Gepost door: pharailde | maart 4, 2019

Mons

’t Was weer die tijd van het jaar. Veertien dagen geleden was wederhelft E. jarig en hij wilde als verjaardagsuitstap naar de tentoonstelling van Giorgio de Chirico in Mons. Klein probleem, jarig zijn op een maandag is niet zo handig want dan zijn de meeste musea gesloten, dat snel was opgelost: we maakten er weer een tweedaagse uitstap van. Dus begaven we ons die maandag onder een stralende lentezon met de trein, via een overstap in Brussel-Zuid, naar Mons (een verbinding Gent-Mons bestaat helaas niet – dit zou nogal wat tijd schelen, denk ik, want nu was het een half uur naar Brussel, een half uur wachten, drie kwartier naar Mons).

Hoewel het een kleine stad is (nog geen 100.000 inwoners), blijkt Mons toch het werk van een aantal bekende architecten te herbergen. Zo begonnen we ons bezoek bij het Congrescentrum MCIX van Daniel Libeskind dat vlak aan het station gelegen is. Een heel indrukwekkend gebouw, waarbij ik me wel afvroeg waarom er bij nieuwe (openbare) gebouwen precies altijd een opbod moet zijn van zoveel mogelijk lijnen, vormen en materialen.


Het MICX is het gebouw links (lukte niet om het gehele gebouw te fotograferen)

Ook het station zelf moet een architecturale parel worden, ontworpen door de wereldberoemde Spaanse architect Santiago Calatrava (ontwerper van o.m. het station Luik-Guillemins), d.w.z. als het ooit eens afgewerkt geraakt. Eind 2015, bij mijn eerste bezoek aan Mons, was het één grote bouwwerf, nu was het één bouwwerf, en ik vrees dat het nog lang een bouwwerf zal blijven. Ook dit project ziet er nochtans indrukwekkend uit.

Inmiddels konden we inchecken in Hotel Terminus. Jawel, aan het station gelegen. Het deed me sterk denken aan Franse hotels, in een oud pand, zonder lift (gelukkig was de kamer op de eerste verdieping). De kamer was aangenaam, maar de badkamer vertoonde wel wat mankementen (alleen een handdouche in het bad, maar zonder gordijn, de verlichting aan de spiegel deed het niet, zodat make-up aanbrengen niet echt evident was), maar dat was allemaal niet onoverkomelijk.


(met onze kamer op de eerste verdieping, de twee ramen rechts)

Ondertussen begon de honger te knagen en trokken we naar het dichtst bijzijnde plekje groen, waar we in de heerlijke lentezon ons broodje aten met zicht op de Sint-Waltrudiskerk (“La collégiale Sainte-Waudru”) en het Belfort, met achter ons de Artothèque. Daarna was het hoog tijd om in de Bergense straten te verdwalen en de sfeer van het stadje op te snuiven. We liepen langs de kerk richting Belfort (dat gesloten was, evenals het erachter liggende park van het Gravenkasteel – alweer het nadeel van een stadsbezoek op maandag), via omzwervingen naar de Grote Markt en het stadhuis – mét bronzen aapje (als je over zijn kopje wrijft, brengt dat geluk), de Rue de Nimy met de mikado van Arne Quinze (waren we niet zo enthousiast over), het Mundaneum (helaas ook gesloten), concertzaal Arsonic (met mooie architectuur), de hoek om langs een ander geslaagd architectuurproject voor een complex van sociale woningen, het Theatre Le Manège (ook moderne architectuur maar ons ding niet), en zo terug naar de Grote Markt, waar het stilaan tijd werd voor een aperitief, maar jammer genoeg te laat voor een terrasje in de zon. Dus werd het de Copenhagen Tavern.

In Mons houden ze blijkbaar hun erfgoed stevig in het gareel

 

Via het winkelcentrum gingen we terug naar het hotel om wat uit te rusten op de kamer. We bleken meer moe te zijn dan we dachten en hadden niet echt zin meer om nog veel rond te lopen – we waren ook die verdomde kasseien een beetje beu (ik blijf me afvragen waarom in historische stadscentra zo hardnekkig vastgehouden wordt aan die oncomfortabele kasseien, grrr). Uiteindelijk hebben we gegeten in het Italiaanse restaurant op het gelijkvloers dat verbonden was aan het hotel, want we hadden niet veel fut meer om ver te lopen, én we hadden al gemerkt dat veel restaurants gesloten waren (en de patron had ons ’s ochtends ook beloofd dat hij ging trakteren op een aperitief voor de wederhelft zijn verjaardag als we bij hem kwamen eten – ik had het niet verwacht 🙂 maar hij heeft woord gehouden, ook al werd het een digestief).

’s Anderendaags trokken we dus eerst en vooral richting BAM (Beaux-Arts Mons) voor de prachtige tentoonstelling Giorgio de Chirico. Aux origines du surréalisme belge : Magritte, Delvaux, Graverol. Niet heel groot (gelukkig maar), maar mooi opgesteld, en we hebben alweer een pak bijgeleerd. Al een geluk dat we niets mochten meenemen, want we konden echt niet kiezen 🙂
Ook jammer: we wilden postkaartjes kopen met werk van de Chirico, maar die bleken nog niet geleverd (vertraging omwille van nog een kwestie rond auteursrechten). Zo geraakten we aan de praat met een dame aan de balie die zeer goed Nederlands sprak, en bleek ze zich het bezoek van de Gentse archivarissen (eind 2015) nog goed te herinneren – ze had ons toen de uitleg over de historiek van de Artothèque gegeven. Ze bezorgde ons ook nog wat tips voor interessante plaatsen in Mons.
Zo trokken we, na het versterken van de inwendige mens, nog naar het provinciegebouw van Henegouwen (1939-1953) in de Rue Verte, met een prachtige inkomhal (iets meer informatie vind je in deze brochure op de voorlaatste pagina).

We eindigden ons bezoek aan Mons in het park achter het Belfort, dat aangelegd is op de restanten van het oude Gravenkasteel en waar je een mooi uitzicht hebt op de stad en de wijde omgeving.

Inmiddels was het hoog tijd geworden om ons terug naar het station en dus de realiteit te begeven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: