Gepost door: pharailde | augustus 2, 2010

Allemaal beestjes …

’t Is vakantie en we gaan niet op reis en we hadden al lang het idee om nog eens naar de zoo te gaan. Dat is ook leuk zonder kleine kinderen.
Vorige donderdag togen we dus op weg, samen met de dochters (de zonen hadden geen zin, ook al had vriendin J. best zin om mee te gaan, maar zoon S.W. kan nogal overtuigend zijn), met de trein. Een mens moet al idioot zijn om met de auto naar de zoo te rijden, zeker met die dagtriptickets.
Zo kwamen we ook nog eens in het vernieuwde Antwerpen-Centraal en al zag het er behoorlijk indrukwekkend uit, ik kwam toch liever toe in die grote hal dan ergens op niveau min zoveel.
Het weer was eigenlijk ideaal voor een dergelijk bezoek: overheersend bewolkt maar regelmatig ook de zon, rond de twintig graden, slechts drie druppels regen (de regenbui was ’s ochtends thuis reeds gevallen).

Voor de rest:
– Er was behoorlijk wat volk. Ik had er nooit bij stilgestaan dat er op een doordeweekse, bewolkte vakantiedag nog zoveel mensen hetzelfde idee hadden. Bovendien had ik mij vergist in het feit dat er, gezien de vakantie, geen kinderen in klasverband zouden zijn: die waren vervangen door kinderopvang of vakantiekamp.
– In de gebouwen (vissen, reptielen, vriesland, nocturama, e.d.) was het helemaal hectisch: daar mogen ze volgens mij gerust eens wat aan de akoestiek doen. Stel u dus eerder donkere gangen voor, met in de wanden glazen toonkasten met achter dat glas dieren (als je al het geluk hebt om ze te zien). In die gangen loopt het vol mensen en kinderen en buggy’s die allemaal al die beesten te zien willen krijgen. En iedereen is aan het babbelen, en die kinderen zijn uiteraard kind aan het zijn en lopen rond en gillen al eens, en dat weergalmt dan allemaal en op de duur begint dat toch op mijn gemoed te werken. En dan voel ik mij eigenlijk wat beschaamd omdat ik merk dat ik daar gelijk steeds minder tegen kan.
– Waar zijn de beren (bruine of zwarte beer, ijsbeer) naartoe?
– En de grote krokodillen? De exemplaren die er nu zaten (kaaimannen) waren heel wat kleiner, maar ik herinner mij toch dat de krokodillen vroeger heel wat groter exemplaren waren. En dat ze roerloos stil bleven liggen, met geld op hun rug. Het blijft mij toch ook een raadsel waarom mensen de gewoonte kweekten om geld naar de krokodillen te gooien (in de hoop dat ze bewegingen zouden maken, misschien?). Er waren leguanen die zo maar boven je hoofd op een tak lagen te liggen, en er waren er die achter glas zaten. De komodovaraan zat ook achter glas (en we moesten heel wat moeite doen om hem te ontdekken)

– Ook orang-oetans heb ik niet gezien. Voor de rest blijven apen fascinerend.

– Ik kom tot de vaststelling dat ik okapi’s ongelooflijk mooie dieren vind.

– De leeuwen hebben we niet gezien (behalve een mannetje vanuit de verte) maar wel gehoord. We waren te laat want ze waren al naar binnen. Jammer. Wel een goede reden om nog eens terug te gaan.
– Van de tijgers en luipaarden en jaguars, de grote broers van onze eigen viervoeters, konden we wel genieten. En ons amuseren met te achterhalen welke van die grote katten aan welke eigen kat deed denken.

– De zoo was open tot zeven uur, maar vanaf half zes, twintig voor zes leek dat daar al uitgestorven. Iedereen was gelijk al naar huis. Helaas waren ook al heel wat dieren niet meer te zien. Ook de wintertuin bv. was al gesloten. Het is net als bij musea. Officieel zijn die tot een bepaald uur open, maar ruim daarvoor beginnen ze iedereen al buiten te vegen.
– Ik had mij stokstaartjes heel wat groter voorgesteld. Ze blijken echter niet veel groter dan een kat te zijn.

– Olifanten blijven de max. En blijkbaar zijn wij niet de enigen die dat vinden, want voor het olifantenverblijf was voor het publiek zowaar een terras met banken aangelegd. En jawel, nog steeds alom kreten van jolijt en opwinding toen Kai-Mook zich verwaardigde om eens van tussen de poten van haar moeder vandaan te komen. Het is inderdaad leuk en genieten om zo’n klein ding bezig te zien, maar ik kan er toch niet uitgebreid lyrisch over doen (euh, wel redelijk wat foto’s genomen). En ook opgevallen: een Antwerpse dame die haar dagelijks bezoekje aan de olifanten bracht, die stond te zwaaien naar de olifanten en hun naam riep, in de hoop dat ze haar kwamen begroeten, en die tegen de omstaanders volop aan het vertellen was over ‘haar’ dieren.

– Die andere baby, bij de nijlpaarden, kregen we veel moeilijker te zien. Het grote bad zag er leeg uit. Ergens achteraan stond één nijlpaard te eten. Maar een baby was nergens te zien. Toen roerde zich iets in het water en kregen we een stukje rug te zien. We bleven enige tijd staan en zagen heel af en toe een stukje rug of een stuk kop boven water komen, en heel af en toe een klein kopje, maar je moest heel snel en in de juiste richting kijken. Na een kwartiertje bleven moeder en kind dan toch een tijdje met hun kop boven water.

– Dochter E. wou graag de pinguïns fotograferen die onder water voorbij flitsten, maar meer dan beelden van alienachtige wezens kregen we niet. De Humboldt-pinguïns lieten zich dan weer gemakkelijker fotograferen.

– Het is sowieso niet overal evident om foto’s te nemen van de dieren: vele zitten achter glas, dat dus weerkaatst en bovendien niet altijd even proper is.
– De huisvesting van de uilen vind ik toch maar triest, redelijk klein en zonder een sprietje groen. Frapant: ook de blik van de uilen deed aan een van onze katten denken.

– Dat bracht ons wel bij de discussie die ons de hele dag bezighield: ook al is het leuk om die dieren in levende lijve te aanschouwen en versteld te staan van hun grootte en kracht, en ook al kennen we de ontstaansgeschiedenis van de dierentuinen en het tijdsbeeld waarin dit gebeurde, en ook al hebben dierentuinen hun nut bij kweekprogramma’s, het blijft toch moeilijk om te zien welk beperkt terrein ze slechts tot hun beschikking hebben (zeker als je je de uitgestrekte ruimte van hun natuurlijke omgeving voor de geest haalt).

– En tot slot: sommige dingen zijn gelijk niet op de groei gemaakt:

Advertenties

Responses

  1. Ik bezocht de zoo al meermaals, maar vorig jaar ontdekte ik Planckendael. Een wereld van verschil in vergelijking met de Antwerpse dierentuin: veel minder eng, prachtige omgeving en geen geduw en getrek om de er gehuisveste fauna (en bijwijlen schitterende flora!) te kunnen bewonderen. Je kunt er bovendien met de trein naartoe maar even zorgeloos met de auto wegens de ruime parkeermogelijkheid.

  2. Juist omdat er te weinig plaats is, hebben ze geopteerd om de beren weg te halen, en de andere dieren meer ruimte te geven. Jammer voor de bezoekers, maar wel veel beter voor de beestjes.

  3. Zijn de beren niet verhuisd naar Planckendael? Die zaten echt héél zielig in Antwerpen. Zoo’s, heb er ook altijd een heel dubbel gevoel bij, mooi en interessant langs de ene kant, neigend naar dierenmishandeling langs de andere kant…

  4. Interessant, kritisch en geïllustreerd relaas over ‘een dagje Antwerpse Zoo.’ Met veel zorg en tijd beschreven.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: