Gepost door: pharailde | januari 19, 2010

Noorse avonturen – deel 8

We hadden uitgebreid de stavkirke van Fantoft bewonderd en genoten van het zonnetje (daar liepen we te zweten met onze regenjassen en paraplu), maar moesten dit zalige oord toch achter ons laten, wilden we nog een ander stukje van Bergen zien. De bus bracht ons zo dicht mogelijk bij Troldhaugen, de woning van de Noorse componist Edvard Grieg (Bergen, 15 juni 1843 – Bergen, 4 september 1907), bekend van o.m. het Pianoconcerto opus 16 in A minor en de Peer Gynt suite. Het bleek nog een eindje te stappen te zijn vooraleer we bij het museum waren, en ik begon me ongerust te maken over het feit of we nog tijd genoeg zouden hebben om alles te zien. Het was immers reeds rond vier uur, en we hadden geen flauw idee over het sluitingsuur. Gelukkig bleek dat zes uur te zijn.

Troldhaugen (of trollenheuvel) is genaamd naar de trollen die volgens een plaatselijke legende op deze heuvel wonen. Op het terrein dat Edvard Grieg en zijn vrouw, de sopraan Nina Hagerup, aan het meer Nordåsvannet verwierven, lieten ze in 1884-1885 een villa in victoriaanse stijl bouwen, waar ze tot aan zijn dood woonden. De woning is sindsdien onveranderd gebleven en staat open voor het publiek. Ook de Steinwayvleugel, die het echtpaar in 1892 cadeau kreeg ter gelegenheid van hun zilveren bruiloft, wordt er nog af en toe bespeeld bij kleinere recitals die georganiseerd worden in de woonkamer. Het is geen echt grote woning (nadat hun enige dochtertje, Alexandra, overleed toen ze 18 maanden was, kreeg het echtpaar Grieg geen kinderen meer) maar wel heel gezellig, met ruw houten binnenmuren. Aangezien we konden kiezen tussen een vrij of een geleid bezoek, kozen we voor het eerste (we houden er nogal van om de dingen in ons eigen tempo te bekijken), maar het was er zeer kalm en de aanwezige toezichtster wou overduidelijk over Grieg vertellen, dat we toch een volledige rondleiding kregen.

Nog in 1892 liet Grieg bij de oever van het meer een klein huisje bouwen waar hij zich terugtrok om te componeren. Ook dat is onaangeroerd gebleven, maar helaas ontoegankelijk voor het publiek. Je kan hoogstens tussen de reflectie van de bestofte ramen een glimp van het interieur opvangen.

Na zijn overlijden werden zijn stoffelijke resten bijgezet in een rotswand die uitkijkt over het water. Toen Nina, die inmiddels in Kopenhagen woonde, in 1935 overleed, werd ook zij in deze rotswand bijgezet. Voorwaar geen onaardige plek om de rest van de eeuwigheid te vertoeven.

Inmiddels was het al ruim na sluitingstijd en, hoe aangenaam het er ook was, het werd toch tijd om ons weer richting bushalte te begeven, kwestie van op tijd weer aan de haven te zijn. De busboot vertrok om acht uur, en die missen zou nogal wat praktische problemen opleveren. We waren evenwel ruim op tijd en ik profiteerde van de wachttijd om nog eens naar het thuisfront te bellen, om tot mijn verbazing een zieke aan de lijn te krijgen. Even gemoederd vanop afstand, en hem voor alle zekerheid naar de dokter gestuurd, zeker met het weekend voor de deur.

Vrijdag lasten we nog een rustige dag in, waarin gewandeld werd, gecomputerd, gelezen (waarbij de regen weerom spelbreker was: het was me weer niet gegund om me gezellig met mijn boek op het terras te nestelen), filmpjes gekeken en al gedeeltelijk ingepakt, want op zaterdagochtend verlieten we Bekkjarvik alweer, richting Stavanger. Het voelde alsof we nog maar toegekomen waren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: