Gepost door: pharailde | januari 29, 2015

Vertelsels uit het ziekenhuis (2)

Vertelde ik in de vorige post het verhaal redelijk chronologisch, dan krijgen jullie nu eerder een overzicht van losse herinneringen.

Op dag 2 kreeg ik nog een extraatje. Bij een van die vele prikken bleek dat de bloedwaarden niet zo goed waren, en bijgevolg kreeg ik in de loop van de dag een litertje bloed toegediend (de vampieren die hier heel toevallig zouden meelezen, zullen stikjaloers zijn). En zowaar, tegen de avond voelde ik mij al een heel stuk meer opgeknapt (zonder in de loop van de dag door te hebben dat het eigenlijk wel beter kon). Ik leerde ook bij dat je koortsig kan zijn als je bloed toegediend krijgt.
En betreffende die blauwe plekken van de prikken: ik heb blijkbaar in de loop der jaren moeilijke aders gekregen (vroeger veel minder last van), maar het lag ook aan de deskundigheid van diegene die prikte, want bij de ene werd het blauw, en bij andere zag je er helemaal niets van.

Ik vertelde de vorige keer dat het niet evident is om te eten als je moet liggen, ook drinken is een onderneming, zeker de eerste dagen. Zoals reeds gezegd, je moet blijven liggen en iets opheffen is zeker uit den boze. In het ziekenhuis heb je de luxe dat je continu water ter beschikking krijgt. In glazen flessen. Van een liter. Al eens geprobeerd om vanuit ruglig een glas water in te schenken vanuit een glazen literfles? Zonder dat je het voelt trekken in je rug. Om dan in een volgende fase dat water op te drinken zonder morsen. Ik vroeg al snel om een rietje en gelukkig heb ik altijd een schaar bij mij, waardoor we die rietjes konden halveren in lengte, zodat het niet altijd uit dat – laag – glas viel. En wederhelft E. liet ik al gauw halveliterflesjes meebrengen van thuis. Veel praktischer.

Ochtendverzorging dag 3. Ik werd losgekoppeld van alle mogelijke draden en infusen (op één na, die van het wondvocht), mocht voor het eerst even mijn bed uit voor een bezoekje aan het sanitair, en na een frisse wasbeurt en het aantrekken van mijn eigen, splinternieuwe pyjama (doorgaans draag ik geen pyjama’s maar in het ziekenhuis is dat niet echt een optie, dus ging ik op voorhand toch even shoppen) voelde ik me weer een beetje meer mens. Om vlotter het bed te kunnen opmaken (ik kan me voorstellen dat dat gemakkelijker gaat als de patiënt er niet inligt) mocht ik even in de zetel naast het bed gaan zitten. En plots waren de verpleegsters verdwenen. Ik veronderstelde dat ze onmiddellijk gingen terugkomen om me weer in bed te helpen, maar dat was blijkbaar niet het plan. Hoewel het aanvankelijk deugd deed om weer even rechtop te kunnen zitten, was het ondertussen al welletjes geweest. Ik werd moe, en bovendien zat die zetel niet comfortabel voor mijn rug (en mocht ik strikt genomen eigenlijk nog steeds niet rechtop zitten).
Op dat moment kwam de “cateringmadam” binnen om de flessen water aan te vullen, dus vroeg ik haar of ze een verpleegster – die ik op de gang bezig hoorde – wilde vragen om mij weer in bed te helpen. Ze kweet zich vriendelijk van haar taak, maar tot mijn verbazing kreeg ze als – nors – antwoord dat ik toch nog maar wat moest wachten want dat ze nog geen tijd had. Ik heb het dan maar zelf geriskeerd en heb nooit geweten of ze dan toch nog komen kijken is, aangezien ze mij enige tijd later plots kwamen halen voor de radiografie. En neen, ik ben niet assertief genoeg om dat mens er ’s anderendaags op aan te spreken.

In hetzelfde hoofdstuk communicatie. Op de avond van dag 2 kwam meneer doktoor op zijn ronde langs en vond het stilaan hoog tijd dat ik mijn bed uitkwam (maar gaf zelf toe dat dat niet evident was met al die infusen, en dat extra bloed). Maar ’s anderendaags ging de kinesist komen en moest ik de gang op. Dag 3 de hele dag uitgekeken naar de kinesist, maar niemand gezien. Ja, toch wel: dochter M. die ’s avonds op bezoek kwam en mij dan toch maar meegenomen heeft op ganguitstap. Deugd dat dat deed.
Op dag 4 meldde ik toch tegen de verpleging dat ik niemand gezien had. Rond half tien dan toch een kinesist op bezoek, die wist te zeggen dat ik niet op de lijst stond, en dat alles in het honderd liep omdat de normale kine van de afdeling in verlof was, en zij nu dus meerdere afdelingen onder hun hoede moesten nemen, maar hij ging straks komen.
Na de middag kon ik de dokter-stagiaire die haar ronde deed alweer melden dat ik nog niemand gezien had. Alweer navraag. Goed halfuur later kwam hij de kamer binnengestormd dat hij mij vergeten was. Zucht. Een ganguitstap was er niet meer bij, maar wel wat oefeningen op de trap. ’s Avonds heb ik mijn horizon dan maar verruimd door, samen met de wederhelft, eens tot aan het winkeltje beneden te stappen. En op dag 5 moest ik niets vragen: de dienstdoende kine stond plots voor mijn neus voor nog wat uitleg wat wel en niet mocht, en voor nog wat oefening op de trappen.

Toen een verpleegster op gegeven moment het verband kwam verversen, vroeg ik langs mijn neus weg hoe lang de naad eigenlijk was, denkend aan vorige operaties waarbij de naad zo’n drie à vier cm is. “Goh, een centimeter of vijftien”, antwoordde ze, “met 28 nietjes”. Blijkbaar zat ik met een heuse rits in mijn rug🙂 Ze gaan daar wel mee met hun tijd want prompt vroeg ze of ze een foto moest nemen, en aangezien ik toch wel nieuwsgierig was om te zien wat ze daar uitgespookt hadden (misschien wel minder geschikt voor gevoelige zielen):

Img_0549

Inmiddels is al dat ijzerwerk er uiteraard al lang uit, is alles heel mooi genezen en heb ik geen last meer van die vreselijke jeuk tijdens de eerste weken.

En oh ja, dan is er nog de buurvrouw. Mijn eerste buurvrouw bleek een Turkse vrouw te zijn, die geen gebenedijd woord Nederlands sprak of verstond. En aangezien mijn Turks van dezelfde kwaliteit was, bevorderde dat niet echt de communicatie. Hoewel ze echt haar best deed: ik kreeg heelder uiteenzettingen te horen, waar ik dus geen jota van begreep. En aangezien ikzelf nog behoorlijk groggy was (was dag 2), deed ik eerlijk gezegd ook niet echt veel moeite om haar tegemoet te komen. Wat ze precies mankeerde, weet ik niet – iets met haar buik – maar ze was ook slecht te been en haar schoeisel maakte haar niet echt stabieler. Ze schuifelde rond op te grote slippers (met een sleehak van enkele centimeters), waarbij haar tenen volledig uit haar slippers staken, denk daarbij ook nog een paar kousen, en je begrijpt hoe stabiel ze was. Om toch wat steun te hebben, gebruikte ze zo’n metalen standaard op wieltjes om infusen aan te hangen. Ze was in het ziekenhuis blijkbaar al gevallen, waardoor haar rechterarm in een mitella zat. Ondanks het gebod om in haar bed te blijven – er werd regelmatig een beroep gedaan op een Turkse verpleegster om te tolken – bleef ze rondschuifelen. Ik heb die dag tweemaal gebeld voor de verpleging omdat ze kopjes in scherven had laten vallen, en omdat ze zelf gevallen was. Ik had best wel medelijden met haar, maar kon dus zelf niet veel doen.
’s Anderendaags was het best wel grappig. Ze had vernomen dat ze naar huis mocht en had nog een aantal vragen voor de verpleging. En ze behoorde duidelijk tot het soort mensen dat geen geduld heeft, en dus wou ze een direct antwoord. Dat de verpleegsters op dat moment bezig waren met mij te wassen, en dat ik bijgevolg half ontbloot in mijn bed lag, dat speelde geen rol. Ze kwam zonder verpinken aan mijn bed staan om haar vragen te stellen (die niemand helaas verstond), en of de verpleegsters haar met gebaren wegstuurden of niet, dat maakte allemaal niet uit. Gelukkig kan ik daar allemaal best tegen, en ik betwijfel zelfs of ze zich bewust was van de situatie, maar anderzijds kan je je afvragen hoe ze zou gereageerd hebben indien ik zo aan haar bed zou komen te staan. Het is wel niet mooi van mij, maar ik vond het rustiger toen ze naar huis mocht.
Met de twee volgende buurvrouwen (de eerste voor een operatie aan haar voet, en de tweede voor een epilepsie-aanval) verliep het contact veel vlotter.

Mijn laatste nacht in het ziekenhuis bleek een bewogen nacht te zijn: laat gaan slapen wegens crimi kijken op Canvas; niet onmiddellijk ingeslapen; rond kwart voor vier gewekt door een nieuwe opname op de kamer (de aankomst van buurvrouw 3); niet onmiddellijk ingeslapen, ook omdat ik gehoord had dat de nachtverpleging nog moest komen voor haar, dus wou ik daarop wachten alvorens verder te slapen; toch licht ingeslapen; nachtverpleger kwam uiteindelijk pas tegen vijven; wakker gelegen en nog wat gelezen (leve Kindles met verlicht scherm); ingeslapen; wakker geschrokken door een bons: patiënt van de kamer aan de overkant was uit zijn bed gedonderd (al de tweede nacht op rij); ingeslapen; gewekt om zes uur voor de pijnstiller; ingeslapen; gewekt rond half zeven door getetter van de ochtendploeg; toch weer ingeslapen; zeven uur: bloeddruk en koorts opmeten; gedoezeld; kwart voor acht: ontbijt. Ik was ontzettend blij met het vooruitzicht om de volgende nacht in mijn eigen bed te kunnen doorbrengen.

Voor jullie de indruk krijgen dat ik die ziekenhuisopname een aaneenschakeling van ellende vond, niets was minder waar. Wat ik hier vertel, zijn momentopnamen, dingen die effectief gebeurd zijn (en soms voor verbetering vatbaar – zoals op heel veel plaatsen is vooral communicatie een werkpunt) en die ik wou noteren om later nog eens glimlachend na te lezen. Tenslotte zijn het allemaal mensen waarmee je in contact komt, en mensen hebben hun goede dagen en hun slechte, en de ene ligt je al beter dan de andere, en de ene is al positiever ingesteld dan de andere, en iedereen kan al eens iets over het hoofd zien, en ja, door samenloop van omstandigheden kunnen dingen ook al eens mis gaan. De werkomstandigheden zijn blijkbaar ook niet evident, dat kon ik genoeg opmaken uit hun onderlinge gesprekken.
Maar de operatie is zonder complicaties geslaagd, ik werd er goed verzorgd, en nagenoeg iedereen was vriendelijk.

Hoe het nu gaat? Redelijk goed, maar nog zeker niet zoals vroeger. De eigenlijke rugpijn ten gevolge van de operatie is al behoorlijk verminderd, waardoor ik ook al heel wat minder pijnstillers neem. Maar de klachten die er voor de operatie waren – het gevoel van de helft van de keren door mijn benen te schieten, en dat verdoofd gevoel in mijn tenen – zijn zeker nog niet verdwenen. Wandelen lukt wel al beter dan ervoor, dat is toch ook al iets. En als ik rustig in de zetel blijf zitten, voldoende gesteund door kussens, dan voel ik mij geweldig. Als ik niet in slaap val tijdens het lezen (wat nog steeds dikwijls gebeurt).


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers op de volgende wijze: