Gepost door: pharailde | januari 13, 2015

Vertelsels uit het ziekenhuis (1)

(Mijn rugoperatie en ziekenhuisverblijf hebben toch heel wat indrukken nagelaten, die ik vooral voor mijn eigen annalen wil opschrijven. En ja, het valt nogal lang uit, dus moet je je zeker niet verplicht voelen om verder te lezen. Maar het mag natuurlijk altijd)

Terwijl ik dit schrijf, is het vijf weken geleden dat ik onder het mes ging. Het was op een dinsdag. Bij de pre-operatieve administratie werd me gezegd dat ik er normaal gezien tegen zeven uur moest zijn, maar dat ze het definitieve uur nog telefonisch gingen bevestigen. Ik werd dus al om half zeven verwacht, met geplande operatie om half acht, als eerste op de lijst. Het piekte om zo vroeg te moeten opstaan, maar: ik moest mijn haar niet wassen (om de rest van de dag toch in bed door te brengen, leek me dat redelijk zinloos), ik moest niet ontbijten (scheelde ook weer in tijd), én, ik kon de rest van de dag toch slapen.
De administratieve afhandeling verliep vlot, op de kamer was het iets minder. We mochten naar kamer 8, bed 1, maar daar was het donker (begin december is het op dat uur nog verre van licht), in het andere bed lag iemand te slapen, en we vonden nergens de juiste lichtschakelaar. Met enkel wat verlichting bij de deur probeerden we ons wat te installeren, maar gelukkig daagde er dan toch personeel op. Het daaropvolgende kwartier was een rush van omkleden (in zo’n sexy operatiehemd – gelukkig zijn de nieuwe modellen al zo dat je achterkant ook zedig bedekt is), laatste administratie ivm medicatie en dergelijke, bloeddruk en koorts meten, mijn handtas en dgl. achter slot en grendel steken want ik kreeg te horen dat ik zeker een nacht op recovery moest blijven en dus pas ’s anderendaags op de kamer terugkwam, en toen kwamen ze me ophalen. Een tocht langs gangen en liften, een laatste kus aan de wederhelft, het OK binnen, infuus steken, wat gebabbel met de anesthesist, en toen ging het licht uit. Ik schat dat het ergens rond acht uur was.

Dat licht ging weer aan toen ik vanuit de hele verte iemand de hele tijd “mevrouw, mevrouw, mevrouw” hoorde zeggen. Ondertussen was iemand bezig met bloed te prikken, ik vroeg hoe laat het was (kwart over twaalf, zoiets) en geleidelijk kwam de wereld terug, in de vorm van een grote zaal met verschillende bedden vol ontwakende patiënten, gescheiden door gordijnen. Ik lag gelukkig aan het raam en kon nog naar buiten kijken (vraag me wel niet meer wat het uitzicht was, iets met gebouwen en toch wel een boom). De rest van de dag (en nacht) was een aaneenschakeling van wakker zijn en doezelen, maar echt slapen lukte niet goed, vooral ook door de beperkte bewegingsvrijheid. Ik moest op mijn rug blijven liggen (terwijl ik een onverbeterlijke buikslaper ben), had regelmatig aanvallen van misselijkheid, en lag vast aan allerlei infusen en draden en zuurstof en een pijnpomp. Maar ook mij gewoon wat verleggen, ging niet zo vlot, want dat deed pijn. En oh ja, die bloeddrukmeter die permanent rond mijn arm bleef zitten, en om het uur (ongeveer) vanzelf in werking trad, was ook niet zo bevorderlijk voor het slapen.

Ondertussen lag ik af te tellen naar het halfuurtje bezoek (tussen zeven en half acht), maar het werd zeven uur, kwart over zeven, twintig over zeven en nog steeds niemand te zien. Grrrr, wat was er nu weer misgegaan? Enfin, ik hoorde dan toch bekende stemmen (er waren blijkbaar problemen geweest om de afdeling binnen te komen, vermits niemand op de bel reageerde), wederhelft E. was in het gezelschap van dochters E. en M. en van vriend M. Gelukkig waren ze op de afdeling vriendelijk genoeg om hen nog binnen te laten, maar ze mochten wel slechts per twee bij mij. Ik kan niet zeggen hoe blij ik was om hen toch even te zien.

Zelfs ’s nachts werd er niet veel geslapen. Naast de reeds vermelde obstakels, was er de nachtelijke gang van zaken van een dergelijke afdeling. We waren met vijf patiënten die de nacht op recovery (ofte PAZA – Post-Anesthesie ZorgAfdeling – om het met een schoon woord te zeggen) moesten doorbrengen. Hoewel de nachtverpleegster – Leen – erg haar best deed om alles rustig te houden, was er toch zeer regelmatig beweging. Zo werden de laatste “normale” patiënten pas na middernacht naar hun kamer gebracht; waren er continu geluiden van apparatuur en alarmen van allerlei meettoestellen; was er die actieve bloeddrukmeter; deed de anesthesist pas rond middernacht zijn ronde; was er altijd wel iemand die een bedpan nodig had of op de nachtstoel moest, of die wat drinken wou; deed Leen regelmatig haar ronde om bij elke patiënt de gemeten waarden in de computer in te brengen; enz. En vanaf een uur of zes druppelde geleidelijk de ochtendploeg binnen – die, weliswaar met gedempte stem, toch veel te vertellen had – en kon de ochtendroutine beginnen. Ik werd ergens in het volgende uur fris gewassen en kreeg een lekker schone ziekenhuistenue aan (neen, nog niet een eigen pyjama, daarvoor lag ik nog aan veel te veel draden), en het bed werd opgemaakt. Kleine, deugddoende dingen. Opmerkelijk hoe sterk je wereld ineens verkleint als je ziekenhuispatiënt bent.

Ik keek wel het meest uit naar het verwijderen van het infuus in mijn linkerhand, aangezien dat de laatste uren behoorlijk pijn deed (wat ook het slapen niet bevorderde), maar ik moest daarvoor wachten op de mensen van het labo, die via dit infuus nog wat bloed moesten afnemen. Dat was althans het plan, want even later bleek daar geen bloed door te komen (vermoedelijk is Murphy mee geglipt naar het ziekenhuis). Geen druppel. Dus moest er elders geprikt worden, wat geen evidentie bleek. Ik had al gemerkt dat op mijn rechterarm her en der pleistertjes gekleefd waren, van vergeefse prikpogingen. Toen ik enkele dagen later naar huis ging, dacht ik dat er die week een speciale promotie was bij een rugoperatie: een gratis sessie bodypaint, aangezien mijn armen en handen bont en blauw uitsloegen.

Ergens tussen half negen en negen werd ik dan weer naar mijn kamer gebracht, waar het ook weer even chaotisch was. Terwijl ik nog wat uitleg vroeg over de bediening van het bed, dook er plots een jongedame op die had geassisteerd bij de operatie en iets zei over een prikincident en dat ze mijn toestemming nodig had om bloed af te nemen om te controleren of ik geen hiv (en nog iets had) – bleek dat ik nogal veel bloed verloren had en dat zij op een of andere manier daarmee in contact was geweest, en nu – logischerwijs – zeker wou zijn dat ik geen besmettelijke ziekten had. Vanzelfsprekend dat ik die toestemming gaf (en gelukkig gaven de verpleegsters haar de raad om aan het labo te vragen of ze die onderzoeken konden doen via de bloedafname van een uur daarvoor, of ze konden nog eens prikken).

Ondertussen had er ook iemand ontbijt gebracht, en zeer eigenaardig eigenlijk, hoewel het inmiddels al veel meer dan 24 uur geleden was dat ik nog iets gegeten of gedronken had (op een half glaasje water in de loop van de ochtend na), had ik helemaal niet het gevoel dat ik honger had. Eten was die eerste dagen trouwens ook een avontuur op zich. Ik mocht absoluut niet zitten, en mocht dus het hoofdeinde van het bed slechts beperkt omhoog zetten. De plateau met je eten werd dan netjes op het kastje aan je bed (op dat uitschuifbaar tafelblad) geplaatst en boven je bed geschoven. Maar die bevond zich toch nog redelijk hoog ten opzichte van je hoofd en armen. Half liggend eten is al een kunst, je eten zonder morsen naar je mond brengen is ook een hele opgave, laat staan om deftig je boterhammen te smeren of je vlees te snijden. De eerste dag was de mevrouw die het eten bracht zo vriendelijk om een handje te helpen, ’s avonds kreeg ik dan hulp van de wederhelft, en de volgende dagen lukte het om mijn plan te trekken. En bij de warme maaltijd bleek het vlees gelukkig op voorhand al gesneden 🙂

Advertenties

Responses

  1. Amai die blauwe plekken 😦 goed dat het allemaal achter de rug is he. Een heel avontuur…

  2. Ofwel kunnen ze daar absoluut niet goed prikken, ofwel ben jij (net als ik) ‘gezegend’ met ontzettend fijne aders.
    Hopelijk ga je nu al minder geplekt door het leven en gaat de revalidatie naar wens !

  3. Gelukkig zijn het maar tijdelijke tattoo’s. En ik hoop dat je intussen een voorspoedige revalidatie achter de rug hebt.

  4. Pfft, wat een avontuur, zeg. Ik ben blij voor je dat gans dat gedoe ondertussen achter de rug is. Je bent in ieder geval je schrijflust niet verloren, en da’s ook veel waard. 😉

  5. […] ik in de vorige post het verhaal redelijk chronologisch, dan krijgen jullie nu eerder een overzicht van losse […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: