Gepost door: pharailde | augustus 27, 2008

Vakantieherinneringen (3 aug.)

    Hoog tijd voor nog wat vakantieherinneringen vooraleer ze door de gaten in mijn geheugen verdwijnen, of we al een volgende vakantie beginnen te plannen.

    Op zondagochtend lekker lang geslapen en na een laat ontbijt of vroeg middagmaal (’t is maar hoe je het bekijkt) in de grote tuin, vertrokken we naar de Chiemsee, het grootste meer van Beieren, gelegen ten zuidoosten van München, zo’n goeie 60 km van Rattenkirchen.
    Een klein uurtje later arriveerden we in Stock (Prien) vlak aan het meer, waar alles toerisme ademt. Ons eigenlijke doel was een van de eilanden in het meer, Herrenchiemsee (ja, er was ook een Frauenchiemsee), waar koning Ludwig II van Beieren, een slot liet bouwen, een van de zovele. Maar voor we dat konden bezoeken, stelden er zich nog enkele praktische probleemkes: de auto parkeren, en op dat eiland geraken. Het eerste zag er op het eerste gezicht geen sinecure uit, want de eerste parkings die we passeerden bleken allemaal volzet, maar even verder vonden we een weide die als parking ‘ingericht’ was. Aan de ingang verkocht een geüniformeerde medemens tickets en voor € 2,5 konden we er de hele dag staan (het zou de goedkoopste betaalde parking van de hele reis worden).Op dat eiland geraken was eigenlijk heel simpel: er was één enkele bootdienst die alle eilanden aandeed, en we waren er vlakbij. Voor de totale som van € 31 konden we naar Herrenchiemsee en terug (voor tweemaal een kwartiertje varen). Niet echt goedkoop, maar veel keuze hadden we niet, we wilden dat Königschloss zien. Gelukkig is varen altijd leuk en het was stralend weer (voor mij soms zelfs veels te warm, soms tot grote frustratie van mijn kroost, want ik zocht altijd de schaduw op en zij de zon). Herrenchiemsee ligt redelijk dicht bij de oever, en het was pas toen wij rond het eiland voeren (de aanlegsteiger lag immers aan de andere kant) dat we goed zagen hoe groot dit meer eigenlijk is.

      

    Tussen de bomen van het eiland konden we al een glimp van het kasteel opvangen.
    Volgende stap: tickets kopen. Er stond gelukkig zeer weinig volk, en ook het feit dat kinderen tot 18 jaar gratis binnenkonden was een meevaller. Dat betekende dat we maar 3 tickets moesten kopen, 2 voor ons (€ 7), en één studente (€ 6). Tot de meneer aan de kassa de identiteitskaarten vroeg (behalve van dochter E., hij zag zo ook dat zij nog geen 18 was, en gelukkig maar, want zij had haar portefeuille e.d. en dus ook haar identiteitskaart thuis vergeten). Toen bleek dat zoon S.W. zijn portefeuille naast zijn bed had laten liggen, weliswaar in Rattenkirchen en niet in Gent, maar veel verschil maakte dat niet: we moesten voor hem de volle pot betalen (zijn zakgeld was voor de maand augustus ineens wat minder).

    Het was nog een half uurtje stappen tot aan het slot, eigenlijk tot aan de tuin, en toen zagen we het in al zijn glorie liggen.

    Terwijl we op een bankje in de schaduw het geheel in ons opnamen, bekeek dochter M. – gelukkig – ook eens de toegangskaarten want daarop stond dat we het slot pas binnen konden om 16.15 u. Inmiddels hadden we ook begrepen dat het om een gegidste rondleiding ging. Het was pas drie uur, dus wandelden we opnieuw tot aan het meer, maar nu langs de rechte as kasteel – meer. De kasteelheer moest toch een beetje van een uitzicht hebben:

     

    Hier het zicht van langs de andere kant (waarbij ik in het midden van een dam tussen de vijver en het meer stond):

    Toen we dan tegen tien over vier het slot binnentraden, waanden we ons even in een stationshal: er hing zo’n elektronisch bord waarop het uur van de rondleiding stond aangegeven, de taal van de rondleiding, en de gate waar je verwacht werd. Die gates bleken een aantal tourniquets te zijn. Toen voelden we ons echt drijfvee: om 16.15 u. stipt ging de gate “open”, een na een ticket door de automaat laten lezen, door de tourniquet lopen, aan de andere kant braafjes wachten in een soort sas, de hele groep (ca 40 man) erdoor, doorgang achter ons vergrendeld, deur voor ons opengemaakt, een lange gang door, wachten aan de volgende deur, waar de gids ons dan kwam ophalen. Hop naar de traphal, centje in de automaat, monotoon monotoon uitleg (allez, het was een echte madam hoor, maar ze leek zo in een andere wereld te vertoeven dat ze mij eerder deed denken aan een gidsautomaat of -robotje), hop de trap op naar de volgende zaal, weer monotoon monotoon uitleg, hop naar het volgende, enz. enz.
    Amper een half uur kregen we om dit grote praalslot te bekijken. Akkoord, het is nooit afgewerkt geraakt en als je een monument bezoekt mag je nooit zomaar overal rondlopen (en met overal bedoel ik wel degelijk overal, nieuwsgierig als wij zijn) maar wij dwalen zo graag in ons eigen tempo door zalen en kamers rond om alles uitvoerig te bekijken en rustig in ons op te nemen. En ik kan u verzekeren, er is genoeg te zien in Herrenchiemsee. Niet dat we het mooi vonden, integendeel, maar overdonderend was het wel. Ik hou dus echt mijn hart vast voor de toekomst van het toerisme (toch op de manier waarop wij het graag hebben).

     
    Ludwig II was een bizar figuur, was mensenschuw, hield meer van het maanlicht dan het daglicht, trok zich graag terug in een fantasiewereld vol sprookjes, mythes en legenden (het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zeer goed bevriend was met Richard Wagner), en hield duidelijk van (sprookjes)kastelen. Oh ja, hij had ook een grenzeloze bewondering voor Louis XIV, u weet wel, die Franse koning – tussen pot en pint ook wel eens Zonnekoning genoemd – die zich op het einde van de zeventiende eeuw, in volle barok en overgang naar rococo, in het dorpje Versailles ergens buiten Parijs, een klein optrekje liet bouwen. De “Staat” moest toch ergens wonen, nietwaar. Twee eeuwen later bleek onze Ludwig II van Beieren een beetje jaloers te zijn op zijn illustere naamgenoot en liet zich dan maar een kopie van het kasteel van Versailles neerzetten, compleet met protserige versieringen en al, immense kristallen kroonluchters (in een van de kamers hing zelfs zo’n grote kroonluchter van beschilderd porselein, compleet met rozige en blauwige bloemetje en engeltes en andere frullekes), dure parketten, overvloedig gebruik van bladgoud en ingelegd hout, u kent dat wel. Ook de Spiegelzaal mocht uiteraard niet ontbreken en is volgens de info zelfs groter en grootser dan de originele.

    Nog even meegeven dat met de bouw van dit slot gestart werd in 1878, dat de bouw kort voor zijn overlijden (13 juni 1886) stilgelegd werd, dat men het nog lang niet voltooide bouwwerk nooit afgewerkt is, en dat het vrij snel opengesteld werd voor het publiek. Oh ja, Ludwig zelf heeft er slechts een korte periode in de herfst van 1885 in gewoond.

     
    Van dit architecturaal geweld hadden we toch wel dorst gekregen en we besloten nog iets te nuttigen op het terras van het paleiscafé, hoewel het aanvankelijk wat sukkelen was eer we er wijs uit geraakten (was een soort zelfbediening), maar toen hadden we weer prijs: het was rond sluitingsuur en terwijl we zo wat aan het napraten waren en aan het genieten van het buitenzitten en het zicht van de fonteinen, begonnen ze rondom ons reeds alle lege stoelen op de tafels te zetten, parasols op te plooien en al die taken te verrichten die nodig zijn om een zaak te sluiten (we hebben dat lang geleden in Parijs ook eens meegemaakt). We vinden dit hoogst irritant en i.p.v. te genieten, voel je je alleen maar opgejaagd en – bijna letterlijk – buitengekuist.
    Vervolgens op ons dooie gemak, in de lommerte van de talrijke bomen op het eiland, terug naar de boot gewandeld, genoten van de boottocht terug naar het vasteland, en dan op zoek naar iets eetbaars! Het was inmiddels toch al rond half acht en de vorige maaltijd was reeds geleden van ergens tussen elf en twaalf. Een gezellig terras van een Italiaans restaurant gevonden, lekker gegeten (en slechts € 104 betaald voor ons zessen, wat ik zeker niet duur vond, met zelfs hoogst uitzonderlijk een ijscoupe als dessert voor allemaal) en dan weer richting Rattenkirchen. Het was inmiddels pikdonker geworden en rijden op de onverlichte Duitse wegen bleek niet echt een sinecure, maar alles went. En het had uiteindelijk als voordeel, dat we, toen we weer bij het vakantiehuisje waren, nog een hele poos stonden te genieten van een schitterende sterrenhemel, zo een die je hier door de overvloed aan verlichting nooit kan waarnemen.

    (En ja, ik weet het, de foto’s zijn van niet zo’n goede kwaliteit als die van menig medeblogger, maar ik wil ze er als souvenir toch tussenzetten, neh, en zo weet ik weer waarom ik een deftige digitale reflexcamera wil kopen, maar toch eerst wat sparen)
     

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Categorieën

%d bloggers liken dit: