huis ongeveer even nat aan als buiten. Alles wat je vastnam was klam, laat staan dat er ook maar één handdoek droogde. En geen mogelijkheid om wat te verwarmen, want de verwarming lag volledig uit (terwijl ook de thermostaat was losgekoppeld). Met zeven truien, een paar dikke kousen, weggedoken onder een deken naar een dvd kijken, op die manier kon ik nog enigszins warm krijgen.
Inmiddels begint het wat te beteren, onder meer dankzij iets dat voor een nazomer moet doorgaan (temperaturen zijn redelijk ok, waardoor we heel wat buiten kunnen zitten, maar met veel te veel wolken naar mijn goesting – ik ben een moeilijk mens, peins ik)

- Dat de plakkers (ofte stukadoors in het schoon Nederlands) de klus op zeven werkdagen geklaard hebben, en het pand op woensdagavond 27 augustus weer verlaten hebben (wat een zeer aangename verrassing was, want bij de eerste contacten was er sprake van dat ze twee maanden werk zouden hebben [slik], maar dat bleek alleen maar zo te zijn in het geval ze de werkzaamheden in fasen moesten uitvoeren, zoals wij aanvankelijk voorstelden).

- Dat ze tot mijn verbazing die laatste dag vooral besteed hebben aan opruimen en zo veel mogelijk opkuisen. Niet dat er geen pleister meer was, integendeel. Na elke dweilbeurt zijn alle vloeren nog steeds binnen de kortste keren weer wit. Maar wel elke keer wat minder wit.

- Dat al dat vocht een helemaal onverwachte en onaangename bijwerking heeft: ons keukenwerkblad (dat al lang miserie geeft omwille van de siliconelijm) leidt een eigen leven. Door de grote vochtigheid zet het hout ontzettend uit en zoekt het een uitweg uit zijn keurslijf (zijnde de keukenkasten). Resultaat: een werkblad dat alle kanten opbolt en opkrult waardoor bv. lades moeilijker openen en sluiten, en een komkommer of tomaat gemakkelijker op de grond rolt, en waarvan de siliconelijm weelderig tiert en om de haverklap aan je handen blijft kleven. Al een geluk dat we toch al beslist hadden om na deze werken het werkblad te vervangen.

Maar, maar, maar, nu komen we aan het allerbelangrijkste, het resultaat. En dat mag er zijn: alle ruimten kregen meer en meer het uitzicht van een huis in plaats van een bouwwerf. En zoveel klaarder dat het werd! Ik heb zo’n vermoeden dat er veel muren definitief wit zullen blijven.

Nu nog trappen en deuren en vloeren en … en … maar deze belangrijke mijlpaal is toch al gezet.

Gepost door: pharailde | augustus 17, 2014

Lappenmand

Leeswaarschuwing: vooral medisch bulletin, met mogelijke zaagmodus, vooral bestemd voor de eigen annalen

Ik heb nu al een kleine twee weken last van een hernia: het is begonnen met gewoon ‘s morgens mijn gezicht te wassen aan de lavabo en dus licht voorover te buigen, waarbij ik iets heel licht voelde veranderen in mijn rug. Niet zo erg, ik had dat nog gehad, en het zou wel overgaan. Ik had bovendien alleen wat last bij het vooroverbuigen en tijdens het rechtstaan. Maar gaandeweg werd dat erger. Maandagavond voelde ik al pijn bij het naar huis stappen en dinsdagavond heb ik zelfs de bus genomen op een stuk dat ik gewoonlijk zonder problemen te voet doe. Staan was dus not done, stappen werd moeilijk en liggen was ook niet alles. Alleen zitten ging zonder noemenswaardige problemen, dus bleef ik gaan werken, ook al vonden collega’s dat ik toch beter eens naar de dokter zou gaan. Maar ja, ik was net terug uit verlof, het was er zeer rustig (nog veel collega’s in verlof, onder wie de baas) en ik wou een aantal taken afgewerkt hebben, temeer daar ik de week later ook gepland was om thuis te blijven ter voorbereiding van een aantal werken (maar daarover meer in een volgende post).

De nacht van woensdag op donderdag bleek echter grotendeels slapeloos, en na een pijnhuilbui zwichtte ik en ging dan toch maar langs bij meneer doktoor. Diagnose: een duidelijk geval van “sciatique” (ischias dus). Pijnstillers, thuisblijven en kalmaan doen (alsof er ook maar iets anders mogelijk was), en in de namiddag een scan laten nemen, vooral om te zien of er geen sprake was van schade (die marteltocht in het ziekenhuis zal ik me nog lang heugen). Ik weet niet waar Murphy hier weer toegeslagen heeft, maar het duurde tot de volgende woensdag vooraleer meneer doktoor de uitslag in zijn bezit had: vooral een bevestiging van wat voor de hand lag, nl. een hernia.

Helaas sloegen ook de pijnstillers maar diezelfde woensdag aan. Ik kon inmiddels perfect aanduiden waar die ischiaszenuw precies loopt. In de week ervoor was het vooral een kwestie van – licht voorovergebogen – te blijven zitten. Staan en stappen lukten niet langer dan 2 minuten zonder pijn, en langer dan een half uur, drie kwartier in mijn bed hield ik het niet uit. Resultaat, scheiding van bed, aangezien ook de nachten – half rechtopzittend – in de zetel werden doorgebracht. Leuk is anders.

Gelukkig keerde woensdag een en ander aangezien pas dan de pijnstillers hun werk begonnen te doen, en ik wat kon herademen (en ‘s nachts weer in mijn bed kon slapen). En ook alweer iets meer kon doen. Ondertussen werd ik wel geconfronteerd met een nieuw fenomeen: tintelingen in been/voet (alsof het “slaapt” maar niet zo erg) en bij het stappen het gevoel om telkens door mijn knie te schieten. De pijn is dus heel wat minder, maar het is nog lang niet in orde. Nu zien wat de komende week brengt, en wat meneer doktoor vertelt. Want hij ging contact opnemen met een specialist voor een verdere behandeling, maar ik heb nog niets gehoord, vermoedelijk door verlofperiode en lang weekend. Wordt vervolgd.

Gepost door: pharailde | juli 30, 2014

Gentse Feesten 2014

Het waren voor ons zeer ongewone Gentse Feesten dit jaar, en ja, je kan zeggen dat we ons wat ontheemd voelden. De voorbije 25 jaar vertoefden we tijdens de Gentse Feesten nagenoeg permanent in het Europees Figurentheatercentrum (EFTC), op de binnenkoer van het Caermersklooster (Patershol), voor het International Puppetbuskersfestival (voor wie dit nog niet wist, zie ook hier).
Maar het voorbije jaar is er een en ander veranderd. Vooreerst wenst het Provinciebestuur – eigenaar van het Caermersklooster – zelf gebruik maken van de ruimten van het EFTC en werd de organisatie vriendelijk verzocht om deze locatie te verlaten. Na een – moeilijke – zoektocht kon het EFTC terecht in enkele lokalen van het Groot Begijnhof in Sint-Amandsberg, maar daar is geen mogelijkheid om tijdens de Gentse Feesten een figurentheaterfestival te houden (bovendien ligt dit volledig buiten het centrum, en zou de publieksopkomst ferm kunnen tegenvallen).
Daarnaast is er het financiële luik. Om een heel lang verhaal kort te maken: na de hervorming van het subsidiereglement van het stadsbestuur voor de Gentse Feesten, is het EFTC er nog een in geslaagd om de helft van de vroegere subsidies te bekomen. Maar daarmee kon slechts een “festival light” worden georganiseerd: voorstellingen alleen op enkele podia in de stad, en slechts gedurende vijf dagen (de beide weekends en 21 juli).

Het resultaat was dus dat wij onze vaste stek kwijt waren, maar ook het contact met de artiesten en de andere vrijwilligers (wat ook voor hen een groot gemis was, zo hoorde ik her en der).

Daarnaast had de stad zelf ook wijzigingen aangebracht in de organisatie van de Gentse Feesten (dingen die dus niets met het puppetbuskersfestival hadden te maken). Sinds dit jaar begonnen de feesten op vrijdag(avond) ipv op zaterdag en eindigden ze, tien dagen later, op zondag(nacht) ipv op maandag(nacht). Het jaarlijkse vuurwerk werd losgekoppeld van 21 juli en ligt voortaan vast op de eerste zondagavond, terwijl het traditionele Bal 1900 op de Kouter voortaan vastgelegd is op de tweede zondagavond. Er waren ook wijzigingen in de verplichte sluitingsuren op de verschillende pleinen, maar dat had voor ons geen gevolgen.

Maar bon, zo gaat dat met veranderingen waaraan je niet veel kan doen: het geeft de gelegenheid om de dingen eens anders te doen.

De Gentse Feesten openen bij Sint-Jacobs traditioneel met een optreden van Walter De Buck. Deze Gentse volkszanger blies in 1969 de Gentse Feesten, die al meer dan een eeuw bestonden maar waar de ziel uit was, nieuw leven in en sindsdien opende hij elk jaar de feesten. Maar aangezien Walter De Buck net 80 is geworden, en zwaar ziek is, lijkt de kans me zeer klein te zijn dat hij volgend jaar weer op dat podium staat (hoewel het natuurlijk soms raar kan gaan in het leven), en dus wou ik er op 18 juli zeker bij zijn. En ik heb ervan genoten. Een verslagje van die avond, leest u op Gentblogt.

Op zondagnamiddag was het op de Kalandenberg een blij weerzien met een aantal gentbloggers, met enkele medewerkers van puppetbuskers en vooral, vooral met Detlev en Eva van Companhia Marimbondo. Zij waren naar Gent gekomen voor de wereldpremière van In the beginning, een heel leuk stuk over het ontstaan der mensheid. Na afloop keken we nog naar het mooie Gaspard van Cie Dyo, gingen we met een heel gezelschap bij Gwenola pannenkoeken eten en bijkletsen, deden we met Detlev en Eva (en Sven, een vriend van hen) van heerlijk avondmaal bij San en Michel, keken we bij Portus Ganda met z’n allen naar het prachtige vuurwerk op muziek van Sioen, en sloten we met onze Portugese vrienden de avond af op de Oude Beestenmarkt bij een biertje resp. bacardi (of twee). Aangezien we de laatste bus niet meer konden halen, trokken we maar huiswaarts met de benenwagen.

Maandagnamiddag stonden we alweer paraat op de Kalandenberg voor het optreden van Marimbondo (nog wat foto’s bij collega-gentblogger Max). Als mensen slechts enkele dagen in Gent zijn (ze vertrokken alweer op dinsdag), moet je ervan profiteren om hen zoveel mogelijk te zien, nietwaar. Bovendien wist ik dat dochter M. en vriend M. er ook gingen zijn (zij bezochten in mei Detlev en Eva tijdens hun vakantie in Portugal), wat altijd fijn is voor een gezellige babbel. Na de voorstelling gingen we nog een warme chocomelk e.a. drinken op het terras van Le Pain Quotidien. Veels en veels te snel was het tijd om alweer afscheid te nemen. Toch eens kijken om volgend jaar richting Portugal te trekken.
‘s Avonds aten we thuis gezellig met het bijna voltallige kroost (zoon S.W. zat toen nog in Nepal) frietjes. Altijd leuk om de hele bende eens aan tafel te hebben.

Dinsdag was rustdag. Allez, rustdag voor de Gentse Feesten, want het huis had echt dringend een schoonmaakbeurt nodig.

Woensdagnamiddag trokken wederhelft E. en ik eerst naar De School van Toen voor de tentoonstelling Kleine kinderen. Grote soldaten, over de Duitse bezetting in Gent tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vervolgens ging het naar het Pand voor een bezoekje aan het het Wonderkabinet, een uiteenlopende verzameling van wonderlijke dingen door de natuur of door de mens vervaardigd. De tentoonstelling is een selectie uit de diverse universitaire museale collecties, en geïnspireerd door de curiositeitenkabinetten bij vorsten en – rijke – intelligentsia (zoals bv. Rubens) vanaf de 16de eeuw. Een echte aanrader en nog te bezoeken tijdens de eerste 3 weekends van augustus (meer info).

Tijd voor een “girl’s afternoon”: op donderdag was het de bedoeling om samen met dochter M. en dochter E. de tentoonstelling over het werk van modeontwerpster Kaat Tilley in het Augustijnenklooster te bezoeken. Daar aangekomen, bleek dat niet mogelijk te zijn omdat er die dag enkele “totaalspektakels” rond haar werk stonden geprogrammeerd: met modellen, actrices, dans, muziek enz. Aangezien we er nu toch waren, besloten we toch maar om te blijven en te gaan kijken. We betaalden de tickets en lieten ons, temidden een hele horde oudere dames, meevoeren langs de – prachtige – mode van Kaat Tilley (weliswaar vooral voor anorexiameisjes zo te zien). Achteraf gingen we op een terras op de Korenmarkt een ijsje eten, belden we ons mansvolk op om richting stad te komen, gingen we samen naar de Tokyo Sushi eten, en eindigde met een tocht langs de verschillende pleinen (waar op dat moment niet zoveel te beleven was).

Op vrijdag geen Gentse Feesten want thuis moest ook nog een en ander gebeuren (daarover meer later) en ‘s avonds kwam zoon S.W. thuis na 3 weken Nepal. Veel te vertellen dus.

Zaterdagnamiddag was wederhelft E. toch van dienst bij puppetbuskers. Ik kocht dan eindelijk nieuwe schoenen (als er iets is dat ik haat, is het dat wel – en dan moet ik er binnenkort nog eens op uit om schoenen voor bij slechter weer te kopen), ging de wederhelft gezelschap houden bij de Lakenhalle (waar we nog zelfs een band van de auto moesten vervangen), kuierden naar het Sint-Baafsdorp om o.m. de – tijdelijke – nieuwe toren van Gent te bekijken, kwamen bekend volk tegen, gingen uit eten op een terras op de Vrijdagmarkt, gingen kijken naar de “koenferanse” van Pierke Pierlala (soms zeer goed, soms te langdradig – vooral de liedjesstukken tussenin) en eindigden onze avond zowaar op de Vlasmarkt! Dochter E. was daar namelijk tot 1 u. van dienst in de Kinky Star, en we gingen haar ophalen.

Ook op zondag gingen we op stap. Wederhelft E. naar het puppetbuskersfestival, ik naar de tentoonstelling Boer vindt land in het Caermersklooster (gelukkig zat ik dus binnen tijdens de felle regen- en hagelbui die over Gent trok, wederhelft E. had minder geluk). Erna deden we een terrasje aan de Hooiaard (het was inmiddels weer opgeklaard), we kwamen vrienden van vroeger tegen, gingen even naar het Bal 1900 met andere vrienden, gingen met hen samen uit eten in ons stamrestaurant Ankara, en sloten de avond af aan het Beverhoutplein (waar, tot onze grote ontgoocheling, de cava reeds op was). Om 1 u. zat dochter E. haar shift erop en kwam ze tot bij ons om samen huiswaarts te keren.

Toen waren de Gentse Feesten 2014 slecht nog geschiedenis. Het waren eens compleet andere feesten, maar ik heb er wel erg van genoten.

Gepost door: pharailde | juli 26, 2014

Paris: 11-13 juli 2014

Twee weken geleden trokken we een weekendje naar Parijs en de wederhelft had zin om daarover iets te schrijven. Bij dezen.
Wederhelft E. aan het woord.

Yep! Of beter: oui! In dit geval. Paris was de bestemming van onze laatste citytrip (welk eigengereid woord zouden de Fransen hiervoor hebben?). Een kleine kapstok is ruim voldoende om ons aan het dromen te zetten. De vorige keer was de aanleiding een toneelstuk (Rood, NTGent). Meer hadden we niet nodig om wat doeken van Mark Rothko te gaan spotten in de Tate Modern te Londen. Nu was het een recensie over een fototentoonstelling (Robert Mapplethorpe) en hop, project Parijs stond op de rails.

Omdat de Train à Grande Vitesse ons veel te snel naar Parijs bracht – ik werd er zowaar een beetje misselijk van – konden we ons niet onmiddellijk nestelen in ons hotel. Daarom zochten we in de buurt een bestemming voor een verkennende wandeling. Een blinde vinger op de kaart wees naar Canal Saint-Martin. Vroeger ongetwijfeld een economisch belangrijke verbinding voor binnenschippers, nu het decor voor een film noir. Een kanaal afgelijnd tussen twee kasseistroken, omzoomd door hoge lindebomen. Een grijze hemel en druilerige regenvlagen deden de rest. Dobberde daar geen ‘cadavre’ tussen de sluisdeuren?

Na Marianne goeiedag toegezwaaid te hebben op de Place de la Republique leidden onze benen naar Place des Vosges, de Fransen zijn meesters in het aanleggen van geordende parken en verder tot aan de opera (La bastille). Eén blik op dat modernistische onding bevestigde mijn ideeën over veel hedendaagse architectuur. Na deze “kleine wandeling” bereikten we terug het hotel en konden inchecken. Het werd een sobere hotelkamer met zicht op de Eiffeltoren (zoals in alle films nietwaar) en schimmel boven het bad (niet zoals in alle films nietwaar). Het gebouw was tenslotte reeds acht jaar oud….

Robert Mapplethorpe, één van de hoofdpersonages uit Just kids, een autobiografisch werk van Patti (Patricia) Smith kreeg een toetsbeurt. Grand Palais was het decor. Veel foto’s aan de muur en zoals gewoonlijk namen we er onze tijd voor. En ja wij vonden het kunst, al vanaf de eerste foto waarop een zieke Robert zichzelf portretteert. En opnieuw ja, er waren ook “cocks” te zien maar verder doet dit niet ter zake. Zijn ode aan de schoonheid van het gespierde menselijk lichaam is welbekend, blank en zwart, man en vrouw.

Nu, eenmaal in Parijs wou ik absoluut van de gelegenheid gebruik maken het Zadkinemuseum te bezoeken. De beeldhouwer Ossip Zadkine kent iedereen van “verwoeste stad” (Rotterdam): een (ik denk) futuristisch brons. Maar er is zoveel meer. Zijn voormalige woning + atelier, een oase vlakbij le Jardin de Luxembourg is omgevormd tot een klein museum met een gratis toegankelijke permanente collectie. Allen daarheen!

Tijd voor architectuur. De opera Garnier, een gigantische taart uit de belle epoque, gebouwd tussen 1861 en 1876, kreeg onze volle aandacht. Als toerist krijg je enkel de glamour te zien: traphal, foyer, een paar salons en ten slotte zelfs een blik in de zaal. Daarmee moet je het doen.
Al vlug wordt duidelijk dat de publieke ruimten toen nog belangrijker waren dan de spektakelzaal. Kosten noch moeite werden gespaard om een zo luxueus mogelijk kader te creëren waarin alle gasten elkaar en zichzelf konden adoreren. Bladgoud, marmer en spiegels, Charles Garnier kreeg er maar niet genoeg van. Pech voor hem dat een veel groter deel van het bouwbudget dan voorzien opgeslorpt werd door extra funderingen. Een kwestie van ondergrondse waterstromen in goede banen te leiden. Het fantoom vond dit in ieder geval prima.
In vergelijking met de wandelgangen komt de zaal behoorlijk somber over. Veel donkerrode pluche en goud maar schaars verlicht en helaas ook zonder het barokke toneelgordijn “à l’italienne”. Een lelijk brandscherm verhinderde het zicht op de scène. Ook de tot de verbeelding sprekende theatermechaniek kregen we niet te zien.
Gelukkig is er het in 1964 door Marc Chagall herschilderde plafond boven de kroonluchter. In zijn typische figuratieve stijl, geïnspireerd door de Joods-Russische cultuur van zijn geboorteland creëerde hij met veel heldere kleuren een brug naar het heden. Til je hoofd op en laat je overweldigen.

En zo kwamen we, uiteindelijk veel later dan gepland in het Cimetière Père-Lachaise: de meest bekende begraafplaats van Parijs. We gingen ervan uit dat deze groene stad binnen een stad even lang toegankelijk zou zijn als de openbare parken. Het Jardin du Luxembourg was open tot 21:15 uur (openingstijden die aangepast worden naargelang de zonsondergang). Helaas was dit buiten de Parijse ambtenaren gerekend. We kwamen toe om 17:15 uur en kregen te horen dat we om 17:45 uur weer buiten moesten zijn. En een halfuurtje is echt niets voor toeristen zoals wij.
Niet getreurd! Dan maar vlug even het plannetje aan de ingang bestudeerd/gefotografeerd en er het verste graf uitgepikt dat we zeker wilden zien: Oscar Wilde. Het werd een gejaagde tocht over steile kasseiweggetjes tussen eindeloze rijen graven van al dan niet bekende overledenen. Onze telefoon stuurde ons foutloos tot aan het gekozen graf. En we waren er niet alleen. Het grafmonument is een vrij grote witstenen constructie met in hoogreliëf een sfinx omgeven door allerlei sporen van lipstick. Om deze tombe toch wat te beschermen tegen al te opdringerige fans is er rondom glas aangebracht. Je kijkt er half door en half boven. Lelijk maar blijkbaar noodzakelijk.
En inderdaad klokslag 17:45 uur passeerde een ambtenaar, model “matrone” die ons met luider stemme toeriep het kerkhof stante pede te verlaten….

Bijgevolg hadden we tijd zat om terug te keren naar le Gare du Nord. In afwachting wandelden we nog even terug langs le Canal Saint-Martin en dronken er een glas op een terras. En het regende. “Il pleure dans mon coeur comme il pleut sur la ville….” (Ariette III, Paul Verlaine).

Gepost door: pharailde | april 19, 2014

London, baby!

Rewind naar een klein half jaar geleden: we genoten in het NTGent van de voorstelling Rood over de Seagram Murals van schilder Mark Rothko. Die murals waren bestemd voor een restaurant in de Seagram Building in New York, maar Rothko zag dat uiteindelijk toch niet zitten, verbrak het contract en schonk de murals aan de Tate Gallery, waar ze nu te bezichtigen zijn in de Tate Modern. Voldoende reden voor de wederhelft om voor te stellen om dat Kanaal eens over te steken en die murals met eigen ogen te gaan bekijken.
Wij dus van planning gedaan, treintickets besteld, verblijf geboekt, ponden besteld (die euro’s overal, zo gemakkelijk dat dat is) en vorige week dinsdag was het zover. Wij weg, met dochter E. en zoon S.W. Enfin, dat was het plan. Door een massaal bondgenootschap tussen virussen en bacteriën, was zoon S.W. genoodzaakt om het bed te houden en moest hij London aan zich voorbij laten gaan. Tot zijn, en onze, grote spijt. Kinderen en planning, dat blijft een riskante onderneming, of ze nu 2 zijn of 23. Gelukkig moet je niet meer halsoverkop opvang zoeken als ze 23 zijn.

Desondanks hebben we er wel van genoten (ook al was het niet altijd eenvoudig, want de zwarte hond bleek zich als verstekeling verstopt te hebben) en toch behoorlijk wat gezien. We hadden een lijstje met wensen opgesteld, en dat hebben we eigenlijk zelfs volledig afgevinkt. Tot onze verbazing, want van dinsdagnamiddag tot vrijdag late namiddag, is uiteindelijk niet zo lang. We hebben geshopt en vonden een aantal nieuwe kleren voor dochter E. (wat wederhelft E. in een of andere grote winkel een opmerking bezorgde dat hij zich niet in de gang van de kleedkamers mocht bevinden, die was alleen voor dames). We bezochten het John Soane’s Museum. Soane is de architect van o.a. de Bank of England en bouwde voor zichzelf een huis aan Lincoln’s Inn Field dat hij volstouwde met zijn kunstverzameling. En als ik zeg volstouwen, dan bedoel ik ook volstouwen, geen plekje bleef onbenut, van Griekse en Romeinse beelden en scherven tot (zijn) eigentijdse schilderijen. We waren daar trouwens een klein halfuurtje voor sluitingstijd (we wilden toch alleen een kijkje nemen en hadden niet de behoefte om elk kunstvoorwerp aan een studie te onderwerpen), maar we mochten al niet meer binnen. Ik heb dan maar mijn teleurstelling laten blijken en gezegd dat we ons zo gehaast hadden, en toen mochten we alsnog binnen.

We brachten op donderdag een bezoek aan de collectie William Turner in de Tate Britain, waar we een schilderij zagen dat Turner gemaakt had voor zijn goede vriend John Soane (jawel, die man van hierboven, de wereld is soms klein). Maar Soane wou het toch wel niet hebben zeker: het was te groot voor hem, hij vond er geen plaats meer voor in zijn huis. In de namiddag was het dan tijd voor het British Museum waar dochter E. (en wij ook uiteraard) de Library wou zien. Bleek die toch wel voor zeven jaar gesloten te zijn. Zucht. We hebben dan maar een bezoekje gebracht aan de Egyptenaren en hun mummies. Misschien niet zo’n goed idee wegens de busladingen Japanners (onder anderen) en de immer fotograferende medemens (ik was eigenlijk blij dat we het fototoestel hadden thuisgelaten), maar de oude Egyptenaren, die blijven toch fascineren.
Op vrijdagochtend was het dan tijd voor onze date met Rothko. Er kan ontzettend veel gediscussieerd worden over wat moderne kunst is (en er zijn daarover ongetwijfeld veel bomen voor gesneuveld en sloten inkt gevloeid), maar ons fascineert het wel. Ook al zijn er de laatste decennia heel wat namen van kunstenaars bijgekomen die ons niets zeggen.

En wat een geluk voor ons: musea zoals British Museum en de Tates, de dingen die we wilden zien dus, zijn volledig gratis. Gelukkig zijn we helemaal niet geïnteresseerd in Madame Tussaud, want dat bleek £ 30 per persoon te kosten. Slik.

Na sluitingsuur van de musea, was het tijd om door London te zwerven. We verkenden Trafalgar Square en omstreken, na een eerste bezoek aan Oxford Street dinsdagnamiddag, op zoek naar een nieuwe tas – we waren nog niet goed en wel toegekomen en op zoek naar de trein richting hotel, toen het oor van mijn tas doorschoot. Na het blitzbezoek aan John Soane’s Museum verkenden we de “advocatenbuurt” tussen Lincoln’s Inn en The Temple, een opeenvolgende reeks van doorgangen en “courts” en nog een doorgang om weer in een andere “court” te belanden, met kantoren rond ‘gestofzuigde’ gazons. Boeiend om ook daar eens rond te lopen. In een of andere court werd mijn aandacht getrokken door een vreemde eend in de bijt, iemand die niet opgekleed was zoals de rest van de drukdoende gerechtelijke mensheid, iemand zonder telefoon in de hand en aktetas onder de arm, maar wel met een roofvogel op de arm. Een Amerikaanse haviksoort, wiens diensturen erop zaten. In het midden van het gazon zat nog een soortgenoot – die werd zo dadelijk opgehaald – en in de koffer van de ‘dienstauto’ zaten nog twee valken. Gefascineerd door roofvogels als ik ben, was dat een aangename verrassing. De vogels werden ingezet als afschrikmiddel tegen het nestelen van de meeuwen. Die blijken in London ook een probleem te zijn.
Donderdagochtend begonnen we met de Houses of Parliament en Westminster Abbey (alleen de buitenkant) en op donderdagavond was de buurt rond Covent Garden aan de beurt. Vrijdag vertoefden we op de zuidelijke oever van de Thames, met de Tate Modern, een blik op het Golden Globe Theatre van William Shakespeare (reconstructie), maar hadden jammer genoeg geen tijd meer voor een bezoekje (geeft meteen een reden om nog eens te gaan) en een verkenning door Southwark en een bezoekje aan de Southwark Cathedral. Tussendoor staken we ook de Millenium Bridge over om de St. Paul’s Cathedral van dichterbij te bekijken.

Aangezien we geen zin hadden om met het fototoestel rond te zeulen, hebben we het maar thuisgelaten. London is dichtbij genoeg om, als we iets nog eens willen zien, ernaartoe te gaan. En ik vond het wel een verademing om gewoon rond te lopen en te kijken, zonder toestel tussen oog en onderwerp. Het was zo erg dat ik me begon te ergeren aan alle mensen die op alle mogelijke (en onmogelijke) plaatsen foto’s wilden nemen, ook in de musea. Je liep altijd wel voor iemands lens. Anderzijds versta ik dat wel, als je zo helemaal uit Japan komt …

We aten er Brits (The Sherlock Holmes Pub) – niet meteen de lekkerste maaltijd, Indisch (Indian City), waar ze een zalige lam korma hadden, Italiaans (La Ballerina) en Frans (Café Rouge).
We hadden logement gevonden in Charlotte Guest House, in West-Hampstead, met een heel vlotte metroverbinding vlakbij, en gelegen in een oer-Engelse straat.

Londen 2 (april 2014)

Het was er niet echt slecht, maar ook niet echt goed (tja, low budget), alles was er nogal uitgeleefd. Ook het ontbijt was niet super (het English breakfast, en de eieren waren behoorlijk vet), maar ze waren wel heel vriendelijk. En ik ben in nog geen enkel hotel geweest, waar de handdoeken op deze manier geplooid waren.

London (april 2014)

(en ik wil al terug naar London, want er is nog zoooooooooooooooveeel dat we niet gezien hebben)

Gepost door: pharailde | januari 19, 2014

Slecht vel

Allez, mijn vel zelf is niet zo slecht, een beetje droog soms, zeker in deze winterse dagen (volgens de kalender toch), maar niets dat niet op te lossen is met de nodige crèmekes en smeerselkes.
Het is onder dat vel dat het gelijk wat minder goed gaat. Al een tijdje.
En ja, er waren de tandperikelen (nadat de tand ontzenuwd was, dacht ik dat het ging opgelost zijn, maar toen kwam er een abces, maar na een antibioticakuur en veel pijnstillers is dit leed ook weer geleden), en er is een tenniselleboog links (misschien toch eens naar de dokter gaan om een voorschrift voor de kinesist) en een schouder met artrose rechts (idem dito), en pijn in de rug als ik wat te lang rechtsta, en hoewel dat soms behoorlijk lastig en best vermoeiend is, daarmee valt allemaal te leven (zou ik dan toch echt een dagje ouder worden?).

Het is eerder een gevoel van algemene malaise. Ik heb last om me te concentreren en een gebrek aan energie om dingen aan te pakken. Het liefst zou ik in een hoekje duiken, onder een deken, en de boel de boel laten. Maar dat lukt ook niet echt. Anderzijds, als ik thuiskom van het werk lukt het nog om voor eten te zorgen en zo, maar daarna is het ploffen in de zetel, waardoor een en ander tegen het weekend meer op een puinhoop dan op een huishouden lijkt, en ik het weekend dus moet gebruiken om een en ander weer op de rails te zetten. En dan is het zondagavond voor ik het weet, en dus weer tijd om aan de nieuwe werkweek te denken (maar wel met het gevoel: “mag het weekend nu aub beginnen?”). Ik vraag me af hoe dat zou aanvoelen, zo’n weekend zonder huishoudklussen, en alleen maar leuke dingen doen. Maar dat zal nog niet voor subiet zijn, peins ik. Ik wil het geen poetsvrouw aandoen om hier te komen schoonmaken. Wat me tot een ander pijnpunt brengt: de staat van afwerking van dit huis, die maar zeer, zeer mondjesmaat vooruitgaat. En als er een ietsiepietsie aan gebeurt, is dat doorgaans …, jawel, in het weekend. Het geeft het gevoel dat dit allemaal diep vanbinnen leidt tot een groeiende krop van een mengeling van machteloosheid, ontgoocheling en boosheid, waarvoor ik niet direct een oplossing zei, behalve constant ruzie maken, maar dat is ook niet zo echt leefbaar. Tenslotte ben ik hier in huis niet de specialist ter zake. En ik moet toegeven dat ik af en toe zin heb om op zoek te gaan naar een nieuwe, mooi afgewerkte studio. Maar inderdaad, tussen droom en daad …

Heb ik enerzijds last om me te concentreren en veel te weinig energie, anderzijds lukt het me ook niet goed om me te ontspannen. Want lukt het niet zo goed om dingen aan te pakken, en blijf ik soms te veel/te lang in de zetel hangen, met de pc, de krant of zelfs af en toe een boek, het geeft maar een half ontspannen gevoel, omdat alles wat ik nog moet doen ondertussen in mijn hoofd blijft spoken. Ik lees dan wel de krant, of ik blijf hangen op facebook, maar ondertussen is er dat stemmetje dat zegt: “je zou daar beter mee stoppen, en naar boven gaan en de was opplooien, of de eetkamer stofzuigen, of … of …” En dan zijn er nog de zaken die ik zou moeten/willen doen voor diverse verenigingen waarbij ik betrokken ben, maar ook daarvoor ontbreekt de energie (en dikwijls dus de goesting), en dan wordt er uitgesteld, en dan voel ik mij weer schuldig daarover, wat dan waar verlammend werkt. Zelfs hier een nieuwe post schrijven, vergt een grote inspanning (o.m. moeite om te concentreren dus). Dus San en Ongeletterde Wanhoop, niet wanhopen, dat stokje ben ik niet vergeten, en dat komt er wel, ooit.

Ik ben er mij wel goed van bewust dat het op den duur een vicieuze cirkel wordt: hoe minder actief je bent, hoe minder zin je hebt om actief te zijn, en hoe meer alles als sleur ervaren wordt. Het is nu een kwestie om te proberen te kijken waar ik die cirkel kan doorbreken. Nu nog de energie ervoor vinden. Eén lichtpuntje toch alvast: de dagen worden heel stilaan weer wat langer, en meestal helpt dat toch wel.

Gepost door: pharailde | januari 5, 2014

‘t Is weer voorbij …

Ook aan deze kerstvakantie is alweer een eind gekomen. En zoals gebruikelijk, alweer veel te snel.

(U weze gewaarschuwd, het is een post met een redelijk hoge zaagmodus).

En ook dit jaar heb ik me weer laten vangen. Aan het idee dat je in die periode een vakantiegevoel krijgt. Want er was een redelijk lange todolijst (waarop het meeste afgevinkt kon worden, op het uitkuisen van koelkast en diepvriezer na), en een even lange lijst van wat ik graag had willen doen, maar die eerste lijst heeft de bovenhand gekregen.

En zo werd er vooral van huishouden gedaan (komt er natuurlijk van als je in de loop van het jaar de dingen te veel laat aanmodderen), en van boodschappen, en van opruimen, en dergelijke meer. Daarnaast waren er natuurlijk de feestdagen – dit jaar bovendien midden in de week – die de nodige voorbereidingen vroegen (met heel veel plezier, daar niet van).

Bovendien had ik enkele weken geleden besloten dat ik absoluut een nieuwe kleerkast wou. Onze vorige kast was nog van mijn grootmoeder zaliger, maar begon toch mankementen te vertonen. Het bijzonderste: de ene kasthelft had geen deuren meer doordat een van de scharnieren grotendeels was losgekomen, maar pianoscharnieren vervang je niet zomaar eventjes. Geen nood, de kast was nog bruikbaar, ook zonder deuren, want het was zinloos om te investeren in een nieuwe kast aangezien het voorzien was dat op de kamer ooit een dressing zou worden ingericht. Daarbij had ik enkele elementen over het hoofd gezien: om te beginnen die “ooit” die almaar verder weg lijkt, het feit dat een open kast behoorlijk wat stof aantrekt, en last but not least, onze schattige poezen die in de kast een “fijne” slaapplek vonden (de slaapkamer zelf heeft ook geen deur, “ooit”, weet je wel). En een plek om hun nagels te testen, waardoor ik toch enkele lange jurken naar het containerpark mocht verwijzen. Dus was de maat vol, en wou ik – al was het maar voorlopig – een nieuwe, en vooral gesloten, kleerkast. Wij dus naar de Zweden, want inmiddels was wederhelft E. al tot de slotsom gekomen om gewoon kasten te kopen ipv ze op maat te laten maken.
En zoals steeds bij dergelijke operaties: ze vergen veel meer tijd dan aanvankelijk gepland. Er moest plaats gemaakt worden op de kamer, er moest een andere kast verhuizen naar de badkamer (rapper gezegd dan gedaan), een andere kast moest geleegd en verplaatst worden (werd uiteindelijk geliquideerd), de bestaande kleerkast moest geleegd en verplaatst, voor kasten en inhoud moest/moet een andere bestemming gezocht worden, de nieuwe kasten moesten gemonteerd worden (het gevloek viel nog behoorlijk mee) en gevuld. Gezien de abominabele verlichting op onze kamer (“ooit”, weet je wel), kon er alleen bij daglicht worden gewerkt, en dit is niet zo rijkelijk voorhanden in deze periode; Een duidelijk meerdagenproject dus, waarbij tot onze grote ergernis tweemaal naar de winkel moest worden gereden omdat de eerste maal niet alle legboorden en laden voorradig waren. Maar bon, inmiddels staan de nieuwe kasten er, en zijn ze grotendeels gevuld. Hopelijk kan ik volgend weekend een en ander afwerken. En hoe dan ook, dit zijn wel karweitjes die een hoop voldoening geven als ze klaar zijn (veel meer dan de zoveelste keer de vaat doen, of de eetkamer dweilen).

Een absolute domper op de feestvreugde van de tweede week (waarvan ik hoopte dat ik na nieuwjaar wat meer tijd voor lezen en dergelijke kon vrijmaken) was een kies linksonderaan. Mijn eigen stomme, stomme schuld natuurlijk. Die was al een hele tijd supergevoelig voor warmte en koude, maar aangezien ik het afgelopen jaar al veel te dikwijls bij de tandarts had gezeten dan me lief was, zag ik ertegenop om een afspraak te maken. Oerdom van mij natuurlijk, want uitgerekend toen ik bij de Zweden rondliep, liet de snoodaard zich voelen. Ik kon een en ander toch wat onderdrukken met pijnstillers, en op maandag toch maar geprobeerd om de tandarts te bellen. Die kon me er gelukkig tussen nemen om te kijken wat het probleem was: een gaatje onder een heel grote vulling. Maar ze had geen tijd genoeg om me toen te behandelen, én het was haar laatste werkdag van de vakantie. Afspraak op 6 januari dus. Normaal gezien zou ik het redden met de zwaardere medicijnen die ze voorgeschreven had. Maar die snode boosdoener liet zich niet temmen, en stak ook een tandje bij, waardoor de laatste dagen minder aangenaam en ontspannen waren (met onderbroken nachten helaas ook). Nooit gedacht dat ik nog zou aftellen om naar de tandarts te kunnen gaan. En ja, ik kon wellicht bij iemand anders terecht, maar ik laat liever alles nakijken en opvolgen door dezelfde persoon.

Het lijkt wel alsof alles kommer en kwel was, deze vakantie, maar zo erg was het nu ook niet. Er waren de kerstdagen die gezellig in familie werden gevierd. Er was oudejaarsavond met enkele goede vrienden, een avond zonder wilde feestjes en confetti, maar zeer gezellig en gemoedelijk en blij om elkaar nog eens terug te zien (getuige het feit dat het uiteindelijk 5 u. was toen ik het licht uitdeed). Er was een superkalme en rustige nieuwjaarsdag met ‘s avonds bezoek aan de familie van wederhelft E. En de donderdag erna trokken we op uitstap naar Antwerpen, naar het Red Star Line Museum, dat meer dan de moeite waard is. Een boeiend – ook actueel – onderwerp dat aantrekkelijk werd voorgesteld. En eigenlijk een must voor al diegenen die zo tegen multiculturaliteit zijn: migratie en versmelting van culturen zijn duidelijk even oud als de mens zelf.

Ook al was het een vakantie zonder echt vakantiegevoel, die twee weken thuis hebben wel deugd gedaan. Ik zou er zelfs met gemak een derde kunnen aan vastknopen, ik zou me nog niet vervelen (maar dan liefst wel zonder tandpijn).

Gepost door: pharailde | januari 5, 2014

2014

Het nieuwe jaar is alweer 5 dagen ver, hoog tijd dus om alle lezers hier een heel gelukkig, mooi en fijn 2014 te wensen.
Voor mezelf zal ik al heel blij zijn als de dingen een beetje gaan zoals ik zou willen dat ze gaan (en dat Murphy zich dus goed koest houdt).

Gepost door: pharailde | december 20, 2013

Een zwarte hond

Een tijdje geleden kreeg ik het prentenboek I had a black dog van Matthew Johnstone in handen, een boekje waarin de auteur, uit eigen ervaring, heel helder beschrijft – en illustreert – wat het betekent om een depressie te hebben. Het is een probleem, zeg maar gerust ziekte, waar heel veel mensen mee kampen, en ook wij ontdekten begin dit jaar dat we een zwarte hond als huisdier hebben.

Hij nestelde zich comfortabel diep binnen in dochter E. en half maart bleek dat hij grote, zeg maar heel grote, proporties had aangenomen. Functioneren was er niet meer bij, de zwarte hond had een en ander overgenomen. Hij moet er al vele jaren gezeten hebben en hij liet af en toe eens zijn tanden zien, maar bij tijd en wijle trok hij zich weer terug in zijn hok en waren wij weer gerustgesteld. Achteraf bekeken, voel ik mij wel behoorlijk schuldig dat we niet eerder aan de alarmbel trokken, maar hoe zeggen ze dat, gedane zaken nemen geen keer. De feiten zijn wat ze zijn.

Half maart had de zwarte hond dus bezit genomen van het controlecentrum en moest er dringend actie worden ondernomen. Gelukkig is onze huisarts goed vertrouwd met deze materie en schreef hij rust en medicijnen voor, schoolgaan zat er voorlopig niet in. Daarnaast werden de sessies bij haar therapeute (waar ze al geruime tijd naartoe ging) serieus opgedreven. Er waren in die eerste maanden tekenen van beterschap, maar absoluut niet voldoende, aangezien ze zich bleef afsluiten voor de buitenwereld. Alleen op haar kamer, daar voelde ze zich – relatief – veilig, ook al achtervolgden de angstaanvallen haar tot daar. Ondertussen deed ze in mei ook pogingen om de draad op school weer op te nemen, maar dat liep niet van een leien dakje. Op de koop toe stonden de examens voor de deur, waardoor die laatste schoolweken ook nog eens chaotisch verliepen. En chaos is het laatste wat ze kan hebben. Inmiddels was de knoop wel al doorgehakt dat ze haar jaar opnieuw zou doen.

Wat dat allemaal met je doet, als ouders, dat is moeilijk te omschrijven, maar ik herinner mij vooral de grote machteloosheid. Je wil helpen, maar je kan niet. Er zijn, en luisteren, dat is allemaal geen probleem, en uiteraard heel hard nodig, maar de situatie ten goede omkeren, dat is een ander paar mouwen. Je staat erbij en je kijkt ernaar want je bent nu eenmaal een liefhebbende ouder en geen therapeut. En ik kan je verzekeren, alle levenslust uit je kind zien wegglijden, dat vreet je op vanbinnen. Samen met de onrust, die toch wel latent aanwezig is: “ze zal toch niet …” (en ja, op dat vlak ben ik hopeloos en heb ik een veel te ruime fantasie).

Inmiddels kwamen we na overleg tot de vaststelling dat er meer ingrijpende maatregelen nodig waren, omdat er op de ingeslagen weg niet veel verdere vooruitgang te verwachten viel. Dus werd er meer gespecialiseerde hulp gezocht én gevonden. Redelijk snel bovendien, tot mijn verbazing. Ergens in mei namen we contact op, eind mei konden we op gesprek en was er sprake dat er tegen eind augustus, begin september een plaats zou vrijkomen, maar half juli kregen we plots telefoon dat ze ‘s anderendaags al opgenomen kon worden. Ons hart stond even stil omdat het zo plots was en er allerlei (vakantie)plannen moesten worden aangepast aangezien ook de Gentse Feesten voor de deur stonden, anderzijds had dat het voordeel dat er niet veel tijd was om te piekeren. Maar ik kan je verzekeren dat het met een heel klein hartje en gigantische brok in de keel was dat we haar op die dinsdagmiddag achterlieten, in een compleet vreemde omgeving, bij allemaal mensen die ze niet kende, noch het begeleidend personeel, noch de groepsgenoten. En ik ben ervan overtuigd dat haar hartje nog veel kleiner en de brok in de keel nog veel groter was. Gelukkig mocht ze in het weekend naar huis komen, en ook op woensdagnamiddag was ze vrij, waardoor we haar niet te veel moesten missen. Op zondag was het wel een beetje vervelend: ze moest om 11 u. ‘s ochtends weer binnen zijn, en dan was ze weer vrij van 14 tot 20 u. Meestal kwam ze dan met de bus naar huis, en brachten we haar ‘s avonds weer terug, maar de zondag was wel telkens gebroken.
(En even terzijde: wat me wel opviel in de voorbije maanden, was het feit dat er uiteindelijk maar heel weinig mensen waren die af en toe eens vroegen hoe het met haar of ons ging. Gelukkig waren er ook anderen)

Nu ja, uiteindelijk waren dat allemaal maar praktische beslommeringen, het voornaamste is dat ze daar uiteindelijk toch baat bij gehad heeft. Niet binnen de gebruikelijke drie maanden, maar na een klein half jaar is ze nu sinds twee weken weer thuis. Joepie! De zwarte hond heeft redelijk lang de bovenhand gehouden, maar zo’n anderhalve maand geleden heeft ze ergens een klik gemaakt en is ze erin geslaagd de zwarte hond onder controle te krijgen. Hij heeft wel nog geen andere oorden opgezocht, maar is toch zodanig gekrompen dat het weer leefbaar is voor haar. Sinds enkele weken gaat ze weer halftijds naar school (iets wat daarvoor compleet onbespreekbaar was) en ze heeft enkele examens meegedaan. Nu heeft ze twee weken echte vakantie voor de boeg (geen examens, geen lessen, geen therapieën) om dan in januari opnieuw volledig te starten.

En nu maar hopen dat dat beest zich koest houdt. Want zowel zij als wij zijn er ons goed van bewust dat hij op de loer ligt om weer groter te worden, en dat het zaak is om op tijd de symptomen te herkennen en op te vangen. Maar anderzijds is het evenzeer zaak om met vertrouwen in het leven te staan, en niet krampachtig te reageren om elk mogelijk negatief signaal. Er zijn al genoeg dingen in het gewone leven die een mens eens een slecht moment of een slechte dag kunnen bezorgen, die helemaal niets met de zwarte hond te maken hebben. Het wordt een mooie oefening om die uit elkaar te houden.

Wat de voorbije periode mij ook geleerd heeft: nooit beseft hoe deugd het kan doen om je kind weer regelmatig te zien lachen.

Gepost door: pharailde | november 26, 2013

Zuinigheid

Greet voelt zich dwaas. Ik vind haar allesbehalve dwaas. Integendeel. Hier voltrekken zich gelijkaardige taferelen. De blikken tomaat: identiek hetzelfde ritueel (ik kan er niet tegen dat er nog zoveel tomaat aan de binnenkant blijft hangen). Lege potten van mayonaise of cocktailsaus gaan terug de koelkast in tot we frietjes eten: een handvol frieten in de pot, goed roeren en de resten van de saus zijn nagenoeg verdwenen. De chocopot wordt pas leeg verklaard als er nog nauwelijks een veeg choco te bespeuren valt. Dankzij een supergoede, smalle pottenlikker van Tupperware, dat wel. (Ik verbaas er mij trouwens dikwijls over, als ik glasbakken zie staan, klaar om opgehaald te worden, hoeveel er nog in de potten achtergebleven is. En hoe vuil en vies dat er allemaal uitziet: hier gaat dat toch wel eerst in de vaatwas, of in de gewone vaat)
Dat van die mosterd (enkele ingrediënten erbij kieperen, goed schudden en je hebt vinaigrette), dat vind ik een goede tip. Een om te onthouden.

Ook verzorgingsproducten worden tot het laatste gebruikt: tubes handcrème/dagcrème e.d. en flacons bodylotion worden doorgeknipt en kunnen zo nog twee weken langer gebruikt worden. Flessen van shampoo en douchegel worden naar het einde toe ondersteboven gezet, en het allerlaatst, als er niets meer uitkomt, wordt er een geutje water bij gegoten, eens goed geschud, en klaar voor een laatste dosis zeep/shampoo/conditioner.
Alleen tubes tandpasta worden niet doorgeknipt: dat plakt te veel …

Older Posts »

Categorieën

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.