Gepost door: pharailde | september 30, 2018

Stockholm 2018 (5)

Onze eerste stop op dinsdag was de Riksbank. Toen we onze eerste betaling in cash wilden doen (ik vermoed de lunch op de eerste dag), bleek dat we betaalden met oude biljetten. Die had ik nog liggen van een vorige trip naar Stockholm (inmiddels 6 jaar geleden), en bleken inmiddels vervangen te zijn door nieuwe biljetten, en waren dus niet meer geldig. Omdat je voor de omwisseling van oude biljetten in België
steeds terechtkan in de Nationale Bank, gingen we ons licht dus opsteken bij de Riksbank. Omwisseling was inderdaad mogelijk: we kregen een formulier mee dat we ingevuld, samen met de biljetten, een kleine 1.600 SEK (ca. € 160), moesten opsturen naar de bank. Zoals steeds gold dat niet voor de munten. Ik had er ook te laat aan gedacht om te vermelden dat we in België eigenlijk geen geld mogen opsturen met de post, we gingen dus wel zien.
(Update na de reis: enige tijd na thuiskomst formulier en geld opgestuurd, drie weken later een mail ontvangen dat het geld toegekomen was, en inmiddels werd het geld gestort (wel met aftrek van zo’n € 10 administratiekosten)).

Omdat ik voor dochter M deel 3 van Harry Potter (De gevangene van Azkaban) in het Zweeds wou kopen, zochten – en vonden – we een boekhandel (en het boek), waarbij we meteen een beeld kregen van – een deel van – het winkelcentrum.

Langs het imposante parlementsgebouw ging het weer richting Gamla Stan.

Aangezien het personeel gisteren zo vriendelijk was om ons ticket een dag te verlengen, wilden we toch zeker een bezoek brengen aan het Tre Kronor museum (‘Tre Kronor’ of ‘Drie kronen’ is sinds de middeleeuwen het embleem van het Zweedse koninkrijk). De schatkamer en het antiquiteitenmuseum van Gustav III droegen niet echt onze belangstelling weg.
Er waren wel nog wat hindernissen vooraleer we eindelijk het museum binnen geraakten. En neen, het had niets met het ticket te maken, want dit werd zonder problemen aanvaard. Ik wou eerst nog een sanitaire stop, en ging ervan uit dat er in het museum toiletten waren. Maar ik werd verwezen naar het – afzonderlijk gelegen – ticketgebouw. Daar bleek dat een toiletbezoek alleen mogelijk was door het scannen van je ticket. En automatisering en een handgeschreven verlenging, dat gaat niet echt samen. Gelukkig was daar die vriendelijke man die mij had zien vloeken, en mij aanmaande om snel na hem door het poortje te glippen.
Om dan weer bij de ingang van het museum te komen, waar wederhelft E. stond te wachten, moest ik over het halfronde binnenplein. Bleek daar toch niet net de “changing of the guard” door te gaan. Dat zijn ceremonies die mij maar matig interesseren, maar ik moest noodgedwongen blijven kijken, want om aan de andere kant te geraken, moest je door het ceremonieel gedeelte, en ze stelden dat niet op prijs.

Het museum zelf is een aanrader. Het vertelt de geschiedenis van het koninklijk paleis, van de eerste fundamenten in de 13de eeuw, tot aan de brand in 1697. Toen zag het er naar ons gevoel veel mooier uit. Na de brand werd het volledig heropgebouwd zoals het er nu uitziet. Foto’s hebben we daar niet genomen, maar de afbeeldingen op deze pagina geven een mooi beeld.

Het was inmiddels al na 15 u. en vonden we iets te eten in een zomercafé op de binnenplaats van het koninklijk paleis. Even zitten en een hapje eten deden echt deugd.

Onze volgende halte was de aanlegsteiger van de bootverbinding naar Djurgården. Met al dat water in de stad wilden we hoe dan ook eens bootje varen, en die verbinding was inbegrepen in het metroticket. Ook een wandeling in het groen was aanlokkelijk. Bij aankomst was het wel kwestie van zo snel mogelijk van die plek weg te geraken, want we waren vlak bij de ingang van het pretpark Gröna Lund. En pretparken (en kermissen) zijn niet echt ons ding: veel te veel lawaai en volk, kraampjes met ogenschijnlijk onappetijtelijke eetwaren, en attracties waarvan ik al hoogtevrees krijg door ernaar te kijken alleen. We vonden een mooie wandelroute die ons tot aan de voordeur van Rosendals Slott bracht, een landhuis dat Jean-Baptiste Bernadotte ofte koning Karl XIV Johan had laten bouwen. Jammer genoeg konden we binnen geen kijkje nemen, want de paar foto’s die we van het interieur gezien hadden, maakten ons nieuwsgierig.
Een fijne gewoonte aldaar trouwens: bij sommige monumenten vind je een soort brievenbus met foldertjes in verschillende talen over het betreffende monument, die je er kan uithalen en gewoon meenemen. Zeer praktisch.

Het was er zalig toeven en heel begrijpelijk dat Jean-Baptiste daar een optrekje wilde. En beneden aan het water ontdekten we nog een prachtig kunstwerk van Jaume Plensa:

’s Avonds gingen we uit eten in een Italiaans restaurant (eigenlijk ga je in Zweden niet op restaurant maar op “restaurang”) vlakbij het hotel, in het gezelschap van “Spike” de meeuw. We hadden die al zien rondlopen, midden op straat, niet wijkend voor passanten of auto’s. Volgens het personeel komt die daar dus al verschillende jaren, op zoek naar etensresten, en laat hij/zij zich effectief door niets of niemand wegjagen. Ondertussen hebben ze hem/haar “Spike” gedoopt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: