Gepost door: pharailde | september 16, 2009

Noorse avonturen – deel 5

Na de ‘avonturentocht’ op maandag, sliepen we op dinsdagochtend toch wat langer uit (voor zover mogelijk met verbrand vel en spierpijn in de benen). Na het ontbijt zochten we de plaatselijke supermarkt om onze proviand wat aan te vullen. En ja, de clichés toonden ook hier aan waarom het clichés werden: ze bevatten gewoon de waarheid. Noorwegen is duur. Tomaten aan € 4 de kg, bananen aan meer dan € 2 de kg, mango’s aan € 2 het stuk, melk (de goedkoopste) aan € 1,5 (driemaal zo duur als de prijs die we in de Colruyt betalen, ook de goedkoopste). Toen werd het vergelijken te ontmoedigend (voor zover we de prijzen allemaal kennen) en kochten we waarin we zin hadden. Wat ook opviel: het bleek moeilijk om, behalve bier, alcoholische dranken zoals wijn of sterke drank te kopen (tijdens de reis waren helaas 2 flessen rosé gesneuveld, en ja, ik ben een roséliefhebber). Achteraf hoorden we dat je daarvoor in speciaalzaken in de stad moet zijn. En die ene fles rosé die we vonden, hebben we maar meegenomen naar huis, als azijn voor op de sla. Ze bleek toch rode vruchten (ik denk ook frambozen) te bevatten. Niet te drinken gewoon, zo zuur. En dan te weten dat we er ca € 10 voor betaald hebben. Zonde.

Andere vaststellingen: vlees zoals we dat thuis kennen (alle soorten rundvlees, varkensvlees, gevogelte, enz.) was in deze supermarkt moeilijk te vinden, behalve alle mogelijke soorten knakworst (sommige dingen doen nogal aan de Duitse keuken denken). Misschien dat het in de grote steden anders is. Of ook: je vindt hier makreel in … tubes. Idem voor kaviaar. En neen, we waren niet nieuwsgierig genoeg om dat te kopen en te proeven. We kochten wel vis, diepvriesvis weliswaar, maar die bleek achteraf vreselijk zout te zijn.

Thuis nog wat gelummeld en in het zonnetje/in de schaduw op het terras genoten van een hoofdstukje in ons boek. In de loop van de namiddag toch nog even buiten geweest. Met de auto tot in Stolmen gereden (en op die manier eens de andere kant van Selbjørn verkend), over de brug die beide eilanden verbindt. Het heeft toch iets, zo boven de zee rijden (en ja, ik moet daarbij mijn verstand op nul zetten en mij concentreren op het uitzicht, anders krijgt de schrik weer de bovenhand – ik ben echt vreselijk, ik). In Stolmen waren we van plan om het wandelpad aldaar te volgen (jawel, nieuwe poging nadat we gehoord hadden dat dit traject veel minder lastig was) maar na twintig passen zakte de moed me al in de schoenen, of liever gezegd, in de modder. Het traject mocht dan misschien wel minder lastig zijn, het terrein was op zijn minst even zompig en ik had echt geen zin in weer natte schoenen en broekspijpen.

We hebben dan maar een ommetje gemaakt langs de asfaltweg tot in het nabijgelegen dorpje, Kvalvåg. Als je zo in die dorpjes rondkijkt, ziet alles er zo idyllisch uit (ik hou bovendien wel van de Scandinavische bouwstijl), maar ik kan me niet voorstellen om daar te wonen. We liepen tot aan de kade aan de zee en verbaasden ons over de helderheid van het water: we zagen de rotsen onder water doorlopen, plekken verlicht door de zon en hele scholen piepkleine visjes. Terwijl we stonden te genieten van de omgeving (stom van ons, gewoon het fototoestel vergeten) kwam er een oude, getaande Noor aangesloft die een praatje kwam slaan. Het gesprek liep niet echt vlot, maar met twee woorden Noors, wat gebroken Engels, en vier woorden Duits lukte het toch om te communiceren. We vertelden hem dat het daar enorm mooi was, wat hij beaamde maar hij voegde er onmiddellijk aan toe dat het er in de winter heel wat minder leuk was. Hij wou ook weten waar we vandaan kwamen, en toen moesten we hem trachten uit te leggen wat het verschil tussen het Nederlands in Vlaanderen en het Nederlands in Nederland was, en dat het Duits toch wel echt een verschillende taal was. Het gesprek werd zijnerzijds regelmatig doorspekt met “ja, ja”, maar denk daar dan een Noorse uitspraak bij. Ook al duren ze niet lang, ik vind dergelijke ontmoetingen bijzonder leuk en boeiend.

Op woensdag hadden we een bezoek aan Bergen gepland, waardoor we redelijk vroeg moesten opstaan. Van onze lieve huiseigenaars hadden we vernomen dat er vanuit Hufthammar een passagiersferry rechtstreeks naar Bergen voer, wat praktischer was dan eerst naar Krokeide te varen en vandaar door te rijden naar de stad. Die ferry zou ons rechtstreeks tot in het centrum van Bergen brengen, wat vooreerst een mooie tocht tussen de eilanden opleverde en ons daarenboven vrijwaarde van de onoverkomelijke parkeerproblemen. Ze waren zelfs zo lief om voor ons de vertrekuren na te vragen: om 10.40 u. was prima (de vorige van 7.25 u. was ons toch een beetje te vroeg). We moesten dus op tijd de deur uit, want we hadden eerst nog die ca 30 km naar Hufthammar voor de boeg. Helaas lukte dat niet zo goed, en ondanks de snelle rit, waren we net op tijd om de ferry uit te wuiven. Hij kwam net los van de kade toen we arriveerden.
Frustratie alom, ik kan het je verzekeren. Maar gedane zaken nemen geen keer, ons kwaad maken bracht ons die dag niet in Bergen. We beslisten dan maar om gewoon terug te keren en te zien wat we nog konden doen, want het was inmiddels al middag. Een grote uitstap zat er al niet meer in.

Wederhelft E., dochter M. en vriend M. hadden zin in nog zo’n wandeling, terwijl ik uitkeek naar enkele rustige uurtjes op het terras met boek en/of pc. Dochter E. bleef bij mij.
Helaas bleek ook hier dat ik dat moet afleren: het verlangen naar enige tijd op het terras ter ontspanning. Ofwel heeft er mij om de haverklap iemand nodig, ofwel strooien de weergoden roet in het eten. Dat laatste was dus die woensdagmiddag het geval. Het was ’s ochtends bewolkt, maar het zag ernaar uit dat de hemel zou opentrekken. Niets was echter minder waar. En jawel, toen ik me buiten had geïnstalleerd en de draad van mijn boek weer had opgenomen, vielen de eerste druppels. Ik dus weer naar binnen. Het bleef bij die enkele druppels, dus ik na vijf minuten weer naar buiten. Hetzelfde scenario. Toen gaf ik het op en bleef de rest van de namiddag maar binnen. Een wijs besluit want na verloop van tijd begon het echt te gieten. Gelukkig hadden de wandelaars hun traject (dat dus effectief zo zompig was als ik vreesde) al achter de rug en liepen ze op de asfaltweg op weg naar de auto.

We besloten de dag met de film, There’s something about Mary, met Cameron Diaz. Helaas een vreselijk slechte film. En waar ik o zo dikwijls tijdens een film in slaap val, wou dit nu langs geen kanten lukken. ’t Moest weer lukken.


Responses

  1. […] we op woensdagochtend luttele seconden te laat waren om de boot naar Bergen te halen, stonden we donderdag een heel stuk […]


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers op de volgende wijze: